Home

Tweede ring

Als er niemand, helemaal niemand op je uitvaart komt, wat voor leven heb je dan achter de rug? Met die gedachte als beginpunt liep Jesse Laport de afgelopen maanden door zijn stad. Aan de kade zag hij de vluchtelingenboot liggen, als een eilandje achter hekken geplaatst, en hij probeerde zich voor te stellen hoeveel eenzaamheid daar was. Of  hij keek naar zo’n man alleen in het park, biertje in de hand. Goh, waar gaat hij straks heen? Naar wie?

We dwalen door de statige lanen van Moscowa, de grootste begraafplaats van Arnhem, en houden halt op een open veld. Hier, vertelt Laport (34), de stadsdichter, was vorige week de uitreiking van zijn bundel Misschien liep je mij voorbij. Poëzie die hij schreef in opdracht van de gemeente, bedoeld om voor te dragen bij eenzame uitvaarten waarvan er in Arnhem jaarlijks zo’n honderd zijn. Als boodschap, vertelde de wethouder, aan elke inwoner: we zullen je niet zomaar laten gaan. En ook als appèl: kijk naar elkaar om.

Laport dacht zich bij eenzaamheid wel iets te kunnen voorstellen. Zo weet hij zelf hoe eenzaam een depressie kan zijn. Hoe veelvoorkomend ook. Hoe weinig gedeeld. Toen hij er vijftien jaar geleden open over was op Facebook stroomden de berichtjes binnen – heb ik ook! Wat goed dat je dit deelt! Allemaal bekenden, maar ook allemaal alleen aan hem privé.

Leer Laport eenzaamheid kennen. Zijn debuutbundel, In het ergste geval komt alles goed, raakte aan het thema. Dichten is sowieso een solitair beroep.

Maar bij de presentatie vorige week hier op Moscowa begon hij toch aan zijn voorstellingsvermogen te twijfelen. Hij sprak na afloop met twee vrijwilligers van Stichting NaBij, die mensen zonder dierbaren in het hospice begeleiden, en die vertelden over een kankerpatiënt die had gezegd: het is niet de ziekte die mij doodmaakt, maar de eenzaamheid. En dat zo’n ervaring, een gevóel, groter kan zijn dan je eigen feitelijke terminale staat…

En nu, nu zijn eigen buurman. Twee blokken verderop. Kok van het café waar hij graag komt. Ex van een vriendin. Naaste bewoner van een collega. Zoals de halve stad hoorde Laport het droeve nieuws gistermiddag, van een vriend. En na de schop in zijn maag, van schrik, was er ongeloof. Hoe kan het dat uitgerekend jij, of all people, niet bent gezien?

Laport had hem vorige week nog zien lopen. Met de hond, voor het raam. En anders was-ie hem wel weer tegengekomen op een van de feestjes in de Arnhemse dance scene waar zijn buurman, een outgoing type, graag kwam. Dan had hij hem gegroet. Een praatje. Want Laport was voor hem geen nabije vriend aan wie je alles vertelt, meer tweede ring.

Alleen – was misschien, uiteindelijk, iederéén niet slechts zijn tweede ring?

De uitvaart, op Moscowa, zal allesbehalve eenzaam zijn. Rock-‘n-roll met sigaretten uitgedrukt in glaasjes enzo. En toch…

Laport grijpt naar de gloednieuwe dichtbundel in zijn tas en opent deze op het eerste gedicht.

Misschien keek ik in jouw ogen

Zag jij mij en zag ik jou

ben ik vergeten om te vragen

‘hee, hoe is het nou?’

Freek Schravesande doet elke donderdag ergens vanuit Nederland verslag

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next