Home

Marit Bouwmeester, de beste zeilster ter wereld, stopt: ‘Prestaties bepaalden mijn zelfbeeld. Dat is oneerlijk’

Marit Bouwmeester (37), de beste zeilster die de wereld tot nu toe heeft gekend, stopt met topsport. Ze vertelt openhartig over haar grenzeloze ambitie die leidde naar onorthodoxe methoden om mentaal sterker te worden. Opeens werd die prijs te hoog.

is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, zwemmen en tennis.

Als Marit Bouwmeester op 7 augustus 2024 in het zonnige Marseille met een vinger onder haar rechteroog veegt, denkt elke toeschouwer aan tranen van ontroering. Ze heeft zojuist de status van icoon bereikt: ze is de beste olympische zeilster in de geschiedenis. Het volkslied klinkt en haar onderlip trilt. Maar op het olympisch schavot, bedoeld om grootse triomfen te vieren, woelt in haar de wanhoop.

‘Hoe doe je dat, de Olympische Spelen winnen, terwijl je privé verloren hebt?’, zegt ze ruim veertien maanden later.

Bouwmeester (37) zit aan haar houten keukentafel thuis in Den Haag. Haar blonde haar van tijdens de medailleceremonie op de Spelen is donkerder geworden. Aan haar linkerzijde, op de kop van de tafel, een kinderstoel. Die is van haar inmiddels 3,5 jaar oude dochter Jessie Mae, die het grootste deel van de week bij Bouwmeester woont. Het andere deel is ze bij haar vader, de man die bijna tien jaar Bouwmeesters partner was.

Een week voor de Spelen hadden ze een gesprek. Diezelfde avond wist ze: onze relatie heeft geen toekomst meer en stortte haar wereld in.

Twintig jaar behoorde Bouwmeester tot de top van de wereld. Ze won vier WK-titels, ze werd twee keer internationaal verkozen tot beste zeilster van het jaar (in 2017 en 2024) en won op vier achtereenvolgende edities van de Zomerspelen medailles: zilver in Londen (2012), goud in Rio de Janeiro (2016), brons in Tokio (2021) en uiteindelijk weer goud in Parijs (2024). In dat laatste toernooi zeilde ze dominanter dan ooit. Al voor de afsluitende medaillerace op de slotdag was ze zeker van de winst. Dat is uitzonderlijk.

Nu stopt ze met topsport, zo maakt ze bekend in het boek Winnen met je hoofd, dat ze samen met Nico van Yperen, hoogleraar sportpsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, heeft geschreven.

Bouwmeester groeide op in Warten, als jongste van drie kinderen in een sportief Fries gezin. Ze ging van het vwo naar de havo – die opleiding duurde een jaar korter. Haar ouders eisten wel dat ze daarna een studie ging doen. Dat werd small business and retail management, een hbo-opleiding in Leeuwarden. Het is gebruikelijk dat topsporters hun studiejaren juist uitsmeren, dat ze in langzamer tempo werken, om ernaast voltijd te sporten. ‘Ik dacht: als ik nu doorbikkel, en het op dubbel tempo doe, ben ik er eerder van af. Dat was wel afzien, gedisciplineerd leven.’

Ze ziet zichzelf niet als de getalenteerdste topsporter. Haar broer en zus troefden haar altijd af.

‘Mijn slogan was altijd: ik geloof niet in talent, ik geloof in hard werken en doorzettingsvermogen. Dat ligt iets genuanceerder, maar ik weet wel: er komt veel meer bij kijken dan alleen talent.’

Haar ambitie de beste zeiler aller tijden te worden, die ze als tiener al uitsprak, bracht Bouwmeester naar uiteenlopende ‘onorthodoxe’ trainingsmethoden. Van sparren met een professionele, mannelijke MMA-vechter in Miami ‘Ik heb in de loop der tijd een dikkere neus gekregen, omdat daar veel klappen op zijn gekomen’ tot trainen met special forces. Tijdens die trainingen werd ze onder meer dertig uur wakker gehouden, werd ze met handboeien in het water gegooid en kreeg ze ’s nachts een politiehond op zich af. Aan weer een andere extreme aanpak hield ze gekneusde ribben over.

Een dikke neus en gekneusde ribben?

‘Wij experimenteerden altijd. De zeilsport is uniek: soms is er windkracht 8, de andere keer dobber je zonder wind, vijf uur lang, op de bloedhete zee. Als er dan ineens wind komt, moet je vaak binnen tien minuten starten. Dat waren mijn slechtste wedstrijden. Mijn rusthartslag is 37. Dat is laag. Ik sliep vaak nog terwijl de race alweer voorbij was.

‘Mijn toenmalige coach Mark Littlejohn zei: ‘Je moet leren aan te staan zoals MMA-vechters.’ Dus gingen we naar Miami, waar veel van die gevechten worden gehouden. Helaas deed de gast die me wilde trainen niet zijn best om te missen, terwijl ik dacht: stop even, dat is mijn gezicht, mik ergens anders. Maar daar had hij geen boodschap aan.

‘De gekneusde ribben komen van een ander experiment. Op mijn verzoek sloeg mijn coach met boeien op me, om mijn lijf te activeren. Daar hield ik een keer gekneusde ribben aan over – nou, die voel je wel. Een andere keer raakte hij per ongeluk mijn hoofd. Had ik een tril-oog voor de rest van de race, waardoor ik dacht: ik ben nu wel alert, maar ik zie niks. Daar heb je ook niet zoveel aan.’

Hoe kijk je daar nu op terug, met een goed gevoel of met een dubbel gevoel?

‘Ik vind het wel gaaf. We waren altijd grensverleggend bezig.’

In het boek dat 6 november werd gepresenteerd, worden de ervaringen van Bouwmeester afgewisseld met stukken van Van Yperen, die ze van een wetenschappelijke context voorziet.

Het is het verhaal van een jonge topsporter die haar vader vroeg: ‘Stel dat ik geen goud win, houden jullie dan nog wel van mij?’ Het is ook het verhaal van een vrouw die heeft geleerd dat het winnen van goud niet automatisch samenhangt met geluk. En uiteindelijk is het boek de reis naar een moeder die merkt dat ze in staat is haar grootste sportieve prestatie te leveren terwijl zich tegelijkertijd een van de zwaarste gebeurtenissen uit haar leven voltrekt.

Je schrijft dat je je in de zomer van 2024 sterk genoeg voelde om het verdriet van het einde van je relatie een week of twee achter een schutting te parkeren tijdens de Spelen. Hoe doe je dat?

‘Ik had geleerd een soort schot te plaatsen als er gepresteerd moest worden. En ik heb in mijn carrière vooral geleerd hoe ik moest omgaan met verlies en hoe ik dan weer kon doorgaan. Ik heb niemand verteld wat er speelde. Behalve mijn sportarts, omdat ik wist: ik heb eerst wat slaappillen nodig, zodat ik ’s nachts niet wakker lig. En ik heb het Jaap Zielhuis, mijn coach, verteld.’

Maar bijvoorbeeld je ouders niet?

‘Nee. Ik wist op dat moment: ik heb alleen controle over mijn eigen denken en handelen. De situatie is zoals die nu is, die kan ik niet veranderen, maar ik heb nog wel een kans om het beste uit mezelf te halen. Dat is waar ik nu voor kies, voor de Spelen. Af en toe gingen mijn gedachten natuurlijk de andere kant op. Maar er was een ander, groot iets dat voor mijn neus stond, waar ik me op kon richten.’

Tot de podiumceremonie.

‘Het is als een bal die je onder water drukt. Dat kost veel energie. Die bal komt een keer boven. Tijdens het volkslied gebeurde dat. Toen moest ik slikken en kwamen de tranen. Het was heel dubbel: de buitenwereld was blij, maar zelf voelde ik me niet zo blij. Dat vond ik moeilijk. Daarom heb ik veel huldigingen afgezegd. Maar ik ben tegelijkertijd trots dat ik onder die omstandigheden het beste uit mezelf heb gehaald.’

Bouwmeester beviel in mei 2022 van haar dochter, midden in de olympische cyclus tussen Tokio (2021) en Parijs (2024). Die was door de coronapandemie slechts drie jaar, een jaar korter dan gebruikelijk. Dat maakte de uitdaging nog groter.

‘Het is ergens gek, maar ik zie de Spelen van Parijs ook als het mooiste moment uit mijn carrière. De aanloop was zo bijzonder. Het moederschap maakte me een compleet persoon. Ik werd uitgedaagd, het was lastiger om mijn tijd te verdelen, maar ik leerde zo veel. Tot die tijd was ik dag en nacht met topsport bezig. Nu was het: als ik op het water sta, sta ik aan. Maar ook echt aan-aan. En als ik op de kant ben, sta ik uit. Dan ben ik alleen maar moeder.

‘Ik heb mijn hele zwangerschap besteed aan het bestuderen van de meteorologie van de Middellandse Zee, waar de olympische races van de Spelen in Parijs werden gehouden. Die is complex. De relatief kleine zee wordt omringd door landen en bergen, waardoor windrichtingen in de winter anders bewegen dan in de zomer. En ook warmte of kou heeft grote invloed. Volledig anders dan in Noord- of West-Europa. Er werd altijd gezegd: de baai van Marseille is niet te begrijpen, zo moeilijk.

‘Nou, bij zo’n opmerking denk ik al: dat is te kortzichtig. Je moet gewoon zorgen dat je het begrijpt. Bij de Spelen had ik een goed begrip van de baai. Ik ben in wedstrijden nooit dichter bij perfectie gekomen dan tjdens die Spelen. Ondanks alles wat er op privé-gebied speelde, heb ik genoten van de uitvoering van ons project en van het zeilen.’

Gevraagd naar het dieptepunt in haar carrière noemt ze het jaar 2013. Destijds eindigde haar relatie met zeilgrootheid Ben Ainslie en werd ze verlaten door haar coach Mark Littlejohn, de man die ze verafgoodde. Hij ze: ‘Je bent niet goed genoeg. Alles wat je bereikt hebt, dank je aan mij.’

Ze had kort daarvoor olympisch zilver bemachtigd op de Spelen van Londen, een teleurstelling. Alleen goud telde, was hun filosofie destijds. Vervolgens ging Littlejohn werken met haar concurrent.

‘Ik was 24 en dat was mijn eerste echte grote tegenslag in het leven. Ik kwam erachter hoe afhankelijk ik van hem was. En dan ben je natuurlijk Fries en topsporter…’

Wat zegt dat?

‘Ik was niet heel goed in het omgaan met emoties. Littlejohn vond dat ik een robot moest zijn.

‘Maar je moet in zo’n situatie met allemaal verschillende emoties dealen. Het omgaan met stress kan op meerdere manieren: door je op de problemen te richten of door je op de emoties te richten. Dat eerste had ik goed ontwikkeld, dat was mijn werkwijze. Daar geldt: ik heb een probleem, zoek de juiste mensen om me heen, maak een stappenplan en los het probleem op.

‘Maar sommige problemen kunnen niet worden opgelost. Een coach die je verlaat, een relatie die uitgaat. Of, niet uit eigen ervaring: iemand dichtbij die komt te overlijden. Dan zijn er een hoop emoties die je zult moeten verdragen. Ik wilde destijds niet uitgebreid vóélen. En als ik iets voelde, keurde ik dat af. Zo van: er zijn ergere dingen.

‘Ja, dan wordt het heel zwaar voor jezelf. Ik ging slecht slapen, kreeg negatieve gedachten en praatte mezelf de put in. O ja, merkte ik uiteindelijk: ik kan hier veel van leren. Achteraf ben ik het dankbaarst voor 2013. Dat hoor je vaker van mensen: als je tegenslag overwint, is dat vaak ook je meest leerzame periode.’

Jij dacht in het begin van je carrière dat het winnen van goud je gelukkig zou maken. Hoe kijk je daar nu tegenaan?

‘Er is een spanningsveld bij topsporters: overal waar ik kwam, was ik de zeilster en werd er gevraagd naar mijn sport. Dat ik mijn vader ooit vroeg of hij en mijn moeder nog van me zouden houden zonder goud, was niet omdat ik aan hen twijfelde. Hun liefde is onvoorwaardelijk. Maar als topsporter word je zo snel je sport. Mijn zelfbeeld werd voor een groot deel bepaald door mijn prestaties. Dat is oneerlijk. Je bent een persoon én die sporter.

‘Er zijn veel lessen in topsport die je ook kunt gebruiken in het normale leven. Ik leerde door topsport: het maakt niet uit hoe ik me voel, als ik me mentale vaardigheden eigen maak, kan ik altijd presteren. Rond mijn 18de zag ik al dat mensen hun eigen beperking kunnen zijn: je hoofd is vaak je grootste tegenstander. Door mijn carrière heen ben ik meer mens geworden. Emoties horen erbij, en misschien kun je erdoor soms juist krachtiger worden.

‘Ik had ook voordeel van tegenslagen. Ik was niet de beste en niet de slimste van ons gezin. Maar ik leerde daardoor vechten, doorzetten, leerde léren.’

Ooit besloot ze: ik noem concurrenten bij hun land, niet bij naam, om het persoonlijke weg te halen. Concurrenten werden nooit vrienden, die zocht ze ergens anders. Ook creëerde ze een alterego, Mart Bouwmeester, gebaseerd op de spottende opmerking van een voormalige ploeggenoot dat ze met haar opvallende prestaties in trainingen soms ‘net een vent’ was.

Bestaat Mart Bouwmeester nog?

‘Marit staat op de kant, Mart op het water. Het is nu minder Mart en meer Marit. En daar ben ik stiekem wel blij mee. Littlejohn zei ooit: ‘Geen van jouw karaktereigenschappen past bij de ambitie die je hebt: de beste ooit worden.’ Ik was lief, zorgzaam en sociaal. Als persoon wil ik niet zo hard zijn als voor topsport soms nodig is. Af en toe bracht dat een innerlijke strijd.

‘Mart is de robot. Emotieloos. Je tegenstanders zijn niet je vrienden, je komt wat halen. Als de keuze is: jij of die ander, kies je jezelf. Dat distantiëren van mijn andere kant heeft me op momenten geholpen.’

Heb je jouw teksten in het boek zelf geschreven?

‘Ik zei dat ik een ghostwriter wilde, maar Nico had al meerdere boeken geschreven en daagde mij uit het zelf te doen. ‘Begin maar’, zei hij, ‘dan kijken we daarna welk niveau het heeft.’ Na de eerste versie zei hij: ‘Dit is een 7.’ Volgens mij ben je nu te aardig, dacht ik wel. Maar uiteindelijk hebben we alles zelf geschreven.’

Inclusief je eigen afscheid van de topsport, waarover je lang twijfelde, maar dat je in het boek voor het eerst bekendmaakt.

‘Ik vind topsport het mooiste wat er is. De zeilsport is geweldig. Ik ben twintig jaar topsporter geweest. Dat is lang. Zo’n beslissing neem je dus niet zomaar, want je weet dat je in principe niet meer terug kunt. Dan sluit je een heel groot deel van je leven af. Nog steeds kan ik denken: oh, ik ga stoppen.’

Dan voel je een soort paniek?

‘Eind afgelopen zomer heb ik het besluit genomen. Het stukje tekst dat ik daarna opschreef kon ik niet teruglezen zonder te huilen. Daardoor dacht ik wel: wat betekent dat, ga ik het missen? Toen ben ik nog een paar keer het water opgegaan om te voelen of dit echt was wat ik wilde.

‘In fysiek opzicht en ook qua niveau kan ik in de boot gewoon door, merkte ik. Maar ondertussen gaf ik vaker lezingen voor bedrijven, over de mentale kant van topsport. Daar haalde ik ook veel plezier uit.

‘Ik wil niet vier jaar volle bak voor een nieuwe olympische cyclus gaan. In mijn beleving was er nooit een prijs te betalen voor het beoefenen van topsport. Voor mij was het het tegenovergestelde: topsport bracht mij veel en daar ben ik dankbaar voor.

‘Maar sinds de geboorte van kleine Jess is dat veranderd. Inmiddels weet ik dat het wel degelijk veel kost en nu denk ik: ik wil die prijs niet meer betalen. Al wil ik wel benadrukken dat dit mijn eigen keuze is. Ik wil niet dat zij later denkt: o, mama is gestopt door mij. Voor mij is het mooi geweest zo.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next