Theater Hij is zo goed in dialecten, dat je Yannick Jozefzoon zelf soms bijna kwijtraakt in zijn autobiografische voorstelling over de verslaving aan zijn ‘vriend’, de joint. Maar dan schudt zijn vader iedereen wakker.
Yannick Jozefzoon op het bankje waar hij cannabis leerde kennen in de voorstelling 'King Cannabis'.
King Cannabis door Yannick Jozefzoon / Likeminds. Concept, tekst en spel: Yannick Jozefzoon. Regie: Ludwig Bindervoet. Gezien: 1 november in Likeminds Theater, Amsterdam. Op tour t/m 26 januari. Zie: likeminds.nl
Met zijn theatersolo King Cannabis maakte acteur Yannick Jozefzoon een autobiografie aan de hand van een wietverslaving. Rond een houten parkbankje trekken belangrijke figuren uit het leven van de acteur in korte scènes, een soort sketches, aan je voorbij. Van de dealer die hem als kind uitlegt dat je je met cannabis nooit meer alleen voelt („een jonko laat jou praten met de goden en godinnen in jouzelf”) tot de therapeut die hem moet helpen afkicken. Van zijn West-Groningse grootmoeder, die een gekke, zoetige geur opmerkte tussen zijn spullen, tot de eerste foto van de acteur met zijn pasgeboren zoontje.
Jozefzoon heeft een goed oor voor dialecten. Dat viel eerder op in de televisiefilm Tom Adelaar, waarin hij een telefonisch verkoper speelde die zijn tongval aanpaste aan de klant, een rol die Jozefzoon een Gouden Kalfnominatie opleverde. Ook in King Cannabis komen de nodige accenten langs; Jamaicaans, Surinaams, Leids, West-Gronings, Limburgs. Het is virtuoos en grappig, er wordt gul om gelachen, en tegelijkertijd heeft het iets weg van een afleidingsmanoeuvre. Het ‘in rollen kruipen’ ligt Jozefzoon zo goed, dat je hemzelf bijna kwijt zou raken, tussen alle impersonaties.
De haat-liefdeverhouding van Jozefzoon met ‘sativa’, met cannabis, lijkt grotendeels over te hellen naar de kant van de liefde. Het spul stelt hem gerust, wakkert zijn creativiteit aan, voelt als steun, als gezelschap, als een ‘vriend’ zelfs – het is een levenselixer. Aan de andere kant is er de afhankelijkheid, met alle gevolgen van dien. Schrijnend is de scène waarin Jozefzoon, kersverse vader, op zijn knieën voor de vuilnisbak tussen de prut en de koffiefilters zit te zoeken naar restjes wiet.
De vraag die als een grondtoon de hele voorstelling lang meetrilt, maar misschien te gevoelig ligt om direct aan te raken: waarom heeft deze man zoveel behoefte aan verdoving? Wat roert zich in dat hoofd, dat zo nodig ‘op stil gezet’ moet worden?
Jozefzoon beweegt weg van die vraag, wat zijn personage tekent, maar wat je toch ook wat onbevredigd achterlaat. Jozefzoon blijft op afstand, hoe persoonlijk en eerlijk zijn relaas ook is. In de beschrijvingen van de verslaving en de vertolking van de personages lukt het niet altijd om het clichébeeld te ontstijgen.
Yannick Jozefzoon in zijn voorstelling King Cannabis
Wel lukt dat waar het draait om Jozefzoons vader, die zich meermaals plotsklaps in het verhaal naar voren dringt. Deze in Sierra Leone wonende vader mag dan fysiek op afstand zijn geweest in het leven van zijn zoon, maar in dit theatrale zelfportret is de man – marron, taekwondomeester – uitermate present. Ontroerend is de scène waarin Jozefzoon zijn eigen vader vertolkt. Hij blijkt zwaar te stotteren, deze superheld.
En zo gaat King Cannabis, misschien wel meer dan over een wietverslaving, over vaders en zonen. Over de overerfbare neiging om voor je verantwoordelijkheden te vluchten. En over de vraag hoe een vader te zijn – een voorbeeld, een ‘held’ – wanneer je van ellende verstijft, elke keer dat je stuit op een spiegel.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC