Joost Prinsen (1942-2025) | acteur en presentator Joost Prinsen vergaarde roem met De Stratemakeropzeeshow, maar beschouwde zijn docentschap aan de Kleinkunstacademie als zijn beste rol. Ook was hij een van de bedenkers en presentator van de populaire tv-quiz Met het mes op tafel. Prinsen wás het mes. Deze maandag overleed hij, laten zijn dochters en zijn vriendin Noraly Beyer weten aan NRC.
De boomlange Prinsen hield intens van zijn werk maar bleef zich tot zijn dood verbazen over ijdele vakgenoten zonder zelfspot en zich ergeren aan populistische politici.
Bekend is het verhaal dat Bredero ooit bij het dorpje Halfweg met zijn slee door het ijs zakte toen hij na een begrafenis in Haarlem op de terugweg was naar zijn woonplaats Amsterdam. Maar Joost Prinsen zou Joost Prinsen niet zijn geweest als hij zijn gezelschap geen quizvraag zou stellen over de anekdote. „Bij wie was de dichter net langs geweest in Haarlem?” Om dan zelf, met zichtbaar plezier, het uitblijvende antwoord te geven: „De schilder Frans Hals!”
Het was die voorliefde voor trivia op het gebied van literatuur, sport, politiek en cultuur die de basis vormde voor Met het mes op tafel, de succesvolle tv-quiz die hij met zijn goede vriend Jan Kok bedacht en vanaf het begin in 1997 járen presenteerde. Omgeven door een team van vertrouwelingen etaleerde Prinsen er al zijn kwaliteiten: zijn algemene ontwikkeling, humor, zangtalent, charme en fenomenale voordracht. „Alles viel daar samen”, zei hij zelf over het populaire programma. „Ik wás het mes.”
Aan de opnames ging een grondige voorbereiding vooraf. De quizvragen bedacht hij veelal zelf en probeerde hij uit op zijn vrouw Emma. Eenmaal in de studio kwam het aan op zijn intuïtie en de gezamenlijke tv-ervaring van het team. Intens tevreden was hij met de suggestie van Kok om te zorgen dat een zeer onsympathieke kandidaat juist zou winnen. „Jan zei: ‘Dan denken de mensen: wat een vervelende man. En gaan ze de volgende keer weer kijken, om te zien hoe ie verliest’.” Jaren later kon Prinsen nog schateren bij de herinnering. „Want precies dat gebeurde!”
Ieder tv-detail van het programma moest kloppen. „Aan mensen die zeiden: ‘Nou, het staat erop’, had ik een hekel. Het moest er niet op staan. Het moest er fantástisch op staan.”
Prinsen (83), die overleed aan de gevolgen van kanker en een herseninfarct, bemoeide zich tijdens de opnames overal mee. Een eigenschap die hij van zijn moeder had, zei hij vergoelijkend. Het gen voor tomeloze ambitie kreeg hij naar eigen zeggen van zijn vader. In alles wat hij tijdens zijn carrière intensief deed – toneel, bridge, zang, tv en het schrijven van columns – vond hij zichzelf „een subtopper”. Om daar lachend aan toe te voegen: „Maar die winnen ook wel eens de etappe naar Alpe d’Huez.”
Presentator Joost Prinsen met kandidaten in het programma Met het mes op tafel van Omroep Max. Foto Freek van Asperen/ANP Kippa
Joseph Jules Thomas Prinsen (1942) groeide op in een katholiek Brabants gezin. Zijn moeder verzorgde de zes kinderen en bestierde het huishouden, zijn vader Claudius was tijdens de oorlog burgemeester van Roosendaal en later van Breda. Als de kleine Prinsen negen jaar oud is, haalt zijn oudere broer Dirk hem uit school. Diens mededeling is te groot om meteen te bevatten: hun vader is overleden. Ooms en tantes ontfermen zich over het gezin. Ome Sjuul neemt Prinsen mee naar PSV. Het jochie zou er een levenslange liefde voor de club uit Eindhoven aan overhouden.
De jeugdige Prinsen blijkt een toneeltalent te zijn en een ster in declameren: het voordragen van gedichten, uit het hoofd. Hij doet mee aan wedstrijden en wint, wat hem zijn eerste bijverdiensten oplevert. Zoals in Den Bosch, waar hij met veel vertraging het stedelijk gymnasium doorloopt. „De eerste prijs kon zonder bedenking opnieuw worden toegekend aan Joost Prinsen”, schrijft een lokale verslaggever in 1963.
Zijn voordrachtskunst leidt hem naar de toneelschool in Amsterdam, waar hij les krijgt van Ton Lutz. De gelauwerde acteur is als een vaderfiguur voor Prinsen, die openstaat voor Lutz’ lessen: „Je speelt geen rol, Joost. Je speelt een scène.”
Via Wim Sonneveld belandt hij in de musical De kleine waarheid. Het wordt geen succes. Prinsen voelt zich er diep ongelukkig en noemt zijn eigen prestaties achteraf „ondermaats”. Voor Sonneveld zelf had hij een zwak, nadat de cabaretier zich bereid had getoond een van zijn medewerkers aan wat geld te helpen door te getuigen over een aanrijding zonder daarbij aanwezig te zijn geweest. Prinsen: „Een charmante laaienlichter.”
Het was een categorie mensen aan wiens verhalen hij zich laafde, bij voorkeur in de nachtkroegen van de stad. „Daar zie je veel mislukte figuren”, zei hij. „Dat vind ik interessant, ook om te spelen.” In het schaakcafé op het Leidseplein zei een oudere man die hem de Siciliaanse openingsvariant leerde ooit geïrriteerd: „Wíl je wel iets leren?”
Een uitspraak waar hij decennia later als docent op de Kleinkunstacademie in Amsterdam vaak aan moest denken. „De man in het schaakcafé had gelijk: ik stond niet open om van hem te leren. Dat zag ik bij studenten soms ook: ik kan nu wel iets zeggen, maar het is niet het goede moment.”
Het docentschap beschouwde hij als zijn beste rol. Hij werkte met ’s lands grootste talenten als Paul de Munnik, Remko Vrijdag en Wende Snijders. Voor de omgang met in zijn ogen minder getalenteerde studenten had hij beduidend minder aanleg, erkende hij. „Dan dacht ik bij een student: o God, niet hij. Dat mag je als docent natuurlijk niet uitstralen, maar dat deed ik wel.”
Zijn lange carrière kenmerkte zich door een grote verscheidenheid aan rollen en strekte zich uit van toneel tot tv-series en van hoorspelen tot musicals. Altijd probeerde hij te verkeren in het gezelschap van de allerbesten. „Dat is gelukt”, zei hij in 2020 terugblikkend tegen NRC. Met Wieteke van Dort en Aart Staartjes maakte Prinsen legendarische kindertelevisie met De Stratemakeropzeeshow, waarin hij grote roem vergaarde als Erik Engerd.
Aart Staartjes en Wieteke van Dort met Joost Prinsen in De Stratemakeropzeeshow (1974). Foto ANP KIPPA
Voor onder meer het tv-programma Klokhuis werkte hij samen met componist Harry Bannink, taalvirtuoos Willem Wilmink en zijn vakgenoten Loes Luca en Hans Kesting. „Bij hen waande ik me in de hemel.” Zijn karakteristieke stem vormde jarenlang het vertrouwde intro van het door hem zo geliefde radioprogramma Kunststof.
Prinsen woonde in ‘Bredero’s’ Halfweg met zijn vrouw Emma Wildeman, met wie hij bijna vijftig jaar was getrouwd toen ze begin 2020 overleed. Samen adopteerden ze twee kinderen.
Het huwelijk was intens, vertelde hun oudste dochter Ireen bij de uitvaart van haar moeder. „Jullie steunden elkaar door dik en dun”, zei ze. „Met ruzie als cement van het huwelijk. Het betere gooi-en-smijtwerk ook. Een espresso-apparaat, laptop, noem maar op.” Zelf relativeerde Prinsen dat altijd. „Wij hadden alleen gedoe over onnozele dingen. Dat vond ik heel geruststellend.” Over de dood van zijn vrouw („Ik kuste de grond waar ze liep”) schreef hij het boek Na Emma. In journalist Noraly Beyer vond hij later een nieuwe liefde.
De boomlange Prinsen had een ongekend arbeidsethos en hield intens van zijn werk. Hij bleef zich tot zijn dood verbazen over ijdele vakgenoten zonder zelfspot en zich ergeren aan populistische politici. Toch pretendeerde hij niet het zelf allemaal beter te weten. En ook daarvoor had hij een gepaste verklaring paraat, ontleend aan zijn favoriete schrijver Nescio: „Het leven heeft mij, godzijdank, bijna niets geleerd.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Wat moet je deze week kijken? Tips voor boeiende programma's series en films
Source: NRC