Home

Theatermaker Shantie Singh: ‘De verhalen van de voormoeders werken ook door in ons’

Theatermaker en schrijver Shantie Singh (43) tourt door het land met haar voorstelling Her (s)tories, een ode aan vrouwen uit de Hindoestaanse migratiegeschiedenis. Op zaterdag 8 november staat ze in theater Meervaart in Amsterdam.

Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant, met bijzondere aandacht voor de koloniale geschiedenis.

Kunt u iets meer vertellen over de voorstelling?

‘Samen met andere performers vertel ik door middel van monologen, poëzie, beelden, muziek en dans een aantal inspirerende verhalen van Hindoestaanse voormoeders. Dit raakt aan een essentieel onderdeel van onze identiteit nu. De verhalen van de voormoeders werken ook door in ons. Het zijn verstopte en onbekende verhalen. De performers in de voorstelling hebben, net als ik zelf, Surinaams-Hindoestaanse roots.’

Voormoeders?

‘Daarmee doel ik op de eerste generatie vrouwen die als kantraki, contractarbeider, per schip uit het huidige India naar Suriname waren gehaald, in de periode na 1873, om op de plantages in Suriname te werken na de afschaffing van slavernij.

‘Ik deed onderzoek voor mijn boek, Na de komma, naar de migratie en leefomstandigheden van Hindoestaanse contractarbeiders en de generaties daarna tot nu, en stuitte niet alleen op pijnlijke maar ook op krachtige verhalen van bijzondere, sterke vrouwen die in verzet kwamen tegen allerlei vormen van onderdrukking. Tegen het patriarchale systeem van hun eigen gemeenschap, tegen mishandeling en uitbuiting en seksueel geweld door de koloniale overheerser.

‘Ik dacht: meer mensen moeten hun verhalen leren kennen en de beste plek daarvoor is in het theater.’

Kunt u een voorbeeld geven van zo’n sterke vrouw?

‘De bekendste is Janey Tetary (uitgesproken als ‘Jaa-nie Tit-a-rie’, red.). Zij kwam eind 19de eeuw als 24-jarige met een baby van 1 jaar per schip naar Suriname, waar ze op suikerplantage Zorg en Hoop te werk werd gesteld. Het werk was zwaar en onderbetaald, mensen moesten extreem lange dagen maken, hadden te maken met mishandeling, boetes en lijfstraffen. De omstandigheden voor vrouwen waren extra ingewikkeld.

‘Janey Tetary heeft als enige vrouw deelgenomen aan een opstand op de plantage tegen de slechte behandeling van mensen in het algemeen en vrouwen in het bijzonder. Dat heeft ze met de dood moeten bekopen. Ze is vermoord.

‘Een andere vrouw in de voorstelling is Adjie Obradjie, de overgrootmoeder van Tanja Jadnanansing, die stadsdeelvoorzitter is in Amsterdam-Zuidoost. Ik heb Tanja gevraagd of ze zich wilde verdiepen in de vrouwen in haar familiegeschiedenis en zo stuitte ze op Adjie, die als 3-jarige naar Suriname kwam en het uiteindelijk zonder man in haar eentje economisch heeft gerooid. Daar vertelt Tanja over in de voorstelling.’

U tourt al bijna twee jaar met de voorstelling, die telkens uitverkocht is.

‘Dat hadden we niet durven hopen. Het is natuurlijk onderdeel van de Nederlandse geschiedenis, maar veel mensen kennen deze verhalen niet. Het is bijzonder om te zien hoe gemêleerd het publiek is dat erop afkomt.

‘We spelen de komende tijd nog in Amsterdam en Almere. En daarna gaan we eindelijk, wat ik al langer wilde, ook buiten de Randstad touren. Ik woon in Rotterdam, maar ik ben geboren en getogen in Almelo, ik had het geweldig gevonden om als jonge vrouw naar een voorstelling als deze te kunnen gaan.’

Hoe zijn uw ouders ooit in Almelo beland?

‘Mijn vader groeide op in Nickerie, het platteland van Suriname. Hij is een oudere zus achterna gegaan, die in Almelo was beland. Mijn ouders moeten zich erg ontworteld hebben gevoeld in Almelo, zonder gemeenschap, maar voor mijn zusje en mij heeft dat juist emanciperend uitgepakt. In veel delen van de Hindoestaanse gemeenschap geldt manai ka boli, ‘wat zullen de mensen zeggen?’. Veel jonge mensen, zeker vrouwen, moeten zich aan dat principe ontworstelen.

‘Hoewel mijn vader uit een vrij traditioneel gezin komt, hebben hij en mijn moeder ons verrassend feministisch opgevoed, al zullen ze dat woord er zelf niet aan geven. Ik geloof niet dat hij ons anders zou hebben behandeld als we zonen waren geweest, op het gebied van onderwijs, vrijheid, ontwikkeling en ook in de liefde.

‘Als kind vond ik het wel geweldig om in Rotterdam te komen, waar veel familie woonde, voor feesten. Ik keek mijn ogen uit: de overvloed aan Surinaamse producten die je er kon kopen, en het straatbeeld: al die verschillende mensen door elkaar heen. Voor sommige mensen voelt een grote stad misschien onherbergzaam, mij gaf dat direct een gevoel van geborgenheid. Toen ik ging studeren wist ik meteen dat ik naar Rotterdam wilde.’

U staat ook nog met een ander project in het theater, De Dolle Kavita Talkshow. Wat is dat?

‘Daar ben ik in 2018 mee begonnen, eerst alleen in Rotterdam. Ik zocht een goede term om de stoere vrouwen in die geschiedenis van de voormoeders mee te duiden. Omdat het zulke onderbelichte pioniers zijn. Met een knipoog naar Dolle Mina werd het Dolle Kavita (uitgesproken als Kawita, red.). Ik heb een nogal stoere tante die zo heet, en ik ken toevallig nog twee andere inspirerende vrouwen die Kavita heten.

‘In die talkshows komen allerlei onderwerpen aan bod die over de ongelijke behandeling van vrouwen of de maatschappelijke positie van vrouwen gaan, het gaat niet alleen over Hindoestaanse vrouwen. De volgende editie is gewijd aan (seksueel) geweld tegen vrouwen, een onderwerp waar ik me als beleidsadviseur voor de gemeente Rotterdam ook mee bezighoud.’

Her(s)tories, 8/11, Theater Meervaart, Amsterdam.

Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next