Home

Erger je je al aan scheuren in spijkerbroeken? ‘Trashed vintage’ gaat vele stappen verder

Liefhebbers betalen honderden euro’s voor kleding die bijna uit elkaar valt.

Werkmansjasje, te koop bij Atelier Oran in Parijs (380 euro)

Het jasje is totaal versleten. De knopen hebben roestvlekken achtergelaten op wat ooit typisch Frans helderblauw katoen was, maar nu een vlekkerig en uitgebleekt geheel is. Een mouw hangt er helemaal af, de gescheurde randen van de stof zijn zwart, alsof ze verbrand zijn.

De gemiddelde mens zou er niet eens de vloer mee dweilen. Maar volgens ‘Loupnoirstudio’, dat het ‘veste de travail’ aanbiedt op Vinted, heeft het „een mooi patina” en is het zeer geschikt om gefotografeerd te worden, ingelijst, bestudeerd of – en hierachter komt een knipoog-emoji – in de prullenbak te worden gegooid. Vraagprijs: 140 euro.

Een koopje vergeleken bij het ‘Carhartt Detroit beige faded painter jacket’ van verkoper ‘Sebapai’. Dat jack uit 2000, met verfvlekken en gerafelde manchetten, moet op Vinted 500 euro opbrengen. Nog 100 euro duurder: een gebleekte, gevlekte, gescheurde en verstelde honderd jaar oude coltrui (via ‘Jxsusxaan’).

Dat tweedehands kleren versleten kunnen zijn, en dat dit vaak ook juist gewenst is – want modieus – is niks nieuws. Al in de jaren tachtig waren tweedehands, gebleekte Levi’s 501 jeans enorm gewild, en wie een gebruikt bandshirt koopt, vindt het meestal geen probleem dat het er verwassen uitziet, integendeel.

Het is ook allang niet meer duidelijk of zo’n shirt ‘echt’ verwassen is of ooit zo in de winkel gekocht, want nieuwe kleren zien er al tientallen jaren niet meer per definitie nieuw uit. Jeans, T-shirts, truien, nette herenschoenen, sneakers: alles is te koop met kunstmatige gebruikssporen. Die trend begon al begin jaren tachtig, toen Rei Kawakubo, de ontwerper achter het Japanse merk Comme des Garçons, met kapotgemaakte kleren doorbrak in Parijs.

Maar ‘distressed vintage’ of ‘trashed vintage’, zoals de uit elkaar vallende tweedehandskleding wordt genoemd, gaat nog veel verder. Hierbij geldt, zoals de Amerikaanse vintagehandelaar Connor Gressitt (29) zegt, „hoe kapotter, hoe beter”. Gressitt, die op Instagram Dumpster Diver heet, heeft zijn specialisme gemaakt van wat hij „de negatieve ruimte in kleding” noemt – een chique term voor gaten. Hij is alleen geïnteresseerd in kledingstukken „die schaars zijn en niet meer in productie”. Gressitt heeft een online shop, LeGarbaage, en is mede-organisator van een halfjaarlijkse vintagebeurs, Distressed Fest, die afwisselend in New York en Los Angeles plaatsvindt. Handelaren van over de hele wereld verkopen er met name extreem afgedragen vintage.

Zijn klantenkring bestaat, zegt hij, vooral uit jonge hippe New Yorkers, Japanse bankiers, stylisten en high-end modeontwerpers. De acteurs Austin Butler en Jeremy Allen White zijn inmiddels ook in versleten vintage werkjasjes gesignaleerd – niet afkomstig van Gressit, overigens.

De Amerikaanse Emily (43), die werkt bij een fitnessbedrijf voor kinderen, kocht onlangs bij Gressitt een ‘sweater-vest’ uit de jaren veertig „waar heel weinig vest van over was”. Ze betaalde er omgerekend iets meer dan 100 euro voor. „Het valt uit elkaar, maar ik vind het geweldig dat het nog nét als kledingstuk gezien en gedragen kan worden”, zegt ze.

Dit Carhartt-jack uit 2000 was op Vinted voor 500 euro te koop

Dit restant van een gebreid vest uit de jaren veertig bracht ruim 100 euro op

Boerderijen

Gressitt werkte tot een paar jaar geleden in een timmerwerkplaats, maar kan nu van zijn handel leven. De oude kleding die hij verkoopt vindt hij „op de vuilnisbelt” of „onder het hooi” in schuren van Californische boerderijen. Hij gaat op de bonnefooi van deur tot deur. Sommige boeren jagen hem meteen van hun erf af, soms wordt hij pas na vijf of zes keer vragen toegelaten. Als de boeren vervelend tegen hem zijn, geeft hij ze een dollar of veertig voor een stapel die hij voor duizenden dollars kan verkopen. Als ze aardig zijn, geeft hij ze meer.

De video’s die Gressitt op Instagram en YouTube plaatst roepen vaak verontwaardigde reacties op. In een van zijn video’s draagt hij een houthakkersshirt uit de jaren dertig waarvan alleen de mouwen en hals nog over zijn. „Rage bait!”, reageert iemand eronder. „Ik heb nog wel een oude sok liggen die je kunt verkopen”, schrijft een ander.

Magazine #43 Schoonheid Met o.a.: ‘schoonheids-professor’ Giselinde Kuipers, modellenscout Michiel van Maaren en de tijdloze keramiek van Jan van der Vaart

Lees alle stukken

In een andere video laat Gressitt een ‘1940 Hoodless Afterhood Sweatshirt’ zien dat uit meer gaten dan stof bestaat. De vraagprijs is 2.500 dollar (ongeveer 2.150 euro). „Wat een zieke grap!”, luidt een reactie. Iemand anders plaatst het in groter verband: „We leven definitief in een dystopie!”

Ook Max Sardi maakt zich boos over de deze vorm van vintage. Hij is de eigenaar van Sanforized, een Londense winkel-op-afspraak met Amerikaanse kleding uit de jaren vijftig en zestig. De kleding die hij verkoopt kan gebruikssporen hebben, maar is nog wel intact. Wat handelaren als Gressitt doen vindt hij „één grote hype, een totaal irrationeel spel van vraag en aanbod. De kleding is soms letterlijk aan het desintegreren. Toch vragen ze er de hoofdprijs voor.”

Lou Taylor, emeritus hoogleraar Kostuumgeschiedenis aan de Universiteit van Brighton, vindt het dragen van totaal versleten kleding moreel verwerpelijk. In The Several Lives of a Collection of Rag Dump Clothing from Normandy (1900–55), een wetenschappelijk artikel uit 2018, noemt ze het ‘poverty chic’, „een onethische romantisering van armoede door mensen die een welgesteld leven leiden”.

Connor Gressitt groeide zelf op in een arbeidersgezin in de buurt van San Diego. „De kringloop was het enige dat we ons konden veroorloven”, zegt hij. „Mijn vader doorzocht altijd het vuilnis langs de weg, op zoek naar gereedschap, meubels, of kleding. Dat doe ik nu ook. Het enige verschil is dat er mijn werk van heb gemaakt. Ik kan zelf ook eigenlijk nog steeds niet geloven dat ik veel verdien aan een dirty old rag die ik de week ervoor ergens heb gevonden. Maar als iemand bereid is 1.000 dollar te betalen voor een uit elkaar vallende, door muizen aangevreten trui van zestig jaar oud, dan is die trui wat mij betreft 1.000 dollar waard.”

Authentieke imperfectie

Lila ten Haaf (27), die binnenkort op de modeopleiding Esmod Paris afstudeert met een scriptie over afgedankte en uitgeleefde kleding, ziet er wel de charme van in. „Alle vintage is tot op zekere hoogte uniek, maar dit soort vintage is nóg unieker”, zegt ze. „Wanneer je een kapot kledingstuk draagt, weet je: niemand anders heeft precies dit scheurtje, vlekje of rafeltje. Vooral onder de jongere generatie, die opgroeide met de klimaatcrisis, internet en sociale media is er een enorme behoefte aan authentieke imperfectie, aan alles wat niet gefilterd, vervangbaar of efficiënt is.”

„We leven in een wereld vol leugens en fake news, waarin iedereen op zoek is naar iets echts en menselijks”, zegt Sofiane Boukhari (43), oprichter van de Parijse vintagewinkel Atelier Oran. „Extreme vintage is geen nostalgie, maar een vorm van verzet.”

Sweatshirt uit de jaren vijftig, versleten maar nog intact

Voor 600 euro op Vinted: deze honderd jaar oude coltrui

Erfstuk

„Wat ik leuk vind aan het dragen van versleten, gescheurde of herstelde kleding is het gevoel dat het door iemand anders al een leven lang gedragen is”, zegt Chris Henderson (30), een stylist uit Manchester die werkt voor het modemerk C.P. Company. „Het is als een erfstuk van iemand die ik niet ken. Ik zou het vreselijk vinden als iemand denkt dat ik een T-shirt met gaten alleen draag om er cool uit te zien.”

Jos Grootveld (25), volgens zijn Instagramaccount ‘vintage & militaria enthusiast’ en medewerker bij vintagewinkel Tijdcapsule in Zwolle, heeft een zwaar versleten Amerikaans overhemd uit de Tweede Wereldoorlog, dat hij voor 100 euro op Marktplaats kocht. „Er staat niet alleen een wasnummer op dat gekoppeld is aan een specifieke soldaat, maar de soldaat heeft er ook zijn naam in geschreven. Zo’n nummer kun je tegenwoordig trouwens op internet gewoon opzoeken. Ik vind het bizar om te bedenken wat dat overhemd heeft meegemaakt en gezien.”

Vanwege de historische lading ervaart Philip Günther (29), eigenaar van een vintagewinkel in de buurt van Keulen, zelfs „een plichtsgevoel” wanneer hij een vintage kledingstuk draagt. „Het is ouder dan ik, en zal misschien nog bestaan wanneer ik allang dood ben. Ik voel me echt bevoorrecht om het aan te hebben – en zie het als mijn taak om er goed voor te zorgen, juist als het al door en door versleten is.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next