Geschiedenis Met Stad van water en licht vertellen Kester Freriks en Reinder Storm het verhaal van Amsterdam aan de hand van kaarten. Het resultaat is een boek dat de liefde voor deze stad moeiteloos weet over te brengen.
Plan van Niftrik uit 1867 over de uitbreiding van Amsterdam.
Kester Freriks en Reinder Storm: Stad van water en licht. Amsterdam een geschiedenis in kaarten. Athenaeum-Polak & Van Gennep, 295 blz. € 29,99
Het is een ervaring die menigeen uit de provincie die de stap naar Amsterdam waagde, moet herkennen. Je bent ineens verdwaald en kunt nergens die verdomde binnenstad vinden waarnaar je op weg meende te zijn. Het overkwam Kester Freriks als kersverse stedeling. En het overkwam mij als jonge geschiedenisstudent, wanhopig op zoek naar de zeventiende-eeuwse grachten en herenhuizen, door Huizinga beschreven als het achtste wereldwonder, dat je absoluut gezien moest hebben. Ik vond ze met behulp van een gepensioneerde Amsterdamse buurman, die mij pratend over zijn stad, naar de zogenoemde Gouden Bocht wandelde, het rijkste deel van de grachtengordel. Kester Freriks oplossing waren stadsplattegronden, waarvoor hij – vermoed ik – toen al een meer dan gewone belangstelling moet hebben ontwikkeld.
En nu is er dan zijn boek Stad van water en licht met het verhaal van Amsterdam aan de hand van kaarten (gemaakt met kaartenkenner Reinder Storm). Het is het boek van een liefhebber met licht maniakale trekjes die zijn liefde moeiteloos overbrengt op de lezer. Of Freriks nou het Plan Zuid (Berlages socialiserende stadsuitbreiding) beschrijft of het laatmiddeleeuwse Vigileren, het uit het raam hangen van dames van lichte zeden in de Dolle Begijnensteeg; telkens weer wordt Amsterdam spannender en betoverender. Zelfs over zijn nachtelijke autotocht op de ringweg weet hij een zodanige waas van avonturisme en romantiek te leggen dat je je op de saaie rondweg in een film vol geheimzinnig licht van Steven Spielberg kunt wanen. Bovendien doet de auteur nog iets om ons voor de stad te winnen; hij geeft tips. Amsterdam is op z’n mooist als je omhoog kijkt, schrijft hij, waarbij hij wijselijk aanraadt dat niet op de fiets, maar vanuit de tram te doen.
Zijn boek begint bij de oudste bekende plattegrond, ‘Gezicht op Amsterdam in vogelvlucht’ van Cornelis Anthonisz. uit 1538. We zien de stad een kleine eeuw vóór de grote sprong voorwaarts naar wereldhandelscentrum, maar het lijkt alsof ze er nog geen enkel vermoeden van heeft, zo intiem en tegelijk sereen is de sfeer. „Het is alsof de stad zweeft”, schrijft Freriks. De enige verwijzing naar de nabije toekomst is de opening naar het IJ. Die zal op talloze plattegronden nadien domineren. Met steeds een vergelijkbare voorstelling. De blik valt eerst op het Water oftewel het IJ – waaraan de stad alles dankt – en daarna op de straten, huizen en kerken, met vaak extra aandacht voor het Stadhuis en de Beurs, de iconen van de burgerwelvaart. De kleinschalige knusheid van weleer maakt plaats voor monumentaliteit, zelfbewustheid en machtsbesef – ook gesymboliseerd door plaatjes van gekleurde onderdanigen uit de koloniën op enkele kaarten. En het is dat beeld van het zeventiende-eeuwse Amsterdam dat heel lang overheerst en dat je ook op de kaarten terugziet, die lijken te willen imponeren. Dit was de stad totdat ze in de achttiende eeuw begon te vervallen, en zich als het ware los moest maken van de lange adem van haar glorietijd (ze moest zogezegd ontzeventiende-eeuwen).
Natuurlijk lukt dat afscheid van de roemrijke periode nooit helemaal, maar in de zogeheten tweede Gouden Eeuw, de tijd van industrialisatie en nieuwe handel tussen 1870 en 1930, begint de stad aan een tweede leven. Amsterdam groeit van 200.000 naar 400.000 inwoners en kent naast hernieuwde rijkdom ook nieuwe grootschalige armoede (vol holen- en krotbewoners in wijken als De Jordaan en in de zogeheten Jodenhoek). Naast kaarten met megalomane plannen voor een brug over het IJ (al bedacht in 1857) verschijnen er nu ook probleemplattegronden als de Cholerakaart (1867) en de Waterverversingskaart (gemaakt in 1876 om de ergste stinkgrachten te dempen en de rest enigszins rein te houden).
De meest problematische plattegrond komen we tegen rond het midden van de twintigste eeuw, wanneer blijkt dat kaarten ook ongewenste waarheden verraden. Het gaat in dit geval om de zogenoemde stippenkaart uit februari 1942, waarop exact is vastgelegd waar de joden zich bevonden (elke stip stond voor tien Joodse inwoners), gemaakt door gemeenteambtenaren in opdracht van de bezetter ten dienste van de razzia’s en deportatie. De kaart laat ‘een sinistere schaduwzijde van de cartografie’ zien, die niets te maken heeft met de gebruikelijke trots en grandeur, schrijft Freriks.
De auteur vindt zijn toon weer in het vervolg, als hij de ‘stadsoorlogen’ beschrijft om het behoud van de oude binnenstad, die in het kader van de Cityvorming moest gesloopt omwille van toenemend verkeer en vooruitgang. En ook hier blijkt een kaart cruciaal: een protestplattegrondje op een affiche, dat hielp de tegenkrachten tegen de afbraak te mobiliseren. Every picture tells a story is het bekende gezegde, elke plattegrond openbaart een deel van de geschiedenis van Amsterdam. Zo blijkt uit het boek van de auteur die, zijn begeestering getrouw, zijn rondgang eindigt in een hoosboot met uiteraard ‘een waterkaart’ op schoot.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC