Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Het gaat vrijwel altijd zo: ik lig op de bank een film of serie te kijken. Ontspannen, dochters boven in bed, knorrende kat op schoot; ik val niemand lastig, niemand valt mij lastig. Dan gaat de deur van de woonkamer open, loopt mijn vrouw naar binnen en vlijt zich naast mij op de bank.
Het is vervolgens altijd een kwestie van seconden voordat er op het televisiescherm iemand doodgaat, of er een poging wordt gedaan iemand dood te maken of op zijn minst voor het leven te verminken. ‘O, gezellig’, zegt mijn vrouw dan, ‘is het weer zover?’
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Deze op het oog ongelukkige toevalligheid is deels aan mij en aan mijn culturele consumpties te wijten. Zo eis ik van mijn films en series dat ze niet meer dan 20 procent van mijn hersencapaciteit vragen en dat ze niet gaan over ziekte, relaties, klimaat, stelselmatige onderdrukking, racisme, gender of politiek, tenzij opgediend in thriller- of actievorm.
Het komt er dus op neer dat ik dingen kijk met Denzel Washington of Hugh Jackman en dat er inderdaad regelmatig mensen op gruwelijke wijze om het leven komen. Ontspanning door overspanning noem je dat.
Tegelijkertijd heeft het ook te maken met een curieus gevoel voor timing van mijn vrouw. Ze heeft de gave om op de minst gunstige momenten ergens binnen te komen. Het is een soort hoger bewustzijn, als een drugshond die op onheil afkomt, maar ook onheil oproept.
Ik kan de meest vredige natuurdocumentaire aan het kijken zijn, maar op het moment dat mijn vrouw de woonkamer binnenkomt, verschijnt er opeens een scène waarin iemand overreden wordt door een graafmachine en je botten hoort kraken en ingewanden op de camera spetteren, terwijl er op de achtergrond kakelend gelach klinkt.
Deze zelfde intuïtieve gave gebruikt ze om een ruimte in te lopen waar ik net een scheet heb gelaten, om vervolgens verontwaardigd op te merken: ‘Loop ik nou echt net vol je scheet in?’ Misschien deed je dat, of wist je onbewust dat ik een scheet had gelaten en heb je er toen voor gekozen binnen te komen?
Het kan ook gebeuren dat ik uren bezig ben geweest met opruimen, schoonmaken en koken, en mijn vrouw in geen velden of wegen te bekennnen was. Maar net op het moment dat ik mijn vermoeide botten even wat rust geef, ga zitten en op mijn telefoon kijk, komt mijn vrouw binnenlopen.
Wat daar nou erg aan is? Nou, zo bij elkaar opgeteld krijgt ze dus het beeld van mij als luie, oppervlakkige man die de hele tijd scheten laat, aan zijn telefoon geplakt zit en slechte films kijkt. En dat is me veel te accuraat.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant