De specialiteit van onderneming Iessel Cider in Terwolde is een cider gemaakt van een mengelmoes aan appelrassen dat in de hoogstamboomgaarden langs de IJssel groeit. ‘We doen iets dat bedrijfseconomisch best ingewikkeld is.’
is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en voedsel.
Cidermaker Joost van Hoof (47) staat met een grote opscheplepel groene prut in een grijze bak te scheppen. Het zijn geshredderde Franse ciderappels, waar hij straks met een grote pers het sap uit zal persen. Via een slang loopt het troebele sap naar een verdieping hoger, waar het zal vergisten tot echte cider.
In een opslagruimte naast de sappers toont compagnon Marin van Sprang (55) de originele grondstof: oranje netten vol ciderappeltjes, formaat golfbal. Speciaal gekweekt om hun tannines, smaakstoffen die in de alcoholische drank tot hun recht komen.
Maar de specialiteit van het huis is hier bij Iessel Cider, in Terwolde, iets heel anders. Van Sprang, Van Hoof en Rob le Rutte (72) maken hun cider namelijk van een mengelmoes aan appelrassen dat in de hoogstamboomgaarden langs de IJssel groeit. In kratten naast de sappers staat een kleine selectie: kweeperen en Bramleys, Engelse moesappels.
‘We maken altijd een blend, dus in één fles cider zullen al snel dertig of veertig verschillende appelrassen zitten’, vertelt Van Sprang aan een biertafel in wat binnenkort het proeflokaal moet zijn. De cidermakers zijn recent verhuisd naar een oud stoomgemaal van het waterschap aan de IJssel. Wie vanaf de dijk zuidwaarts kijkt, naar de overkant van de rivier, ziet de Grote Kerk van Deventer.
In de zomer is het een toeristisch gebied voor fietsers en wandelaars, vertelt Van Sprang. Met een proeflokaal, terras en fruittuin hopen ze die te verleiden tot een rustpauze – en ze wat bij te brengen over de hoogstamboomgaarden waar hun drankje zijn oorsprong vindt.
Want dat is waar ze het in beginsel voor doen, vertelt Van Sprang. Op de vruchtbare grond langs de IJssel hadden veel boeren van oudsher een hoogstamboomgaard op hun erf. Eronder graasde het vee. De bomen, vaak nu zeldzame lokale appel- en perenrassen, boden een welkom thuis voor vogels, muizen, egels en insecten, en waren zo een aanwinst voor de biodiversiteit. ‘De schatting is dat er eind vorige eeuw alleen in Nederland al zes- tot zevenhonderd verschillende appelrassen waren’, vertelt Van Sprang.
Sindsdien zijn veel boomgaarden gekapt – het fruit is lastig te oogsten en het gras eronder lastig te maaien. Zonde, vinden ze bij Iessel Cider. Sinds een aantal jaar maken hoogstamboomgaarden dankzij aanplantsubsidies een kleine comeback.
Wie tien bomen plant, haalt daar na 15 tot 20 jaar honderden kilo’s fruit vanaf. Niet een hoeveelheid die je even in een appeltaart verwerkt. Een deel gaat naar sap- en stroopmakers, maar alsnog blijft volgens Van Sprang ‘heel veel fruit onbenut’. Door er cider van te maken, geven ze de particuliere eigenaren van de hoogstamfruitbomen een reden ze goed te onderhouden.
Tegenwoordig heeft Iessel Cider 120 fruitdonateurs, van enthousiastelingen die elk najaar een kratje van 20 kilo komen brengen, tot serieuze spelers die het honderdvoudige daarvan leveren.
Iessel Cider begon in 2017 met 700 liter cider, als vrijetijdsproject. Elk jaar stonden er meer particulieren met kratjes appels en peren voor de deur, en groeide de productie. ‘We maken een groei door, van puur hobbymatig naar iets wat een arbeidsinkomen moet opleveren’, vertelt Van Sprang. Dit jaar rekent hij op een productie van 14 duizend liter cider.
Op een verhoging in het oude stoomgemaal, boven de pers en de koelruimte, staat de oogst van 2025 te vergisten in grote witte kunststof tanks. Appels bij appels en peren bij peren, maar verder zit alles door elkaar.
Bij Iessel werken ze met het fruit dat ze binnenkrijgen, zonder de balans uit het oog te verliezen. ‘Ik redeneer in types’, zegt Van Sprang. ‘Heb je een appel die veel zuren en bitters heeft? Of eentje die vooral fruitig en zoet is? Die verhouding moet goed zijn.’ Het alcoholpercentage ligt tussen de 6 en 8 procent.
Van Sprang krijgt weleens de vraag hoe hij ervoor zorgt dat hij elk jaar hetzelfde product maakt. ‘Nou ja, niet. Zoals je van een kleine Franse wijnmaker ook niet verwacht dat zijn 2021 hetzelfde is als zijn 2020. Het wordt niet een radicaal ander product, maar er zijn wel verschillen tussen jaargangen. Dat is onderdeel van onze charme als ambachtelijk bedrijf.’
Een echte cidercultuur heeft Nederland nooit gehad. ‘Als je in Engeland in een ciderstreek zit, met honderden jaren traditie, kan je aan je opa vragen hoe het zit’, vertelt Van Sprang. ‘Wij hebben gewoon een boekje gepakt en zijn gaan experimenteren.’
Het resultaat daarvan valt ook bij echte kenners in de smaak. Afgelopen zomer behaalde de premium appelcider van Iessel het predicaat goud bij de Cider World Awards. ‘Een opsteker’, zegt Van Sprang nuchter. ‘We doen het niet omdat we het zo belangrijk vinden om internationaal zichtbaar te zijn. We zijn echt een Nederlands product, een streekproduct van de IJsselstreek eigenlijk. Maar we willen wel weten: ‘Goh, zijn we goed bezig?’’
Le Rutte, die op de bierbank naast Van Sprang is aangeschoven, wijst erop dat de verhuizing en verbouwing niet mogelijk waren geweest zonder subsidies en steun van lokale overheden en de EU. ‘We doen iets dat bedrijfseconomisch best ingewikkeld is.’ ‘We zijn hier niet mee begonnen om rijk te worden’, erkent Van Sprang. Het gaat ze om de boomgaarden. ‘Daar hebben we een businessmodel omheen ontwikkeld.’
De Onderneming
In deze wekelijkse rubriek vertellen ondernemers over hun bedrijf. Vandaag: Iessel Cider uit Terwolde, opgericht in 2017, met drie werknemers en een jaaromzet van 100 duizend euro.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant