Home

Een gewelddadig land van gedesillusioneerde fatalisten

Russische literatuur Vier Russische romans laten het wezen zien van een land dat door zijn repressieve verleden en heden wordt gegijzeld. Met een moedeloze samenleving en geweldige literatuur als gevolg.

Drukte bij een slijterij in Moskou

In De Balie in Amsterdam droegen afgelopen zaterdag de Russischtalige dichters, Sergej Gandlevski, Lena Berson, Joeri Goegolev en Irina Jevsa uit hun werk voor. Het was een typisch ‘Moskous’ poëzie-avondje, maar dan met een publiek dat voornamelijk uit Russen in ballingschap bestond.

De gedichten gingen over een hopeloos land waar alleen de drank met een scheutje cynische humor je nog lijkt te kunnen redden van de moedeloosheid. Ook klonk kritiek op de oorlog in Oekraïne. En natuurlijk hoorde je in menig gedicht de angst voor het strafkamp.

Na afloop van het programma vertrokken Gandlevski en Goegolev naar het huis van schrijver Maxim Osipov, die deze ‘Exiled Poets Society’-avond had georganiseerd. Het was inmiddels elf uur ’s avonds. Er kwam paddenstoelensoep op tafel, gevolgd door haringen en plakken varkensvet tegen een kater. Het ene glas wodka na het andere werd ad fundum geleegd. En zodra de wodka op was, volgde rode wijn.

Natuurlijk kregen we het over literatuur. Wie goed was en wie niet. Een van de hedendaagse schrijvers die geen serieuze literatuur zou schrijven, was Daria Serenko. Ik had net haar Ik wens mijn huis as gelezen en was het niet met mijn Russische vrienden eens.

De in 1993 in Chabarovsk geboren Serenko, die behalve schrijver ook politiek activist en medeoprichter van Feminist Anti-War Resistance is, fileert in haar boek de patriarchale Russische samenleving. In ‘Meisjes en instituties’, het eerste hoofdstuk, doet ze dat aan de hand van haar ervaringen als medewerker van culturele overheidsinstellingen. Er werken alleen vrouwen, de ‘meisjes’, met wie ze geleidelijk aan versmelt tot een ‘veelarmig en veelbenig wezen’. Daardoor zijn ze inwisselbaar voor hun bazen. Gewerkt wordt er nauwelijks, gerookt en gedronken des te meer.

Serenko doet haar verslag in losse alinea’s en springt zo van gebeurtenis naar gebeurtenis.  Ze is genadeloos over haar collega’s, maar ook vol mededogen. Allemaal zitten ze gevangen in een benauwend systeem, waar ze afgeluisterd en bespied worden en uiteindelijk iedereen voor zichzelf kiest.

Als Serenko bij haar baas wordt geroepen en hij haar rug en haar begint te strelen, zweet ze peentjes. Maar zodra die baas ontdekt dat zij niet Natalja is maar een onbekende, vertrekt hij naar huis, haar in het ongewisse achterlatend. Uit wraak verwisselt ze zijn ingelijste diploma’s van plaats en gaat ze op zoek naar een andere baan.

Overal in Ik wens mijn huis as hangt de geur van de Sovjet-Unie, die al vijfendertig jaar achter de rug ligt. Dat blijkt als op de Dag van de Nationale Vlag de driekleur van de Russische Federatie is gestolen en de galeriemedewerkers dan maar de oude Sovjetvlag met de hamer en sikkel uithangen. Meteen stijgt het aantal bezoekers, salueert de wijkagent voor die vlag en slaat een oud vrouwtje een kruis.

Ook verwijst Serenko naar de eeuwenoude Russische corruptie als ze vertelt dat er op haar werk altijd doden zijn: ,,in de administratie staan ze te boek als levenden, ze krijgen anderhalf keer zo veel salaris als wij.”

In het tweede deel van haar boek gaat Serenko tekeer tegen haar landgenoten die de oorlog in Oekraïne laten gebeuren, zo niet aanmoedigen. Zelf zet ze zich na de Russische invasie in Oekraïne in voor de gevangen oppositieleider Navalny. Ze belandt in de gevangenis, waar ze haar boek begint te schrijven.

Serenko vraagt zich voortdurend af waar het geweld van de Russische militairen en politieagenten toch vandaan komt. Waarom worden er Oekraïense vrouwen verkracht en martelen ze vrouwen die tegen Poetin demonstreren? Zijn het niet dezelfde onverschillige, seksistische mannen die ze op haar werk tegenkwam?

Haar antwoorden zijn een opeenstapeling van leed, waarbij opvalt dat empathie in de post-Sovjetsamenleving schaars is. Daarom ook vraagt Serenko haar landgenoten waarom ze sinds het begin van de oorlog in Oekraïne in 2014 deden alsof er niets aan de hand was en zich verscholen achter volgzaamheid.

Geheime mijnschacht

Over die volgzaamheid en acceptatie van het lot gaat ook de roman De witte dame van de mijn van Sergej Lebedev (Moskou, 1981). Het verhaal speelt zich af in vijf dagen van juli 2014, als aan het begin van de Russische bezetting van de Donbas de MH17 wordt neergehaald. Alles draait in dit boek om een geheime mijnschacht, waarin niet alleen de lijken liggen van duizenden door de nazi’s vermoorde Joden, maar ook die van evenzoveel slachtoffers van Rode en Witte terreur. Het is een verleden waarover niet gepraat mag worden, terwijl iedereen weet wat er gebeurd is.

Marianne, dertig jaar lang de bazin van de wasserij van de inmiddels gesloten mijn, waakte als een moeder over die slachtoffers. Aan het begin van de roman is ze net aan kanker overleden.

Haar dochter Jeanne vertelt haar moeders levensverhaal. Zelf wordt ze begeerd door Valet, haar vroegere buurjongen, die een paar jaar eerder een zwerver heeft vermoord. Hij is daarna naar Moskou gevlucht, waar zijn oom, een politiecommandant, hem heeft ingelijfd bij een speciale eenheid die demonstraties moet neerslaan. Hij is er gehard en leeft als een volgzame zombie die geen genade kent.

Begin 2014 keert Valet terug naar het dorp om Jeanne tot zijn vrouw te maken, desnoods met geweld. Maar dan breekt in Kyiv de Majdan-opstand uit en valt het Russische leger de Donbas binnen. Valet raakt betrokken bij de positionering van een raketlanceersysteem uit Moskou die een westers passagiersvliegtuig neerhaalt.

De voormalige KGB-generaal Korol is het derde hoofdpersonage in deze spannende en knap gecomponeerde roman. Hij kent Marianne van vroeger en vermoedde toen al dat zij op de een of andere manier betrokken was bij de geheime mijnschacht. Na al die jaren overweegt hij haar alsnog door marteling een bekentenis af te dwingen, maar weet niet dat ze is overleden.

In gedachten doet de generaal een beroep op de ingenieur, die de mijn onder het bewind van de laatste tsaar heeft gebouwd. Als Jood is hij door de nazi’s vermoord en in de mijn begraven. Lebedev voert hem op als een versteende geest, die vertelt wat er door de jaren heen werkelijk is gebeurd. Die stenen ingenieur is de enige menselijke figuur in het verhaal, dat verder grossiert in lompe mannen bij wie ieder gevoel is uitgeschakeld. Ze kunnen alleen nog in termen van verkrachten en moorden denken. De Donbas is een wetteloos boevenland. Repressie voert de boventoon. Iedereen is bang voor elkaar.

Als de MH17 is neergehaald en de lijken uit de lucht vallen breekt voor de dorpelingen een materieel paradijs aan. Want de passagiers beschikken over allerlei schaarse luxegoederen. Zo vindt Valet in het rampgebied een dure lipstick, die hij aan Jeanne schenkt in de hoop dat ze iets met hem wil beginnen. Maar zodra de waarheid over de raket moet worden verhuld, loopt alles toch anders. En dan is het de onmenselijkheid van Valets superieuren die zijn lot bepaalt.

Bij het lezen van De witte dame in de mijn vraag je je voortdurend af waar die in wodka en bloed gedrenkte Russische wreedheid en cynisme toch vandaan komen. De meesterlijke roman De Petrovs en de griep van Aleksej Salnikov (Tartu, Estland, 1978) biedt een meer dan overtuigend antwoord op die vraag. Met veel humor en gevoel voor absurdisme laat hij zien dat in het huidige Rusland de meeste mensen gedesillusioneerde fatalisten zijn, die alles maar laten gebeuren en zich nergens verantwoordelijk voor voelen. Ze zitten hun leven uit, laten alles voor wat het is, schuiven de schuld voor hun mislukkingen op anderen af en vluchten in de drank.

Dronken automonteur

De roman over de paar dagen waarin het gezin Petrov, bestaande uit automonteur Petrov, bibliothecaresse Petrova en hun zoontje Petrov junior, door de griep wordt ontregeld, begint geweldig. De koortsige Petrov zit in een trolleybus. Hij voelt zich door gekken omringd en wordt overmand door een ,,samenballing van woeste Darwinistische krachten en Dostojevkiaanse waanzin”. Chaos en agressie dienen zich dan ook aan als een jongen van zeventien ineens een bejaarde medepassagier een mep geeft en diens kunstgebit uit zijn mond vliegt om voor Petrovs voeten te belanden. Even later ziet Petrov achter de bus een lijkwagen rijden waarin een kennis van hem zit. Hij voegt zich bij die kennis en samen drinken ze zich lam, met de gevulde doodskist in hun midden als stamtafel. Het levert een dronkenmansscène op die je niet snel zal vergeten, zo goed is die geschreven.

Het verhaal van deze roman is een dolkomische en tegelijk dieptrieste opeenstapeling van dwaasheden, die op een verrassende manier en in een soms adembenemend tempo aan elkaar zijn geregen, in sprankelende, door Froukje Slofstra briljant vertaalde taal. Die gebeurtenissen laten zich amper samenvatten, of het moet zijn dat een chaotisch gezin een paar dagen lang door de griep wordt geveld, terwijl de viering van het nieuwjaarsfeest op de school van Petrov junior ophanden is. En ook in hun levens spelen de trauma’s uit het recente verleden een belangrijke rol.

Voortdurend had ik in dit boek het gevoel verzeild te zijn geraakt in de late Sovjet-Unie, waarin ook bijna niemand iets uitvoerde en het leven vrijwel stilstond. Want al speelt het verhaal zich af rond 2005 in Jekaterinburg, overal ruik je de sfeer van het Sovjetverleden. Precies die stilstand lijkt iedereen krankzinnig te maken. Voortdurend denk je bij de belevenissen van automonteur Petrov: ‘Doe het niet!’

Maar waar Lebedev en Serenko je een gitzwart beeld van de post-Sovjetsamenleving opdienen, biedt Salnikov zwartgallige humor van een hoog absurdistisch niveau in de beste traditie van grote schrijvers zoals Gogol en Dovlatov. Door deze terecht bekroonde roman over de collectieve waanzin van een heel land begrijp je ineens waarom velen er zo weinig van hun leven maken. Het heeft hun tenslotte niets anders te bieden dan ellende, waardoor iedereen door de sneeuw op een fatalistische manier zijn levenseinde tegemoet lijkt te rollen.

De sympathieke slapjanus Petrov laat het inderdaad allemaal zo gebeuren. Hetzelfde geldt voor zijn vrouw Petrova, een kreng met moordneigingen van wie hij gescheiden leeft, en zijn zoontje Petrov junior, een irritant ventje dat het liefst aan het gamen is. Door zijn blik te beperken tot zo’n chaotisch gezin, merk je nog meer hoe krankzinnig en afgestompt de Russische samenleving in elkaar steekt. De enige conclusie die je kunt trekken is dat het nooit wat met dat land kan worden, zolang de repressie regeert.

Laatste hoop

Toch gloort zelfs in zulke tijden hoop, ook al heeft die een zwart randje. Dat blijkt uit Opgesloten, twee gebundelde novellen van Vasili Antipov (Moskou, 1982). In de eerste novelle, Danse macabre, kijkt een jongen onbevangen tegen het leven aan. Maar als zijn opa doodgaat, ziet hij ineens de sterflijkheid om zich heen en wordt hij volwassen. Die bewustwording is een voorbereiding op het echte leven, dat hij beschrijft in de tweede novelle, Opgesloten.

Hierin doet Antipov op een even zwartgallige als humoristische manier verslag van zijn tijd in Belarussische gevangenissen en psychiatrische klinieken. Hij belandt er nadat hij aan de grens met Polen met een paar gram amfetamine in zijn zak is gearresteerd. Zijn voorarrest is al een hel. Het Wit-Russische rechtssysteem is er vooral om lastige mensen op te bergen. Menselijkheid is er vervangen door sadisme.

Als op 24 februari 2022 Rusland Oekraïne binnenvalt en op de radio drie dagen lang juichende berichtgeving klinkt, maken slechts drie gevangenen zich boos. De anderen halen hun schouders op of zijn voor Poetin. Ook hier schemert de onuitroeibare gelatenheid en afstomping door die de hele post-Sovjetsamenleving in gijzeling houdt, zolang dictators zoals hij er de baas zijn. Het enige positieve aan die ontwikkeling is dat het geweldige literatuur oplevert, zoals al deze vier schrijvers laten zien.

Daria Serenko: Ik wens mijn huis as. (Ja zjelajoe pepla svojemoe domoe) Vert. Els de Roon Hertoge en Annelies de hertogh. Koppernik, 224 blz. € 23,50

Sergej Lebedev: De witte dame van de mijn. (Belaja dama) Vert. Arie van der Ent. Prometheus, 280 blz. € 23,99

Aleksej Salnikov: De Petrovs en de griep. (Petrovy v grippe i vokroeg nego) Vert. en nawoord Froukje Slofstra. Van Oorschot, 352 blz.€ 29,99

Vasili Antipov: Opgesloten. Twee novellen. (Danse macabre en V zakljoetsjenii) Vert. Yolanda Bloemen en Seijo Epema. Van Oorschot, € 23,99

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next