CDA-leider Henri Bontenbal wekte verbazing door te ontkennen dat 75 zetels in een 150-koppige Tweede Kamer geen meerderheid is. Het hangt volgens de CDA’er af van ‘hoe je ernaar kijkt’. Zonder politieke logica is die redenering niet.
is politiek verslaggever en onderzoeksjournalist van de Volkskrant.
Tv-komiek Arjen Lubach merkte al spottend op dat hij inmiddels begrijpt waarom CDA-leider Bontenbal ‘negen jaar over zijn studie natuurkunde deed’. Op de vraag of een coalitie van D66, VVD, CDA en JA21 met 75 zetels een meerderheid heeft, antwoordde Bontenbal eerder deze week: ‘Ik vind van wel.’
De CDA’er weet dat een meerderheid betekent ‘meer dan de helft van de stemmen’ en dat 75 van de 150 zetels daaraan niet voldoet, maar hij volhardde op bijna Cruijffiaanse wijze in zijn standpunt: ‘Het is maar net hoe je er tegen aankijkt. Met 75 zetels is er ook geen meerderheid om je weg te sturen.’
Helemaal onlogisch is die redenering niet. En passant verklaart Bontenbals uitspraak ook waarom het grootste deel van Den Haag niet warmloopt voor een minderheidskabinet. De calculatie daarachter: een minderheid maakt iedere coalitie in de Tweede Kamer kwetsbaar, zeker in een door sociale media gedomineerd grillig politiek landschap.
Zeker voor de bewindspersonen die ergens de komende maanden benaderd worden door het beoogde kabinet-Jetten kan 74 of 75 zetels een wereld van verschil maken. Bijna iedere minister komt vroeg of laat wel een keer in de problemen en een motie van wantrouwen ligt dan al snel klaar. Loyale coalitiepartners zullen die niet snel steunen, ook omdat op een later moment een bewindspersoon van de eigen partij misschien eveneens rugdekking nodig heeft.
Bij een minderheidskabinet ontbreekt die verdedigingswal. De coalitiepartners zijn afhankelijk van de terughoudendheid van de oppositie om een miskleundende bewindspersoon niet te snel weg te sturen, maar niemand kan daarop rekenen. Waarom zouden ze een minister de hand boven het hoofd houden die er in de ogen van publieke opinie een potje van heeft gemaakt?
Een coalitie met 75 zetels, zoals de nu voorliggende optie van D66, VVD, CDA en JA21, hoeft zich daar minder zorgen over te maken. De oppositie heeft zelf immers ook geen meerderheid.
Moties van wantrouwen mogen nog steeds relatief uitzonderlijk zijn, ook in de dagelijkse politieke praktijk maakt het verschil of een coalitie 74 of 75 zetels heeft. De oppositie is gebaat bij zichtbaarheid en zal bij belangrijke actualiteiten bijna altijd Kamerdebatten willen aanvragen. Een coalitie wil juist voorkomen dat een minister te pas en te onpas naar de Kamer wordt geroepen. Met 75 zetels kunnen debatten worden tegengehouden, met 74 zetels is mededogen van de oppositie vereist.
Iets vergelijkbaars speelt bij beleid dat niet in een regeerakkoord is vastgelegd. Een meerderheidscoalitie zal onder normale omstandigheden rekening houden met elkaars gevoeligheden. Zo stemde coalitiepartij NSC in het vorige kabinet niet mee met moties van de oppositie om het beleid tegen Israël aan te scherpen. Eenmaal uit het kabinet veranderde dat. Een minderheidskabinet kan op elk moment verrast worden door onwelgevallige moties die het uitgestippelde beleid in de war gooien.
De 75 zetels schieten omgekeerd tekort om wetten en plannen door de Tweede Kamer te krijgen, maar Bontenbal lijkt zich daar minder zorgen om te maken. Zeker partijen als SGP en ChristenUnie – met elk drie zetels – stellen zich over het algemeen constructief op.
Dat Bontenbal creatief met cijfers is, blijkt ook uit zijn reactie op de minderheid in de Eerste Kamer van een potentiële coalitie van D66, VVD, CDA en JA21. Die combinatie heeft daar maar 24 van de 75 zetels. Toch denkt de CDA’er – net als de VVD – dat een dergelijk kabinet daar niet op grote weerstand zal stuiten: de meeste zetels in de senaat zijn in handen van rechtsgeörienteerde partijen.
Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Al onze podcasts vind je op volkskrant.nl/podcasts.
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant