Vier vragen over | schoolboekenmakt Scholen hebben al jaren kritiek op de dominante positie van grote uitgeverijen. Boeken zijn te duur en niet duurzaam. Met een nieuwe uitgeverij wil Blendle-oprichter Marten Blankesteijn de markt voor schoolboeken openbreken. Vier vragen
Vakantiekrachten sorteren boeken bij Van Dijk Educatie, Kampen.
Weg met de miljoenen veel te dure ‘wegwerpboeken’ in het onderwijs. Weg ook met de dominantie van de huidige uitgevers in die markt. Als een wervelstorm raasde deze woensdag het Nederlands Onderwijsinstituut (Neon) door onderwijsland. Neon is een nieuwe coöperatie waarin leraren en scholen samenwerken die betere, duurzamere en goedkopere lesmethodes willen. De huidige markt voor lesstof is volgens Neon-oprichter Marten Blankesteijn nu te duur en te weinig flexibel. Vijf vragen over de markt van educatieve uitgeverijen.
Neon is een initiatief van Marten Blankesteijn, die in 2014 met net zoveel gevoel voor marketing de digitale krantenkiosk Blendle oprichtte. Blankesteijn werkte recent zelf twee jaar bij Noordhoff, een grote educatieve uitgeverij, en zag met eigen ogen dat er aan de markt voor schoolboeken veel te verbeteren viel. Bij Noordhoff lukte hem dat niet, en dus begint hij nu een eigen uitgeverij.
Blankesteijn kwam begin dit jaar op het idee om Neon op te richten, vertelt hij. „De markt voor educatieve boeken werkt niet en leidt tot hoge kosten voor scholen. Voor sommige vakken is er maar één uitgeverij die methodes aanbiedt, en dat drijft de prijzen op.” Het is een oligopolie waar de sector ook al langer kritiek op heeft, aldus Blankesteijn.
Neon is een non-profitorganisatie die zo goedkoop mogelijk lesstof wil gaan ontwikkelen. Het gaat om standaard online boeken, die digitaal zijn aan te passen door een docent op een school. Blankesteijn: „Wij zorgen voor een platform waarop het materiaal ontwikkeld wordt en waarop docenten eigen materiaal kunnen invoegen, en hoofdstukken verwijderen of in een andere volgorde zetten.” Blankesteijn heeft berekend dat Neon jaarlijks 10 miljoen euro aan kosten zal maken.
Vier zogenoemde ‘weldoeners’ staan financieel gezien aan de basis van Neon: de fondsen Afas, Fonds 21, stichting Utopa, en het VSBfonds. Ook schoolbesturen betalen volgens Blankesteijn al mee aan het initiatief, in de vorm van een contributie. De nieuwe uitgever heeft zo de beschikking over 6 miljoen euro startkapitaal, genoeg om zestig mensen aan het werk te zetten.
Op de website van Neon staan tientallen vacatures voor met name docenten en programmeurs om mee te gaan werken aan de ontwikkeling van het lesmateriaal. Die betreffen zowel het basisonderwijs als middelbare scholen. Voor alle zeventien inhoudelijke vakken worden nog auteurs gezocht voor nieuw te ontwikkelen lesmethodes.
Blankesteijn verwacht een totaal lespakket voor 20 euro per leerling per jaar te kunnen maken, tegenover 340 euro of nog meer per leerling nu. Daar komen nog wel de kosten voor het drukken (of printen) bij: Neon levert de digitale bestanden, niet de tastbare boeken.
Het lesjaar dat begint na de zomer van 2027 moet het eerste jaar zijn dat scholen met Neon aan de slag kunnen in de onderste jaarlagen. De jaren daarna ontwikkelt Neon de lesstof voor de jaren daarop. Komende zomer wil Neon al gaan testen op scholen die zich al hebben ingeschreven bij Neon.
De markt wordt nu gedomineerd door drie grote uitgeverijen: Noordhoff, Malmberg en ThiemeMeulenhoff. Gezamenlijk hebben zij driekwart van de markt voor educatieve boeken in handen. Sinds de Wet Gratis Schoolboeken uit 2008 betalen ouders niet meer zelf voor hun schoolboeken, maar krijgen scholen van de overheid een budget (340 euro) per leerling. Met dat bedrag kopen scholen leermiddelen in bij de educatieve uitgeverijen. Het betreft leerboeken, werkboeken en digitale lespakketten.
Scholen hebben al lange tijd kritiek op de dominantie van de grote uitgeverijen. Zo gooien scholen jaarlijks miljoenen werkboeken in de papiercontainer. Die zijn slechts één jaar te gebruiken omdat leerlingen er hun opgaven in doen. Ook bieden uitgeverijen zogenoemde licence-folio’s aan, die scholen verplichten totaalpakketten af te nemen. Uit onderzoek van de VO-raad uit 2001 bleek dat de prijzen voor leermiddelen stijgen, omdat scholen niet meer de vrijheid hebben om onderdelen van een methode af te nemen. Door de opkomst van digitale middelen zitten scholen nu steeds vaker vast aan een vaste licentieprijs, aldus de VO-raad.
In een vorig jaar verschenen manifest keerden veel onderwijsorganisaties zich tegen de steeds steviger greep van de uitgeverijen op het onderwijs. Uit een peiling van onderwijsbond Aob onder ruim 2.500 leraren, schoolleiders, schoolbestuurders en andere onderwijsprofessionals klonk de nadrukkelijke roep om meer regie te pakken op de kwaliteit van leermiddelen en een stevige positie in te nemen richting de uitgeverijen. De belangenorganisaties in het onderwijs pleitten voor „meer regie uit het onderwijsveld, meer flexibiliteit vanuit marktpartijen én het wegnemen van zorgen over stijgende kosten”. Ook de Tweede Kamer had begin dit jaar wederom kritiek op de slechte marktwerking onder educatieve uitgeverijen.
Het onderwijsveld reageert positief op de plannen van Neon. Belangenbehartigers van het primair onderwijs (de PO-Raad) en het voortgezet onderwijs (de VO-Raad) zien de voordelen van het initiatief en herkennen de kritiek op het huidige systeem. De VO-Raad zegt tegen de NOS het initiatief een „goede manier” te vinden „om de regie weer terug te krijgen naar de scholen en de kosten terug te dringen”. En ook de PO-Raad zegt enthousiasme te zien bij basisscholen.
Ook de MEVW, brancheorganisatie voor de educatieve uitgeverijen zoals Noordhoff, Malmberg en ThiemeMeulenhoff, reageert voorzichtig positief. „Nieuwe toetreders geven prikkels aan de kwaliteit en houden grote partijen scherp”, stelt voorzitter Jorien Castelein in de Volkskrant. Wel plaatst de brancheorganisatie kanttekeningen bij het kostenplaatje van het plan. De kosten terugbrengen naar 20 euro per leerling is volgens de MEVW niet mogelijk. Castelein zegt tegen de NOS zich niet voor te kunnen stellen „hoe je voor zo’n bedrag per leerling leermiddelen van een hoge kwaliteit kunt ontwikkelen en vervolgens steeds up-to-date kunt houden”.
En dat Neon over twee jaar al denkt te kunnen beginnen is bovendien onrealistisch, stelt Erik Meester, onderwijsdeskundige bij de Radboud Universiteit in Nijmegen. „Goed lesmateriaal ontwikkelen vraagt veel tijd, visie en vakmanschap”, zo citeert de Volkskrant hem. John Nouwens, directeur bij uitgeverij Malmberg, zegt in dezelfde krant dat het jaren duurt om een compleet lespakket te ontwikkelen.
Volgens Blankesteijn hebben zich al honderden scholen opgegeven en kan Neon bij zijn start al 500.000 leerlingen gaan bedienen. Dat is grofweg een vijfde van alle leerlingen in het basis en middelbaar onderwijs. Sommige scholen steunen Neon al openlijk, andere zijn nog bezig met de interne goedkeuring om zich ook aan te sluiten.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Een overzicht van de verhalen die de economieredactie vandaag heeft gemaakt
Source: NRC