Home

Met koptelefoon op de koeien voeren: boeren ontvangen scholieren om de kloof met de samenleving te dichten

Agrariërs De afstand tussen boeren en de samenleving is groot geworden, zeggen veel boeren. Te groot, vinden twee melkveehouders in Vlijmen. Daarom ontvangen ze schoolklassen en leggen ze uit hoe ze hun bedrijf runnen – en dat ze verse melk drinken, niet uit een pak. „Dat is heel gezond.”

Leerlingen van praktijkschool de Rijzert uit Den Bosch draaien een ochtend mee met het melkveebedrijf van Joost en Marleen van Heesbeen.

Tieners op de boerderij. Joost en Marleen van Heesbeen zetten de scholieren aan het werk. „Pak de kruiwagen en schep het ruwvoer maar naar de koeien.” Onwennig grijpen ze de schop. „Ooooowwwww, dit lijkt op de Icebreaker [een soort pikhouweel] van Fortnite”, roept Gizelio (14) enthousiast. Ziedaar de belevingswereld van de jeugd: vergroeid met games op hun telefoon, tieners die „vrijwel niets” weten over waar hun voedsel vandaan komt. „Ze hebben meestal geen idee”, zegt melkveehouder Joost. Scholieren drinken wel melk, vertellen ze de boer, „maar alleen uit de supermarkt”.

Het echtpaar Van Heesbeen bestiert in Vlijmen een melkveehouderij met ruim honderd koeien. Zo’n twintig keer per jaar ontvangen ze scholieren, zoals vandaag van praktijkschool De Rijzert in Den Bosch. Als de jongens en meisjes niet op hun telefoon kijken, luisteren ze naar Marleen die uitlegt hoe koeien worden gemolken. Door een robot. Ze staren naar het apparaat dat is begonnen de uiers van „koe nummer vijf” schoon te spuiten. Daarna begint het melken.

Marleen: „Deze koe geeft al tweehonderd dagen melk. Weten jullie hoeveel per dag?” Geen idee. „Gemiddeld 35 liter per dag.” Stilte. Drinken ze deze melk zelf ook? Jazeker, zeggen de melkveehouders. De melk voor supermarkten wordt uitgebreid op kwaliteit gecontroleerd en gepasteuriseerd, maar zelf drinken ze de melk vers, afgekoeld, niet gekookt. „Dat is heel gezond”, zeggen ze.

Het bezoek van de praktijkschool is een ‘bliksemstage’ die wordt georganiseerd – in samenwerking met boerenorganisatie ZLTO – door JINC, een non-profitorganisatie die zich inzet voor gelijke kansen op de arbeidsmarkt, vertelt Noor Pieterson, projectmedewerker bij JINC. „We organiseren bezoeken van scholen aan bedrijven, om de kennis van leerlingen te verbreden, hen iets nieuws te laten ontdekken en te leren daarover vragen te durven stellen.” Daartoe bezoeken de leerlingen, „liefst twee keer per jaar”, naast bedrijven ook banken, gemeenten. En boeren. „Om hen iets te laten zien wat ze niet kennen. Want hoe weet je wat je wilt worden als je niet weet wat er te kiezen valt?”

Scholieren van praktijkschool De Rijzert in Den Bosch leren alles over het boerenbedrijf.

Bliksemstage

Voor de boeren bieden deze bezoeken een welkome kans om de kloof tussen samenleving en landbouwers te dichten. Want die is groot, vinden veel boeren. Vaak voelen ze zich niet begrepen, ondergewaardeerd. Het is tijd voor een „herontdekking van het platteland”, zei Hugo de Jonge onlangs op een symposium van boeren in het zuiden van het land. De voormalig CDA-leider werd na een ministerschap commissaris van de koning in Zeeland, waar hij opgroeide, en zegt te hebben herontdekt hoe onmisbaar de boer is voor het welzijn van het land.

Mensen gaan langzamerhand, in De Jonges overtuiging, weer meer „liefde” voelen voor lokaal geproduceerd voedsel. Ook zien volgens hem meer mensen de boeren weer als „dragers van het landschap”. En hij noemt daarnaast „boeren betrokken bij de gemeenschap”.

De koeien van Joost en Marleen van Heesbeen liggen in de stal op een waterbed. De leerlingen kijken omhoog naar de silo’s met voer. Ze vullen een lijst in met vragen als „Wat is de eerste melk die een koe geeft als een kalf is geboren?”. (Antwoord: biest). Ze mogen op een tractor klimmen. En ze sorteren de inhoud van emmers: stro, snijmais, hooi, gras, bietenpulp, brokken. De meesten bezoeken voor het eerst een boerderij, een enkeling komt weleens op een manege. „Wij zijn een stadse school”, verklaart docent en mentor Chris van Ingen.

Interessant lijken de scholieren het boerenleven best te vinden. Ze hebben geleerd „hoe je boter kunt maken van slagroom” en „het verschil tussen hooi en stro”. Dat ze een bezoek aan een boer waarderen, verbaast beleidsmedewerker Maaike Mikkers van ZLTO niet. „Ik moet het eerste kind nog tegenkomen dat het niet leuk vindt om met kuikens of kalfjes bezig te zijn. En later misschien met melkrobots.”

Melkveehouder Joost van Heesbeen: „Veel mensen hebben een boerenhart, maar dat moeten ze eerst nog wel ontdekken.” Dus of de scholieren van de Bossche praktijkschool na vandaag later zelf boer willen worden? „Ik wil misschien iets met paarden doen”, zegt een meisje voorzichtig. Na een lange stilte durft een ander meisje te zeggen van niet. „Ik kan niet goed tegen deze geur.” Ja, het stinkt, roepen anderen. Lars (13) roept dat hij best boer zou willen worden. Waarom? „Omdat ik dan op een tractor kan rijden.”

Melkveehouder Joost van Heesbeen kijkt toe hoe twee scholieren scheppen met een schop.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next