Als iemand kampt met verslavingsproblematiek, voelen de mensen eromheen zich vaak machteloos. Hoe kun je als naaste echt helpen? ‘Mijn rol is om zelf overeind te blijven, zo kan ik naast hem staan en trots op hem zijn.’
schrijft voor de Volkskrant over praktische kwesties uit het dagelijks leven en (duurzaam) reizen.
‘Wat een keertje proberen leek, liep uit tot een verslaving’, vertelt Stina. Haar zoon begon met het gebruiken van cocaïne toen hij 21 was, midden in de coronaperiode, toen hij niet goed in zijn vel zat. ‘Ik kwam er pas achter toen zijn recreatieve gebruik al was uitgemond in een verslaving.’
Verslaving kent vele vormen, zoals alcohol, drugs, gokken of gamen. De lichamelijke gevolgen verschillen, maar het patroon is vaak hetzelfde. In Nederland kampen naar schatting twee miljoen mensen met een verslavingsprobleem, waarvan ongeveer 55 duizend onder behandeling staan. Volgens verslavingsinstelling Jellinek is iemand verslaafd wanneer hij of zij de controle over het gebruik verliest, niet meer zonder kan en het dagelijks leven eronder lijdt. Maar hoewel de focus meestal ligt op de verslaafde zelf, wordt ook de omgeving geraakt.
‘Veel naasten van een persoon met ernstige verslavingsproblematiek lijden hieronder. Regelmatig krijgen ze zelf te maken met psychische klachten, zoals burn-out of depressie. Ze ervaren gevoelens van schuld, schaamte en machteloosheid’, zegt Wendy Schaap, trainer bij Sterk Ernaast, een programma van Jellinek dat familieleden ondersteunt. Stina herkent dat: ‘Ik had het idee dat ik had gefaald als moeder, dat ik het te laat had gezien. Dat was zwaar.’ Juist daarom is ondersteuning van naasten van levensbelang, zegt Schaap. ‘Dat zij overeind blijven, is cruciaal voor degene met een verslaving. De steun van een partner, ouder of vriend is een van de belangrijkste voorspellers van herstel.’
Hoe die steun er precies uitziet, verschilt per geval. ‘Er is geen one size fits all’, zegt Arnt Schellekens, hoogleraar verslavingsgeneeskunde aan het Radboudumc. ‘Maar alles begint met het wegnemen van stigma’s en het werkelijk begrijpen wat er gebeurt. Dit helpt hen om niet langer te denken in schuld of zwakte, maar in ziekte.’ Of het nu om cocaïne of gamen gaat, het brein reageert volgens hetzelfde principe, legt hij uit. ‘De hersenen leren gedrag te koppelen aan beloning. De zenuwverbindingen in de hersenen veranderen. Op den duur neemt die beloning af, maar het verlangen blijft. Iets wat ontspanning gaf, wordt een dwang.’
Voor degene die kampt met een stoornis in middelengebruik, is het inzien van het probleem de eerste stap. Soms is daar de omgeving voor nodig. Stina herinnert zich het moment waarop haar gezin ingreep. ‘Hij kwam ’s nachts niet thuis, lag hele dagen op de bank, kwam niet meer opdagen op zijn werk en was 15 kilo afgevallen. Het ging echt niet goed. We zijn met het gezin gaan zitten en hebben hem duidelijk gemaakt dat hulp noodzakelijk was. Dat was zijn wake-upcall.’
Toch duurde het daarna nog maanden voordat de behandeling begon. ‘Overgaan tot actie kost tijd, en er is niet meteen plek’, zegt Stina. Toen haar zoon eindelijk kon beginnen, besloot ze zelf ook hulp te zoeken. Ze volgde een vijf-stappen-groepstraning van Jellinek, speciaal ontwikkeld voor naasten. ‘Ik heb veel gehad aan het contact met lotgenoten, maar ik kreeg ook concrete handvatten van de trainers.’
Hierdoor kreeg ze inzicht in haar eigen rol en leerde ze beter omgaan met haar emoties. ‘Eerst reageerde ik heel primair als het weer misging, waardoor hij juist verder afstand nam. Nu maak ik eerst een wandeling om mijn verdriet en boosheid kwijt te raken, en daarna kan ik rustig zeggen: het gaat niet goed, wat heb je nodig?’
Een belangrijk onderdeel van de begeleiding was leren grenzen stellen. Stina: ‘Tijdens zijn gebruik probeerde ik zijn leven zo veel mogelijk overeind te houden. Ik bleef thuis om te zorgen dat hij opstond en naar werk ging en beheerde zijn financiën. Dat kostte enorm veel energie.’
Schaap ziet dit vaak gebeuren. ‘Ouders of partners willen de pijn vaak wegnemen: ze bellen iemand ziek, ruimen de troep op, betalen schulden af. Goed bedoeld, maar daardoor put je jezelf uit.’ Bovendien is er het risico dat je de lijdensdruk te veel weghaalt: de mate waarin iemand zelf last heeft van de gevolgen van zijn gebruik. Schaap: ‘Die druk is ook nodig om te willen veranderen en hulp te zoeken om te stoppen met het gebruik.’
Vaak zijn mensen erg gericht op het aanpakken van het gebruik, terwijl het harde werken eigenlijk daarna pas begint, zegt Schellekens. ‘Je moet patronen doorbreken, het onderliggende probleem aanpakken en leren omgaan met triggers.’ En dat gaat zelden zonder terugval. Ook Stina ervoer dat. ‘Vanuit de verslavingszorg leerde ik: het is niet de vraag of het gebeurt, maar wanneer. Als je dat accepteert, kun je beter omgaan met die tegenslag.’
Volgens Schellekens vraagt herstel vooral om tijd en vertrouwen. ‘De zenuwverbindingen in het brein die zorgen voor motivatie, plezier en beloning hebben tijd nodig om zich te herstellen. Dat kan bij de een sneller gaan dan bij de ander; soms is er na enkele maanden al verbetering te zien, terwijl het herstel bij anderen veel langer duurt.’
Na jaren van zorgen is haar zoon inmiddels een jaar clean. Toch weet Stina dat herstel nooit helemaal klaar is. ‘De enige die hem kan redden, is hijzelf. Mijn rol is om zelf overeind te blijven, door tijd voor mezelf te nemen. Zo kan ik naast hem staan en trots op hem zijn als hij kleine overwinningen behaalt.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant