Drugsoorlog Mexicaanse drugscriminelen zetten in hun onderlinge gevechten, tegen de staat en tegen burgers steeds zwaardere wapens in: drones, landmijnen en zelfgemaakte explosieven. De autoriteiten kunnen de kartels amper nog aan, terwijl de bevolking op de vlucht slaat.
Guillermo Valencia, lid van het deelstaatparlement van Michoacán, voert in Apatzingán actie tegen het steeds grovere geweld van kartels in Michoacán.
Guillermo Valencia is nog geen tien minuten bezig met zijn gereedschap als zijn assistente zenuwachtig naar hem toe schuifelt. „Meneer Valencia, we kunnen hier niet te lang blijven.” Zijn twee lijfwachten, in burgerkleding en met automatische wapens, zijn duidelijk ook niet op hun gemak. Nog één keer zet Valencia aan met zijn boor. Eindelijk krijgt hij een gaatje in het metalen verkeersbord.
Onderaan het bord zitten vier kogelgaten. Duidelijk van een groot kaliber, dat minder moeite had het staal te doorzeven. Valencia drukt zijn rode waarschuwingsbord er half overheen. „Pas op”, staat er boven een doodshoofd. „Gebied met mijnen.”
„Dit is niet de eerste keer dat ik hier een bord plaats”, zegt Valencia, terwijl hij het zweet van zijn voorhoofd wist. „Maar de autoriteiten hebben het weggehaald. In plaats van de explosieven zelf op te ruimen, halen ze de waarschuwingen weg. Alsof dit niet de realiteit van deze streek is”.
Al jarenlang voert Valencia, lid van het regionale parlement, actie tegen het immense geweld van kartels in Michoacán. Deze deelstaat (4,7 miljoen inwoners) is toneel van een bloedige strijd tussen criminele organisaties, die vechten om grondgebied en smokkelroutes. Afpersing van citroen- en avocadoboeren, illegale mijnbouw, drugssmokkel: wie deze uitgestrekte, vruchtbare staat in het westen van Mexico controleert, kan flink binnenlopen.
De bloedige strijd om die controle wordt uitgevochten met steeds zwaardere wapens, die voor een groot aantal burgerslachtoffers zorgen. Valencia wijst naar een citroenboomplantage, grenzend aan de zandweg waar hij zijn waarschuwingsbord heeft opgehangen. „Hier is in februari de 15-jarige Pablo, die bezig was als dagloner, op een mijn gaan staan. Een onschuldige, hardwerkende jongen werd opgeblazen”, zegt hij.
Mayra, de moeder van Pablo, woont in de naburige stad Apatzingán. Vanwege de aanwezigheid van mijnen is ze nog altijd niet teruggeweest naar de plek des onheils. Terwijl omwonenden haar hebben gezegd dat er nog lichaamsdelen van haar zoon in de boomgaard liggen. Na lang twijfelen, besluit ze niet te willen praten met NRC. Uit angst voor represailles van lokale criminele organisaties.
Iemand die wel zijn mond opentrok tegen de criminele organisaties in de streek was Bernardo Bravo, president van de vakbond voor citroenboeren uit Apatzingán. In vurige pleidooien, onder meer op sociale media, hekelde hij de afpersing van de boeren en het gebruik van explosieven op hun land. De vader van Bernardo Bravo deed hetzelfde, en moest dat met de dood bekopen. En de kartels van Michoacán lieten nu weer zien dat wie zich uitspreekt, eraan gaat.
Een dag voordat Valencia zijn waarschuwingsbord is gaan plaatsen, is Bravo dood gevonden. In een uitgebrande auto langs een landweg, met op zijn lichaam sporen van marteling. „Bernardo was een van de weinigen die nog openlijk over de misdaad durfden te spreken”, zegt Valencia. Hij wijst naar zijn lijfwachten. „Nu ben ik de enige die nog wat zegt. Maar voor hoe lang, weet ik niet.”
Guillermo Valencia spreekt inwoners van Apatzingán.
In Apatzingán, een stad midden in de bergen van Michoacán, is de spanning die dag voelbaar. Veel winkels zijn gesloten. Wie zich op straat waagt, doet dat met gebogen hoofd, oogcontact vermijdend. Prominent aanwezig zijn jongens met opgeschoren kapsels en getatoeëerde armen, die op brommers rondrijden en alles in de gaten houden. Het zijn geen politieagenten, maar in dorpen als deze mogen ze wel als de plaatselijke autoriteiten worden beschouwd.
Apatzingán wordt al lange tijd geplaagd door geweld. Een blik op de nieuwsberichten van 2025 geeft een gruwelijk beeld. In januari werden vier hoofden van mensen op het lokale plein gevonden. In juli kwamen militairen om bij aanvallen met explosieven op politieposten. In oktober werden legerhelikopters ingezet tegen gewapende bendeleden.
In twee jaar tijd zijn zeker tweeduizend mensen de streek ontvlucht, ze zijn vertrokken naar grotere steden als Uruapán en Morelia, elders in Michoacán. Maar ook daar is het allesbehalve veilig: afgelopen weekeinde werd de burgemeester van Uruapán op straat geliquideerd terwijl hij in zijn stad deelnam aan festiviteiten rond de Dag van de Doden.
De bergachtige regio waar Apatzingán deel van uitmaakt heet Tierra Caliente, Hete Grond. Zeker vijf grote Mexicaanse kartels vechten hier om de macht, waaronder het oppermachtige Jaliscokartel. Geweld door of tussen kartels is niets nieuws voor Michoacán, maar de vorm van het geweld is wel veranderd.
Er worden mijnen gelegd om territorium af te bakenen of de tegenstander te verrassen. Zelfgemaakte explosieven worden aan drones gehangen en losgelaten boven ‘vijandelijk’ gebied. Gepensioneerde militairen uit Colombia en Guatemala worden geworven en krijgen vorstelijke vergoedingen om voor kartels te vechten. Onlangs schreef de in veiligheidskwesties gespecialiseerde nieuwssite Intelligence Online dat Mexicaanse kartels strijders naar het front in Oekraïne sturen om ervaring op te doen met het besturen van drones.
De militarisering van de drugskartels is voor lokale en federale autoriteiten een groeiende uitdaging. Sinds 2022 zijn in Michoacán en het aangrenzende Jalisco zeker 32 mensen omgekomen door landmijnen, mogelijk zijn het er veel meer. En hoewel op veel plekken militairen gestationeerd zijn, hebben zij verre van de controle in de minder herbergzame gebieden van Michoacán.
Dat is ook de ervaring van Carlos Roberto Gómez, leider van de explosievenopruimingsdienst van de deelstaatpolitie van Michoacán. „Ik heb 27 jaar in het leger gezeten. Maar wat ik hier in de afgelopen twee jaar heb meegemaakt, is vele malen heftiger dan wat ik als militair meemaakte”, zegt de goedlachse Roberto Gómez.
Op zijn telefoon laat hij beelden zien van een hinderlaag, waar hij met zijn eenheid inliep nadat hij was opgeroepen om twee bermbommen onschadelijk te maken. „We moesten twee helikopters oproepen om hier uit te komen”, zegt hij.
Haast dagelijks komt Roberto Gómez in actie om explosieven onschadelijk te maken. Hoewel het leger een eigen explosieveneenheid heeft, worden er zoveel onontplofte bommen gevonden in Michoacán dat beide diensten het druk hebben. „Ik zit hier nu twee jaar. Ik heb denk ik wel drieduizend explosieven onschadelijk gemaakt in die periode. En bij elk explosief ken ik het verhaal nog.”
Carlos Roberto Gómez leidt de explosievenopruimingsdienst van de deelstaatpolitie van Michoacán. Zelfgemaakte explosieven van alle soorten en maten liggen in de kazerne.
Roberto Gómez laat een zelfgemaakt explosief zien dat van een drone kan worden afgeworpen, met een flessenhals voor de aerodynamiek.
Roberto Gómez wijst naar de tafels achter in de kazerne. Zelfgemaakte explosieven van alle soorten en maten liggen er uitgestald. Een opengezaagde auto-uitlaat. Een gasbom. Een verfbus. Ze zijn stuk voor stuk voorzien van een ontstekingsmechanisme en gevuld met springstof. De politiekapitein wijst op een stalen buis. „Kijk, hier zie je hoe simpel het is. Met tape worden spijkers aan deze buis geplakt. Hieronder zit de springstof, met het ontstekingsmechanisme eraan. Je laat het vanaf een drone vallen, en je hebt een explosie”, zegt hij.
Volgens Roberto Gómez worden de explosieven steeds professioneler. Hij wijt het aan de invloed van buitenlandse ex-militairen die worden ingehuurd door kartels. „We komen steeds vaker bommen tegen die op afstand tot ontploffing gebracht kunnen worden. Dan moet je meer kunnen dan hobbyen. Dat moet je militaire kennis hebben”, zegt hij.
De explosievenopruimingsdienst traint ook met speurhonden.
Aanvallen met drones worden met name veel gemeld in staten als Michoacán, Jalisco en Guerrero, waar kartelconflicten het heftigst zijn. Ook elders in Mexico zijn er aanslagen met drones. In oktober werd in grensstad Tijuana het gebouw van het Openbaar Ministerie aangevallen met een drone die drie explosieven vervoerde. Ieder jaar stijgt het aantal incidenten. Volgens het ministerie van Defensie werden in 2020 vijf aanvallen gemeld, in de eerste helft van 2025 waren dat er 260.
Eén van de dorpen waar het geweld tussen bendes de afgelopen jaren is verergerd, is La Ruana, op een uur rijden van Apatzingán. Burgemeester van het dorpje is Guadalupe Mora, een oudere man die constant geflankeerd wordt door zes zwaarbewapende mannen. „Het is alsof ik er familie bij heb gekregen”, lacht Mora, als hem wordt gevraagd naar de aanwezigheid van de lijfwachten.
Mora heeft permanente bewaking sinds zijn broer Hipolitó Mora drie jaar geleden werd doodgeschoten. Hipolitó had daarvoor al twee aanslagen overleefd. Hij was een doelwit van vrijwel alle criminele organisaties in de regio, nadat hij in 2013 de autodefensas in het leven had geroepen, op het plein van La Ruana.
Guadalupe Mora, burgemeester van het dorpje La Ruana.
Vanwege de vele moordaanslagen op lokale bestuurders, wordt burgemeester Mora beveiligd door zwaarbewapende lijfwachten.
Deze autodefensas waren burgermilities, vaak gewapende boeren, die het geweld en de afpersingen van criminele organisaties beu waren. Ze namen de wapens op en dreven op veel plekken, waaronder La Ruana, de kartels uit de straten. Lupe Mora vocht mee, aan de zijde van zijn broer. De autodefensas van La Ruana zijn echter al enkele jaren niet meer actief, en nu is het vrijwel iedere dag raak in het dorp, vertelt Mora. „Gistermiddag nog, om vier uur, een enorme schietpartij. Vorige week duurden de gevechten zelfs tien uur. En als ik de kazerne bel voor steun, wordt er niet opgenomen.”
Volgens Mora is het een kwestie van tijd voordat men in het dorp de wapens weer opneemt. „We staan er helemaal alleen voor. De regering doet alsof er niets aan de hand is. Militairen blijven uit angst in hun kazerne. En de lokale politie is corrupt of heeft niet de wapens om het tegen explosieven op te nemen”, zegt hij.
Voor de Mexicaanse president Claudia Sheinbaum is de militarisering van de drugskartels in Mexico een groot probleem. De Verenigde Staten oefenen sinds het aantreden van Donald Trump grote druk op haar regering uit om de machtige criminele organisaties harder aan te pakken. Al langer wordt vanuit de Republikeinse Partij gedreigd met militaire interventie in Mexico om kartels aan te pakken, een dreigement dat na de recente aanvallen op vermeende drugsbootjes nabij Venezuela en Colombia alleen maar serieuzer wordt genomen.
In juni haalde Lupe Mora de nationale tv-shows met een oproep om internationale interventie. Hij sprak van de „hoogste alarmfase” in La Ruana en riep de Verenigde Naties op om te interveniëren. In de oproep bekritiseerde Mora de „totale afwezigheid van de deelstaat- en federale overheid, die geen enkele troepenmacht of ondersteuning heeft gestuurd.”
„Eerder dit jaar zijn hier gewapende Colombianen aangehouden. We hebben aanvallen met drones op huizen gehad. Wij zijn boeren. Wij leven van het land. Wij zijn niet bij machte dit geweld af te slaan”, zegt hij. Mora wijst naar de Verenigde Staten. „De president [Trump] heeft gezegd dat hij het leger wil sturen. Als hij wil komen om de boel hier op te ruimen, is hij wat mij betreft van harte welkom.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet
Source: NRC