Arbeidsmigratie
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Hoe veel laagbetaalde arbeidsmigranten kan Nederland aan? Die vraag komt op bij het jongste nieuws over de huisvesting van mensen die werken in bijvoorbeeld de land- en tuinbouw, of bijvoorbeeld grote distributiecentra.
Demissionair minister Mariëlle Paul (VVD, SZW) blijkt vorige week op de dag na de verkiezingen een kabinetsvoorstel rond de huisvesting te hebben geschrapt. Dat viel aanvankelijk nauwelijks op, op zo’n nieuwsrijke dag. Het voorstel zelf kwam van haar voorganger Eddy van Hijum (NSC) en behelsde een afbouw van het inhouden van maximaal een kwart van het loon door werkgevers, als vergoeding voor de huisvesting die zij arbeidsmigranten bieden. Het idee was om zo de afhankelijkheid van deze mensen van hun werkgever – vaak een uitzendbureau – te verminderen. Want als zij hun baan zouden verliezen, zijn zij meteen ook hun woonruimte kwijt. Het idee was om werken en wonen te scheiden, en daartoe de maximale inhouding voor huisvesting stapsgewijs terug te brengen van de huidige 25 procent naar 0 in 2030.
Pauw schrapte dit voorstel zonder expliciet overleg met betrokken organisaties, van vakbonden tot de uitzendbranche. Eerdere mededelingen dat zij dit wél deed, zijn door NRC gelogenstraft.
Deze kwestie heeft veel facetten. Hoewel de minister formeel de bevoegdheid had om tot het schrappen van het kabinetsvoorstel over te gaan, mag een wenkbrauw worden opgetrokken bij de manier waarop. Demissionaire bewindslieden past een zekere terughoudendheid, zeker wanneer zij ook nog nét in functie zijn en op interim-basis opereren. De vraag blijft waarom hier zo ruig werd opgetreden.
Daarbij komt dat de sector zelf zeer omvangrijk is geworden. Volgens schattingen zijn er rond de miljoen arbeidsmigranten in Nederland. Met name aan de onderkant van deze arbeidsmarkt is er ruimte voor misstanden. Schattingen – alwéér – van het aantal betrokken uitzendbureaus lopen op tot tienduizend of meer. Daarop valt vrijwel onmogelijk toezicht te houden, en dat geldt eveneens voor de omstandigheden waaronder mensen werken en wonen.
Arbeid van buiten is zeker nodig, maar de vraag is waar. Nederland heeft een beperkte ruimte voor bedrijvigheid, van oppervlak tot woonruimte, van stikstof tot elektriciteitsvoorziening. Keuzes worden onvermijdelijk. Uiteindelijk zal de voorkeur waar mogelijk moeten uitgaan naar hoogwaardige activiteiten en diensten. Natuurlijk: de bouwsector zal waarschijnlijk niet snel meer zonder arbeidsmigratie kunnen. De vraag naar zorg neemt in de toekomst toe. Hoogwaardige diensten en industrie, bijvoorbeeld in de high-techsector, kunnen talent uit het buitenland goed gebruiken.
Er is dus al een behoorlijk ruimtebeslag. Dat kan niet anders dan betekenen dat het aandeel van laagwaardige arbeid, die evengoed elders kan worden verricht waar de ruimte er wél is, moet worden afgebouwd.
Een hoger minimumloon zou in die zin helpen. Dat maakt laagwaardige arbeid minder aantrekkelijk. Maar ook het verbeteren van andere arbeidsvoorwaarden, zoals wonen, helpt: het maakt de werkelijke kosten van de inzet van mensen in bijvoorbeeld de landbouw en logistiek beter zichtbaar. En dat draagt weer bij tot een meer rationele beslissing welke arbeid hier winstgevend kan worden verricht.
In die zin was het voorstel van Van Hijum een bijdrage daaraan. Dat uitgerekend een liberale minister, die een gezond en modern bedrijfsleven zou moeten nastreven, dit op een achternamiddag schrapt, is moeilijk te begrijpen.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC