De in oktober overleden Britse journalist en auteur Anthony Grey raakte als China-correspondent verstrikt in een diplomatiek steekspel rond de voormalige Britse kroonkolonie Hongkong. Meer dan twee jaar zat hij vast in zijn huis in Beijing, een ervaring die hem levenslang zou tekenen.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Vlaskamp was 18 jaar correspondent in Beijing.
‘Je hebt alcohol gedronken in je huis! Beken je misdaad!’ Met oorverdovend gekrijs viel op 18 augustus 1967 de maoïstische Rode Garde binnen bij de kersverse China-correspondent Anthony Grey. Tweehonderd hysterische mannen en vrouwen besmeurden hem met verf en kalkten slogans op de muren. ‘Hang de Engelse imperialistische nieuwsman Grey op! Lang leve Mao Zedong!’ Daarna hingen ze Greys lapjeskat Mingming op.
Grey had er toen nog geen half jaar in China opzitten. Dolenthousiast was hij aan zijn correspondentschap begonnen, dat samenviel met het begin van de Culturele Revolutie. Niemand begreep de politieke chaos en gewelddadige zuiveringen, en met slechts vier buitenlandse verslaggevers in Beijing wist Grey dat alles wat hij schreef op de voorpagina belandde.
Na anderhalf jaar te hebben gewerkt voor persbureau Reuters in Oost-Berlijn – compleet met achtervolgingen en ondervragingen door veiligheidsdiensten tijdens werkreizen naar landen achter het IJzeren Gordijn – had hij genoeg ervaring met communisten om hem naar de Volksrepubliek China te sturen, vond zijn werkgever. Die had overigens nog een tip voor Grey: kijk tijdens treinreizen uit het raam naar voorbijglijdende fabrieksschoorstenen en rijstvelden en je kunt eruit afleiden hoe de Chinese economie ervoor staat.
Grey was een rusteloze tiener, die na de scheiding van zijn ouders opgroeide bij zijn moeder, een winkelier in het Engelse marktplaatsje Keswick. Op zijn 16de ging hij van school in de hoop piloot bij de luchtmacht te worden. Die hoop vervloog toen duidelijk werd dat zijn ogen te slecht waren voor de rol van vliegenier.
In 1960 begon Grey bij een plaatselijke krant. In Oost-Berlijn had hij een primeur over onderhandelingen aangaande de vrijlating van een Britse leraar Russisch die op vakantie in Moskou was gegijzeld.
Hijzelf werd het onderwerp van soortgelijke nieuwsartikelen over communistische gijzelaarsdiplomatie, nadat hij op 21 juli 1967 bij het Chinese ministerie van buitenlandse zaken was ontboden. Als vergelding voor de detentie van acht communisten in Hongkong – toen nog vallend onder het koloniaal bestuur van het Verenigd Koninkrijk – kreeg hij huisarrest opgelegd.
Grey mocht zijn woning aan Nanchizi, een laantje vlak bij het voormalige keizerlijke paleis in Beijing, niet verlaten. ‘De noviteit voorkomt dat ik me depressief voel, maar een beetje onterecht voelt het wel’, schreef hij destijds in zijn dagboek.
De eerste vier weken ijsbeerde hij door de drie verdiepingen van de woning, die tevens dienst deed als kantoor van persbureau Reuters. Hij speelde met zijn kat, las boeken en luisterde naar de buitengeluiden: straatverkopers overdag, krekels in de avond. Na de inval van de Rode Gardisten verslechterden de omstandigheden verder.
Ruim twee jaar lang zat Grey in zijn eentje in een kamertje van nog geen 4 vierkante meter, met een deels dichtgetimmerd raam en een open deur die uitkeek op een altijd zwijgende bewaker die hem permanent in de gaten hield. Volgens een artikel in het Amerikaanse tijdschrift Time getiteld De Kleine Wereld van Anthony Grey kreeg hij dagelijks de partijkrant Het Volksdagblad, maar Grey las geen woord Chinees.
Hij doodde de tijd met zelfgemaakte cryptogrammen. ‘Op een of andere manier – God weet hoe – slaagt men erin dit te verdragen’, schreef hij aan zijn moeder. Er was slechts één brief per maand toegestaan; hij moest kiezen tussen schrijven aan zijn moeder of aan zijn verloofde Shirley McGuinn.
Stille diplomatie bracht geen soelaas. Ook na het inwilligen van de oorspronkelijke eis van China aan de Britten om acht Hongkongse gevangenen vrij te laten, bleef Grey vastzitten. Beijing kwam met een aanvullende eis: de vrijlating van nog eens dertien andere communisten uit Hongkongse gevangenissen. Toen de Britse regering dat weigerde, waren het Greys beroepsgenoten die de aandacht voor zijn situatie levend hielden door over hem te blijven schrijven.
Eenmaal thuis na zijn vrijlating in oktober 1969 stortte de pers zich op hem: telkens weer moest Grey zijn verhaal doen, al dan niet tijdens fotosessies in het tot op de details nagebouwd kamertje dat dienstdeed als cel.
Terwijl zijn depressies verergerden, werkte hij door als radiopresentator. In de jaren tachtig schreef hij bestsellers die zich afspelen in het Verre Oosten; zijn naïeve mannelijke hoofdpersonen belanden er door liefdesaffaires met plaatselijke heldinnen in oorlogen en revoluties. Deze formule resulteerde in drie vuistdikke historische romans, waarvan de titels Saigon en Peking in Nederland het bekendst zijn. Ook schreef hij een boek over zijn huisarrest.
In de jaren negentig raakte Grey overtuigd van het bestaan van buitenaardse wezens. Al zijn tijd besteedde hij vervolgens aan de Raëliaanse Beweging, een Franse sekte van ufo-fanaten. Dat kostte hem zijn geld, zijn reputatie en zijn toch al gebutste mentale gezondheid.
Veertig jaar na zijn opsluiting in Beijing ging Grey eindelijk naar een psychiater, die een post-traumatische stressstoornis vaststelde. Greys levensavond stond echter niet in het teken van rancune. Ruim voordat hij op 87-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van de ziekte van Parkinson, had hij al vergiffenis geschonken aan iedereen die hem tijdens zijn leven had beschadigd
Hij stopte met het schrijven van thrillers, nadat hij angstig was geworden door nieuwsberichten over de moord op een vermeende spion.
Een Belgische China-correspondent in Hongkong bood tijdens Grey’s detentie aan diens plaats in gevangenschap over te nemen. Tevergeefs.
Grey heeft twee dochters die beiden in de journalistiek werkzaam zijn.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant