Verrassing! Stond je dreumes gisteren nog wankel langs de rand, vandaag staat hij boven op de salontafel. Prachtig die ontwikkeling, maar nu is het gedaan met de rust. Een moeder mailt: ‘Hoe vind je balans tussen altijd ‘aan’ staan en ontspannen?’
schrijft voor de Volkskrant over grote en kleine levensvragen.
Welke momenten leveren in huis de meeste risico’s op? In een enquête van VeiligheidNL onder 852 moeders gaf 71 procent aan dat hun kind weleens van de bank of het ouderlijk bed was gerold. Bij ruim de helft zat het kind onverwachts halverwege de trap. En in 29 procent van de gevallen stopte kindlief iets gevaarlijks in de mond, zoals legoblokjes en grind.
In de rubriek ‘Iedereen doet maar wat’ schrijft Anna van den Breemer elke week over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt.
Opvallend: Ouders overschatten geregeld hun eigen alertheid, meldt VeiligheidNL. In bijna een op de vijf situaties speelt mee dat ze het ‘kunnen’ van het eigen kind niet goed inschatten en dus verrast zijn door een klimpartij.
‘Altijd ‘aan’ staan is een herkenbaar punt voor ouders van jonge kinderen’, zegt Hannah Spencer, die aan de Universiteit Leiden onderzoek doet naar de biologische kant van het zorggedrag van ouders. ‘Je bent constant alert of je baby ergens opklimt, iets pakt of omstoot.’
Het hoort bij een gezonde ontwikkeling dat baby’s op avontuur gaan en soms gekke capriolen uithalen. ‘Vanaf 6 maanden worden ze zelfstandiger en leren ze kruipen’, zegt Spencer. ‘Het is mooi als ouders die ruimte geven. Ze zijn de veilige haven vanwaaruit kinderen durven te ontdekken. Je ziet vaak dat een kindje nog even omkijkt voordat ze ergens op klimmen, alsof ze willen checken: is dit oké?’
Dat ouders zo sterk reageren op signalen van hun kind, is biologisch bepaald. Rondom de geboorte verandert het neurale en hormonale systeem van ouders. Zo stijgen de oxytocinewaardes, ook wel het knuffelhormoon genoemd. ‘Oxytocine wekt de weeën op, zorgt voor toeschietreflex bij de borstvoeding, maar speelt ook een belangrijke rol bij sociaal contact tussen ouder en kind’, zegt Spencer. ‘Het helpt ouders om de zorg op te brengen, zelfs als ze uitgeput zijn.’
Ook de schattigheid van baby’s (denk aan grote ogen, dikke wangen en een hoog voorhoofd) is een evolutionair mechanisme om zorggedrag uit te lokken. In een experiment van Spencer en collega’s werden babyfoto’s gemanipuleerd om de schattigheid te vergroten. Deelnemers keken langer naar deze plaatjes en glimlachten vaker. Op hersenfilmpjes was te zien dat de aandachtsystemen oplichten. ‘In de volksmond hebben we het over ouderinstinct: je zorgt nu eenmaal voor je kind. Maar er zit veel meer achter.’
‘Wanneer je kind met een vinger een stopcontact nadert of naar een glas hete thee grijpt, moet je alert reageren’, zegt Spencer. ‘Stress zorgt ervoor dat al jouw aandacht daar ligt, waardoor je snel kan handelen.’
Chronische stress is een ander verhaal. ‘Constant ‘aan’ staan, gecombineerd met gebroken nachten, verhoogd verantwoordelijkheidsgevoel en weinig herstelmomenten, kan bijdragen aan ouderlijke burn-out’, zegt Spencer. Uit onderzoek blijkt dat parentale burn-out minder vaak voorkomt in collectivistische landen waar het informele netwerk groter is, waardoor ouders meer worden ontlast.
‘Gebruik je sociale netwerk’, adviseert Spencer. ‘Vraag een buurvrouw of grootouders om een uurtje op te passen.’
De Amerikaanse antropologe Sarah Blaffer Hrdy beschrijft in haar boek Mothers and Others hoe opvoeding in de evolutie vrijwel altijd een gedeelde verantwoordelijkheid was. Ze noemt dit cooperative breeding. ‘Het moderne idee van intensief ouderschap, waarbij ouders altijd met volledige en bewuste aandacht aanwezig moeten zijn, is historisch nieuw’, legt Spencer uit. ‘Het helpt om te weten dat ook andere zorgdragers belangrijk zijn in het leven van een kind.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant