Home

Een ongrijpbare organisatie van hebzuchtige handelaren groeit uit tot een succesvolle cultuur

Geschiedenis De Zweedse historicus Dick Harrison scheef een uniek boek over de Hanze, een Noord-Europees handelsverbond uit de Middeleeuwen. „Ineens bleek de kathedraal van Visby de wieg van het Noord-Europese kapitalisme te bezitten.”

Pagina uit het stadsrecht van Hamburg uit 1497. De illustratie laat zien welke voorspoed de handel bracht.

Bijzonder efficiënt verloopt het gesprek over de middeleeuwse Hanze met de Zweedse historicus Dick Harrison (59). In minder dan een uur zijn alle mogelijke vragen helder afgehandeld. En één vraag werd acceptabel afgewimpeld met een ‘interessant, maar daar heb ik nog nooit over nagedacht’. Die onbeantwoorde vraag ging over de mogelijkheid dat de huidige high-trust societies in Noordwest-Europa (van Finland tot Nederland) misschien hun hoge onderlinge vertrouwen te danken hadden aan de informele samenwerkingstechnieken waarin het middeleeuwse Hanze-verbond uitblonk.

De Hanze is tegenwoordig vooral bekend van toeristische wervingscampagnes voor oude pittoreske Hanzesteden (zoals in Nederland Kampen en Zutphen). Maar ooit was het een gevreesde handelsfederatie van steden, die zo tussen 1350 en 1600 een stevig stempel drukte op Noord-Europa, van Riga tot Londen, van Bergen (Noorwegen) tot Keulen.

Harrison is hoogleraar geschiedenis in het Zweedse Lund en hij schreef al vele boeken, over de Dertigjarige Oorlog (1618-1648), een geschiedenis van de slavernij, de Zwarte Dood, heksenvervolgingen, Karel de Grote enzovoorts. Toch was de Hanze zijn moeilijkste boek, bekent Harrison tijdens het gesprek in een Amsterdams hotel. „Vooral om praktische redenen. Dat boek over hekserij was bijvoorbeeld relatief makkelijk, want over dat onderwerp zijn al veel belangrijke overzichtswerken geschreven. Maar als je literatuur over de Hanze gaat zoeken, vind je vooral lokale studies. Vrijwel alle Hanze-historici zijn lokale patriotten. Ga naar Lübeck, de belangrijkste stad van de Hanze, en je vindt er heel veel boeken over de Hanze, maar ze gaan alleen maar over Lübeck. En Hamburg? Kalmar? Hetzelfde, alleen lokale studies. Het was nogal een werk om het geheel in beeld te krijgen.”

Dick Harrison.

Typisch Hanze toch, al die lokale tradities?

Harrison: „Nou, ik besefte óók dat wanneer een Hanze-koopman of een complete handelsgemeenschap zich vestigde in een lokale samenleving er ook iets cultureels gebeurde. Die kooplui namen behalve hun handeltje ook een manier van eten mee, een techniek om bakstenen kerken te bouwen, scheepswerven, manieren om elkaar te groeten en om gilden te stichten, een hele beschaving eigenlijk.

„Mijn boek gaat dus niet alleen over Duitse kooplui die rijk wilden worden, maar ook over hoe de Noord-Europese beschaving ontstond. Als ik de middeleeuwse Stora Kopparberg-kerk in Midden-Zweden ga bekijken, dan zie ik een gebouw dat even goed in Rostock of Riga had kunnen staan. En dan besef je dat het gaat om een beschaving die begon met de hebzucht van handelaren, maar die opbloeide tot een hele cultuur. En ineens werd mijn boek veel belangrijker maar ook veel ingewikkelder.”

In essentie was de Hanze een middeleeuws samenwerkingsverband van vooral Duitse handelaren, met steun van hun steden, dat tot in de zeventiende eeuw functioneerde. De centrale stad was Lübeck, de Duitse stad aan de Oostzee. De stad was draaipunt van de handel tussen Oost-Europa en West-Europa: graan, leer, bont, honing en barnsteen naar het westen, en zout, aardewerk en kleding naar het oosten. De samenwerking begon in de twaalfde eeuw en de Hanze was op zijn hoogtepunt tussen 1350 en 1550. Nog altijd hebben Hamburg en Bremen een autonome status in de Bondsrepubliek.

Gezicht op Lübeck, uit de Weltchronik van Hartmann Schedel (1493).

De middeleeuwse organisatie had iets ongrijpbaars. Er was geen spoor van centrale sturing, maar de Hanze was wel in staat om oorlogen te voeren en jarenlange handelsblokkades op te leggen. Tussen 1358 en 1360 werd in een handelsconflict bijvoorbeeld héél Vlaanderen geboycot, waarna het graafschap niet anders kon dan alle handelsprivileges van de Hanze herstellen. Ook kregen koningen en andere machthebbers berucht slimme Hanze-advocaten en -juristen op hun dak gestuurd, die keihard onderhandelden over in- en uitvoerrechten en monopolies. In 1366 werd de oorlog verklaard aan Denemarken, en ook gewonnen. In Londen, Brugge, Novgorod (Rusland) en Bergen waren handelsposten gevestigd. „De Hanze lijkt wel een krokodil”, verzuchten de Engelsen in de vijftiende eeuw, „je ziet alleen de kop, het lichaam blijft onzichtbaar”.

Nog altijd wordt door historici getwist over welke steden nu precies wanneer lid waren. Achter in Harrisons boek staat een lijst van ruim 120 steden: de Wendische steden (onder leiding van Lübeck), de Saksische steden (onder leiding van Maagdenburg en Braunschweig), de Westfaalse en Rijnsteden (onder leiding van Keulen en Dortmund), en ook Zweedse, Pruisische, Brandenburgse, Lijflandse, Pommerse én Nederlandse steden (vooral aan de IJssel).

Waarom is de organisatie zo onduidelijk, terwijl de Hanze toch zo machtig was?

„De reden is duidelijk: de Hanze groeide van onderop. Het was een samenwerking van handelaren die daar behoefte aan hadden. Er was geen koning, geen vorst en geen bisschop die besliste dat deze organisatie er moest komen. Daarom waren er geen permanente instituties. Uiteindelijk kwam er een centrale functionaris, iemand uit Keulen, pas in de zestiende eeuw. Verder werd alles door de steden geregeld, in onderlinge samenwerking.”

Maar die grote Hanzehuizen in onder meer Londen en Brugge, dat is toch ook organisatie?

„Ja, maar die waren het collectieve bezit van individuele stéden. En dat bezit is trouwens de reden dat het Hanzeverbond officieel tot in de twintigste eeuw is blijven bestaan, gewoon omdat dat bezit er nog was. De handelsgebouwen bleven bezit van Lübeck, Hamburg en Bremen. Maar toen was de Hanze allang geen gemeenschappelijke markt meer, laat staan dat ze nog enige macht hadden.”

Hoe kon een los samenwerkingsverband al die strenge handelsregels opleggen? Wie welke tarieven betaalt, in welke maanden er mag worden gevaren, hoe groot de verplichte konvooien zijn, en dan al die kwaliteitseisen van de handelswaar.

„Dat is precies de historische les van de Hanze. Dat kan dus gewoon! Dit losse netwerk zonder centrale employees bezat grote handelsprivileges, het legde blokkades op en besliste zelfs over oorlog en vrede, met een eigen oorlogsvloot. Het ging natuurlijk niet vanzelf. Het leerproces duurde ongeveer honderd jaar. Het begon in de twaalfde eeuw toen Duitse handelaren met Rusland probeerden te gaan handelen in huiden en graan. Bulkproducten waarvoor in het westen een groeiende markt was. Maar ze hadden niet eens eigen boten, ze wisten niks van zeevaart.

„Ze gingen eerst samenwerken met de Gotlanders, die hadden wel schepen. Op het zegel van de stad Lübeck, uit de twaalfde eeuw, zie je een Gotlander en een Duitser samen in een schip zitten en het lijkt of de twee een eed zweren en een verdrag met elkaar sluiten. Toen dat liep, kwamen die lui er snel achter dat er een kerel uit Dortmund was en anderen uit Soest en Hamburg die hetzelfde wilden; óók handel drijven op de Oostzee. Concurrenten, maar toch kunnen ze maar beter gaan samenwerken. Anders zal zeker een Baltische piraat of een Russische vorst hen belazeren en alles afpakken. En zo leren ze samenwerken in een netwerk.”

Portretten van 16de-eeuwse koopmannen door Hans Holbein de Jonge

Je zou denken dat zo’n verband te los is.

„Het grote voordeel is juist dat het een los netwerk is. Iedereen kan er meteen uitstappen als het niet bevalt. Maar dan verlies je ook de voordelen. Als groep kunnen ze zware druk uitoefenen op de koning van Engeland, de vorst van Novgorod, of de koningen van Denemarken, Noorwegen en Zweden. Als ze maar één lijn trekken. Net als nu een vakbond. En na een tijdje wordt dit routine.

„De belangrijkste vernieuwing in de veertiende eeuw waren de Hanzedagen. Een ongekende vernieuwing! Op vrijwillige grondslag kwamen steden bij elkaar om te vergaderen.

„Er werden zelfs gezamenlijk veiligheidsmaatregelen genomen, bijvoorbeeld dat je niet in de wintermaanden mocht varen, omdat dat te gevaarlijk was. Dat werd besloten op een grote Hanzedag in het begin van de 15de eeuw. En wie dat toch deed kreeg een boete. Die betaalde je dan aan je eigen stad. En in het uiterste geval werd je ‘verhanst’, dan werd je uit de Hanze gestoten. En dan kon je niet meer de gestandaardiseerde handelswaar kopen of verkopen. En bij problemen kreeg je geen hulp meer van de Hanze-advocaten. En je kon echt nooit meer mee naar Novgorod. Al die regels zijn vervelend. Maar ook een enorm voordeel, je beperkt de competitie, maar iedereen profiteert mee. En dan ben je samen sterker dan de koning van Engeland.”

Het oude raadhuis van Tallinn in Estland, gebouwd tussen 1402 en 1404.

De Kraanpoort in Gdansk, die dateert uit het midden van de 15de eeuw. Het gebouw is zowel stadspoort en hijskraan ineen. Gdansk was een belangrijke Hanzestad.

Hoe houd je dan dat onderlinge wantrouwen in bedwang?

„Dat giet je in regels en afspraken. Ik heb het perfecte voorbeeld. In Novgorod werden enorme bedragen verdiend en alle winsten werden in een gezamenlijke geldkist bewaard. De Hanze bleef daar altijd maar één seizoen, zomer en winter waren er verschillende groepen. Dus iedere lente en herfst werd de geldkist meegenomen naar Visby en bewaard in de kathedraal van de heilige Maria. En die kist had vier sleutels, elk in het bezit van een bestuurder van vier steden: Lübeck, Visby, Dortmund en Rost. Alleen gezamenlijk kregen ze de kist open. Ze vertrouwden elkaar niet, maar werkten wel samen.

„Ik houd van die kist. Honderden jaren is-ie zoek geweest. Maar toen ik vorig jaar die kathedraal bezocht, vroeg ik of ik ook op de enorme zolder mocht kijken. En daar vonden we een heel oude kist. Officieel was die beschreven als zeventiende-eeuws. Maar uit nader dendrochronologisch onderzoek bleek hij vroeg dertiende-eeuws! Ineens bleek de kerk de wieg van het Noord-Europese kapitalisme te bezitten! Nu staat hij er tentoongesteld in een glazen kast.”

De 13de-eeuwse kist uit de kathedraal van Visby waarin de Hanze haar inkomsten bewaarde.

Als het systeem zo succesvol was, waarom organiseerden bijvoorbeeld de Italiaanse steden niet ook zoiets?

„Zo’n verbond moet van onderop groeien, en voldoen aan de behoeften van de individuele kooplieden die meedoen. En Italiaanse kooplieden uit Venetië, Florence of Genua wilden toen echt iets heel anders dan de Duitse kooplieden. Die wilden juist de rijkst mogelijke klanten hebben: de koning van Aragon, of de burgemeester van Florence. Die verkocht je dan de meest exclusieve spullen, uit China of India, tegen hoge prijzen.

„De Hanzekooplieden wilden juist zoveel mogelijk gewóne klanten, die ze goedkope spullen in grote hoeveelheden verkochten. Gezouten haring, gedroogde kabeljauw. En textiel uit Brugge en Ieper in 35 verschillende soorten, waarmee je ook modetrends kunt creëren.”

Maar waarom zou dat alleen in Noord-Europa werken?

„In het noorden heersten toen bijzondere omstandigheden. Er wáren helemaal geen sterke staten, er waren alleen families die territoria probeerden te beheersen, zonder handelsbeleid, zonder veel macht. Maar er was wel een sterke bevolkingsgroei, waardoor de economie opbloeide en een grote markt ontstond. Er was ook een grote Duitse expansie naar het oosten, en om daarvan te profiteren moesten de steden en de handelaren alles zelf uitvinden, en dat deden ze ook.

„Lübeck moest samen met andere steden en handelaren voldoende veiligheid voor handel creëren, zodat iedereen rijk kon worden. Het is een les voor iedereen dat wij van onderop die rechtsbescherming kunnen creëren, in een vrijwillig netwerk. Maar in Zuid-Europa bestond niet zo’n nieuwe wereld. Daar had je oude steden, oude koninkrijken en ook niet zo’n nieuwe vraag.”

Die oostelijke Duitse expansie gebeurde op West-Slavisch gebied, en lang niet altijd vredelievend. Waarom pakten de West-Slaven niet zelf die handel op?

„Het was vooral de Duitse bevolking die sterk groeide, in het westen. Daar werden de bossen gekapt en nieuwe steden gesticht. Van daaruit trokken ze steeds verder naar het oosten. En de Duitse kooplieden hadden de beste contacten met die groeiende thuismarkt. De handel in het oosten werd gedomineerd door Duitse emigranten, tot ver in het Baltische gebied. Het was pionierswerk, in het begin hadden ze geen idee wat ze aan het doen waren.”

Het klassieke verwijt aan de Hanze is dat ze zo conservatief waren, maar dat waren ze dus helemaal niet?

„In vroeger tijden was natuurlijk iedereen conservatief. Want als je iets veranderde in je werkwijze en het ging mis, kon je snel een hongerdood sterven. Waarom zou je dan een nieuw scheepstype uitproberen, of een nieuw type tarwe? Maar in tijden van crisis moet je wel handelend optreden. Waarom zouden de patriciërs in Lübeck en Hamburg ooit de scheepvaart in de winter willen reguleren? Om de kooplieden uit Stralsund te beschermen? Die haten ze! Het zijn concurrenten. Maar ja, uiteindelijk is regulering ook in het belang van hun eigen mooie steden. Dat conservatieve egoïstische en hebzuchtige individualisten in staat zijn om zo’n stap te zetten en er zelfs plezier in krijgen, dat laat wat mij betreft zien dat wij mensen ook weer niet zó dom zijn.”

En in de zestiende eeuw loopt het naar zijn eind. Kwam dat door de Hollandse kooplieden?

„Niet alleen. De groeiende macht van lokale vorsten was ook een oorzaak. Als bijvoorbeeld Zweden een sterk koninkrijk wordt, kunnen Stockholm en Visby geen Hanzesteden meer zijn. En in de zeventiende eeuw verovert Zweden een groot stuk van Noord-Duitsland, dan is de Hanze gedoemd te verdwijnen.

„Maar de Hollanders zijn ook een factor. De Hollandse kooplieden gingen buiten de Hanze om handelen met lokale machthebbers in Polen en verder. En de Hanze kon dat niet tegenhouden. Maar Amsterdam deed in het begin nog mee met de Hanze. Maar de Hollanders wilden toch meer vrijhandel. Achteraf zou het beter zijn geweest om West-Nederland nauwer bij de Hanze te betrekken, door de Hanze-monopolies te verzachten. Maar zo werkte het systeem niet. De individuele Hanzekooplieden zagen de Hollandse steden steeds meer als vijanden. Dus, eh, als Hanze-man ben ik hier aan de Herengracht op vijandig gebied. Maar als ik naar Kampen zou gaan, was ik weer thuis.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next