Acteur en presentator Joost Prinsen is maandag op 83-jarige leeftijd overleden. Dat heeft zijn familie bekendgemaakt. Prinsen, ogenschijnkijk nors, tegelijk vaak ontroerend, speelde een hoofdrol in kinderprogramma Stratemakeropzeeshow en was de bedenker en jarenlang presentator van televisiequiz Met het mes op tafel.
Joost Prinsen (1942–2025) overleed aan de gevolgen van kanker en een herseninfarct, zo lieten zijn dochters en vriendin Noraly Beyer maandagochtend weten aan NRC. Bij Prinsen werd in 2017 voor het eerst blaaskanker vastgesteld.
De acteur en latere quiz-presentator Prinsen kan worden gerekend tot de grote, in de kleinkunst opgebloeide persoonlijkheden van de Nederlandse televisie. Oudere generaties herinneren zich hem waarschijnlijk als de lange, met ragebolkapsel uitgedoste Erik Engerd, in de fameuze Stratemakeropzeeshow uit de jaren zeventig. Daar speelde hij veelvuldig naast de ook nog maar kort geleden gestorven Wieteke van Dort en Aart Staartjes.
Het kinderprogramma bevatte legendarische liedjes van dichter-tekstschrijver Willem Willink en componist Harry Bannink. Een van de klassiek geworden, door Prinsen vertolkte liedjes is Frekie. ‘Frekie woonde in de buurt, maar zat niet op onze school. ’t Was een imbeciele jongen, een mongool. (...) Meestal riep er iemand wel, kom maar Frekie, doe maar mee. Welke kant hij uit moest schoppen, daarvan had hij geen idee.’
Niet alleen de tekst, ook en vooral Prinsens voordracht had het vermogen de kijker diep te ontroeren, door de ernst waarmee hij het zong en door de betrokkenheid met Frekie, die bleek uit alles wat hij uitstraalde voor de camera.
Na de succesvolle Stratemakeropzeeschow volgden onder meer de J.J. De Bom voorheen De Kindervriend en Het Klokhuis, kwaliteitsprogramma’s die als vanzelfsprekend thuishoorden bij de Publieke Omroep. Vrijgevochten programma’s, met oog voor de kinderziel, maar die in onderwerpkeuze en verantwoordelijkheidsbesef altijd serieus nemend.
De acteur en latere quizmaster Prinsen werd geboren midden in de Tweede Wereldoorlog in Noord-Brabant, als zoon van Claudius Prinsen, tijdens de Tweede Wereldoorlog de burgemeester van Roosendaal. Zijn vader overleed in 1952, toen Joost 9 jaar oud was, waarna hij met zijn vier zussen en een broer werd opgevoed door zijn moeder. Na de middelbare school ging Prinsen naar de Amsterdamse Toneelschool.
Na zijn opleiding zou hij zijn weg vinden in het theater en tv, en zou hij als docent op de Kleinkunstacademie blijvend invloed uitoefenen op jonge generaties. Hij kon nuchter zijn en emotioneel. Hij kon, zo vertelde zijn toenmalige leerling Mylou Frencken maandag op NPO Radio 1, met heilig vuur een bepaalde acteermethode verdedigen, om die een week later achteloos naar de prullenbak te verwijzen. Op de vraag van HP/De Tijd in 2002 wanneer hij voor het laatst had gehuild, antwoordde hij: ‘Gisteren. Om leerlingen van de Kleinkunstacademie te laten zien dat huilen op het toneel niet zo bijzonder is.’
Vanaf 1997 presenteerde Prinsen de mede door hem bedachte televisiequiz Met het mes op tafel, een rol die hij tot 2015 zou blijven vervullen. Hij presenteerde de bluf- en kennisquiz aan een pokertafel in een caféachtig decor, stelde niet alleen vragen, maar zong ook, samen met ‘barvrouw’ Mylou Frencken en begeleid door vaste pianist Martin van Dijk.
Prinsen viel op door zijn karakteristieke stemgeluid en zijn losse, charmante en soms sardonische stijl van presenteren. In totaal presenteerde hij meer dan vierhonderd afleveringen van Met het mes op tafel, tot hij het stokje in 2015 om gezondheidsredenen moest overdragen aan Herman van der Zandt. Na diens vertrek nam Sjoerd van Ramshorst de presentatie van de quiz over. In de NCRV Gids erkende Prinsen in 1998: ‘De verliezer uitlachen, hem nog een schop nageven – dat doe ik graag. Geen medelijden met de dobbelaar.’
Los van al zijn werk als acteur en presentator bereikte Prinsen de status van onsterfelijkheid, ook om zijn vertolking van Willinks gedicht Ben Ali Bibi, de goochelaar die door de nazi’s in een concentratiekamp werd vermoord. ‘En altijd als ik een schreeuwer zie/ met een alternatief voor de democratie / denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar/ voor Ben Ali-Bibi, de goochelaar/ Voor Ben Ali-Bibi, die arme schlemiel / hij ruste in vrede, God hebbe zijn ziel.’
Toen Prinsen dat gedicht voor de camera van de NPS met soms verstikte stem voorlas, brak hij bij de laatste regels. Huilen op toneel was misschien niet moeilijk voor hem, maar deze tranen kwamen recht uit zijn ziel en kon hij niet pareren.
Naast zijn werk als presentator en acteur schreef Prinsen columns, onder meer voor voetbaltijdschrift Voetbal International en het Noordhollands Dagblad. In 2021 publiceerde hij Na Emma, een boek over de dood van zijn echtgenote Emma, die een jaar eerder was overleden. Na haar overlijden kreeg Prinsen een relatie met voormalig NOS-nieuwslezer Noraly Beyer.
In een interview met het stel in Volkskrant Magazine vertelde Prinsen: ‘Ik kwam uit een heel lang huwelijk, met een vrouw die de laatste jaren niet erg mobiel was. Ons leven speelde zich voornamelijk hier thuis af. En ik kreeg een relatie met een vrouw die dertig jaar alleen was geweest, en die volop in het leven staat. Noor schrijft columns, zit in allerlei besturen. Daardoor had ik weleens het gevoel dat ik de sluitpost was van haar agenda. Mijn gevoel van eigenwaarde leed daaronder. Dat heeft toch zeker anderhalf, twee jaar geduurd. Uiteindelijk heb ik me erbij neergelegd. Ik weet dat ze ongelukkig wordt als ik voortdurend zeg: je moet vaker bij mij zijn. Ik moet haar niet kortwieken.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant