In de chaos van een nachtelijk beraad stelde de EU een verwaterd klimaatdoel voor 2040 vast. Klimaatcommisssaris Wopke Hoekstra: ‘Ik heb enorm genoten, maar laten we dit niet te vaak doen.’
is EU-correspondent van de Volkskrant. Hij woont en werkt in Brussel.
Even voor half 10 klinkt woensdagochtend eindelijk het verlossende applaus van de Europese milieuministers. Na bijna 24 uur non-stop onderhandelen ligt er dan toch een klimaatakkoord voor 2040. ‘Ik heb enorm genoten, maar laten we dit niet te vaak doen’, zegt een vermoeide Europees Commissaris Wopke Hoekstra (Klimaat) tegen de bewindslieden en EU-voorzitter Denemarken.
Het akkoord is het resultaat van een potje politieke strippoker, waarbij de voorstanders van een ambitieus klimaatbeleid naarmate de nacht vorderde steeds meer in de kou kwamen te staan. Omdat zij een slechte deal verkozen boven de blamage van geen deal, hadden de tegenstanders van meet af aan de sterkste kaarten in handen.
Dat de discussie over het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen moeilijk zou worden, is dinsdag van meet af aan duidelijk. Het enthousiasme bij politici voor de groene transitie daalt. Niet alleen omdat andere urgente kwesties hun aandacht vragen (geopolitieke spanningen, miljardeninvesteringen in defensie, concurrentiekracht), maar ook omdat de burger de kosten van de milieumaatregelen begint te voelen. Net als migratie kan klimaatbeleid de verkiezingswinst kosten.
De Deense minister Lars Aagaard (Klimaat) benadrukt de impact van Hoekstra’s voorstel dat op tafel lag. De beoogde vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in 2040 met 90 procent (ten opzichte van 1990) raakt alles, zegt hij. De bouw en isolatie van huizen, het goederentransport, het woon-werkverkeer, de productiewijze van bedrijven, de landbouw: het moet allemaal anders. Het vergt nauwkeurigheid en tijd om dat voor de komende vijftien jaar vast te leggen, aldus Aagard.
Vooraf zijn de voor- en tegenstanders bekend. Landen als Duitsland, Nederland, Spanje, Zweden, Finland en Denemarken steunen het doel van Hoekstra, inclusief de beperkte mogelijkheid (maximaal 3 procent) om die uitstootreductie buiten de EU te realiseren.
Aan het andere kant staan Polen, Italië, Hongarije en Tsjechië, die het allemaal veel te ver vinden gaan. Zij krijgen steun van Frankrijk. De naamgever van het internationale klimaatakkoord van Parijs (2015), waaruit het 2040-doel voortvloeit, vindt ook dat de EU best mag vertragen. Europa stoot maar 6 procent van de broeikasgassen uit, stelt de Franse minister Monique Barbut (Groene Transitie).
Omdat het 2040-doel de steun van een ruime meerderheid van de lidstaten vereist, wacht voorzitter Aagaard een zware taak. En die vervult hij niet goed. Na een soepele eerste ronde, waarbij alle ministers hun voorbereide tekst voorlezen, wordt de vergadering dinsdag rond het middaguur geschorst.
De circa 18 uur die Aagaard vervolgens doorbrengt met afzonderlijke ministers, ontaarden in chaos. De patstelling is zo groot dat de Deen rond half 2 ’s nachts besluit dat de ministers beter de volgende ochtend kunnen verder gaan. Delegaties vertrekken naar hun hotel, maar ze horen een half uur later dat Aagaard zijn besluit heeft herroepen.
Wat daarna volgt omschrijft D66-Europarlementariër Gerben-Jan Gerbrandy als het ‘opentrekken van de hele trukendoos’. Het 90 procent-doel blijft op papier staan, maar lidstaten mogen meer dan 5 procent van de uitstootvermindering buiten de EU halen, bijvoorbeeld door de aanleg van bossen.
Voor het beperken van de opwarming van de aarde maakt het niet uit waar de emissies omlaag gaan, maar dan moet die uitbesteding via degelijke projecten plaatsvinden. De twijfel is groot of die er in voldoende mate zijn. De onafhankelijke wetenschappelijke klimaatadviesraad van de EU raadde mede daarom deze flexibiliteit voor de lidstaten met klem af.
Daarnaast komt er een tweejaarlijkse herziening van het 2040-doel. Mocht de situatie daarom vragen, dan kan de EU haar doel bijstellen: bijvoorbeeld als de economie slecht draait of de sociale kosten te hoog zijn. Datzelfde gebeurt ook als bossen en landbouwgewassen minder CO2 opnemen dan gehoopt.
In de vroege uurtjes ruiken de klimaatkritische landen extra kansen. Polen en Italië weten dat hun steun niet alleen gewenst is voor het 2040-doel, maar vereist voor het tweede voorstel dat op tafel ligt: de inzet van de EU bij de klimaattop in Brazilië deze maand. Een besluit daarover moet met unanimiteit worden vastgesteld. Hoekstra mag niet met lege handen op het wereldtoneel verschijnen.
Warschau en Rome vragen en krijgen uitstel van de milieuheffing op benzine en huisbrandolie. Die zou in 2027 ingaan, dat wordt 2028. Verder komen er verzachtende teksten over het voorgenomen verbod op de verbrandingsmotor vanaf 2035. Niet dat Hoekstra er iets voor terugkrijgt: de tekst die hij meeneemt naar Brazilië over het verminderen van de broeikasgasuitstoot in 2035 is dezelfde als de tekst die in september was opgesteld.
Hoekstra en Aagaard benadrukken na afloop de democratische wijze waarop de milieuministers de klimaatdoelen hebben vastgelegd. Een ‘uitstekend resultaat’ volgens de commissaris, het Europees Parlement moet zich er nog over uitspreken. Met 27 landen rijdt de EU nooit over een rechte weg, aldus Hoekstra.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant