Home

Van engerd tot quizmaster: de mooiste, grappigste en ontroerendste rollen van alleskunner Joost Prinsen

Joost Prinsen (1942-2025) spreidde zijn talent tentoon door de meest uiteenlopende rollen te vertolken. Een overzicht.

is tv-recensent voor de Volkskrant en schrijft over film.

De kinder-tv-pionier: Erik Engerd in De stratemakeropzeeshow (1972-1974)

Toen Aart Staartjes Prinsen zag in het satirische tv-programma Hadimassa, wist hij meteen dat hij wilde samenwerken met ‘die jongen met die rare kop’. En zo geschiedde, want Prinsen, Staartjes en Wieteke van Dort maakten in de jaren zeventig en tachtig furore met kinderseries De stratemakeropzeeshow en J.J. De Bom voorheen De Kindervriend.

Dat mocht best prikken: de makers durfden het in die eerste serie bijvoorbeeld aan om thema’s aan te snijden als ‘pies en poep’, en stelden vragen bij de behoorlijk traditionele gezagsverhoudingen tussen ouders en kinderen. Prinsen was onmisbaar in dat succes, en werd natuurlijk vooral bekend als Erik Engerd, de man die iedereen bang probeerde te maken, maar daar nooit echt in slaagde. Prinsen was helemaal op zijn plek, als boomlange, aandoenlijke schlemiel.

De kleinkunstvertolker: Oorlogswinter

Naar eigen zeggen was Prinsen zelf bepaald geen dichter of liedschrijver (‘alleen op Sinterklaasniveau’), maar des te vaker zong hij andermans werk. Een van zijn mooiste uitvoeringen is bijvoorbeeld Willem Wilminks Over de dood in De stratenmakeropzeeshow, over de vraag hoe je de dood uitlegt aan een kind.

Nog indringender is Oorlogswinter, dat werd geschreven door Hans Dorrestijn, en vertelt over een vader en zoon die tijdens de hongerwinter op zoek gaan naar voedsel op het Friese platteland. Dorrestijn vond de tekst zelf te sentimenteel, maar gezongen door Prinsen werd het iets schitterends en ontroerends, en wars van al te veel sentiment.

De typetjes: To en Ta in Het klokhuis

‘Zonder zijn bezieling was Het klokhuis nooit geworden wat het nu is’, aldus Klokhuis-eindredacteur Anneke Dorsman in een persbericht na Prinsens overlijden. Geen woord aan gelogen natuurlijk, want wie aan Het klokhuis denkt, denkt toch ook aan Prinsens vele gastoptredens in de serie, gelukkig ook vaak muzikaal.

Bekende sketches en typetjes zijn er in overvloed, maar een speciale vermelding gaat toch echt naar de door Prinsen en Aart Staartjes gespeelde oude dametjes To en Ta. Die rollen van kibbelkoninginnen bij wie de boel onderling voortdurend escaleert, pasten Prinsen en Staartjes als gegoten, en hun chemie is, ook jaren na De stratemakeropzeeshow, onovertroffen.

De eeuwige kindervriend: meneer Pijpetoon in Otje

Het zal afhankelijk zijn van het geboortejaar, wat precies het kennismakingspunt was met Prinsen. Voor de ene generatie zal het Het klokhuis zijn, voor de ander De stratemakeropzeeshow. Voor weer een ander is het zijn heerlijke bijrol in kinderserie Otje (1998-1999), als ‘meneer Pijpetoon’, uitbater van een winkel voor ‘antiek en curiosa’, die het titelpersonage uiteindelijk helpt om haar vader te laten ontsnappen uit een rusthuis. Natúúrlijk helpt hij haar, door zichzelf al zingend te vermommen als ‘hooggeplaatst’ persoon. Prinsen is de perfecte paradijsvogel in het universum van Annie M.G. Schmidt, alsof hij nooit ergens anders heeft gepast.

De voordrager: Ben Ali Libi van Willem Wilmink

De stem van Prinsen was misschien wel zijn mooiste handelsmerk, en dat werkte altijd akelig effectief bij het voordragen van gedichten. Die typische dictie, die ironische melancholie, de pathos zonder dat het pathetisch wordt: in handen van Prinsen begon elk gedicht als vanzelf te leven.

Zijn bekendste voordracht blijft Ben Ali Libi van Willem Wilmink, over de door de nazi’s vergaste Joodse goochelaar Michel Velleman. Prachtig is het fragment waarin Prinsen eerst vertelt over de ontstaansgeschiedenis, om vervolgens (schijnbaar) uit het niets te beginnen aan de voordracht. De magie zit in de voortreffelijke opbouw, hoe Prinsen het woord ‘goochelaar’ uitspreekt, en vooral het moment waarop hij aan het einde toe breekt zonder de voordracht af te breken.

De zingende quizmaster: Met het mes op tafel

Alleskunner Prinsen leek eigenlijk overal op zijn plek, maar geen enkele smoking paste hem beter dan die van Met het mes op tafel, de kennisquiz die hij zelf bedacht en presenteerde van 1997 tot 2015. Zo’n beetje alles wat Prinsen goed kon, kwam samen in Met het mes op tafel: zijn charme, zijn fijn ondeugende stijl, zijn gevoel voor theater én natuurlijk zijn zangkwaliteiten.

Want ja, Met het mes op tafel vergaarde natuurlijk ook vooral roem door de vele muzikale intermezzo’s. Het leukst waren daarbij de liedjes die je op voorhand het minst associeerde met Prinsen, zoals Watskeburt van De Jeugd van Tegenwoordig, Happy van Pharrell Williams, Poker Face van Lady Gaga en Papaoutai van Stromae.

De acteur tot het einde: Nood (2023)

Prinsen bouwde ook als acteur een indrukwekkend cv op, met rollen in series als Het wassende water (1986) en De legende van de Bokkerijders (1994). Recentelijk speelde Prinsen ook nog Johan van Oldenbarnevelt in Welkom in de 80-jarige oorlog. Maar het opvallendst was zijn gastrol in de serie Nood (over de medewerkers van een meldkamer), waarin Prinsen een stel speelt met Noraly Beyer, ook in het echte leven zijn laatste geliefde.

Beyer speelt een zwaar dementerende vrouw, Prinsen de man die haar ten koste van alles wil beschermen. Uiteindelijk steekt hij daarom hun eigen huis in brand. Prachtig ontroerend, hoe Prinsen en Beyer dansen, hoe hij langzaam zijn verstand verliest, en hoe hij wanhopig verkondigt dat hij ‘niet wil dat het al voorbij is’. Maar het mooist is dat ene zinnetje dat Prinsen uitspreekt tegen een jongere meldkamermedewerker: ‘Eng toch, liefde?’

Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next