Deze week begon in Zwolle de zaak tegen mensensmokkelaar Amanuel W. Justitie beschouwt hem als het hoofd van een een omvangrijk smokkelnetwerk, waarin werd afgeperst, gemarteld en verkracht. ‘Als hij een meisje leuk vond, kon niemand hem tegenhouden.’
is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.
Zo luid als Eritreër Amanuel W. volgens getuigen te horen was in zijn overvolle verzamelkamp voor migranten in Libië, als hij bijvoorbeeld een van zijn handlangers, ‘kapo’s’, opdracht gaf tot martelingen, of jonge vrouwen en meisjes eruit liet pikken om ze zelf te verkrachten, zo zwijgzaam is W. nu hij terechtstaat in de Zwolse rechtbank.
‘Ik beroep mij op mijn zwijgrecht’, vertaalt zijn tolk telkens weer. Eén keer heeft W. de rechter iets meer te vertellen, als hij ontkent de man te zijn die in een oud magazijn in Libië jarenlang permanent ruim duizend vluchtelingen onder erbarmelijke omstandigheden bij elkaar bracht voor hun levensgevaarlijke overtocht over de Middellandse Zee: ‘Ik ben niet de persoon die jullie zoeken.’
W. zegt het maandag op de eerste van negen zittingsdagen die voor dit bijzondere mensensmokkelproces zijn uitgetrokken. ‘Een uitzonderlijke zaak’, beaamt de rechtbankvoorzitter, die ‘zelden zo’n omvangrijk dossier van 25 duizend pagina’s’ voor zich heeft gehad. Justitie werkte samen met Italiaanse diensten, Interpol en het Internationaal Strafhof. Bijna tweehonderd getuigen zijn gehoord.
De rechtbankvoorzitter legt uit dat hij elk relevant getuigeverhaal voor de zaak tegen W., van wie hij zo’n twintig aliassen in het dossier tegenkwam, ‘apart doorneemt’. ‘Ik denk dat het verhalen zijn die het verdienen verteld te worden’, zegt hij. ‘Het is een strafproces, juristerij, maar het gaat ook over mensen.’
Het onderzoek met de naam Pearce beslaat de periode 2015-2018 en biedt een lugubere inkijk in de wereld die voorafgaat aan het asielbeleid waar Nederland zich dezer dagen druk over maakt. Verhalen over mannen die aan handen en voeten werden vastgebonden en zo 24 uur aan een haak aan het plafond hingen. En alsmaar die verkrachtingen.
‘Als W. een meisje leuk vond, kon niemand hem tegenhouden’, verklaart iemand. Wie weigerde, kon gesmolten plastic op haar rug gedrupt krijgen. Om vervolgens met ontbloot bovenlijf te worden teruggestuurd naar de bomvolle, vervuilde hal vol andere gebroken vluchtelingen, die onder de schurft zaten. Velen overleefden een verblijf bij W. niet.
Het onderzoek naar het omvangrijke smokkelnetwerk begon bij ene Kidane. Hij wordt ervan verdacht een vergelijkbare smokkelhal pal naast die van W. te hebben gerund in de Libische woestijnstad Bani Walid. Kidane kan elk moment worden uitgeleverd aan Nederland door de Verenigde Arabische Emiraten. W. werd in 2022 uitgeleverd door Ethiopië, waar hij al een gevangenisstraf uitzat voor mensensmokkel.
Zijn advocaten proberen te voorkomen dat deze verhalen verteld kunnen worden. Na acht jaar onderzoek en vele voorbereidende zittingen, menen zij dat een Nederlandse rechtbank niet bevoegd is te oordelen over een niet-Nederlandse persoon, voor strafbare feiten in het buitenland gepleegd en ook nog tegen niet-Nederlanders.
Het Openbaar Ministerie denkt van wel, omdat sommige slachtoffers hier een status hebben. Het proces gaat door omdat de Zwolse rechter lopende het proces pas wil oordelen of zijn rechtbank de aangewezen plek is voor deze zaak.
En dus begint de voorzitter dinsdag te vertellen over Eritreeër E., een 14-jarige jongen van 1,70 meter lang, die zes maanden werd vastgehouden in het kamp van W. en bij aankomst in Italië nog maar 30 kilo woog. Hij was een van de velen die het geld voor hun overtocht over zee niet onmiddellijk kon betalen en vrijwel dagelijks naar huis moest bellen om te smeken of zij geld wilden overmaken.
Tijdens het bellen werden zij dan geslagen met stukken tuinslang om met hun gegil de familie te doordringen van de noodzaak snel geld over te maken. Door de aanhoudende martelingen misten mensen als E. vaak ook nog een van de twee dagelijkse borden macaroni, die per acht gevangenen dienden te worden gedeeld.
Meerdere getuigen verklaren dat ze al hun spullen van waarde verkochten om geliefden uit deze hel van W. te kunnen bevrijden. Was het geld eenmaal bijeen, dan wachtte aan de kust vaak een niet-zeewaardige boot. Eenmaal op volle zee werd dan ook nog de motor van het schip gehaald en door de smokkelaars in een andere boot terug naar Libië gevaren. Vele getuigen hebben het aan de Italiaanse kustwacht te danken dat ze het kunnen navertellen.
Zoals H., de 35-jarige Eritreeër, getuige nummer 89, die vertelde dat hij ‘aan de dood is ontsnapt’. Hij weet nog dat hij na maandenlange martelingen bij het zien van de rubberboot waar ze met 110 personen in moesten, zich afvroeg: ‘Heb ik zoveel geld betaald om in de zee te verdwijnen?’
Eritreeërs zijn oververtegenwoordigd in de Nederlandse asielcijfers. Het zeer autoritaire regime is voor velen reden de erbarmelijke route door Soedan en de woestijn in Libië te doorkruisen om via de Middellandse Zee Italië te bereiken. Onderweg lopen ze het risico te worden gekidnapt of doorverkocht. Aan hun nieuwe smokkelaars of ontvoerders moesten zij dan opnieuw bedragen tussen de 3.000 en 6.000 euro per persoon betalen.
‘Het lijkt wel slavernij’, verzucht de rechtbankvoorzitter. Hij toont zich vaker onder de indruk, zoals bij een verklaring van een moeder die ‘geen zwemvest’ kreeg van haar smokkelaars. ‘Ik had alleen mijn zoon op mijn rug.’
Een van de andere drie rechters probeert het nog een keer. ‘Los van de vraag of u het hebt gedaan, wat vindt u van deze verhalen?’ Zijn advocaten willen tijdens een schorsing niet zeggen of zij W. hebben geadviseerd het antwoord te geven dat dan voor de zoveelste keer volgt: ‘Ik beroep me op mijn zwijgrecht.’
Het ontlokt een machteloze kreun bij een van W.’s slachtoffers op de publieke tribune, die over anderhalve week gebruik zal maken van zijn spreekrecht.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant