is natuurkundige, oud-politicus en columnist van de Volkskrant.
Het leek zo’n mooi idee. Twee jaar geleden presenteerde de Braziliaanse president Lula vol trots zijn plan voor de dertigste klimaattop van de Verenigde Naties. COP30 wordt gehouden in Belem, midden in de Amazone. Zo worden regeringsleiders en klimaatonderhandelaars rechtstreeks geconfronteerd met het klimaatbelang van wat ooit de ‘longen van de wereld’ waren, maar inmiddels door houtkap en bosbranden een grote bron van broeikasgassen is geworden.
Vele kostenoverschrijdingen, een enorm tekort aan hotelkamers en tienduizenden gekapte bomen verder, begint donderdag de jaarlijkse hoogmis van de internationale klimaatdiplomatie. Delegaties van arme landen zijn noodgedwongen afgeslankt en ook veel milieu- en mensenrechtenorganisaties kunnen de dure hotelkamers niet betalen.
Dat komt de oliestaten die steevast onder vuur van actiegroepen liggen, goed uit, maar het is uiteindelijk slecht voor de conferentie. Experts van milieuorganisaties lopen soms al dertig jaar mee bij de klimaatonderhandelingen en versterken vooral de kleine landen die dat hard nodig hebben, zoals Samoa, Tuvalu of Vanuatu, de verdrinkende eilandstaatjes in de Stille Oceaan.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Erger nog dan al dit ongemak is de afwezigheid van ‘s werelds op één na grootste klimaatvervuiler. Amerika trok zich direct na de installatie van president Trump terug uit het Parijs-akkoord. Officieel zijn de Verenigde Staten nog tot 1 januari lid, maar het Witte Huis liet vorige week weten dat er geen Amerikanen naar Belem komen. Dat levert bij de klimaatdiplomaten een dubbel gevoel op.
Enerzijds opluchting, want velen herinneren zich nog hoe onderhandelaar Paula Dobriansky onder de regering-Bush jr. menig klimaattop bijna tot zinken bracht. Men vreesde nu te maken te krijgen met de overtreffende trap. Maar het ongemak overheerst toch. Klimaatonderhandelen zonder Amerika voelt een beetje als praten over wijnproductie zonder Frankrijk.
Kan Europa met haar traditionele kartrekkersmentaliteit op klimaatconferenties, het gemis compenseren? Nauwelijks. De EU ruziede dinsdag nog tot diep in de nacht over haar inzet bij deze klimaattop en kwam uiteindelijk met een verwaterde ambitie naar buiten. Geen lekkere uitgangspositie.
Wat staat er in Belem op het spel? Klimaattoppen zien er vaak hopeloos complex uit maar draaien in essentie altijd om dezelfde twee zaken: klimaatinspanningen en geld. De posities zijn daarbij even overzichtelijk als in beton gegoten. Het rijke Noorden wil dat het Zuiden – en dan met name China en India – ook ambitieuze toezeggingen doet om zijn broeikasemissies terug te dringen. Het Zuiden wil daar weinig van weten en wil eerst dat het Noorden arme landen financieel flink ondersteunt. Het Noorden is immers rijk geworden dankzij de massale verbranding van fossiele brandstoffen en nu plukken de zuidelijke landen de wrange vruchten van klimaatverandering.
Dat rechtvaardigt compensatie. Om klimaatmaatregelen van te betalen, maar ook om zich aan te passen aan de opwarming van de aarde. De afgelopen jaren is er noest in het beton van beide posities gebikt en zijn er kleine brokjes naar elkaar toegeworpen. Er kwam een klein fonds voor klimaatschade. China en India scherpten hun doelen een beetje aan.
Dit keer zouden er grote stappen gezet moeten worden, zoals overeenstemming over klimaatfinanciering in de omvang van 1,3 biljoen (!) per jaar (!) en klimaatambities die, alle landen opgeteld, een extra 20 biljoen ton aan CO2-reductie bewerkstelligen in 2035. Het is helaas niet voorbarig om te concluderen dat het politiek momentum daarvoor nu totaal ontbreekt. Het zal in Belem bij kruimels blijven. Dat is zorgelijk en schandelijk. Wie gaat het onze kinderen uitleggen?
Toch is er geen reden tot wanhoop. Want: terwijl de politieke karavaan vrijwel tot stilstand komt onder de geopolitieke verrechtsing, floreert duurzame technologie als nooit tevoren. China alleen al legde in het afgelopen half jaar zo’n 2.500 vierkante kilometer aan zonneparken neer. Dat is 50 zonnepanelen per seconde. Windenergie gaat al net zo vrolijkmakend hard. Batterijen waren de afgelopen jaren de snelst groeiende technologie in de geschiedenis van de mensheid. Duurzame energie-investeringen waren vorig jaar twee keer groter dan de fossiele bedragen. Vooruitgang laat gelukkig niet uit het veld slaan door diplomatiek onvermogen.
Technologie alleen is uiteindelijk niet genoeg natuurlijk, er zal nog veel politieke moed aangeboord moeten worden om de duurzame finishlijn te bereiken. Maar dankzij magisch menselijk vernuft kunnen we één klimaattop verzaken. Op naar de volgende.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant