Cultuurdagboek Boudewijn Jansen is dirigent-repetitor bij De Nationale Opera. Daar werkt hij nu aan Tsjaikovski’s ‘De maagd van Orléans’. Daarnaast is hij ook nog dirigent van twee gevorderde Amsterdamse amateurkoren. Wat dat inhoudt, vertelt hij in zijn Cultuurdagboek.
Dirigent-repetitor Boudewijn Jansen tijdens de repetities van de voorstelling 'De Maagd van Orléans'.
B-Ha-sh-Shaw bW… De hele nacht blijven de fascinerende klanken van de Arabische taal uit het lied ‘Albousta’ door mijn hoofd malen. Keer op keer hoor ik de uit Damascus uitgeweken Karam Abdulrahman voorzingen. Mijn Toonkunstkoor Amsterdam ging ervoor gisteravond, dat moet gezegd. Vervolgens zong men Karam ook nog na met bijbehorende kwarttonen. Zal dit mijn 22-jarige strijd om het koor rein te laten intoneren in één klap de das om doen? Nou ja, voor het goede doel dan maar: we geven een concert samen met Syrische musici op de MS Galaxy, de boot van het COA [Centraal Orgaan opvang asielzoekers]. Gaan de aspirant-Nederlanders ons verstaan? Hopelijk ontstaat er echte verbinding.
Nu op weg naar De Nationale Opera voor een onderdompeling in het Russisch. We zijn bezig aan Tsjaikovski’s minder bekende De maagd van Orléans, over Jeanne d’Arc. Veel Russischtalige zangers zijn naar Amsterdam gekomen, ook uit onder andere Oekraïne en Moldavië. Ach Rusland, wat heb je toch een rijke cultuur en taal.
Sinds gisteren hebben we de repetitiestudio ingewisseld voor het hoofdtoneel. Het reusachtige decor blijkt gelukkig akoestisch prima. Hier zullen straks circa negentig koorzangers, tien solisten en tien acteurs floreren, aangevuurd door tachtig orkestleden in de bak en tien musici op toneel. Daarnaast op, achter en onder het toneel talloze hulpkrachten. Maar voordat dit allemaal naadloos samenwerkt moet er nog heel wat worden gezweet, gewanhoopt en… genoten.
„Er moet nog heel wat worden gezweet, gewanhoopt en… genoten.”
Dirigent Valentin Uryupin werkt hard, maar kan niet overal zijn. Er is een extra luisterend oor nodig en iemand die in alle muzikale voor- en tegenspoed raad weet. Dat zijn mijn taken. Maar zelfs na meer dan dertig jaar opera’s maken zijn er voor mij als dirigent-repetitor steeds weer verrassingen. Het is altijd anders dan je verwacht en het samenwerken met verschillende musici en artistieke teams blijft zeer uitdagend. Steeds zijn er prestatiedruk en zorgen: de sopraan is ziek (extra repetitie met invaller vanavond), het decor valt akoestisch tegen, de dirigent neemt te trage tempi (nog een keer uitleggen dat in de moordscène de vaart belangrijker is dan het detail), het koor raakt steeds achterop (omdat men dood neergevallen de dirigent niet meer kan zien). Maar er is geen excuus: het moet top zijn.
Vandaag is van stress geen sprake. Valentin is met junior-assistent Kyungmin Park naar de orkestrepetities in de NedPhO-koepel. Ik dirigeer de repetities met solisten en piano waarin de regie centraal staat. Regisseur Dmitri Tsjerniakov gaat psychologisch de diepte in. Ik probeer steeds simultaan de muziek gedetailleerd te blijven verzorgen, zodat er een symbiose tussen muziek en regie kan ontstaan. Het is genieten als het lukt.
Achter de schermen van de Opera.
Die Tsjaikovski! Een meester in melancholie en dramatiek, maar het tweekoppige monster van sentimentaliteit en bombast moet vakkundig bestreden worden. „Het blijf áltijd elegant!”, hamert mijn Russisch-Nederlandse collega Irina Sisoyeva erin. Met weemoed en dankbaarheid denk ik terug aan de samenwerking in meerdere Tsjaikovski-opera’s met de grote dirigent Mariss Jansons. Ver na middernacht puzzelden we nog op verbeteringen.
Woensdagavond: repetitie met mijn Studentenkoor Amsterdam. De concerten zijn nabij. Snappen de nieuwe leden wel dat de lat hoog ligt, zijn de routiniers niet ingekakt? Ik spring als een jonge haan voor ze op en neer om de spirit erin te jagen. Als dat lukt is de leercurve vrijwel verticaal. Maar tegen negen uur zijn ze onrustig: de exitpolls! En tja… jammer dat zovelen in ons land kiezen voor korte termijn welvaart, en de toekomst van jongeren op het spel zetten.
Maar dan is er weer het wonder van de muziek: „Komm Trost der Welt” zingen we, Hugo Wolfs Resignation. Er prikken tranen ergens. Niks laten merken, hoed je voor sentimentaliteit!
Vanmiddag weer op het operatoneel, nu ook met koor. „We komen te veel achter je slag” roepen ze al voor ik iets zeg. We kennen elkaar. Ik geef commentaar bij soundchecks: „Fluitist iets meer in de coulissen, orgel klinkt naar plastic, kunnen de engelen onwerelds klinken, alsjeblieft?”
Tussendoor een leuke coaching met sopraan Veronika Akhmetchina. Lesgeven is belangrijk voor me geworden. Ik heb verleden maand zeer genoten van de masterclass op het Haagse Koninklijk Conservatorium. Doorgeven wordt belangrijker.
’s Avonds moet de kunst zich maar even zelf redden: dochter Suze haalt haar biologie-bul. Tijd voor verhalen over stamcellen, wormen en het studentenleven. Zei ik al dat ze geweldig is?
Boudewijn Jansen repeteert met zangeres Veronika Akhmetchina.
„Muziek kan soms helend zijn.”
Weer vroeg op pad voor toneel repetities. Gelukkig kan ik vaak carpoolen met mijn vrouw Marlies. Het is ons enige bijpraatmoment in deze dagen. Terwijl ik pieker over een nootje hier of daar, strijdt zij onvermoeibaar voor kinderen in het nauw in de jeugd-ggz. Wat een leed soms al zo vroeg in het leven, hoe moet dat verder? Soms moet het hart echt even gelucht. Waar is die file als je hem nodig hebt?
Maar al snel vinden we raakvlakken. Muziek kan soms ook helend zijn. En Jeanne d’Arc in onze opera is een beschadigd jong mens met een godsdienstfanaat als vader. Ze hoort zingende stemmen in haar hoofd. De opera toont ons haar leven, wij antwoorden met ons leven. Onze eigen emoties maken een duet van Jeannes weemoedige aria.
Eerste repetitie met orkest in de bak, zonder acteren nu nog. Zelfs als men niet over het toneel heen rollebolt is het een complexe opgave. Maar het gaat goed, na afloop heb ik maar zes kantjes aan notities voor de dirigent. Deel 16: maat 143 hoorns te luid, maat 151 triolen in violen onhoorbaar, maat 160 te snel voor koor, maat 163 tenor te laag.
Daarna een interview met Olga Kruisbrink voor de nieuwste podcast van Toonkunstkoor Amsterdam. Welk koor zingt niet alleen Fauré, Pärt, Fairuz, Tippett en gregoriaans, maar maakt ook verdiepende podcasts en geeft actuele thema’s een plaats op het podium? Trots.
„Zelfs als men niet over het toneel heen rollebolt is het een complexe opgave. „
„Grote bedrijvigheid, voor velen een werkdag van vijftien uur.”
Rustdag. Dat wil zeggen, zoveel vrolijk (klein)kindergewemel dat ik stiekem denk: wat is nu eigenlijk mijn rustdag?
Vandaag is de pianogenerale: een repetitie met alle kleding, decors, kap-schmink, regie, maar met piano in plaats van orkest. Grote bedrijvigheid, voor velen een werkdag van vijftien uur. De spanning is fiks aan het oplopen, vooral voor de vierde akte met zijn complexe toneeleffecten.
Overleefd. Moe maar tevreden op weg naar mijn agrarische dorp krijg ik een idee voor een spandoek waarvan iedereen zal schrikken: ‘No musicians, no music!’
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC