Home

Giftige lelietwist: heeft de lelie nog toekomst in Nederland?

De lelieteelt in Nederland staat onder druk. Het enorme gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen door telers stuit op verzet van omwonenden. De sector voelt het gevaar en neemt de vlucht naar voren. Maar is het genoeg?

zijn landbouwredacteur en regioverslaggever Noord-Nederland.

Het begon met werklui, die op een woensdagochtend in april op een akker vlak bij haar huis in het buitengebied van Laren in de gemeente Lochem drainage kwamen aanleggen. Voor een nieuw veld met leliebollen, vertelden ze. ‘Interessant’, reageerde Lisette. Wat er precies nodig is om die bollen te telen, daarvan had ze geen idee.

Tot een buurvrouw uitlegde dat lelietelers uitzonderlijk veel bestrijdingsmiddelen gebruiken. Het nieuws verspreidde zich als een lopend vuurtje door de buurt.

Bijna overal waar ze opduiken, leiden lelies tot verhitte gemoederen. Sinds telers hun activiteiten hebben uitgebreid naar het oosten en noorden van Nederland, ligt de teelt onder een vergrootglas. Omwonenden vrezen voor hun gezondheid en voor die van hun kinderen. Telers zien in het verzet, dat in steeds meer gemeenten de kop opsteekt, een bedreiging voor hun inkomen en imago, terwijl ze zich wel degelijk aan de wet houden.

Binnen een paar dagen belandden de nog niet geplante Larense lelies op het bordje van de lokale politiek. Raadslid Calle Janssen (LochemGroen!) kreeg een telefoontje van een van de omwonenden. ‘Bellen, adviseerde ik ze. Bel raadsleden, bel de wethouder, en vertel ze dat je dit niet wil.’

Datzelfde weekend nog sprak wethouder van landbouw en landschap Marja Eggink (Gemeentebelangen) met de teler. Die trok zich terug. Janssen diende die maandag tijdens de raadsvergadering direct een motie in met het verzoek te onderzoeken hoe de lelieteelt in de gemeente aan banden kan worden gelegd. Die werd unaniem aangenomen.

De lelietwist leidt tot spanningen, ervaart wethouder Eggink, op het schoolplein, langs het voetbalveld en bij de dorpssuper. Tegelijkertijd is de materie haast te groot voor een gemeente als Lochem. ‘Onze mogelijkheden zijn beperkt.’

Export

Van Weststellingwerf tot Sint-Michielsgestel en van Barneveld tot Venray: in tal van gemeenten staat de lelieteelt op de agenda. Wat kan de lokale politiek doen, en welke verantwoordelijkheid nemen telers zelf?

Voorheen werden lelies vrijwel uitsluitend geteeld in de Noord-Hollandse bollenstreek. Sinds de eeuwwisseling wijken telers steeds vaker uit naar Noord- en Oost-Nederland, waar de grond goedkoper is en grotere percelen beschikbaar zijn.

Dat is niet onomstreden. Bij geen enkel gewas gebruiken telers namelijk zo veel chemische bestrijdingsmiddelen als bij lelies, blijkt uit cijfers van het CBS: gemiddeld 114 kilo per hectare – al verschilt dat sterk per grondsoort.

Bijkomend pijnpunt is dat 90 procent van de bollen wordt geëxporteerd naar landen als de Verenigde Staten, Japan en China. De lusten zijn voor de teler, de lasten voor de omgeving.

De laatste jaren groeit namelijk het bewijs dat het gebruik van bestrijdingsmiddelen ook een keerzijde heeft. Er zijn aanwijzingen voor een verband met neurodegeneratieve ziekten, zoals Parkinson, en ontwikkelingsstoornissen bij kinderen.

Hoewel het wetenschappelijk bewijs zeker niet onomstotelijk is, leiden dergelijke bevindingen tot zorgen bij omwonenden over de lelievelden. Zij zien wekelijks de spuitmachines hun lange armen zien uitstrekken.

Spuitvrije zones

In Hof van Twente, een buurgemeente van Lochem, deden de lelies vijf jaar geleden hun intrede op minder dan een halve hectare. Inmiddels zijn het bijna 39 hectare. Het verzet tegen de bollen groeide in die periode gestaag mee, ondanks een convenant tussen de teler en de gemeente.

Toen de teler het convenant dreigde de overtreden met de teelt van lelies vlak bij een school en een kinderopvang barstte de bom. Bezorgde ouders meldden zich bij de gemeente, waarna de teler zich terugtrok.

Ook Hof van Twente onderzocht de mogelijkheden tot regulering. Wethouder Harry Scholten van landbouw en plattelandsontwikkeling schetste die afgelopen juni: van spuitvrije zones rond ziekenhuizen en scholen tot een algeheel verbod op sierteelt.

Dergelijke maatregelen juridisch dichttimmeren is volgens Scholten – die na het interview wethouder werd in buurgemeente Hengelo – nog niet gemakkelijk. ‘Je wil één teelt uitzonderen, maar op basis waarvan? Beperk je het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, dan raak je alle teelten en alle agrariërs.’

Andere gemeenten hebben hun pijlen daarom gericht op de sierteelt. In Haaksbergen en Opsterland geldt bijvoorbeeld al jaren een verbod op nieuwe bollen- en bloemenvelden. De Fryske Marren en Weststellingwerf bewegen ook die kant op.

Wat mag, wat niet?

Toch blijft het puzzelen, merkt ook Anne de Vries, jurist chemische stoffenrecht. Voor Urgenda en Natuur & Milieu schreef ze mee aan een handleiding voor gemeenten die het gebruik van bestrijdingsmiddelen willen inperken. De mogelijkheden daarvoor zijn groter geworden dankzij de Omgevingswet, zegt ze. ‘Gemeenten hebben een nadrukkelijkere rol gekregen in de bescherming van de gezondheid van burgers, en het is iets makkelijker geworden om in te grijpen in bestaande situaties.’

Tegelijkertijd wringt het dat lelieteelt juist om die reden op verzet stuit. Dat bestrijdingsmiddelen tot ziekten als Parkinson leiden, staat namelijk nog niet vast. Juridische uitspraken zijn daarom ook nog niet eenduidig. Bij een uitspraak in hoger beroep over lelieteelt in Sevenum in juli kregen omwonenden gelijk. Het gerechtshof uitte kritiek op de toelatingsprocedure en het gebrek aan nationaal beleid om kwetsbare groepen te beschermen. Eerdere pogingen lelieteelt aan banden te leggen strandden juist in hoger beroep.

‘We merken dat veel gemeenten bij ons aankloppen met vragen’, zegt De Vries. Over welke afstand aangehouden zou moeten worden van scholen en woningen, bijvoorbeeld. ‘Het is idioot dat gemeenten dat zelf moeten bepalen.’

Zowel De Vries als de wethouders pleiten daarom voor richtlijnen vanuit Den Haag: wat mag waar, en wat niet? ‘Anders doet elke gemeente het op zijn eigen manier’, zegt wethouder Scholten, uit Hof van Twente. Activisten wijzen al snel op andere gemeenten, die verder zijn met regulering. ‘Dat is voor mij frustrerend.’

Een verbod moet worden opgenomen in het omgevingsplan. Sommige gemeenten hebben dat plan al bijna af, andere verwachten nog jaren bezig te zijn. Nationaal beleid zou zulke verschillen kunnen voorkomen.

Maar demissionair minister van Landbouw Femke Wiersma (BBB) voelt niets voor regulering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Sommige partijen deden in hun verkiezingsprogramma’s wel voorstellen. Zo wil GroenLinks-PvdA chemische bestrijdingsmiddelen in de lelieteelt geheel verbieden en pleit D66 voor beperking. Op de politieke rechterflank is de animo voor ingrijpen veel kleiner.

Zo is de kans aanwezig dat het thema dat in de campagne amper aandacht kreeg, tijdens de formatie alsnog een rol gaat spelen.

Kraamfeest

Op de Boerenlaan is er beschuit met muisjes in de kleuren groen, roze en wit. Dit is een ‘kraamfeest’ tussen de akkers buiten het Drentse Smilde, ter viering van de geboorte van de ‘duurzaamste leliebol ter wereld’. De eerste bloemen liggen in een wiegje. Twee kiepwagens rijden voorbij met restanten van de jongste oogst.

Terwijl bij omwonenden en in gemeenteraden de roep tot inperken steeds luider klinkt, kiest de sector de vlucht naar voren. De afgelopen drie jaar experimenteren achttien Drentse lelietelers met financiële ondersteuning van de provincie met duurzamere lelieteelt.

Dat begint bij het voorbereiden van de bodem, zegt Janny Peltjes van landbouwadviesbureau HLB uit Wijster, dat het project begeleidt. Dan volgt de keuze voor het ras dat goed bestand is tegen plagen en virussen. Vervolgens gebruiken telers zo min mogelijk van de chemische gewasbeschermingsmiddelen – van minerale oliën tegen schimmels tot insecticiden tegen luizen.

‘Als we de teeltwijze niet aanpassen, verliezen we acceptatie’, wijst Peltjes op de maatschappelijke druk. ‘En als het kan, waarom zou je het dan niet doen?’

In deze vorm zou lelieteelt dezelfde impact hebben op het milieu als het verbouwen van gangbare gewassen zoals aardappels, suikerbieten en maïs, claimt teler Gert Veninga uit Hijken – al zijn er geen exacte cijfers om dit te verifiëren.

Veninga is eigenaar van het kraambed: een proefperceel van 6 hectare. Baat het niet, dan schaadt het niet. Dat was volgens hem lang de grondhouding in de omgang met chemische gewasbescherming.

Zie het als een verzekering, zegt de teler. ‘Dan waren we misschien lange tijd wel oververzekerd. We werden niet gedwongen erover na te denken.’

Beruchte schimmel

Veninga teelt al lelies sinds 1991. Lange tijd was daar weinig weerstand tegen. ‘Maar nu zien we ons geconfronteerd met nieuwe groepen die er anders over denken. Het maakt niet uit wie gelijk heeft; we hebben met beide kampen van doen.’

Zijn conclusie: het kan anders. Toch is er ook argwaan. Onder afnemers, die onberispelijke kwaliteit eisen van voor de export bedoelde bollen. Maar ook onder telers van het kwetsbare gewas. Een van hen wijst op opkomend onkruid rond de stelen. ‘Uiteindelijk is het een strijd om fotosynthese.’ Vuur, een beruchte schimmel, kan een perceel razendsnel bruin doen kleuren.

‘Het is balanceren op een dun koord’, zegt Janny Peltjes. ‘De telers nemen risico, ook op minder opbrengst.' Duurzame teelt is iets duurder, zegt ze. ‘Maar het kan uit.’

Toch gaat de aanzet nog niet ver genoeg voor Meten=Weten, het burgerinitiatief dat de bollenteelt met argusogen volgt. ‘Innovatie is een goede zaak, dat juichen we toe’, zegt voorzitter Frans Rooijers. Maar, vindt hij: de koerswijziging had al veel eerder moeten worden ingezet, en de stap is te klein.

Verduurzaming is wat Meten=Weten betreft dan ook geen alternatief voor ‘echte maatregelen’, zoals spuitvrije zones. Het platform vindt bovenal dat de provincie zich eerst maar eens moet gaan houden aan juridische uitspraken.

De Raad van State oordeelde eerder dit jaar dat lelietelers nabij Natura2000-gebied een natuurvergunning moeten hebben. Daarvoor moeten ze aantonen dat de middelen die ze gebruiken geen schade toebrengen aan de natuur. ‘En dat is met de huidige kennis onmogelijk’, meent Rooijers.

Harmonie

Voorlopig heeft de Drentse provinciebestuurder Gert-Jan Schuinder (BBB) – ook op kraamvisite in Smilde – weinig zin om in te grijpen. ‘We laten hier zien wat we samen met lelietelers kunnen bereiken. Daar besteed ik mijn tijd liever aan dan aan de vierhonderd handhavingsverzoeken op mijn bureau.’

De provincie zal in overgangsjaar 2025 nog niet actief handhaven. In 2026 wordt dat anders, al houdt Schuinder een slag om de arm. Zo worden telers ontzien als er sprake is van ‘voortgezet gebruik’ (als er al lelies geteeld werden). Anderen moeten aantonen dat de teelt geen aanzienlijke effecten heeft op de natuur.

De sector heeft al enorme stappen gezet, vindt de BBB-bestuurder. ‘Inperken van teelt gaat mij te ver. Ik vertel jou ook niet wat je wel of niet mag in je achtertuin.’

Teler Veninga weet ook: het zal voor critici nooit genoeg zijn. De 6 hectare achter hem is wat hem betreft een begin – in totaal verbouwt hij 80 hectare lelies. Toch staat er volgens hem meer op het spel dan alleen de lelieteelt. ‘Ik woon en werk al mijn hele leven op het platteland. Dat wil je graag in harmonie.’

Ongemakkelijke toekomst

Juist die harmonie is voor lokale bestuurders steeds lastiger te bewaken. Lochem kwam tot de conclusie dat een tijdelijk verbod op niet-biologische lelieteelt pas mogelijk is als het omgevingsplan er ligt. Wethouder Eggink zet daarom in op ‘gesprekken’ met landbouworganisatie LTO, telers en inwoners. Ook komt er een onderzoek naar spuitvrije zones.

Hof van Twente worstelt eveneens nog met de juridische onderbouwing van maatregelen. Den Haag is aan zet, vindt wethouder Scholten: ‘Mijn boodschap is: overheid, word wakker, dit moeten we met elkaar beter regelen. Dat geeft duidelijkheid en eenduidigheid.’

Rond het perceel in Laren, waar de teler zich vanwege het verzet uit de buurt terugtrok, kunnen de omwonenden voorlopig weer zonder zorgen in hun tuin zitten. Maar de spanningen zijn niet weg. ‘Ik ben enorm teleurgesteld in de landelijke politiek’, zegt Hans (‘liever geen achternaam’). ‘Omdat zij een standpunt weigert in te nemen, staan wij hier in de buurt en in de gemeenteraad tegenover elkaar, en durven mensen hun mening niet te geven. Dat is voor iedereen ongemakkelijk.’

Op haar verzoek is de naam van Lisette gefingeerd.

Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next