Home

Afas gaat definitief voor vierdaagse werkweek: ‘Ik mis persoonlijk niets door minder te vergaderen’

Het succesvolle softwarebedrijf Afas heeft de vierdaagse werkweek na een proeftijd officieel ingevoerd. Algemeen directeur Bas van der Veldt is enthousiast, maar hoe ziet het er in de praktijk uit als je zo drastisch het mes zet in de werktijden?

is economieredacteur van de Volkskrant. Hij volgt onder meer de Nederlandse techsector.

Sinds een paar weken heeft Bas van der Veldt, algemeen directeur van Afas, gitaarles. Op vrijdagmiddag, om precies te zijn, tot voor kort een doodgewone werkdag. ‘Ik speelde al piano, maar gitaar is andere koek, zeg. Het klinkt nog voor geen meter, maar ik vind het heerlijk om weer ergens een totale baby in te zijn. Ik ben nu bezig met Jingle Bells.’

Dat hij de gitaar heeft kunnen oppakken, komt doordat Afas – vooral bekend van zijn veelgebruikte bedrijfssoftware voor salarisadministratie – in januari overstapte op een vierdaagse werkweek. Wie vijf dagen werkte, kreeg de vrijdag vrij, zonder loon in te leveren. In eerste instantie ging het om een proef. Die beviel goed. Nu voert het bedrijf, met ruim zevenhonderd medewerkers, deze manier van werken definitief in.

De aandacht voor de vierdaagse werkweek nam de afgelopen jaren toe, maar nog weinig Nederlandse bedrijven hebben zich er ook echt aan gewaagd. Hoe ziet het er in de praktijk uit als je zo drastisch het mes zet in de werktijden?

Er staat ook iets tegenover die extra vrije dag of ‘ontwikkeldag’, zoals ze hem bij Afas noemen. De medewerkers moeten in minder tijd hetzelfde werk verzetten. Komt goed, zei Van der Veldt (48) vorig jaar in een interview met de Volkskrant: er waren nog tal van efficiëntieslagen te maken, met een grote rol voor kunstmatige intelligentie.

Een jaar later weet hij zijn gelijk bevestigd door interne enquêtes en een verslag van bedrijfsantropoloog Jitske Kramer, die uitgebreid met medewerkers sprak. Zij ving overwegend positieve geluiden op: ‘Mensen praten nu over wat ze op vrijdag níét deden aan werk. Over de stilte, het niets, het wandelen, het helpen van de buurvrouw.’

Ze plaatst ook kanttekeningen. Niet elk bedrijf kan zo gemakkelijk overstappen op een vierdaagse werkweek als Afas, dat makkelijker kan automatiseren en verdient aan abonnementen. Daardoor heeft het bedrijf niet van doen met declarabele uren. Werknemers ervaren een ‘compactere en intensere’ werkweek, en menigeen zit op vrijdag nog gewoon te werken. Daarover bestaat ook wrevel: ‘Sommigen werken uit zichzelf nog even op vrijdag, anderen zijn onzichtbaar.’

Zelf klapt de Afas-topman zijn werklaptop op vrijdagen ook altijd even open, ‘soms voor een half uurtje, soms voor vier uur’. Inconsequent? Niet per se, vindt hij: medewerkers mogen zelf weten of ze wat werk willen doen op vrijdag.

‘Als jij je er maar prettig bij voelt. Ik kan het moeilijk uitleggen, maar het voelt op die dag ook anders. En wat is werk eigenlijk? Soms heb ik moeite met die term. Je werkt niet alleen om een boterham te verdienen, maar ook voor de sociale contacten en voldoening, toch?’

Medewerkers worden geacht op vrijdagen en in het weekend de telefoon op te nemen als een klant een dringend verzoek heeft, en zo nodig bij te springen. ‘Maar het is niet de bedoeling dat iemand structureel het werk niet in vier dagen gedaan krijgt. Dan moeten we kijken of ze dingen kunnen schrappen of beter kunnen automatiseren.’

Kramer schrijft ook dat de werkdruk omhoog is gegaan. ‘Je holt van deadline naar deadline en het komt de kwaliteit niet ten goede’, citeert ze een medewerker.

Van der Veldt: ‘Het zou kunnen dat een enkeling dat laatste zegt, maar dat beeld komt niet naar voren uit onze tevredenheidsonderzoeken onder klanten en medewerkers. Van hen vindt 98 procent dat de werkweek meer in balans is. Ik kan dat beamen. De vier werkdagen sta ik meer aan dan voorheen; daarbuiten kan ik meer ontspannen.’

Het is efficiëntie wat de klok slaat bij Afas. De jaarlijkse sportdag met klanten en partners was leuk, maar kostte ook veel voorbereidingstijd: die is geschrapt. Het aantal plenaire bijeenkomsten is teruggeschroefd van tien naar acht per jaar. Menig vergadering bleek overbodig. ‘Zelf sprak ik elke twee weken een uur met mijn directieleden. We doen dat nu elke drie weken, drie kwartier lang. Staand vergaderen helpt ook.’ Lachend: ‘Mensen houden niet van staan.’

Gaat hierbij niet ook iets verloren?

Van der Veldt: ‘Natuurlijk. Al mis ik persoonlijk niets door minder te vergaderen. Er is nog gewoon tijd om aan je collega te vragen hoe het gaat, er wordt nog gewoon gekletst in de koffiecorner. Misschien hebben sommige mensen de indruk dat het contact ietsje minder is. Misschien. Maar ik merk niet dat het te weinig is.’

Ook groeit de rol van AI. Neem de klantenservice. Eerst behandelt chatbot Jonas de vragen. Als klanten hier niet tevreden mee zijn, dan kijkt een medewerker mee. Die stuurt, volgens Van der Veldt, vaak nog een keer het antwoord van de chatbot, omdat het gewoon prima bleek. ‘Dat scheelt zo twintigduizend telefoontjes per jaar.’

Sommige medewerkers hebben moeite met het tempo waarin ze moeten overgaan op AI. U zou er zo op hameren dat ze daar niet voor durven uit te komen. Herkent u dat?

Van der Veldt: ‘Ja, AI-schaamte. Ik heb het naar aanleiding van wat Jitske schreef laten uitzoeken. Dit zijn uitzonderingen. Een enkeling vindt het moeilijk überhaupt te starten met gebruik van AI, die blijven liever werken zoals ze altijd deden. Dat heb je altijd in organisaties. Ik denk dat, als ze maar zien dat ze er tijd mee kunnen besparen en meer plezier uit hun werk kunnen halen, ze toch geneigd zijn het eens te proberen.’

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next