Opinie-interview Kinderen worden vaak als niet volwaardige mensen gezien. Onterecht, vindt Eloise Rickman. Het leidt ertoe dat hun rechten op veel vlakken worden geschonden.
‘Ik denk… het vermogen om te kunnen antwoorden: ‘omdat ik het zeg’, ‘omdat ik het beter weet’. Van kinderen wordt toch snel gedacht dat ze niet weten wat goed voor ze is. Stel dat we kinderen wel vertrouwen om goede keuzes te maken, dan zou dat veel volwassenen voor een lastige opgave stellen. Dan blijken kinderen misschien prima te kunnen beslissen over hoe laat ze naar bed gaan, wanneer ze genoeg hebben gegeten, of wat ze graag willen leren.”
Eloise Rickman is schrijver. In 2024 publiceerde ze It’s Not Fair. Why it’s time for a grown-up conversation about how adults treat children. Eerder verscheen van haar hand het boek Extraordinary Parenting.
Ook adviseert Rickman ouders over opvoedkwesties en kinderrechten. Daarnaast begeleidt ze ouders die er voor kiezen hun kinderen thuis les te geven. Momenteel voltooit ze een opleiding in kinderrechten aan het Institute of Education aan het University College in Londen. Eerder studeerde ze antropologie.
Rickman woont met haar man en dochter in Londen.
We behandelen kinderen niet eerlijk. Dat zegt de Britse Eloise Rickman, schrijver en adviseur in opvoedkundige kwesties. ‘We’, dat is de wereld, de samenleving, volwassenen, politici, ouders, leraren. Vorig jaar publiceerde Rickman It’s Not Fair, een boek over die oneerlijke behandeling. Ze schuwt grote woorden daar bij niet: volgens haar worden de rechten van kinderen op zoveel vlakken in hun levens geschonden, dat ze de meest gediscrimineerde groep in de samenleving zijn. Dat zegt ze met het VN-Verdrag voor de Rechten van het Kind in de hand, waarin ruim vijftig kinderrechten zijn vastgelegd, zoals het recht van kinderen op een goede levensstandaard, een goede gezondheid, een veilig thuis.
Ondanks die rechten groeien veel kinderen op in armoede (in Nederland bijna vier procent van de kinderen, in Rickmans thuisland, het VK, zelfs bijna een derde van de kinderen, een aantal dat toeneemt). Kunnen kinderen doorgaans niet meepraten over zaken die hen wel aangaan, zoals de klimaatcrisis. Zijn kinderen onderworpen aan soms gewelddadige gezinnen.
Dat heeft alles te maken met wat Rickman ‘adultism‘ noemt, een begrip dat zich lastig naar het Nederlands laat vertalen, maar verwant is aan seksisme en racisme – in dit geval worden mensen niet buitengesloten vanwege hun sekse of kleur, maar vanwege het feit dat ze jonger zijn dan 18. „Het is een zienswijze die stelt dat volwassenen superieur zijn aan kinderen. Kinderen zijn wel mensen, maar nog niet helemaal volwaardig. Volwassenen zouden bekwamer zijn, competenter, rationeler. In dit denken is volwassen zijn het einddoel. In onze samenleving zijn kinderen volledig afhankelijk van volwassenen om toegang te krijgen tot wat ze nodig hebben, zoals gezondheidszorg of het recht. Maar het zit ook in kleine dingen: toen mijn dochter van tien laatst gaatjes in haar oren wilde, moest ik mee om toestemming te geven. Dat is natuurlijk niet per se slecht, kinderen hebben misschien ook meer bescherming nodig dan volwassenen. Maar kinderen vooral als kwetsbare groep zien die je moet beschermen, heeft een duidelijke keerzijde. Steeds minder kinderen mogen bijvoorbeeld zelf naar school lopen of buiten spelen, met een beroep op hun veiligheid.”
„Maar volwassenen kunnen er óók spijt van krijgen. Hoeveel volwassenen ik wel niet ken die spijt hadden van een tattoo die ze lieten zetten. Daar doen we toch ook niet betuttelend over? Maar zodra het over kinderen gaat, zeggen we opeens: maar zij weten niet wat goed voor hen is.”
„Ja, daar raken twee dingen elkaar: het recht van kinderen om mee te praten over zaken die hen aangaan, en het recht van kinderen op de grootst mogelijke mate van gezondheid. Hier bestaat natuurlijk geen richtlijn voor. Maar je kunt best het gesprek aangaan over waarom tandenpoetsen belangrijk is. Stel je even voor dat je bij een volwassene zomaar een tandenborstel in de mond steekt, hoe onprettig dat is. Natúúrlijk vinden kinderen dat ook niet leuk. Dus je kunt best wat empathie hebben, en samen met ze bedenken: hoe kan ik dit plezieriger maken?”
„We leven dan ook in een samenleving die niet is ingericht op kinderen en hun families. Iedereen heeft altijd haast, moet op tijd op school of werk zijn. We zijn vaak moe. Natuurlijk is ons geduld weleens op. Opvoeden is messy, een mens zijn is messy. Ik schreef ook geen boek om ouders zich schuldig te laten voelen, er ligt al zoveel druk op ze. Opvoeden wordt zoveel moeilijker gemaakt door de focus op dit soort kleine dingen, tandenpoetsen, bedtijd. Het zijn geen onbelangrijke kwesties, maar wel relatief kleine. Waar het mij om gaat is: hoe behandelen we kinderen als samenleving? Waarom leven er zoveel kinderen in armoede? Waarom zijn scholen nog zo vaak ingericht dat ze helemaal niet het beste uit kinderen halen?”
Rickman, zo vertelt ze via videoverbinding vanuit haar woonkamer in Londen, geeft haar dochter thuis les. Op de achtergrond is een schoolbord te zien, ze heeft het vlak voor dit gesprek schoongeveegd. In het VK, zegt Rickman, heerst op scholen doorgaans een vrij strikte discipline. Iedereen draagt een schooluniform, een leraar tegenspreken doe je niet, wie niet luistert krijgt een standje.
„Het VN-verdrag gebruikt een mooie formulering, dat kinderen recht hebben op een ‘zo volledig mogelijke ontwikkeling van persoonlijkheid en talenten’. Is dit dan echt het beste dat we kinderen kunnen bieden? Mijn streven is niet om school af te schaffen, want lang niet elk kind zal baat hebben bij thuisscholing, niet elke ouder in staat dat te geven. Het doel is om het onderwijs beter te maken en om kinderen actief te betrekken bij het bedenken van een school waar ze tot volle bloei kunnen komen. Misschien is dat wel een school waar je niet alleen aan academische vaardigheden werkt, maar ook leert hoe je een stop moet vervangen. Waar je leert groenten te verbouwen, voor dieren te zorgen, waar je leert koken.”
„School is niet de enige plek waar je dat kunt leren. Mijn dochter is dol op schaatsen, één keer per week heeft ze les. Dan is zij degene die klaarstaat en mij tot opschieten maant. Het is belangrijk voor haar, en dus heeft ze geleerd dat je er dan bent, en op tijd.
„Ik hoor inderdaad vaak: dat is nou eenmaal hoe het leven is. Maar stel je een werksituatie voor waarin jij je baas iets voorstelt waarmee hij het niet eens is. Moet hij je dan disciplineren? Of zijn stem verheffen? Is dat echt het soort samenleving waarin je wilt leven?”
„Veel huidige politiek is gericht op de korte termijn, belangen van kinderen worden daarin niet of nauwelijks in overweging genomen. Het zou zo’n grote en symbolische stap zijn voor kinderen als ze wel stemrecht krijgen en zo meedoen aan politieke besluitvorming. Wat mij betreft zouden kinderen moeten kunnen stemmen vanaf de leeftijd dat ze zelf willen, of ze nu vijf of zeven jaar oud zijn.”
„Dit is inderdaad één van de ideeën uit het boek waar veel mensen enorm mee worstelen. Maar dat argument loopt weer mank als je bedenkt dat je mensen met een verstandelijke beperking ook niet hun stemrecht gaat ontnemen. Sommigen zijn bang voor beïnvloeding door volwassenen, een argument dat ook werd gebruikt door mannen toen vrouwen voor het eerst stemrecht kregen.
Ik zie ook wel dat stemrecht voor kinderen nog ver weg is. Het zou al mooi zijn als kinderen op een andere manier inspraak krijgen. In Wales is er nu een ‘future generations commissioner‘, wiens taak het is er op te zien dat alle nieuwe wetgeving is nagedacht over de impact die de wet gaat hebben op toekomstige generaties. Dat maakt al zo’n verschil.”
Vijf auteurs reflecteren
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC