Joost Prinsen Een (niet volledige) lijst met liedjes en andere hoogtepunten uit het rijke oeuvre van acteur, presentator en zanger Joost Prinsen, die maandag op 83-jarige leeftijd overleed.
Joost Prinsen met Aart Staartjes en Wieteke van Dort in de Stratemaker op zee show. 1978.
Maandag overleed acteur, zanger en televisiepresentator Joost Prinsen. Hij stond bekend om zijn prachtige en geregeld ook controversiële liedjes. Vijf hoogtepunten uit zijn decennialange carrière, op chronologische volgorde:
In De Stratemakeropzeeshow (1972-1974) speelde Joost Prinsen onder meer Erik Engerd, een man met woest haar die iedereen schrik probeerde aan te jagen. De anarchistische sketchshow had een grote invloed op de ontwikkeling van de Nederlandse kindertelevisie en op de kinderemancipatie. Onder leiding van Aart Staartjes vertelde het programma aan de jonge kijkers dat ze rustig het gezag van hun ouders mochten ondermijnen, en dat de samenleving beter naar kinderen en hun problemen moest kijken.
Instrumenteel in die ondermijnende sfeer was de scatologische humor. De Deftige Dame (Wieteke van Dorp) liet doorlopend scheten, en in het ‘Poep en Pies Menuet’ zong de cast: „Kakkedrolleschijtepoep hanepikkelullie poepjanknor”. De Telegraaf sprak er schande van: „VARA leert jeugd schuttingtaal!” Hoogtepunt in deze was het lied ‘Hondedrollen’ van Harrie Bannink en Willem Wilmink: „Honden, poep niet op ons voetbalveld./ Wij hebben er narigheid van./ Als je moet schijten met alle geweld/ doe het thuis in de koekenpan”.
Dat Joost Prinssen ook diep kon raken bewees hij in ‘Frekie’, een lied van Harry Bannink en Willem Wilmink over een kind met downsyndroom dat meedoet met straatvoetbal. Ook weer emanciperend bedoeld: het liet zien dat mensen met een verstandelijke beperking niet zielig waren en gewoon konden meedraaien in de samenleving. Prinsen zong het in 1974 in De Stratemakeropzeeshow, en bracht het in 1977 op single uit: „Misschien vind je Frekie zielig/ Maar dat is-ie niet voor mij/ Want ik zag nog nooit een jongen/ Die zo blij kon zijn als hij.”
JJ de Bom, voorheen De Kindervriend (1979-1981) was de nog betere opvolger van De Stratemakeropzeeshow. Hierin liet Prinssen zich van zijn zachte kant zien. Hij speelde een mopperige speelgoedwinkelier die op ontwapend invoelende wijze brieven van kinderen beantwoordde. Thema’s als onzekerheid over ontluikende borsten, een jongen die bij het ballet wilde, en „Ik durf geen maandverband te kopen” kwamen langs. Hij doorbrak het taboe op masturberen met ‘Pieleman’ van Hans Dorrestein: „Pieleman, pieleman, trek er maar eens lekker an” .
Diepe indruk maakte Prinsen met zijn voordracht van ‘Ben Ali Libi, goochelaar’ (2003). Schrijver Willem Wilmink herdenkt hierin een Joodse goochelaar die werd vermoord door de nazi’s. Dit leidde later tot een documentaire over deze Michel Velleman (1895-1943). Bij de laatste twee strofen schoot Prinsen zelf vol: „En altijd als ik een schreeuwer zie/met een alternatief voor de democratie,/ denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar/ voor Ben Ali Libi, de goochelaar? //Voor Ben Ali Libi, de kleine schlemiel,/ hij ruste in vrede, God hebbe zijn ziel”.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Wat moet je deze week kijken? Tips voor boeiende programma's series en films