Home

Theatermaker Elvis de Launay: ‘Soms wil ik met mijn dode vader over de dood van mijn vader praten’

Theatermaker Elvis de Launay (23) maakte Zee-Tuin-Jarman over haar dode vader Jan Rot, maar vooral over de Engelse kunstenaar Derek Jarman (1942-1994), voor wie ze op het toneel een begrafenis organiseert. Hij helpt haar het gemis van haar vader te verwerken.

schrijft voor de Volkskrant over theater en populaire cultuur

Actrice, theatermaker en schrijfster Elvis de Launay weet, op haar 23ste, twee dingen zeker in het leven: ‘Ik ga dood. En mijn vader is dood. En hij komt mijn hele leven lang niet meer terug. Daar zal ik me toe moeten verhouden, maar godverdomme, hoe doe je dat?’

Ze zit met een kop koffie in de hand op de tribune van de knusse theaterzaal van Werkplaats Walhalla in Rotterdam, waar haar eerste avondvullende solovoorstelling Zee-Tuin-Jarman deze week in première gaat. Het wordt een ‘mis voor wie mist’, waarin ze een antwoord zoekt op de vraag wat ‘de doden betekenen voor de levenden’. Om die vraag te kunnen beantwoorden, verkent ze ook haar eigen gemis. Haar vader, liedjesschrijver en componist Jan Rot, overleed in 2022 aan kanker.

De Launay studeerde in 2024 af aan de toneelschool in Arnhem, speelde voor verschillende toneelgezelschappen en bestendigde deze zomer haar status als groot talent met een Theo d’Or-nominatie voor haar rol in Mama Dada.

Voor de goede orde: Zee-Tuin-Jarman gaat niet alléén over haar vader, maar óók over haar vader. Veel meer gaat de voorstelling over de Engelse filmmaker, schrijver en kunstenaar Derek Jarman (1942-1994), voor wie De Launay op het toneel een begrafenis organiseert. Jarman wordt in de jaren tachtig gediagnosticeerd met hiv, waarna hij intrekt in een huisje met een op het eerste gezicht onvruchtbare kiezeltuin. Ten dode opgeschreven weet hij van deze ogenschijnlijk dode grond een levendig en kleurrijk schouwspel te maken.

All right, Derek

In de zomer van 2024 trekt De Launay naar het Engelse dorpje Dungeness waar Jarman zijn tuin schiep. Ze leest op dat moment Jarmans dagboek Moderne natuur, waarin hij de laatste jaren van zijn leven beschrijft. ‘Dat boek voelde als thuiskomen. Alsof er eindelijk iemand was met wie ik het over de dood kon hebben, over leven en afscheid nemen. In zijn tuin was zowel de dood als het leven aanwezig. Ik herkende dat in mezelf.’

Overdonderd door Moderne natuur ‘verstoot’ ze de rest van haar meegebrachte boeken en koopt ze in een klein Engels boekhandeltje alles wat ze van Jarman kan vinden. Ze bezoekt zijn graf. De Launay: ‘In het kerkje ernaast stond een bord met daarop: ‘Do this in remembrance of me.’ Ik moest lachen en dacht: all right, Derek.

‘Vervolgens ben ik drie uur lang naar zijn huisje gaan lopen. Daar stond in de tuin een man in blauwe overall met strohoed. Het leek Jarman wel, maar bleek de huidige tuinman te zijn. Ik vroeg of ik in het huisje mocht, en zei in een opwelling: ‘I’m going to make a performance about Derek Jarman.’ Toen had ik het gezegd, en moest ik.’

Taal, muziek en kleuren

Er volgde een jaar aan onderzoek waarin ze alles van en over Jarman las en bekeek. ‘Ik was mijn eigen tuin aan het aanleggen. Ik verzamelde stekjes en probeerde alle ideeën zo goed mogelijk te laten groeien. Ik las ergens de uitspraak: ‘De tuinier zorgt voor de tuin, maar de tuin zorgt ook voor de tuinier.’ Zo is het ook met deze voorstelling. Daardoor krijg ik taal, muziek en kleuren bij mijn verdriet, woede en vragen.’

Lang was er vooral ontkenning rondom haar eigen rouw. Van Jarman leerde ze dat ze goed moet zorgen voor het gat dat haar vader achterliet. ‘Op dit moment in mijn leven heb ik veel behoefte aan het delen van herinneringen en verdriet, zodat ik het niet alleen hoef te dragen. Als ik niet over mijn gemis of woede praat, hou ik dat verborgen voor de wereld, waardoor ik nooit helemaal in verbinding kan komen met anderen. Terwijl ik daar wel nood aan heb. Ik voel: ik hoor bij jullie, bij de levenden.’

Niet voor niets koos ze de vorm van een begrafenisdienst voor de voorstelling, weliswaar een eerbetoon aan een dode, maar toch ook vooral een samenkomst van rouwende levenden. Op Jarmans begrafenis laat De Launay onder anderen Tilda Swinton spreken, geeft ze Jarmans tuin het woord, en ook de kleur blauw. ‘Ik wilde het podium vullen met andere rouwenden. Misschien is het een kinderen-voor-kinderengedachte, maar iedereen kent verlies, en als we het daarover hebben, kan dat verlichten.’

Zorgen voor het verdriet

‘We praten vaak over de dood op een voorzichtige, vergoelijkende manier’, zegt ze. ‘In het schrijfproces heb ik een lijst gemaakt met alle dingen die tegen je worden gezegd als iemand sterft, zoals ‘het hoort bij het leven’, ‘zo gaan die dingen’, ‘hij kijkt nog mee vanaf een wolkje’. Het zijn manieren om het werkelijke verdriet uit de weg te gaan.’

‘Ik zeg bewust mijn ‘dode vader’, omdat er twee versies van hem zijn. Er was een levende vader, en nu is er een dode vader. Door dat expliciet te benoemen, laat ik het tot me doordringen en kan ik zorgen voor het verdriet.’

Ergens in de voorstelling gaat De Launay in gesprek met Jarman, en dus in gesprek met een dode. ‘Die dialoog is ontstaan omdat ik soms verlang om met mijn dode vader over de dood van mijn vader te praten. Maar dat idee vond ik heel eng. Eigenlijk voelt het alsof ik een jaar lang heb geoefend met Jarman. Laatst fietste ik hier weg en dacht: volgens mij kan ik zo’n gesprek nu ook met mijn vader voeren.’

Zee-Tuin-Jarman speelt t/m 12/3 in verschillende theaters door het land.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next