The Chair Company is een doldwaze komedieserie over obsessie; een briljant en onnavolgbaar portret van een schlemiel die het heft over zijn leven terug in handen probeert te nemen.
is tv-recensent voor de Volkskrant en schrijft over films en series.
Als je het simpel wilt houden, valt de premisse van HBO-serie The Chair Company samen te vatten in dertien simpele woorden: ‘Man zakt door stoel en gaat achter stoelenfabrikant aan om gelijk te halen.’
In de kern is dat precies waar deze doldwaze, onnavolgbare komedieserie op neerkomt, maar The Chair Company is óók in alle opzichten een serie van Tim Robinson, de volstrekt eigengereide, Amerikaanse komiek die eerder de briljante Netflix-sketchserie I Think You Should Leave With Tim Robinson maakte. Die serie stond bol van sketches over allerhande sociaal ongemak. Denk Curb Your Enthusiasm, maar dan vaak doorgetrokken tot in het absurde.
Het maakt Robinson, naast The Rehearsal-maker Nathan Fielder, de meester van de moderne cringe, waarbij de door hem gespeelde personages vaak diep onzekere mannen zijn bij wie het sociale ongemak van hun hele zijn afstraalt. Dat ongemak proberen ze dan meestal te maskeren met geschreeuw, volstrekt specifieke (en ongewenste) observaties en steeds gekker of obsessiever gedrag.
Robinson beheerst die typetjes als geen ander, met zijn vaak groteske mimiek, zijn stem en zijn lichaamshouding. Dat dit ook werkt in een langere vorm dan alleen korte sketches, zagen we eerder dit jaar in de zwart-komische film Friendship, waarin Robinson een tragikomische sukkel speelt die het niet kan verkroppen dat zijn vriendschap met een lokale weerman ten einde komt.
The Chair Company is Robinsons eerste volwaardige (komische) dramaserie, waarin de komiek zelf de hoofdrol speelt. Ron Trosber heet de schlemiel, een grijze muis op een grijs kantoor die een ontwikkelingsproject overziet. Als hij tijdens een presentatie eindelijk zijn moment pakt, lijkt hij zowaar even het mannetje. Tot hij weer gaat zitten en zijn kantoorstoel, ten overstaan van een volle zaal, in elkaar stort.
En denk maar niet dat Ron het er vervolgens bij laat zitten. De vernedering is dusdanig groot dat Ron verhaal wil halen bij de stoelenfabrikant. Die blijkt onbereikbaar, waarna Ron in een spinnenweb belandt van niet-functionerende klantenservices, brievenbusfirma’s en schimmige bedrijven. En verdomd, als hij aan het eind van de eerste aflevering wordt bedreigd door een restaurantbeveiliger (een heerlijke rol van Joseph Tudisco), lijkt Ron zowaar iets op het spoor.
Aan de ene kant is The Chair Company daarmee een verrassend meeslepende serie over obsessie, die ook best iets te zeggen heeft over de onbereikbaarheid van moderne bedrijven. Maar bovenal is de serie een briljant en onnavolgbaar portret van de schlemiel die het heft over zijn leven wanhopig terug in handen probeert te nemen, zeker als we in flashbacks meer leren over Rons échte droombaan, die hij opgaf voor meer zekerheid (boe!).
Zo mogelijk nog leuker is de voortdurende verrassing, want naast The Rehearsal slaat geen serie dit jaar meer absurde zijpaden in dan The Chair Company: achter elke deur die Ron opent blijkt er wel weer iets nieuws krankzinnigs aan de hand te zijn. De serie wordt op die manier ook een hilarisch portret van een krankzinnige samenleving op standje ‘permanente drift’ (zonder verder iets te verklappen, noemen we bijvoorbeeld de vijfde aflevering, waarin alle randfiguren en situaties steeds kolderieker worden).
Robinson duikt zonder enige begrenzing zo diep mogelijk in het konijnenhol van obsessies, en maakt het geheel tot iets volstrekt eigenzinnigs en absurds, terwijl de serie verrassend genoeg ook best menselijk blijft. Het maakt The Chair Company de uniekste én grappigste complotthriller van het jaar.
Komische thriller
★★★★★
Achtdelige serie van Tim Robinson en Zach Kanin
Met Tim Robinson, Lake Bell, Sophia Lillis
Te zien op HBO Max
Op zoek naar meer bingemateriaal?
Op volkskrant.nl/series vind je al onze serie-recensies, handig doorzoekbaar op genre, aanbieder en aantal sterren.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant