De Duitse architect Bodo Rasch voelde zich doelloos en depressief. Tot hij in Saoedi-Arabië meedeed aan een competitie voor pelgrimsaccommodaties tijdens de hadj.
Uitvouwbare parasols voor het buitenplein van Al-Masjid al Nabawi (de Moskee van de Profeet) in Medina, 2011
Het levensverhaal van de 82-jarige Duitse architect Bodo Rasch heeft iets van een sprookje. Een vertelling met een belangrijke rol voor de hadj, de pelgrimstocht naar Mekka die iedere gezonde moslim met voldoende middelen minstens eenmaal in zijn of haar leven moet ondernemen.
Door de drukte en de zware omstandigheden zorgt de hadj ieder jaar voor chaos. Dat was al zo in de jaren vijftig, toen zo’n 150.000 pelgrims naar Saoedi-Arabië kwamen. En de problemen namen alleen maar toe toen het aantal pelgrims snel groeide door de opkomst van vliegverkeer; van 300.000 in de jaren zestig naar rond de twee miljoen nu. Meer laat de Saoedische regering niet toe.
De verzengende hitte, besmettelijke ziekten, tentbranden en knelpunten op de route eisten in de loop der jaren tienduizenden slachtoffers; een eenvoudig struikelpartijtje kan de inleiding vormen voor een tragedie met honderden vertrapte pelgrims.
Hoe de wanorde beperken en de omstandigheden voor pelgrims verbeteren? Uit onverwachte hoek kwam hulp.
Lees alle stukken
Bodo Rasch was in 1974 gastdocent aan de School of Architecture van de University of Texas at Austin. De langharige Duitser, die onder meer podia voor Pink Floyd had ontworpen, rookte veel wiet en had last van depressies. Hoe het verder moest met zijn carrière wist hij niet. Toen kreeg hij een telefoontje van een van zijn studenten, de vijf jaar jongere, uit Mekka afkomstige Sami Angawi. Of hij mee wilde doen aan een architectuurcompetitie voor pelgrimsaccommodaties tijdens de hadj?
De hadj? Rasch wist nauwelijks waar zijn Saoedische vriend het over had. Maar na de uitleg van Angawi leek de pelgrimstocht hem een interessante architectonische opgave. Van zijn laatste geld kocht Rasch een vliegticket naar Jeddah. Omdat Mekka voor niet-moslims een verboden stad is, begeleidde Angawi hem naar de rechtbank. Daar liet de Duitse architect zich officieel bekeren en nam hij een extra voornaam aan. Deze door pragmatisme ingegeven beslissing betekende een ommekeer in het leven van Mahmoud Bodo Rasch. De dolende Duitser ontwikkelde zich tot een devoot moslim. Hij nam hij Arabische les om de Koran in de originele taal te kunnen lezen en publiceerde samen met vrienden van de universiteit in Caïro een nieuwe versie van de Hadith, de verzamelde uitspraken van de profeet. Ook zou hij uitgroeien tot een van de meest gevraagde architecten van het Midden-Oosten, een bouwmeester die islamitische bedevaartsoorden mocht vormgeven. Was hij op zoek naar zingeving? Had hij veel nagedacht over religie? Nee, zegt Rasch. „In een slechte fase van mijn leven vond de islam mij. Het was de hand van God die mijn leven richting gaf.”
Om de hadj als een ontwerpopgave te kunnen bestuderen richtten Rasch en Angawi in 1975 aan de Universiteit van Jeddah het Hajj Research Centre (HRC) op. Hoeveel pelgrims zijn er, waar komen ze vandaan, hoe verplaatsen ze zich? Na zeven jaar feiten verzamelen, waarin Rasch zelf ook deelnam aan de hadj, had hij voldoende gegevens voor een dissertatie. Zijn aanbevelingen voor de mensenmassa tijdens de hadj – destijds kwamen jaarlijks zo’n 700.000 pelgrims naar Mekka – stonden haaks op een voorstel van een door de Saoedische overheid ingeschakeld Engels ingenieursbureau. De Britten wilden de hadj volledig motoriseren en de miljoenen pelgrims in auto’s vervoeren. Een slecht idee, vond Rasch. Eén auto neemt net zo veel plek in als honderd mensen. De Duitse architect pleitte juist voor voetgangersverkeer in Mekka, huisvesting van pelgrims in eenvoudige tenten van brandvrij materiaal, en veel schaduwplekken en rustplaatsen. Vanaf 1985 kreeg Rasch de kans zijn ideeën uit te werken.
Met twaalf verschuifbare hightech koepels zorgde Rasch voor schaduw en koelte op de binnenplaats van de grote moskee in Medina, na Mekka de tweede grote heilige stad van de islam (gerealiseerd in 1992). In Mina, een vallei op acht kilometer van Mekka, een gigantisch modulair en brandveilig tentenkamp dat een half miljoen pelgrims tijdelijk onderdak biedt (1997).
Abraj as-Sa’at (de Torens van de Klok) in Mekka, 2012
Rasch’ grootste en technisch lastigste bouwproject is de Makkah Royal Clock Tower, pal bij de Grote Moskee van Mekka. Een project dat benadrukt hoe goed hij wetenschappelijke vondsten weet te verenigen met de traditionele vormgeving en architectuur van het Midden-Oosten, zoals Arabische kalligrafie, complexe geometrische patronen en bloemmotieven in arabeskstijl.
De klokkentoren in Mekka maakt deel uit van een gigantisch complex met zeven wolkenkrabberhotels, bedoeld om de stad te moderniseren en tienduizenden, meer gefortuneerde bedevaartgangers onderdak te kunnen bieden. In 2006, het project was al in volle gang, kreeg Rasch het verzoek voor een klokkentoren boven op de centrale hoteltoren. Een zeer uitdagend project: met een al voltooide fundering was de torentop gebonden aan strenge gewichtseisen.
Om maximale draagkracht te garanderen en het gewicht tot een minimum te beperken, ontwikkelde Rasch een lichtgewicht frameconstructie van staal met een bekleding van glas- en koolstofvezelonderdelen en een oppervlak van keramiek. Aan het frame bevestigden de bouwers de enorme wijzerplaten, de wijzers van de klok én de panelen met Arabische schrifttekens. De opdracht resulteerde in 2012 in de hoogste en grootste klokkentoren ter wereld: 601 meter hoog, ruim zes keer zo hoog als de Big Ben, met vier wijzerplaten van glazen mozaïektegels met 24 karaats bladgoud. De klokkentoren is voor pelgrims een oriëntatiepunt: van dertig kilometer afstand wijst die de weg naar de Kaäba. En vanaf een kilometer of tien is af te lezen hoe laat het is.
Het project waar hij het meest tevreden over is, zegt hij desgevraagd, zijn de reuzenparasols rond de moskee van Medina, voltooid in 2011. Tweehonderdvijftig elkaar overlappende zonneschermen bieden overdag 150.000 vierkante meter schaduw, genoeg om 250.000 gelovigen koelte te bieden. ’s Nachts klappen de 22 meter hoge, met elektromotoren uitgeruste parasols weer in. De vormgeving van de zonneschermen sluit nauw aan bij die van de moskee. Rasch: „Onze Schepper heeft zich nadrukkelijk met dat project bemoeid en Hij was er ook zeer tevreden over.”
Rasch is nog altijd razend actief. Een afspraak maken voor een kort vraaggesprek is al ingewikkeld. Probeer hem maar te bellen, adviseert zijn secretaresse. Als Rasch eindelijk de telefoon opneemt, is hij na een vlucht uit Londen bij een Weens hotel aan het inchecken. Wéér een zakenreis, verzucht hij. Nadat zijn zoon Mustafa in 2014 de leiding van zijn in Duitsland gevestigde architectenbureau had overgenomen, had hij zich voorgenomen minder te gaan vliegen. „Helaas reis ik steeds meer”, zegt hij. „Ik word nog gebeld voor allerlei klussen. Ik ben nu bezig voor een klus in Senegal. En in Groot-Brittannië ben ik met studenten een bureau aan het oprichten dat zich gaat bezighouden met het vinden van vormen. Op welk gebied? Het is nog te vroeg om hier meer over zeggen.”
In het Westen genieten Rasch’ functionele, innovatieve en bijzondere oplossingen voor spirituele locaties in het Midden-Oosten weinig bekendheid. Het Design Museum Den Bosch wil daar verandering in brengen. De tentoonstelling Van Bauhaus naar Mekka moet duidelijk maken hoe Rasch meerdere werelden verenigt, zegt hoofdcurator Yassine Salihine. Dus hoe de Duitse architect, gebruikmakend van met moderne westerse techniek en de denkbeelden van zijn leermeester Frei Otto, de traditionele vormentaal van de islamitische architectuur en vormgeving opnieuw uitvindt.
Rasch’ vader Bodo Rasch en zijn oom Heinz Rasch waren Bauhaus-architecten en prominente vertegenwoordigers van het Nieuwe Bouwen, de internationale architectuur-avantgarde van de jaren twintig. Zijn moeder Lilo Rasch-Naegele was een gevierd schilder, modeontwerper en boekillustrator. Beroemde architecten en kunstenaars als Walter Gropius, Mies van der Rohe en Otto Dix kwamen bij zijn ouders over de vloer.
Tot verdriet van zijn vader wilde Rasch junior aanvankelijk geen architect worden en had hij ook weinig affiniteit met het gedachtegoed van Bauhaus. Na een opleiding tot timmerman ging hij in 1964 alsnog architectuur studeren aan de Universiteit van Stuttgart. Daar leerde hij een hoogleraar kennen die grote en blijvende invloed op hem had: Frei Otto, een beroemde architect gespecialiseerd in lichte constructies. Rasch ging hem assisteren, eerst op de universiteit en vanaf 1969 ook op diens ontwerpbureau.
Otto en Rasch zochten in de natuur naar vormen die gebruikt konden worden in de architectuur. Beroemd zijn hun met zeepsop ontworpen architectonische overspanningen. Zoals het karakteristieke tentdak van het Olympisch Stadion van München, de in 1972 gebouwde arena waarin het Nederlands voetbalelftal in 1988 Europees kampioen werd.
In 1980 richtte Rasch in Stuttgart zijn eigen architectenbureau op, Sonderkonstruktionen und Leichtbau (SL GmbH, nu SL Rasch). Later kwamen er ook vestigingen in het Midden-Oosten. De specialiteit: innovatieve lichtgewicht architectuur gebaseerd op de werkwijze van Frei Otto, dus vorm vinden in plaats van vormgeven. Een platonisch principe, verduidelijkt Rasch: „Alleen Allah schept juiste beelden, wij kunnen die niet maken. Wij kunnen de vormen van dingen zoeken en met geluk ook vinden.”
Tenten voor pelgrims in de vallei van Mina, 1997
Noodzakelijke vormen zijn meestal ook mooie vormen, verduidelijkt Rasch. „Fietsframes en vliegtuigen zijn mooi omdat er niets overbodigs of willekeurigs aan is, en er ook niets aan te verbeteren valt.” Allah is mooi en Hij houdt van schoonheid, citeert Rasch de profeet Mohammed. Als moslim-architect, zegt hij, is het zijn taak om de vormen te bouwen die Allah hem in Zijn genade laat vinden.
En daarbij houdt hij wel rekening met de plek waarvoor hij ontwerpt, zegt Rasch.
In Stuttgart opende in 2020 de door zijn bureau ontworpen Feuerbach moskee. Met zijn modernistische vormgeving sluit zijn ontwerp veel beter aan bij de omgeving dan de meeste moskeeën in het Westen. Op de vraag wat hij vindt van de architectuur van andere Duitse moskeeën, antwoordt Rasch: „De Centrale Moskee in Keulen van de Duitse architect Gottfried Böhm is niet slecht. Die is modern en heeft ook iets indrukwekkends. Maar over het algemeen zie ik weinig overtuigende ontwerpen.”
Rond de eeuwwisseling werkte Rasch veel in opdracht van Bakr bin Laden, een halfbroer van Osama bin Laden, voorzitter van de grote bouwonderneming Saudi Binladin Group. Na 9/11 leverde dat wantrouwen op. „Om de twee weken kwam de Duitse politie mijn kantoor doorzoeken”, vertelt hij, inmiddels in zijn hotelkamer. „Of ik iets te maken had met terroristen. Na een jaar, na een artikel over mij in Der Spiegel, hield het eindelijk op en begrepen ze bij de opsporingsinstanties dat wij serieus werk deden.”
Dat artikel, met de kop ‘Allahs Schattenmann’ (Allahs schaduwman), maakte duidelijk hoe Rasch thuis was in de hoogste kringen van Saoedi-Arabië. Journalist Ralf Hoppe volgde Rasch in 2002 een dag in Jeddah, tot in het hoofdkantoor van Bakr bin Laden. Het artikel begint met een autorit door de havenstad in de Japanse huurauto van de architect. Het is acht uur ’s ochtends, de zon schijnt al onbarmhartig, en het verkeer in de Medinastraat staat muurvast. Als Rasch niet wist dat God het goed met hem voor heeft zou hij gek kunnen worden, zegt de architect tegen de journalist – zijn drukke agenda voor die dag dreigt in het honderd te lopen. Als de file eindelijk oplost blijkt waarom ze vast stonden. Geüniformeerde mannen zijn bezig om iets langwerpigs in een bestelwagen te laden, en een politieman spuit de straat schoon. Op de executieplaats van Jeddah was net iemand onthoofd.
Maakten dat soort gebeurtenissen het niet lastig om te werken in Saoedi-Arabië? Nee, zegt Rasch vanuit Wenen. „Ik heb er zes jaar comfortabel gewoond, zonder problemen. Mensenrechten worden overal geschonden.”
De Saoedische regering heeft al diverse keren plannen ontvouwd voor veel grotere aantallen bedevaartgangers. „Vijf miljoen pelgrims lijkt me niet verstandig”, zegt Rasch. „Zelfs een half miljoen meer dan de twee miljoen van nu is al een uitdaging. Meer mensen betekent meer voorzieningen, meer ongelukken, meer doden. Waar de limiet ligt, weet ik niet. Maar met onze studiemodellen is redelijk te voorspellen wat de consequenties zijn van grotere aantallen bezoekers.”
SL Rasch werkt al jaren aan simulatiesoftware om het gedrag van mensenmassa’s te voorspellen. Het programma herkent architectonische of stedenbouwkundige knelpunten en obstakels. De software moet in de nabije toekomst ook in real time problemen helpen voorkomen. Als het signaleert dat pelgrims in onvoorzien hoge dichtheden dreigen samen te drommen, kunnen veiligheidstroepen ingrijpen. Mekka is een ideale plek om het programma te testen en te optimaliseren, zegt Rasch, omdat de pelgrims zich daar op rituele wijze bewegen.
Zelf heeft hij de hadj „zeven of acht keer” gelopen. „Ik ben de tel kwijt. De laatste keer was tien jaar geleden. Maar ik was altijd onderzoek aan het doen, foto’s aan het maken, enzovoorts. Op het eind van mijn leven nog één keer de hadj lopen, zonder enige verplichting, met niks anders aan mijn hoofd – dat zou ik graag willen.”
Van Bauhaus naar Mekka. 8 november t/m 5 april, Design Museum Den Bosch. designmuseum.nl
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC