Theater ‘A Plastic State of Mind’ van regisseur Gavin-Viano laat zien hoe vier meisjes en een vrouw in oorlogstijd hun zelfbeschikkingsrecht aan soldaten verliezen maar toch hun menselijkheid terugclaimen. „Er is geen goed of fout. Alleen meisjes, vrouwen, die proberen te leven.”
Nyassa Alberta speelt de ‘vrouw van vrede’ in ‘A plastic state of mind’.
De repetitieruimte van Het Nationale Theater in Den Haag ademt concentratie. Vijf vrouwen bewegen traag door het licht, schalen water in hun handen, plastic tassen knisperend onder hun voeten. In stilte wordt ademhaling afgemeten, ritme gezocht. De actrices vertolken de levens van vier meisjes, die tijdens de Tweede Liberiaanse Burgeroorlog worden vastgehouden als ‘wives’ van soldaten – geen echtgenotes, en een ‘vrouw van de vrede’.
Actrice Nyassa Alberta, bekend uit internationale musicalproducties als Tina – The Tina Turner Musical, kijkt even toe. Alberta werd persoonlijk gevraagd voor de rol ‘vrouw van de vrede’ in A Plastic State of Mind door regisseur Gavin-Viano, die zijn stuk baseerde op het toneelstuk Eclipsed van actrice en toneelschrijver Danai Gurira.
De ‘vrouw van de vrede’ komt uit de stad en behoort tot een groep die door praten vrede tracht te bewerkstelligen In Liberia. Zij probeert tot de geroofde vrouwen door te dringen en hen hun identiteit terug te geven door te vragen naar hun naam.
Toevallig zag Alberta Eclipsed een aantal jaar geleden op Broadway met actrice en Oscar-winnares Lupita Nyong’o. „Ik liep toen naar buiten en dacht: dit verhaal blijft in mijn lijf. Nu mag ik het zelf mede vertellen – dat voelt echt groter dan wij allemaal.” Ze glimlacht klein, als iemand die weet wat er komt: de zwaarte, de schoonheid, het schuren van een verhaal dat na applaus niet voorbijgaat.
De wereld die A Plastic State of Mind oproept, is die van de Tweede Liberiaanse Burgeroorlog (1999–2003). Het land was nog niet hersteld van de eerdere burgeroorlog toen gewapende groepen opnieuw binnenvielen en steden veranderden in schuilplaatsen en slagvelden tegelijk. Tienduizenden mensen lieten het leven. Kinderen werden soldaten, dochters trofeeën, vaders verdwenen.
In de voorstelling worden vier meisjes door rebellen meegenomen en vastgehouden in een kamp waar angst en honger regeren. Ze krijgen andere kleding, andere namen en worden verkracht. Hun verhaal staat voor de talloze jonge vrouwen in oorlogen wereldwijd die hun jeugd en zelfbeschikkingsrecht verliezen.
De vier meisjes overleven door te fluisteren wanneer schreeuwen gevaarlijk is, door zich vast te klampen aan rituelen en humor omdat stilte alleen maar pijn veroorzaakt. In de voorstelling wordt die overlevingstaal tastbaar: in gedeeld water, in fluisterende grapjes, in het simpele feit dat ze elkaar niet laten vallen.
De gevangen meisjes in het kamp weten eigenlijk niet beter. Ze zijn zo vergroeid met de manier waarop ze leven dat wanneer een van hen de vraag krijgt hoe haar leven eruit zou zien na de oorlog, ze antwoordt: „Ik weet het niet. Ik, vrouw nummer een, ben al zo lang samen met hem. Ik zorg voor hem. Ik zorg voor de anderen. Ik weet niet wie ik ben aan de buitenkant van deze oorlog.” Dus wat doe je op het moment dat je uit je gevangenschap kunt breken? „De vraag is eigenlijk simpel,” zegt regisseur Gavin-Viano. „Blijf je of ga je?”
Gavin-Viano wil een beeld schetsen van oorlog zonder kogels, van trauma zonder voyeurisme. Seksueel geweld zoals verkrachting laat de maker bewust niet zien in de voorstelling zelf, maar is voelbaar in elke beweging. „We tonen de lichamen en de nasleep”, zegt hij. „De meisjes zijn het verhaal – niet wat iemand hen heeft aangedaan.”
Tijdens de repetitie lachen de actrices plots hard, ongeremd. Iemand maakt een grap over een pruik, een ander imiteert een soldaat. Het publiek zal soms ook lachen, belooft Alberta – niet vanuit lichtheid, maar vanuit opluchting.
„Wij zijn met vijf zwarte vrouwen op het toneel,” zegt ze. „Het is sisterhood. Je voelt dat buiten het toneel ook. Ik hoop dat mensen dat meenemen: empathie. Verbondenheid.”
Tijdens een eerste leessessie moest ze huilen. „Op een gegeven moment kwam er een scène… en ik begon te huilen. En ik heb vanaf daar tot het einde gehuild.”
Nyassa Alberta in ‘A plastic state of mind’
Die herkenning is de kern van het stuk: geweld als context, maar menselijkheid als drager. „Het is een ode aan de vrouw en aan sisterhood,” zegt ze. „Die vrouwen in Liberia hebben dat toen geflikt. Ze zijn opgestaan tegen het regime. Het is genoeg, zeiden ze. Het moet anders.”
Pas tegen het einde van de repetitie, en van het stuk, gebeurt het: een actrice hijst de plastic installatie van het decor omhoog tot die boven het podium hangt. Langzaam, bijna plechtig, trekt ze die omhoog. Water begint te druipen. De vloer glanst. het plastic golft als een zee die even bevriest.
Eerder op de avond hing het materiaal stil, onschuldig. Nu lijkt het een herinnering die je niet kunt afschudden. „Dat moment gaat over eigenaarschap”, zegt Gavin-Viano. „Het lichaam terugpakken. Het leven terugpakken. Het plastic wordt opgehesen – en daarmee iets wat lang vastzat.”
Hij wijst op het materiaal: „Europese landen exporteren plastic naar West-Afrika en noemen het recycling. Maar dat is het niet, het wordt niet verwerkt. Kinderen groeien daar op tussen afval dat niet van hen is. Dat plastic is landschap. Maar ook mentaliteit. Je probeert te overleven in iets wat door een ander is achtergelaten.”
Het einde van de voorstelling is geen triomf, maar een vraag. Wie durft het kamp te verlaten? Wie blijft – omdat het bekende soms minder angstaanjagend is dan de vrijheid? „Op het eind begrijp je iedereen”, vertelt Alberta. „Er is geen goed of fout. Alleen meisjes, vrouwen, die proberen te leven.”
Na de repetitie verzamelen de actrices zich. „We hebben altijd een check-out”, zegt Alberta. „Even zeggen hoe het gaat. En een ritueel: we laten alle zware dingen in de ruimte achter. Anders draag je het mee naar huis. Dat kan niet met dit verhaal.” De ruimte droogt langzaam. Plastic wordt opgevouwen. Iemand neuriet zacht. Buiten wacht het gewone leven.
„Ik wil niet choqueren”, zegt Gavin-Viano. „Ik wil dat mensen voelen, wat dat ook is.” Alberta lacht, met dezelfde zachtheid als aan het begin – maar scherper nu, gericht. „Ze moeten komen. Echt. Ik kan me niet voorstellen dat je niks voelt als je kijkt. Vrijheid is hier geen gegeven. Het is een beweging. Klein, maar onwrikbaar. Een daad van verzet, net als deze voorstelling.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC