Is schrijven over een relatie tussen een jonge vrouw en een veel oudere man een cliché? Magisch realisme not done in de literatuur? In De eenzaamheid van Sonia en Sunny van de Indiase Kiran Desai is niets een verboden onderwerp.
schrijft voor de Volkskrant over boeken, met name uit het Engelse taalgebied.
Het duurde bijna twintig jaar, maar nu laat de Indiase schrijver Kiran Desai eindelijk weer van zich horen. The Loneliness of Sonia and Sunny, zojuist in vertaling verschenen als De eenzaamheid van Sonia en Sunny, is meteen een van de favorieten voor de Booker Prize, die op 10 november wordt uitgereikt.
In november 2006, toen ze net met dezelfde prijs was bekroond voor haar tweede roman De erfenis van het verlies, stelde Desai in een interview met de Volkskrant: ‘Je wordt wat je schrijft.’
Dat lijkt een overtuiging die ze de jaren daarna is blijven koesteren.
Schrijven is de passie van de twee personages uit de titel, beiden afkomstig uit India en beiden naar de Verenigde Staten getrokken om hun schrijversdromen te realiseren. Sonia studeert in Vermont en werkt aan een proefschrift literatuur en creatief schrijven. Sunny werkt in New York voor een persbureau en heeft serieuze ambities als schrijvend journalist.
Een van Sonia’s verhalen gaat over een jongen die in een boom klimt en als een aap gaat leven, maar door de mensen in de omgeving wordt gezien als een heilige kluizenaar. Wie Desais debuut De goeroe in de guaveboom (Hullabaloo in the Guava Orchard) heeft gelezen, realiseert zich dat de schrijver hiermee nadrukkelijk naar haar eigen werk verwijst.
Al vroeg in de roman raakt Sonia in de ban van de 32 jaar oudere kunstschilder Ilan de Toorjen Foss, wiens persoonlijkheid zijn naam nog in potsierlijkheid overtreft. Ilan is een ziekelijke narcist die Sonia louter een rol gunt als sekspartner, kok, schoonmaker en ademloos bewonderaar.
Over wat Sonia wel en niet moet schrijven, heeft hij uitgesproken opvattingen. Als hij hoort over het verhaal van de jongen in de boom, is zijn reactie: ‘Ahhh – geen oriëntalistische nonsens schrijven! Haal je land niet omlaag, anders denken de mensen dat India echt zo is – dat is gevaarlijk. (...) Dit is de grote Indiase touwtruc. Wat westerlingen jullie hebben aangedaan, doe jij nu jezelf aan.’
Niet veel later vraagt Sonia zich af of ze zichzelf met haar schrijven niet vervloekt. ‘Word je immers niet wat je schrijft?’
Het is een rode draad in deze roman: schrijven over India in de wetenschap dat je werk, Engelstalig uiteraard, vooral door een westers publiek zal worden gelezen. Hoe doe je dat? Kan dat eigenlijk wel?
Desai gooit er, via de bespiegelingen van Sonia, een klein college tegenaan: ‘De term ‘magisch realisme’, in de jaren 1920 bedacht door een vergeten Duitse wetenschapper, was door de westerse wereld aangegrepen om de niet-westerse wereld te beschrijven, maar zo raakte de niet-westerse wereld overtuigd van het beschamende beeld dat de westerse wereld creëerde.’
Dus: weg met het exotisme dat in westerse ogen een kinderlijk beeld schetst van landen als India. Als Sonia een verhaal schrijft waarin een arm personage guaven eet, verandert ze dat schuldbewust in peren. ‘Om maar niet de oriëntaliseren.’
Ironisch genoeg maakt ze haar verhaal daarmee minder realistisch, want peren zijn in India veel duurder en lastiger verkrijgbaar dan guaven.
Gaandeweg de roman wordt steeds duidelijker dat Desai geen genoegen neemt met de opvattingen van De Toorjen Foss en van de literaire criticasters die menen schrijvers te moeten vertellen waar ze wel en niet over mogen schrijven. Is schrijven over gearrangeerde huwelijken een no-go? De eenzaamheid van Sonia en Sunny bevat er meerdere, zelfs tussen de twee hoofdpersonen, al zal dat later anders lopen.
Kan magisch-realisme echt niet meer? Desai voert een magisch amulet op dat de bezitter ervan creativiteit schenkt. Ze presenteert een fantoomhond die Sonia bedreigt, een vrouw die verandert in een zwarte wolk.
Is het schrijven over de giftige relatie tussen een jonge vrouw en een veel oudere man een cliché? Desai wekt het onderwerp met wurgende hand tot leven. Vindt Ilan dat je niet over schilders moet schrijven? Haha. Maak je jezelf belachelijk door het onderwerp kebab aan te roeren? Desai schrijft er met liefde over: ‘Waar de oorsprong ook lag, de Indiase kebab – gemasseerd, gemarineerd, geolied, verwend, vertroebeld, pretentieus, romantisch, een geparfumeerde aristocraat – was een totaal ander beest geworden dan bij de Turkse, Perzische en Afghaanse volkeren.’
De eenzaamheid van Sonia en Sunny is een boek over de autonomie van de schrijver. Maar het is ook een boek over de eenzaamheid van twee mensen, afkomstig uit een land waar eenzaamheid simpelweg niet bestaat. Het verdiept zich overtuigend in hun angsten en ambities, hun verwarring. Het gaat uitvoerig in op het wonderlijke zelfbeeld van de Indiase middenklasse, die emigratie naar Amerika als hoogste ideaal lijkt te hebben en een armeluisbaan in het beloofde land verkiest boven een middle-classbestaan in eigen land.
Hoe serieus Desai’s thematiek ook is, zonder humor is haar roman niet. Als Sunny’s trotse, klassenbewuste moeder Londen bezoekt (voor haar generatie is het Verenigd Koninkrijk nog het paradijs) lezen we: ‘Babita bestelde thee met haar gemaakte Britse accent, maar was bijna gepikeerd over haar eigen donkere hand – net een apenpootje – toen ze haar theekopje pakte.’
De eenzaamheid van Sonia en Sunny bevat mooie, sfeervolle zinnen: ‘De ondergaande zon zakte weg in het okerkleurige waas rondom de tombes. De massa’s mieren werden verdrongen door een al net zo ontelbare hoeveelheid vleermuizen. Tegen de tijd dat (...) ieder in haar eigen gedachten verzonken was, werd de sfeer dreigend door vluchten schemerdieren die uit de onderaardse graven omhoog fladderden.’
Kiran Desai: De eenzaamheid van Sonia en Sunny. Uit het Engels vertaald door Petra C. van der Eerden en Paul van der Lecq. De Bezige Bij; 736 pagina’s; € 29,99.
Source: Volkskrant