Verkiezingen De uitslag lijkt vorming van een daadkrachtige en stabiele coalitie lastig te maken. Het is tijd voor een minderheidskabinet, zeggen Hans Borstlap, Mark Thiessen en Maarten van Rossum. Maar Claes de Vreese denkt dat het nu niet kan.
Fractievoorzitters aan tafel met Tweede Kamervoorzitter Martin Bosma in een bijeenkomst na de verkiezingen waarbij een verkenner is aangesteld.
Over welke partij zou kunnen aansluiten bij het motorblok van het nieuwe kabinet van D66, VVD en CDA is nu de discussie losgebrand; JA21 dan wel Groenlinks-PvdA. Een derde variant verdient meer aandacht: een minderheidskabinet van D66, VVD en CDA.
Aansluiting van JA21 dan wel Groenlinks-PvdA levert geen meerderheid op in de Eerste Kamer, en bovendien zijn in die coalities grote spanningen voorspelbaar: tussen D66 en JA21, of tussen VVD en Groenlinks-PvdA. We mogen van het motorblok een grotere eensgezindheid en daadkracht verwachten dan van een vierpartijenkabinet met alle interne discussies, zoals we de afgelopen jaren hebben meegemaakt. Het is een misverstand te denken dat stabiliteit gewaarborgd kan worden door een zo breed mogelijke coalitie.
De grootste opgave voor de komende jaren is immers een krachtig, eenduidig beleid. Daarvoor is nodig een politiek centrum dat met daadkracht en duidelijke keuzes al die grote problemen aanpakt die de laatste jaren zijn vooruitgeschoven: asiel- en arbeidsmigratie, defensie, versterken Europese eenheid, sociaal-economische innovatie, houdbare economische bedrijvigheid en een daarbij passende modernisering van de arbeidsmarkt, fiscaliteit/toeslagen, cluster wonen/milieu/ruimtelijke ordening/gemoderniseerde agrarische sector, regeldruk aanzienlijk terugbrengen.
Dat kan nu met de drie motorblokpartijen: een kabinet van D66, VVD en CDA, daadkrachtig beleid op hoofdlijnen en binnen een paar weken klaar.
Vervolgens zal daar steun voor verworven moeten worden met wisselende meerderheden. Oppositiepartijen in de kamer kunnen laten zien dat ze verantwoordelijkheid kunnen dragen en niet weglopen voor moeilijke en soms pijnlijke keuzes. Vluchten kan niet meer.
Intussen vraagt deze benadering wel een zorgvuldige selectie van bewindspersonen. Geen partij-ideologen of mensen die vooral het eigen gelijk zoeken, maar bewindspersonen die vooruit willen met ons land, het vermogen hebben te luisteren en de verbeeldingskracht om meerderheden te verwerven. En die zo nodig tegen hun eigen partij in durven te gaan. Deze personen zijn er, in alle drie de partijen. Het lijkt mij ook niet zo gek als de drie partijleiders over en weer elkaar helpen tot de juiste selectie in eigen kring te komen. Het gaat echt om de samenhang en om het vormen van een team. Dat de beoogde minister-president daar ook nadrukkelijk een stem in krijgt, lijkt mij evident.
Hans Borstlap is voormalig directeur generaal op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en voormalig lid van de Raad van State.
Met de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen duikt opnieuw de vraag op of een minderheidskabinet in Nederland mogelijk is. Vaak wordt daarbij gekeken naar Denemarken, waar minderheidskabinetten sinds de Tweede Wereldoorlog de norm zijn. Is in Nederland een minderheidskabinet naar Deens model denkbaar?
Formeel staat niets een minderheidskabinet in Nederland in de weg. Sterker nog: de Staatscommissie parlementair stelsel concludeerde in 2018 dat landen met minderheidskabinetten niet kampen met slechter beleid of een haperend parlementair stelsel. Integendeel – daar is vaak sprake van een actiever controlerend parlement, meer dualisme en meer profilering van zowel regerings- als oppositiepartijen. Dat klinkt aantrekkelijk in een politiek landschap met veel fragmentatie en weinig grote partijen.
Maar die voordelen heb je niet zomaar. Er zijn verschillende redenen dat minderheidskabinetten in bijvoorbeeld Denemarken zo succesvol zijn.
Denemarken heeft een éénkamerstelsel, zodat een een kabinet anders dan in Nederland maar met één parlementaire kamer rekening hoeft te houden. Dat maakt het in de praktijk eenvoudiger om compromissen te sluiten. Bovendien zijn minderheidskabinetten in Denemarken de regel, niet de uitzondering. Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn er slechts enkele meerderheidskabinetten geweest. Nu heeft Denemarken een brede middencoalitie van de Sociaaldemocraten, Venstre (de Deense VVD) en Moderaterne (een nieuwe middenpartij), maar de afgelopen zeventig jaar waren er minderheidskabinetten in allerlei vormen, met of zonder vaste gedoogpartners. Het is bovendien gebruikelijk dat er per onderwerp wisselende coalities worden gevormd.
Omdat minderheidskabinetten de norm zijn, is dat diep verankerd in de politieke cultuur. Partijen weten dat ze in de toekomst zelf mogelijk op zoek moeten naar meerderheden, wat leidt tot een cultuur van onderhandelen, compromissen sluiten en elkaar iets gunnen. Bij grote maatschappelijke vraagstukken ontstaan vaak brede coalities waarin ook de oppositie (of een deel daarvan) meedoet.
De brede compromissen die worden gesloten, hebben in de praktijk een bijna bindend karakter. Het is ongebruikelijk dat partijen terugkomen op eerder gemaakte afspraken, en die gelden bovendien ook voor volgende kabinetten. Alleen wanneer partijen expliciet in een verkiezingscampagne zeggen dat ze een eerdere afspraak willen herzien, wordt dat als legitiem gezien.
In Denemarken geldt ook het principe van negatief parlementarisme: een regering kan aanblijven zolang er geen meerderheid tégen haar is. Dat is wezenlijk anders dan het idee dat een kabinet een vaste meerderheid vóór zich moet hebben.
Tot slot heeft een Deense premier een belangrijke troef: die kan op elk moment het kabinet laten vallen en nieuwe verkiezingen uitschrijven, die binnen drie weken kunnen plaatsvinden. Die mogelijkheid geeft de premier een aanzienlijk strategisch voordeel bij onderhandelingen en het smeden van coalities.
Nederland lijkt op dit moment niet te beschikken over de ingrediënten die nodig zijn voor een minderheidskabinet à la Denemarken. Toch valt iets van Denemarken te leren in de komende periode, vooral met betrekking tot brede afspraken die overeind blijven.
Claes de Vreese is Deens en hoogleraar Politieke Communicatie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij adviseerde in 2024 formateur Kim Putters over dit onderwerp.
Een stabiel meerderheidskabinet is inmiddels een contradictio in terminis: je kunt een stabiel kabinet hebben of een meerderheidskabinet, maar niet meer allebei tegelijk. Partijen die tegenwoordig samen een meerderheid vormen staan inhoudelijk zo ver van elkaar af dat ze zelden echt leveren. De afgelopen kabinetten kwamen niet in de buurt van het aanpakken van de uitdagingen waar ons land voor staat. Zelfs de redelijk stabiele kabinetten riepen weerstand op: kiezers voelden zich buitengesloten of verraden, omdat hun partij met „de verkeerde” partijen ging regeren. Zo slijt het vertrouwen in de democratie langzaam weg.
Ook nu doet zich een moeilijke formatie voor, met onaantrekkelijke meerderheidscombinaties. De twee opties die voorliggen bestaan beiden uit coalities met partijen die niet met elkaar willen regeren; omdat ze zo ver uit elkaar liggen en/of omdat hun achterbannen een samenwerking niet pruimen. Dat laatste gaat zorgen voor nog grotere teleurstelling onder kiezers en een nieuwe drift naar radicaalrechts.
Als je steeds hetzelfde slechte resultaat krijgt met dezelfde benadering, dan moet je een andere benadering zoeken. Geen stabiele meerderheidscoalitie meer, maar een flexibele minderheidscoalitie.
Een minderheidscoalitie zou kunnen bestaan uit twee of drie partijen – bijvoorbeeld D66 en CDA, eventueel met VVD of GroenLinks-PvdA erbij – als kern. Die formuleren samen een wenkend perspectief: geen dichtgeregisseerd regeerakkoord, maar een gezamenlijke visie waarbinnen andere partijen in de Tweede Kamer hun eigen accenten kunnen leggen. Zo wordt beleid per onderwerp opgebouwd, en krijgen ook kleine partijen invloed. Soms zal zo’n kabinet naar links leunen, bijvoorbeeld op klimaat, soms naar rechts, bijvoorbeeld op migratie. Zo voelen meer mensen zich gehoord over de onderwerpen die zij belangrijk vinden. Niet iedereen krijgt altijd zijn zin, maar meer mensen krijgen vaker een deel van hun zin. Accepteren dat het soms jouw kant op waait en soms niet, wordt dan onderdeel van het systeem. Populisten moeten meedoen of hun mond houden. Ze kunnen zich niet langer enkel verschuilen in de oppositie.
Dat is echte democratisering van de besluitvorming. In Denemarken zijn minderheidskabinetten allang normaal. Die worden in een paar weken gevormd en de democratie functioneert prima. Een brede meerderheidscoalitie loopt het risico van interne conflicten en blokkades. In een minderheidskabinet kan geen enkele partij de stekker eruit trekken, waardoor het debat en het inhoudelijke verschil centraal staan, niet het overleven van de coalitie.
Het vraagt wel iets van politici: samen uitleggen waar je wint, en samen uitleggen waar je verliest. Maar het voorkomt het voortdurende gedoe van coalities die vooral bezig zijn te overleven. In een minderheidskabinet draait het weer om inhoud, niet om angst. Minderheidscoalities bevorderen het debat, dwingen samenwerking af en leiden hopelijk ook tot ander gedrag van onze politici. Want dat zal voor succes wel nodig zijn.
Laat een flexibel minderheidskabinet snel een optie worden tijdens deze formatie. En dan niet omdat eerst alle andere varianten zijn mislukt. Een minderheidskabinet voorstellen uit overtuiging komt krachtiger over en kan onze politiek de energie geven om weer vooruit te komen.
Mark Thiessen is mede-oprichter van Voor Ons Nederland.
Maarten van Rossum is hoofd strategie bij &fluence en auteur van ‘Toponderhandelaars’.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC