Nederlanders die in buitenlandse gevangenissen zijn gedetineerd, mogen vaak niet terugkomen om hier hun celstraf uit te zitten. Is dat terecht? Nee, oordeelt internationaal strafrechtadvocaat Rachel Imamkhan, die vrijdag op deze kwestie promoveerde. ‘De staat komt slecht op voor z’n eigen onderdanen.’
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
Ze is de vrouw die de gerechtelijke dwaling aantoonde van Romano van der Dussen, die jarenlang onterecht vastzat in Spanje. Ze wist Machiel Kuijt en Rien Parlevliet vrij te krijgen, die in Thailand waren veroordeeld tot levenslang. Ze kreeg de ter dood veroordeelde Nederlander Edy Tang overgeplaatst vanuit Thailand naar Nederland, waardoor die uiteindelijk zijn doodvonnis ontliep. En ze is de oprichter van PrisonLaw, de stichting die opkomt voor de rechten van Nederlandse gedetineerden in het buitenland.
Internationaal strafrechtadvocaat Rachel Imamkhan promoveerde afgelopen vrijdag aan de Open Universiteit in Heerlen op strafoverdracht van Nederlanders die vastzitten in het buitenland. Volgens haar werkt de staat daarin soms actief tegen. Zo probeert Imamkhan al 11 jaar de langst vastzittende Nederlander in het buitenland, de 80-jarige Jaitsen Singh die in een Amerikaanse gevangenis zit, naar Nederland overgeplaatst te krijgen.
Daarvoor voerde ze vele gesprekken op het Binnenhof en schreef ze talloze brieven naar Kamerleden, ministers, de Ombudsman, en naar consuls en gouverneurs in de VS. In 2023 glipte ze tijdens een bijeenkomst voor de sociale advocatuur in Amsterdam door de beveiliging en duwde ze toenmalig minister voor Rechtsbescherming Franc Weerwind een handgeschreven smeekbrief van Singh in zijn hand.
Waartoe leidde dat?
‘Tot niks. Ik krijg vaak niet eens een reactie. En als dat wel zo is, klinkt standaard de afwijzing: ‘Singh heeft geen binding met Nederland’. Want hij woonde in de VS toen hij daar in 1984 voor een omstreden huurmoord werd gearresteerd. Omdat er geen enkel oog was voor Singhs humanitaire omstandigheden, zijn we tegen de staat gaan procederen.’
U boekte succes: eind augustus bepaalde het gerechtshof in Den Haag dat Singh per direct moet worden teruggehaald uit de Amerikaanse gevangenis waar hij vastzit.
‘Het hof heeft geoordeeld dat Singhs schrijnende omstandigheden – leeftijd, ernstige ziekte, familie die ver weg in Nederland woont en de uitzichtloosheid van zijn toestand – hebben geleid tot ‘een humanitair onwenselijke situatie’. Het hof zegt daarmee feitelijk: vasthouden aan regels mag nooit leiden tot onmenselijkheid. Je mag iemand niet laten wegkwijnen.’
Waarom zou Nederland dat doen?
‘Tijdens Singhs rechtszaak zei de landsadvocaat dat de overheid geen aanzuigende werking wil, men wil geen precedentwerking, ze zijn bang dat Nederlanders daardoor gaan denken: ik kan gewoon misdrijven plegen in het buitenland, want Nederland haalt me toch wel terug. Die redenering klopt niet, want bij elk overbrengingsverzoek moet Nederland opnieuw instemmen, en kan men dus ook weigeren. Ik vind dat Nederland slecht opkomt voor z’n eigen onderdanen.’
In uw promotieonderzoek, dat de basis was voor uw proces in de zaak-Singh tegen de staat, noemt u het Nederlandse beleid voor het terughalen van Nederlandse gedetineerden in het buitenland ‘inhumaan’.
‘Nederland heeft allerlei eisen bedacht waaraan een gedetineerde moet voldoen voordat die in aanmerking komt voor strafoverdracht naar Nederland. Een van de eisen is bijvoorbeeld dat een gedetineerde hier woonde, en niet langer dan vijf jaar uit Nederland was verhuisd, voordat die in het buitenland werd gearresteerd. Toen dacht ik: wat gek. Veel Nederlanders werken als expat in het buitenland en zijn tien jaar of langer van huis, maar komen hier wel geregeld op vakantie voor familiebezoek en hebben dus een binding met Nederland.
‘En er zijn meer onwrikbare Nederlandse eisen die terugkeer voor gedetineerden onmogelijk maken. Ik vroeg me af: waarom zit dat beleid zo in elkaar? Ik wilde dat begrijpen, om er juridisch adequaat op te kunnen reageren. Die zoektocht, in Kamerstukken, notulen, memories van toelichting en de vergelijking met internationale verdragen, leidde uiteindelijk tot dit promotieonderzoek.’
Wat zijn uw bevindingen?
‘Er is sinds 1988 een multilateraal verdrag, het Verdrag overbrenging gevonniste personen, dat de meeste landen hebben ondertekend. Ook Nederland en de VS. Daarin staat dat een land zelf mag beslissen of het instemt met het terughalen van een gedetineerde. Het verdrag is bedoeld om gedetineerden te kunnen overbrengen naar het land van herkomst, zodat familiebezoek en resocialisatie makkelijker zijn.
‘Maar wat deed Nederland? Deze overheid heeft de ruimte die dat verdrag biedt, ingevuld met beleid waarmee juist zo veel mogelijk verzoeken kunnen worden afgewezen. Die eis van vijf jaar staat in geen enkel ander internationaal verdrag. Internationale verdragen moedigen strafoverdracht juist aan, en benadrukken dat humanitaire omstandigheden, zoals bijvoorbeeld ernstige ziekte, moeten worden meegewogen. Nederland sluit zulke omstandigheden juist expliciet uit, hoewel artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens onmenselijke of vernederende behandeling verbiedt.’
Het gevolg van het restrictieve Nederlandse beleid is ernstig, stelt Imamkhan: ‘Velen van de ruim tweeduizend Nederlanders in buitenlandse gevangenissen, krijgen daardoor niet de kans om hier te resocialiseren. Daardoor komen ze vaak pas terug nadat ze hun straf hebben uitgezeten, zonder dat ze zijn begeleid. En zij weten: deze overheid heeft niks voor mij gedaan. Dat vergroot de kans dat ze weer het criminele pad op gaan, dat ze gaan recidiveren.’
Volgens de advocaat zijn veel buitenlandse detentieregimes zo mensonterend, met overvolle cellen, gebrek aan privacy, slecht eten en gebrekkige hygiëne, dat Nederland zijn onderdanen daar niet onnodig aan hun lot mag overlaten.
‘In Thailand stond ik bijvoorbeeld twee ter dood veroordeelde Nederlanders bij. Ik mocht hen niet in een normale ruimte bezoeken, maar in een cel waar ze zaten vastgeketend. Als ik eraan terugdenk, hoor ik nog steeds het geluid van die kettingen over de betonnen vloer. Toen ik in Myanmar een cliënt sprak, stonden minstens twintig geüniformeerde mannen in die ruimte om ons heen mee te luisteren. In Japan moeten alle gedetineerden werken, hoe oud of ziek ze ook zijn. Toen een cliënt van mij tijdens het werk eens paracetamol vroeg tegen de hoofdpijn, werd hij als klager aangemerkt en in een isoleercel gegooid. Vervolgens bleek dat hij een hersenbloeding had.
‘Romano van der Dussen zat in Spanje onterecht vast voor een verkrachting. Zedendelinquenten zijn in de gevangenis de laagsten in rangorde, die hebben het zwaar, die worden heel frequent mishandeld. Nederland wist dat de zaak tegen Romano zaak dubieus was, maar deed niets voor hem.
‘En Jaitsen Singh, die in de VS vastzit na een heel oneerlijk strafproces, is hoogbejaard, terminaal ziek en heeft daar geen familie. Hij smeekt Nederland al decennia om hem over te plaatsen. Dat doet Nederland niet, hoewel sommige andere Nederlandse gedetineerden die ook niet aan alle regeltjes voldoen, wél zijn teruggehaald. Dat is niet uit te leggen.
‘Als ik de waarom-vraag stel, krijg ik nooit antwoord. Singh denkt zelf dat het komt omdat hij geen witte Nederlander is. Hij zegt altijd: ‘Ik heet niet Jansen of De Vries, daarom willen ze me niet.’’
Hoe reageerde Singh op de uitspraak van het gerechtshof?
‘Toen ik hem belde, zei hij letterlijk: ‘O mijn God, echt? Dus Nederland ziet mij toch?’ Hij klonk erg geëmotioneerd, want hij voelt zich al decennia genegeerd door Nederland. Ik antwoordde: ‘Ja, er is toch nog hoop.’’
Dat is drie maanden geleden. Het is inmiddels november, maar hij is nog niet in Nederland.
‘Nee, en dat vind ik schandalig. De staat heeft tot het allerlaatste moment gewacht om, conform de uitspraak van het hof, het overbrengingsverzoek naar de VS te sturen. Mijn collega Tom de Boer en ik hebben nog moeten ingrijpen, omdat het verzoek veel te summier was, en zodanig was geformuleerd dat het kon worden afgewezen. Terwijl het ministerie deze zaak goed kent en weet dat Singh terminaal is. Maar het is gelukt, en nu wachten we op goedkeuring van de Amerikaanse autoriteiten.’
De uitspraak van het gerechtshof in Singhs zaak betekent dat de Nederlandse staat voortaan wél de humanitaire omstandigheden van alle andere Nederlandse gedetineerden in het buitenland moet meewegen. Vindt u dat de staat per definitie altijd met een terughaalverzoek moet instemmen?
‘Nee. Echte beroepscriminelen die in de drugshandel voortdurend recidiveren en die gevangenisstraf incalculeren als beroepsrisico omdat het zo lucratief is, daarmee hoef je geen medelijden te hebben. Je moet onderscheid maken. Ik vind dat je naar bijzondere, schrijnende omstandigheden moet kijken, zoals bij Singh en destijds ook bij Van der Dussen, waar ook nog eens grote twijfels over de rechtsgang meespelen.
‘Of kijk bijvoorbeeld naar erg jonge gedetineerden, die nog een heel leven voor zich hebben. Ik heb ook zaken gedaan van Nederlanders die op vakantie in het buitenland betrokken raakten bij een dodelijk verkeersongeluk, soms zelfs buiten hun schuld, maar die het land niet mogen verlaten en worden vastgezet. En ik heb cliënten die door een psychose in de problemen zijn gekomen.’
Wordt de oorzaak van de veroordeling helemaal niet meegewogen bij het verzoek om strafoverdracht?
‘Nee, er wordt echt alleen getoetst aan die Nederlandse, afwijkende regels. En wat ik nog kwalijker vind is dat de minister van Justitie, op basis van dit beleid, gewoon op eigen houtje een overbrengingsverzoek kan afwijzen, zonder motivatie, zonder dat aan de veroordeelde wordt gevraagd: kun je je verzoek onderbouwen? Kun je aangeven dat je toch binding met Nederland hebt? Besluiten zijn niet transparant, de minister is daardoor oncontroleerbaar, er zijn geen checks and balances, en daarmee is er dus geen rechtsbescherming voor de gedetineerde. Die kan nergens terecht als die het met zo’n beslissing niet eens is.’
Wat wilt u met de conclusies van uw onderzoek bereiken?
‘De wetgeving en de uitvoering daarvan zouden grondig moeten worden herzien. Er moeten humanitaire gronden in worden opgenomen, en er moet rechtsbescherming komen voor de veroordeelden. Verzoeken voor overbrenging naar Nederland moeten niet meer worden beoordeeld door de minister, want die kan politieke belangen hebben en is dus niet neutraal, maar gewoon door een rechter.
‘Ik wil dat Nederland meer doet voor zijn eigen onderdanen die in het buitenland door stommiteiten, domme pech, een slecht functionerende rechtsstaat, procedurele fouten of mentale problemen in de gevangenis belanden. Bij schrijnende gevallen moet Nederland niet langer wegkijken of zich verschuilen achter beleidsregels, maar handelen vanuit medemenselijkheid.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant