De Antwerpse wijk Borgerhout is door reismagazine Time Out tot de coolste plek van Europa uitgeroepen. Verslaggever Bart Jungmann woonde twee maanden in ‘Boho’.
De dag in Borgerhout begint, niet zonder reden, in Café Josee. Op het eerste gezicht is dat café een doorsnee koffiebar in de grote stad, maar sinds de Antwerpse wijk Borgerhout onlangs door het reismagazine Time Out is uitgeroepen tot de coolste plek van Europa, ziet medewerkster Griet Van Roye veel nieuwe gezichten. In een kwarteeuw heeft Borgerhout zich van een probleemwijk opgewerkt tot de place to be.
Nu is cool in overdrachtelijke zin een lastig te definiëren begrip. Time Out legde daarvoor leefbaarheid, horeca en cultureel aanbod langs de meetlat. Maar er moest vooral sprake zijn van een zekere nowness, zoiets als eigentijdse urgentie. En dat is zeker het geval. Borgerhout is een fascinerend laboratorium waarin grootstedelijke problematiek tot een levendige en spannende cocktail is gebrouwen.
Borgerhout wordt door Time Out gekarakteriseerd als ‘de ware smeltkroes’, waar je bijna alles van overal kunt vinden. Where Turkish and Moroccan grocers rub shoulders with vegan coffee bars and artist-run galleries. Voor een eerste kennismaking met dat multiculturele Borgerhout werd een dagje uit samengesteld. Die dag begint dus met een ontbijt in Café Josee.
Overigens is de aantrekkingskracht van Borgerhout niet zozeer te vinden in het to-dolijstje van Time Out. Veel interessanter is het wordingsproces. Toen Borgerhout 25 jaar geleden nog een armoedige en explosieve migrantenwijk was, werd het weggezet als Borgerokko. Nu gaat de wijk door het leven als Boho, naar Soho. Ook de Londense wijk werd met culturele initiatieven uit de misère getrokken.
In Borgerhout is dat eigenlijk één groot, alles overkoepelend initiatief geweest. Dat was De Roma, ook onder Nederlandse concertgangers bekend terrein. ‘Omdat het hier gezelliger is dan in de Nederlandse popzalen’, zegt directeur Danielle Dierckx, ‘en goedkoper.’
Het verhaal van De Roma is dat van Borgerhout. Toen de oorspronkelijke bioscoop in 1928 openging, was de wijk nog een zelfstandige gemeente met de Turnhoutsebaan als voorname winkelstraat waarvoor kooplustige Vlamingen in bussen werden aangevoerd. Maar in het verloop van de eeuw raakten Borgerhout, bioscoop en baan steeds verder in verval.
Het filmpaleisje met zijn volkse grandeur sloot in 1982 zijn deuren en Borgerhout werd een krakkemikkig onderkomen voor arbeidsmigranten. In dezelfde periode kreeg rechts-extremisme voet aan de grond in België. Het Vlaams Blok, spreekbuis van dat geluid, projecteerde zijn weerzin op al die buitenlanders in Borgerhout. Borgerokko dus.
Spanningen tussen nieuwkomers en oorspronkelijke bewoners bereikten het kookpunt in 2002. Een leraar in de islamitische godsdienst werd doodgeschoten door zijn buurman, waarbij het motief racistisch van aard zou zijn geweest. Dagenlang was Borgerhout het toneel van gewelddadige confrontaties.
Datzelfde jaar waagden een paar theatermakers zich in de restanten van De Roma. Ze keken vanaf het wankele balkon neer op een berg rotzooi waarvan duivenstront het minste probleem was. Maar Paul Schyvens, de voorganger van Dierckx, zag iets anders. In een gedenkboek over De Roma zegt hij: ‘Ik zag een cultuurhuis, waarmee we ook de verpaupering in de wijk een halt konden toeroepen.’
Meteen stond een legertje vrijwilligers klaar om de rotzooi op te ruimen. Die praktische zelfredzaamheid wordt essentieel genoemd voor de renaissance van Borgerhout. Zo stimuleert het districtsbestuur die zelfredzaamheid door elk jaar een ton uit te keren aan de verschillende buurten. Daarmee kunnen de inwoners naar eigen inzicht iets doen aan hun directe omgeving. Zo zie je overal in Borgerhout zogenoemde ‘parklets’. Dat zijn parkeerplaatsen die werden omgetoverd tot bloemenperkjes.
Toen De Roma in 2003 heropende als cultuurhuis, schreef de Gazet van Antwerpen: ‘Eindelijk komt Borgerhout positief in het nieuws’. Toch markeert lokaal ondernemer Marc Spruyt het kantelpunt een paar jaar later. Met de komst van jonge witte gezinnen, ongeveer vanaf 2006, is het veranderingsproces pas echt ingezet.
Met station en centrum om de hoek werd Borgerhout ontdekt als een handige en steeds prettiger woonplek. Daardoor veranderde ook het districtsbestuur van kleur. Al een paar termijnen geldt Borgerhout als een progressief bastion in het conservatief getinte Antwerpen.
Spruyt runde lang een bed & breakfast op het Moorkensplein, het hart van de wijk. Omdat het merendeel van zijn gasten voor de toeristische hoogtepunten van Antwerpen kwam, schreef hij een reisgids over Borgerhout. De ondertitel luidt: Voor toevallige en blijvende passanten.
Zelf belandde het echtpaar Spruyt ook min of meer bij toeval in Borgerhout. Tijdens een stadswandeling streken ze neer op het Moorkensplein. Even toevallig trok een te koop staand huis hun aandacht. De buurt liet nog veel te wensen over, maar de Spruyten voorvoelden een ommekeer. Ze besloten te blijven.
Wie nu in Borgerhout belandt, kan zich daarbij van alles voorstellen. Het is een even prettige als avontuurlijke buurt, maar de eerste indruk is toch ook die van gescheiden gemeenschappen. Van een meltingpot, de gedroomde versmelting van culturen, lijkt nauwelijks sprake. Alleen bij de basisscholen zie ik de verschillende Borgerhouten elke ochtend samenkomen.
De Turnhoutsebaan is vooral het domein van de oorspronkelijke bewoners, zoals je de Marokkaanse en Turkse migranten inmiddels kunt noemen. Winkels en horeca zijn toegesneden op hun wensen en behoeften. Dat bepaalt dus ook het straatbeeld.
De instroom van nieuwkomers is vooral zichtbaar in de zijstraten: huizen die in hun oude luister zijn hersteld. De goede wil spat van de vensters. In de Leningstraat is de passant ‘welkom in mijn solidaire straat’. En in sommige straten is de rode lijn tegen het geweld in Gaza bijna ononderbroken. Gezelligheid vinden de buurtbewoners in Bar Bakeliet, een ouderwetse kroeg voor ouderwetse kroegtijgers. Of anders in Bar Leon. Van hetzelfde laken een pak.
Roma-directeur Dierckx en reisboekschrijver Spruyt vinden die eerste indruk naïef en stom. Leuk en aardig zo’n meltingpot, maar vooral onmogelijk. Ieder mens gaat zijn eigen gang naar zijn eigen normen en waarden. En dat moet je vooral zo laten.
Mariam El Osri is burgemeester van het district Borgerhout en tweedegeneratiemigrant. Haar vader belandde als fabrieksarbeider in Antwerpen en ontwikkelde zich vervolgens tot sociaal werker. Trots laat ze een ingelijst krantenartikel zien. Het is een interview met hem. De kop luidt: ‘De toekomst van mijn kinderen is de toekomst van alle kinderen’.
Zelf maakte ze van het sociaal werk de overstap naar de politiek. Sinds een jaar is El Osri burgemeester namens Groen, de grootste partij van Borgerhout. Ze denkt nu zelf de toekomst voor nieuwe generaties te verbeelden. Haar werkplek, een sprookjeskasteel aan het Moorkensplein, is de mooiste van Borgerhout.
Als burgemeester is ze onder meer verantwoordelijk voor de Reuskensstoet. Dat is een jaarlijkse optocht door de wijk met vier verlegen reusjes als prominentste deelnemers. Deze eeuwenoude traditie lag bijna op zijn gat toen Borgerhout dat ook lag. Met vereende krachten zijn de reuskens weer op de been geholpen.
Precies dat is de inzet van El Osri. Juist bij dergelijke evenementen kan Borgerhout wel een smeltkroes zijn. Het Braziliaans getinte Borgerrio is bij het begin van de zomer net zo’n gebeurtenis. En sinds kort heeft Borgerhout er een nieuwe feestdag bij. Vorig jaar werd de Turnhoutsebaan met zijn 2 kilometer vrijgemaakt om Pasen en de iftar eendrachtig te vieren aan een lange eettafel. El Osri: ‘Dan zit iedereen door elkaar en krijg je het echte Borgerhout-gevoel.’
Over dat Borgerhout-gevoel zegt Danielle Dierckx: ‘Dat bestaat uit betrokkenheid en verantwoordelijkheid. Niet met de sociale druk van een kleine gemeenschap, maar echt doorvoeld. Veel mensen zijn hier bewust komen wonen vanwege dat gedeeld eigenaarschap. Borgerhout straalt hoop uit.’
Marc Spruyt spreekt over een feniks die uit de as is herrezen. ‘Er wordt in Antwerpen nog altijd op ons neergekeken, maar Borgerhout trekt zich er niets van aan. Borgerhout gelooft in zichzelf. Dat is geen groot verhaal, maar gewoon met zijn allen er het beste van maken.’
Is de puinhoop van begin deze eeuw daarmee aan kant? Nee, er is nog genoeg achterstallig onderhoud; niet alleen achter voordeuren, maar ook in de openbare ruimte. Met bijna vijftigduizend mensen is het nergens in Antwerpen zo dichtbevolkt als in Borgerhout. Daarnaast blijft de drugsproblematiek een heet hangijzer. Een paar jaar geleden beschreef onderzoeksjournalist Raff Sauviller hoe de Nederlands-Marokkaanse maffia vertakkingen heeft naar Borgerhout. Zijn boek heet Borgerokko Maffia.
Het succes is dus fragiel en Borgerhout moet zich daarom gelukkig prijzen met De Roma. Drijvend op het succes van de popconcerten blijft het cultureel centrum zich bekommeren om zijn omgeving. Zo zijn twee medewerkers fulltime in dienst om het contact met de verschillende gemeenschappen te onderhouden. Dierckx: ‘Eerst waren dat de Marokkanen en de Turken. Nu zijn het ook Afghanen, Senegalezen, arbeidsmigranten uit Oost-Europa.’ De Roma biedt ze een onderkomen, bijvoorbeeld tijdens nationale feestdagen. ‘Bottom-up werkt dat het best.’
De Roma wil er voor iedereen zijn; niet alleen cultureel, maar ook naar inkomen. Wie kan aantonen onder de armoedegrens te leven, betaalt 2 euro entree, ongeacht het evenement. ‘Kost ons een ton aan inkomsten, maar dat hebben we er graag voor over.’
Daarnaast draait de horeca tot in de verre omtrek op De Roma. Dat geldt bijvoorbeeld voor De Falafel King, waarvan eigenaar Abed Aljarablen zijn inkoop afstemt op het programma van De Roma. Aljarablen, Palestijn van origine, belandde 27 jaar geleden in Borgerhout. Hij heeft de buurt dus met eigen ogen ten goede zien veranderen. Dat ze nu te boek staat als de coolste van Europa was hem eerlijk gezegd ontgaan.
Het takenlijstje van Time Out is ook eenzijdig samengesteld. Na het ontbijt in Café Josee leidt het Borgerhoutse dagje uit naar een modezaak, kunstgaleries, een biertje in café Mombasa, een hapje in Glou en natuurlijk een optreden in De Roma.
De Falafel King kan er niet mee zitten. Hij heeft onlangs een tweede vestiging aan zijn koninkrijk toegevoegd. Zolang De Roma bestaat, zit het voor Abed Ajarablen wel snor.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant