Home

Na twee zware jaren onderzoekt het Joods Museum wat het betekent om Joods te zijn in deze tijd

Het Joods Museum in Amsterdam gaat moeilijke vragen na 7 oktober niet uit de weg. In de programmareeks Wat nu?! worden de komende jaren gedurfde thema’s verkend die raken aan de Joodse identiteit. Wat is de insteek van de makers?

is kunstverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over kunstpolitiek, subsidiebeleid en wat zich afspeelt op het snijvlak van kunst en samenleving.

Joodse scholen en synagogen zijn geen alledaagse gebouwen in het Nederlandse straatbeeld. De voortdurende bewaking maakt ze tot plekken waarmee iets aan de hand is. Als vrome Joodse kinderen hun religieuze lessen verlaten, zetten beveiligers voor de zekerheid even de straat af, omdat de leerlingen met hun keppeltjes en pijpenkrullen opvallen.

Ook het Joods Museum in Amsterdam loop je niet zomaar binnen. Na de eerste schuifdeur volgt een tweede, en die gaat pas open als de eerste achter je rug is gesloten. Daarna is er pas een vrije doortocht naar de Grote Sjoel – de 17de-eeuwse Hoogduitse synagoge die in 1943 is geplunderd – met zijn vitrines vol oude zevenarmige kandelaars, schilderijen van het Joodse leven in Nederland en ander erfgoed dat bij wet van nationaal belang is verklaard.

Geen enkel ander museum in Nederland heeft zo’n veiligheidssluis. Maar algemeen directeur Emile Schrijver (63) is er zo aan gewend, dat hij die maatregel niet zelf noemt als hij voorbeelden geeft van waar de ‘normaliteit van Joden in de openbare ruimte’ is verdwenen.

‘Het klopt dat de entree van ons museum anders is’, zegt hij, net een dag terug van een Duits werkbezoek. ‘Maar het valt nog mee. In het Joods museum in Parijs moet je zelfs door een vliegveldachtige beveiligingsconstructie, en in Duitsland staat voor ieder Joods museum een politieauto.’

Verscheurde verhoudingen

Het Joods Museum weigert in zijn schulp te kruipen. Het is al jaren ‘open voor iedereen’ en die slogan, zegt Schrijver, draagt het museum nog steeds met overtuiging. Ook al zijn allerlei verhoudingen in Nederland verscheurd geraakt na het Hamas-bloedbad van 7 oktober 2023 met 1.200 Israëlische doden en de daaropvolgende Israëlische strafcampagne in Gaza met 67 duizend Palestijnse doden. Tussen Joden en niet-Joden, en ook tussen Joden onderling.

De vraag wat het betekent om Joods te zijn, leidde niet eerder in de 21ste eeuw tot zoveel angst en ongemak als de laatste twee jaar. De wereld na 7 oktober is voor veel Joden in de diaspora veranderd in een centrifuge van emoties.

Aan de ene kant draait het voor henzelf om existentiële kwesties als hoe zij zich verbonden voelen met de Joodse staat Israël. Aan de andere kant zijn ze deel van een maatschappelijk debat waarin niet-Joden zich veroordelend en soms ook hatelijk over hen uitspreken.

‘Ik wil niet weglopen voor al die moeilijke vragen, want dan verliezen we onze relevantie’, zegt Schrijver, die tien jaar directeur is van het Joods Cultureel Kwartier, waartoe ook de nabijgelegen Portugese Synagoge, het Nationaal Holocaustmuseum en de Hollandsche Schouwburg behoren. ‘Maar dat betekent niet dat ik een profetisch visioen heb van hoe je de complexiteit en diversiteit van Joodse identiteiten over het voetlicht brengt. Het is een kwestie van uitproberen en zo nu en dan de mist ingaan.’

Het programma Wat nu?!

Het ambitieuze programma Wat nu?! getuigt daar sinds de zomer van met lezingen, discussies en voorstellingen. Samen met onder anderen publiek, denkers en kunstenaars onderzoekt het museum daarin de komende jaren ‘actuele gebeurtenissen die raken aan de Joodse identiteit’. Genuanceerd, met een open blik en respect voor elkaars overtuigingen – en in de hoop het maatschappelijk debat verder te helpen. Het programma kan misschien zelfs de motor zijn achter een vernieuwde opstelling van de vaste collectie van het Joods Museum, die de laatste twintig jaar niet veel is veranderd.

De thema’s die het Joods Museum aansnijdt zijn gedurfd. Zo bespreekt het zaterdag de vraag wanneer belangstellende zorg voor Joden overdreven vormen aanneemt en omslaat in antisemitisme. Het is een complex verschijnsel, in de 19de eeuw tot filosemitisme gedoopt, dat zich tegenwoordig voor kan doen bij rechtse politieke partijen die pal staan voor Israël en de verscheidenheid van de Joodse gemeenschap negeren. De Duitse Deborah Feldman komt er spreken over haar als polemisch ontvangen boek Jodenfetisj (2024). Ze is bij een breed publiek bekend van haar autobiografie Onorthodox (2012), die is bewerkt tot Netflixserie (2020).

Maar daarbij blijft het niet. Later in november organiseert het museum een openbaar koosjer diner rond de vraag of Israël een ‘splijtzwam of verbinder’ is voor de Joodse gemeenschap in Nederland. Om een gesprek onder gelijkgestemden te voorkomen nodigt het museum de helft van de deelnemers uit om de bijeenkomst van ‘verschillende perspectieven’ te verzekeren. In december staat een thema-avond op de rol over ‘judeo-futurisme’, waar kunstenaars hun vergezichten delen over de vormen die het Joodse leven in de diaspora kan aannemen.

Vooruitkijken is een grondtoon van het programma. Tussendoor zijn er nog twee workshops ‘toekomstdenken’, geïnspireerd door een methode waarmee de Israëlische ontwerper Mushon Zer-Aviv na 7 oktober kleine groepen Palestijnen en Israëli’s met elkaar in gesprek brengt. En het theaterstuk Is hier nog wel een toekomst voor mij? krijgt na de première in oktober nog een tweede voorstelling in Utrecht. De tekst is gebaseerd op interviews met Nederlanders met een joodse en islamitische achtergrond die zich hier niet meer veilig voelen als gevolg van antisemitisme en islamofobie.

De rol van het Joods Museum

‘Als leiding hebben we na 7 oktober geworsteld met wat onze rol als Joods Museum is’, zegt Schrijver. ‘De eerste weken na de aanval was het hier doodstil. Ineens kwam er niemand meer. Geen idee waarom. Toen de eerste gijzelaars vrijkwamen, was er even het idee dat het snel voorbij zou zijn. Maar dat was ijdele hoop. Daarna veranderden de sentimenten in de samenleving steeds.’

De opening van het Nationaal Holocaustmuseum leidde daarna in maart 2024 tot protesten rondom de komst van de Israëlische president Yitzhak Herzog. Het Joods Museum kon er daarna niet meer onderuit dat het bij bezoekers minder de associatie oproept met Baruch Spinoza of de Jiddische taal en meer met de Gazastrook. ‘Mensen kwamen naar informatie zoeken over het Midden-Oosten’, zegt Schrijver. ‘Maar snel een tijdelijke tentoonstelling maken over de geschiedenis is niet makkelijk. Bovendien zijn wij niet het Israël Museum.’

Het museum besloot uiteindelijk dat het wil stilstaan bij de weerslag die het geweld in Israël en Palestina heeft op de Nederlandse samenleving, zegt Schrijver. Het duurde even voordat ze dat scherp hadden, niet in de laatste plaats omdat ook onder de staf en medewerkers de opvattingen en emoties alle kanten op gingen. Er is wat afgepraat.

‘Ik wil dat een breed spectrum aan overtuigingen zich hier welkom voelt’, zegt Schrijver. ‘Zowel iemand uit Amsterdam-Zuid die drie kinderen in het Israëlische leger heeft, als iemand die een heel kritische houding heeft tegenover Israël. Het is geen dunne lijn waarover we lopen, maar een breed tapijt. Ik had hier in oktober ook de presentatie van Mijn voeten staan verkeerd, het boek waarin Frits Barend schrijft over zijn zorgen over antisemitisme in Nederland.’

Spannende klus

De Wat nu?!-reeks is samengesteld door Mirthe Frese (41), een zelfstandig programmamaker die al jaren festivals en culturele avonden organiseert rond complexe politieke thema’s, maar dit toch ‘een van mijn spannendste klussen’ noemt. ‘Toen ik Deborah Feldman vroeg of ze wilde komen spreken, zei ze: wat moedig! In Duitsland zou geen Joods museum zich hieraan wagen.’

Het Joods Museum kan juist als culturele instelling een belangrijke rol spelen als een gastvrije plek waar Joden in gesprek kunnen met elkaar en de wereld om hen heen, zegt Frese. ‘Als je geen lid bent van een synagoge of een zionistische vereniging – en velen zijn dat niet – kun je je soms als Jood ontheemd voelen. Het mooie van een museum is dat je er gewoon heen kunt, input kunt krijgen waar je verder over kunt nadenken zonder dat je je meteen aan een club verbindt.’

Zelf studeerde Frese aan het begin van de eeuw, in de tijd van de tweede Palestijnse opstand tegen de Israëlische bezetting van de Westoever en Gaza, in Utrecht Conflictstudies. Geëngageerd sloot ze zich aan bij de jongerentak van Een Ander Joods Geluid. ‘Toen waren er eindeloze debatten in zaaltjes tussen Nederlanders met sympathie voor Israël of Palestina, waarbij de een tegen de ander zei dat die het echt niet begreep. Ik werd er na verloop van tijd moe van. Na afloop was er niets veranderd en ging iedereen weer naar huis. Maar nu zijn zulke avondjes door de verharding van meningen bijna niet meer denkbaar.’

Na lang bij debatcentrum De Balie te hebben gewerkt zocht Frese in 2018 haar eigen weg, onder meer met de voorstelling Retourtje Polen over een reis die ze met haar vader maakte naar het vernietigingskamp Sobibor, waar haar overgrootmoeder door de nazi’s is vermoord. Ze vroeg zich steeds meer af ‘wat het betekent om Joods te zijn in Nederland’ en ze zet zich in voor een ‘levendige, diverse, zichtbare Joodse gemeenschap’, onder meer bij Open Joodse Huizen, dat rond 4 en 5 mei adressen openstelt waar voor en tijdens de oorlog Joden woonden.

‘Ik heb na 7 oktober deze ketting cadeau gekregen’, zegt Frese, terwijl ze een hangertje met het Hebreeuwse woord chai om haar nek aanwijst. ‘Ik vond het verdrietig om te horen dat mensen hun Chanoeka-kandelaars weghaalden voor de ramen, omdat ze bang waren als Joden op te vallen. Ik wil dat Joods zijn zichtbaar is in de stad en daarom draag ik de ketting. Chai betekent leven, en slaat voor mij ook op de Palestijnen.’

Maar hoe snel angst kan postvatten, merkte Frese nadat ze in de voorbereiding van Wat nu?! had gesproken met Joden die zich onveilig voelen na 7 oktober. ‘Ik ben er achter gekomen dat niet bang zijn ook een vorm van privilege is. Ik begeef me onder de culturele elite en woon niet in een buurt waar ik direct met antisemitisme in aanraking kom. Maar ik sprak mensen wier kinderen op school worden gepest en nageroepen, of die in flats wonen waar aan de balkons overal Palestijnse vlaggen hangen waardoor ze zich bedreigd voelen.

‘Na drie van die interviews ging ik naar de Marokkaanse slager, een plek waar ik wekelijks kom, en waar heel Amsterdam-Noord boodschappen doet. Ineens dacht ik dat iedereen me aankeek en verstopte ik snel mijn chai. Het was bizar om te ervaren. Gelukkig was ik het gevoel daarna meteen weer kwijt.’

Eerste aanzet

In de zomer gaf Frese handen en voeten aan het Wat nu?!-programma, waarvoor de eerste aanzet al snel na 7 oktober was gegeven door Batya Wolff (63). Zij werkt al ruim 25 jaar bij het Joods Museum, nu in een vrije rol van maker en tegendenker. ‘Ik gedraag me een beetje onorthodox en kom met ideeën die eigenlijk verrassend vaak worden gehonoreerd’, zegt ze met milde spot bij een kop koffie in de studiezaal.

‘Nadat ik de schok van 7 oktober een beetje te boven was, vond ik al snel dat we als museum iets moesten met wat er in Israël en Gaza aan de hand was. Het viel me in het museum ineens op dat het maar heel minimaal is wat we hier over zionisme laten zien en over de complexe relatie tussen Joden in de diaspora en Israël. Ik vond dat best confronterend. De 20ste eeuw is een kleine afdeling. Toen we die indertijd openden, dook de televisieploeg van het NOS Journaal meteen op de vitrine met de lap stof waar Jodensterren van zijn gemaakt. Terwijl ik denk: de bezetting besloeg vijf jaar van die hele eeuw. Maar goed, de dode Joden zijn altijd het populairst geweest.’

Om na te denken zette Wolff een brainstormsessie op met mensen van binnen en buiten het museum en dat leidde in 2024 tot drie avonden onder de titel ‘Zionisme: belofte of boosdoener?’. ‘Toen we dat later op een congres met Joodse musea presenteerden, schrokken veel collega’s. Dat we als Joodse instelling een vraagteken durfden te zetten bij het woord zionisme. Terwijl die vraag natuurlijk niet een keuze is tussen het een of het ander. Belofte en boosdoener, het is het vermoedelijk allebei. Dat maakt het complex en daarom moet je met elkaar in gesprek gaan.’

Met al haar drang tot vragen stellen was Wolff een motor achter de totstandkoming van het Wat nu?!-programma. Ze voelt zich kritisch verbonden met Israël, waar haar moeder en een zus wonen, en deed voor 7 oktober mee aan de massale straatprotesten tegen de autoritaire machtsgrepen van Netanyahu.

Een tijd vol verwarring

Het is een tijd vol verwarring. ‘Als ik door een straat loop waar veel Palestijnse vlaggen hangen, vraag ik me toch onbewust af of ik hier nog een plek heb. Terwijl ik absoluut niet tegen die vlag ben.’

In Nederland sloot ze zich een maand geleden aan bij het derde Rode Lijn-protest, maar vroeg zich af waarom speciaal de Joodse organisaties die meeliepen bij aankomst op het Museumplein een minutenlang applaus kregen. ‘De nuance is soms ver te zoeken. Het is me niet in de koude kleren gaan zitten om me met een tekstbord dat oproept tot het redden van Gazanen én gijzelaars, staande te houden te midden van zo’n massaal anti-Israëlprotest.’

In Berlijn deed Wolff begin dit jaar mee aan een workshop ‘toekomstdenken’ van Mushon Zer-Aviv. Het was een bevrijdende ervaring. De Israëlische ontwerper daagt in Imagining Futures deelnemers uit zich toekomsten voor te stellen die ze vrezen en waar ze naar verlangen. Om die tastbaar te maken verzinnen ze meldingen die van apps op je telefoon verschijnen – nieuws, appjes, Googlereviews, noem maar op. Ze haalde de workshop naar Amsterdam. In het museum is nog tot januari een speelse installatie te zien met video- en geluidsfragmenten van de workshop.

‘De verbeeldingskracht hielp me om toen uit de benauwdheid van het moment te komen’, zegt Wolff. ‘Iedereen zit zo vast in slogans. Free Palestine! Of: Am Israel Chai! – het volk van Israël leeft. Maar hoe ziet dat er in de praktijk uit? Wat voor samenleving is het? Wat voor berichten krijg je dan op je telefoon? Het brengt je verder in je denken als je probeert om je dat voor te stellen. Het spreekt me meer aan dan alleen de hartenkreten.’

Vernieuwing van het museum

De vernieuwing van de vaste opstelling van het Joods Museum is ‘hartstikke nodig’, zegt directeur Emile Schrijver. De nadruk ligt op de religieuze gebruiken van het jodendom en de geschiedenis van de Nederlandse Joden van de 16de tot en met de 20ste eeuw.

‘De verscheidenheid van de Joodse identiteit moet veel meer aan bod komen. Ooit stelde Ido Abram, die in de jaren negentig bijzonder hoogleraar Holocaust-educatie was, de samenstelling van de Joodse identiteit voor als een schijf van vijf: familiegeschiedenis, religie, de Shoah, Israël en hoe de buitenwereld op je reageert. Je verhoudt je als Jood tot alle vijf ingrediënten, en welke het prominentst is, verschilt per fase van je leven. Toen het Joods Museum in 1987 opende, was dat het leidende principe achter de opstelling en ik hoop dat weer terug te kunnen brengen.’

Hoe snel dat lukt, hangt onder meer af van fondsenwerving. Voor het Holocaustmuseum verzamelden Schrijver en zijn collega’s in de eerste jaren van zijn directeurschap 32 miljoen euro; het is de vraag wat een goed moment is om voor deze modernisering geld bij elkaar te gaan brengen.

‘Na de tijdelijke opening van het Holocaustmuseum in 2016 vond ik mezelf terug op antisemitische lijsten die op het darkweb rondgaan. Ik heb dat lang genegeerd, maar het schiet me nu ineens te binnen. Bij een foto van mij stond de tekst: nog een Jood die geld probeert te verdienen aan de Auschwitz-leugen.’

Het antisemitisme is sindsdien niet minder ‘toxisch’ geworden, zegt Schrijver. ‘Ik gaf deze zomer een gastcollege aan de Universiteit van Leiden over Hebreeuwse manuscripten uit de middeleeuwen. Dat is mijn academische specialiteit. Toen sloeg een Amerikaanse studente het college over, omdat ze vanwege Gaza niets over Joden wilde leren. Dan ben je toch echt de weg kwijt.’

Maar hij weigert zich door dat soort ervaringen van de wijs te laten brengen. ‘Het was wel het leukste college dat ik dit jaar heb gegeven.’

Het Joods Museum presenteert ‘Deborah Feldman over Jodenfetisj’ op 8 november in de Rode Hoed in Amsterdam. Zie voor de rest van het Wat nu?!-programma: jck.nl/watnu.

Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next