Home

Zadie Smith: ‘Zo veel progressieve schrijvers zijn uit frustratie naar rechts opgeschoven. Dat gaat mij niet gebeuren’

Sinds haar debuut White Teeth, precies 25 jaar geleden, is Zadie Smith een literaire grootheid. Nu worden de culturele dogma’s van haar generatie aangevallen door een nieuwe lichting. Is ze daar rouwig om?

is schrijver en chef van Zondag, het essay- en boekenkatern van de Volkskrant.

De dog walker belt aan. Hij komt Zadie Smiths hond ophalen. Het is een klein, vrolijk mopshondje.

Een belofte aan haar kinderen, die hond. Maar die kinderen willen de hond niet uitlaten, Smith ook niet, haar man ook niet. Vandaar die dog walker. Hij neemt het hondje mee naar stadsheide Hampstead Heath, een stuk verderop in Noord-Londen. De Heath is heel groot, het hondje heel klein. Het moet doodop zijn als het terugkomt.

Tegelijk neemt Zadie een pakketje aan van de postbode, ze zet thee, ze heeft soep op het vuur, haar telefoon gaat over, haar mails melden zich piepend in haar inbox. De gang in haar huis staat vol schoenen, de kapstok bezwijkt bijna onder de hoeveelheid jassen. Ze heeft net haar werkkamer opgeruimd, opnieuw ingedeeld, de bank waarop ik zit – nou, daar kon je eigenlijk niet op zitten. Vol met troep. Boeken. Zo veel boeken.

Ze heeft gewoon zo veel anxiety, zegt ze. Omdat er een nieuw boek aankomt? Deze week verschijnt haar essaybundel Dood en levend.

Nee, zegt ze. Niet dat boek. ‘De perimenopauze.’ Ze zucht. Er zit zo veel onrust in haar lijf, zegt ze. ‘Weet je wat het is voor jou en mij, voor mensen van onze leeftijd – hè, wat kijk je raar? Zijn jij en ik niet even oud?’

Etiquettevraagstuk: hoe zeg je beleefd tegen een vrouw dat ze echt een stuk ouder is dan jij?

‘Hoe oud ben jij?’, vraagt ze.

41, zeg ik, en ik verras mezelf dat ik er defensief een jaartje vanaf lieg.

‘Nou ja, dan zijn we bijna even oud, van middelbare leeftijd.’

Ze lacht. Ze draagt een zwart shirt, een zwarte broek, zwarte laarzen. Haar haar zit strak achterover. Ze heeft een lekkere zware lach, praat van achter uit haar keel.

Behalve uit algehele ijdelheid vind ik het denk ik daarom ook zo’n raar idee om mezelf in de buurt van haar leeftijd te situeren: die lage stem, dat zelfvertrouwen, die aanwezigheid. Toen Zadie Smith 25 jaar geleden sensationeel debuteerde met White Teeth, kwam ze al bijna perfect gevormd over, als een wijze oude vrouw, als iemand die er altijd al was geweest.

Ze zegt: ‘Nee, ik verbaas me niet over de stroom aan boeken en films over de perimenopauze. Ik waarschuwde er tien jaar terug al voor; mijn generatie schrijft over alles alsof wij de eersten zijn die het meemaken. We schreven erover toen we kinderen kregen, toen we gingen trouwen of scheiden. Nu schrijven we over de perimenopauze en wacht maar, over tien jaar schrijven we dat we echt oude besjes zijn.’

Nee, ze heeft Halina Reijns Babygirl niet gezien. Nicole Kidman in de hoofdrol. Ze zegt diplomatiek: ‘Ik houd te veel van de natuurlijke menselijke vorm.’

De muren van haar werkkamer zijn bordeauxrood, er staan boekenkasten, er hangen foto’s en kunst. Op de muur naast haar bureau hangt een schilderij van de iconische zwarte schrijver James Baldwin.

Naast de schouw ligt een stapel boeken – al haar boeken in hardcover, in de oorspronkelijke eerste drukken.

Smith: ‘Waar laat je je eigen boeken? Normaal stop je ze ergens uit het zicht. Om ze zo pontificaal te hebben liggen – cringe! Maar ik was de kamer aan het opruimen en ik dacht: dit is wat ik heb gedaan, dit is wat ik heb gemaakt. Ik ben 50.’

Wat denkt u als u die stapel ziet?

‘Mensen wegen hun leven op meerdere manieren, toch? Ze denken aan de banen die ze hebben gehad, de promoties, de komst van hun kinderen. Ik dacht altijd in boeken. En als ik in een boek zat, dacht ik: nu dit boek schrijven, dan dat boek. En verder.

‘Begin dit jaar zei mijn uitgever tegen me: ‘Zadie, het is 25 jaar geleden dat je debuteerde’, en ik dacht: what the fuck are you talking about? Opeens moest ik opkijken uit mijn werk. De afgelopen paar jaar zeiden vrienden tegen me: je moet je persoonlijkheid updaten, zodat die bij je situatie past.’

Wat bedoelden ze daarmee?

‘Als ik mezelf in de wereld moet presenteren, presenteer ik me altijd als that girl – en ik ben that girl niet meer. Ik heb deze boeken geschreven, en ik ben 50. Schrijven betekent veel alleen zijn, en alleen zijn is geen goed recept voor volwassenwording. Het is te onthecht. Goddank heb ik een gezin, want als je dit doet zonder tegenstanders – een gezin, dat zijn je tegenstanders (lacht) – dan verander je in een zorgelijke figuur.’

Er zijn er veel die dat juist verheerlijken. De Philip Roth-romantiek, van schrijvers die als eenzame monniken dag in, dag uit aan hun schrijftafel zitten.

‘Ik heb Philip gekend, in zijn laatste jaren. Hij vatte zijn leven samen als: alles was geweldig, ik had een gelukkige jeugd, ik heb me enorm vermaakt. No notes! Ik zei: Philip, dat kan niet waar zijn, ik weet dat elk boek uit een persoonlijke onrust voortkomt, en je hebt er zo veel geschreven. En Philip zei: nee, nee, ik had geweldige ouders, ik had geweldige vrouwen, bye! (Ligt dubbel) Ah, Philip was great. Maar dat is niet mijn idee van een leven.’

Hoe ging je als 25-jarige de literatuur in?

‘Ik had geen idee. Mijn jeugd was redelijk idyllisch. Ik ben hier opgegroeid, bij die flats daar’ – ze wijst uit het raam – ‘dit was mijn hele wereld. Ik kende de rest van Engeland niet. Ik was nog nooit ergens geweest. Onze buren namen me een keer mee naar Italië. Met mijn ouders ging ik een keertje naar Frankrijk.

‘Deze buurt vond ik te gek. En toen kwam mijn eerste boek uit en schreven mensen: ‘Ze komt uit Willesden, die vervallen gettowijk in Noord-Londen.’ Wat? Ik was zo verbaasd. Natuurlijk had mijn buurt zijn kleine klassenverschillen, maar ik had geen idee dat je de realiteit ook heel anders kon beleven

‘Wat denk je als je 25 bent? Als je 25 bent, heb je steeds van die nep-openbaringen, momenten waarop je denkt dat je nu echt snapt hoe de wereld werkt. Dat is zo komisch. Je denkt dat je iets weet, schrijft er een boek over en als de inkt nog nat is, blijkt het alweer anders te zijn. In On Beauty dacht ik even op te schrijven hoe een lang huwelijk werkt – op mijn 30ste! Haha, shut the fuck up, Zadie.

‘Sommige dingen veranderen: een vriendin kreeg laatst een heel negatieve recensie, en ik vroeg me af hoe ik haar kon steunen. Ik zei tegen mezelf: niet meteen vandaag mailen.’

Er is altijd een type dat je als eerste mailt na een slechte recensie. De vage vriend die niet kan wachten te zeggen hoe vréééselijk hij het voor je vindt.

‘Altijd. Die zijn het ergst. Ze genieten ervan. Nog erger zijn mensen die je mailen: ‘Goh, wat stond er een rare foto van je in de krant.’

‘Ik weet nog dat The New York Times mijn roman NW kraakte. In mijn herinnering stond het op de voorpagina, en het was alsof ik 12 was en mijn vriendje het uitmaakte. Het was midden in de nacht en ik stond in mijn slaapkamer te huilen-huilen-huilen. (Schaterlacht) Maar dat boek vond zijn lezers, werd bewerkt, ik kreeg allerlei reacties. Een boek – of een ander kunstwerk – vindt zijn weg. Dat was de troost die ik die vriendin kon bieden. Die huilende persoon in de slaapkamer – dat is inmiddels een vreemde voor me.’

In Dood en levend staat uw essay over Tár, Todd Fields voor een Oscar genomineerde film over een grensoverschrijdende dirigent, gespeeld door Cate Blanchett. U ziet het debat rond veiligheid als een generatiebotsing.

‘Dat generaties botsen is zo oud als de tijd. De vraag is dan: waarom worden die botsingen nu zo giftig? Voor mij is het antwoord economisch. Toen wij kinderen waren, hoorden we onze ouders praten over Woodstock, vrije seks, of hoe ze voor burgerrechten vochten. Wij dachten: oké cool, mam, hou maar op. Maar stiekem keken we wel naar ze op, stiekem vonden we hun muziek wel tof, luisterden we keurig op volgorde naar alle Beatles-albums. Waarom? Omdat we goede banen zouden krijgen, goede huizen. We hadden niet het gevoel dat ze iets van ons hadden afgenomen.

‘Nu is er een generatie die zegt: wacht eens. Het klimaat, verpest. De politiek, verneukt. De economie, opgeblazen – allemaal door bankiers van mijn leeftijd. Het punt is: wanneer je diep in de loopgraven van een generatieconflict duikt, krijgt dat een grappige ironie, want ook jij wordt uiteindelijk oud. Dus als politiek verhaal werkt generatiestrijd niet, want voor je het weet ben je van middelbare leeftijd, Joost.’ (Lacht me uit.)

‘Ik dacht echt dat millennials, de generatie na mij, sociale gelijkwaardigheid naar zich toe zouden trekken. Maar millennials krijgen nu kinderen – en die willen ze naar de beste en dus witte scholen sturen. Ze willen de erfenis van hun ouders toch veiligstellen. Ik bedoel: je kunt niet denken dat jouw generatie het wel opknapt. Er moeten wetten en structuren komen die dat afdwingen.’

In uw essay over Tár schrijft u dat uw generatie naar kunst en kunstenaars keek vanuit een esthetisch perspectief. Niet vanuit ethiek. U schrijft dat het sjibbolet van uw generatie was: is het interessant? Niet: is het moreel? Dat lijkt veranderd.

‘En terecht, denk ik. Lydia Tár belichaamt de kunstenaar van mijn generatie die er trots op is geen emoties te hebben. Kunst telt, je persoonlijke toestand niet. En dat is onzin.’

Het argument dat je veel hoort – en dat Lydia Tár volhoudt – is dat kunstenaars niet aan veiligheid willen denken omdat ze het belangrijker vinden om de grenzen van kunst op te rekken.

‘Dat moet je mijn generatie nageven: we hebben geweldige films gemaakt, geweldige muziek, er zijn heel wat geweldige romans geschreven. We hebben hiphop groot gemaakt – denk aan Mo’ Money, Mo’ Problems van Diddy en Biggy – dat is inmiddels onze Frank Sinatra.

‘Maar weet je: nu wordt er ook geweldige nieuwe muziek gemaakt. Kijk naar Chappell Roan, die baanbrekende muziek maakt, maar ook zorgt voor haar mentale gezondheid. Het kan dus wel allebei. De vraag ‘is het interessant?’ is vervangen door ‘is het rechtvaardig?’ Dat lijkt me een goede vraag, een vraag die we bij alles zouden moeten stellen. Wie wordt er beschadigd, wie profiteert er? Het kan nooit kwaad die vragen te stellen.’

Dood en levend bevat een sectie over schrijvers die de laatste jaren zijn overleden en die Smith duidelijk hebben geïnspireerd. De menselijkheid van Hilary Mantel (1952-2022), de manier waarop Joan Didion (1934-2021) een masker van zichzelf maakte en zich erachter verstopte, de vitaliteit in het schrijven en denken van Martin Amis (1949-2023).

Smith: ‘Ik was laatst om een of andere reden bij Condé Nast, de glamouruitgever in New York, toen een zwarte queer jongen op me afkwam. En van alle onderwerpen waarover hij zou kunnen beginnen, had ik nooit verwacht dat hij over Martin Amis zou beginnen. Het is de energie. De energie die hij in zijn boeken stopte, kun je meenemen naar wat jij zelf aan het maken bent.

‘De Britse literatuur was heel bedaagd. Keurige mensen in keurige kleding. En Martin was in de jaren negentig een rockster, hij zag eruit als Mick Jagger, altijd een sigaret in zijn mond. Hij schreef over drugs, over pornografie, over Amerika. En toen ik jong was, was naar Amerika gaan het enige wat ik wilde.’

U woonde tot voor kort in New York. Waarom bent u teruggegaan?

‘Mijn kinderen. Ik stond op het schoolplein met van die sociaal geëngageerde schrijvers en filmmakers die hun kinderen voor 60 duizend dollar per jaar naar privéscholen stuurden, en dat kon ik niet aan. Geld in New York is obsceen. De raciale segregatie die ontstaat door dat soort kosten, is moeilijk te overdrijven. Het is erger dan in de jaren vijftig.

‘Ook de openbare scholen zie je witter en witter worden. Zoals staten via gerrymandering zorgen dat kiesdistricten een bepaalde kleur krijgen, zie je dat scholen lobbyen om alleen uit bepaalde postcodes kinderen te hoeven toelaten, zodat ze steeds exclusiever worden. En als jij als ouder elke dag tegen je kinderen moet zeggen: ‘Ach, dit zijn nu eenmaal Amerikanen, wat zij belangrijk vinden, is niet belangrijk’, wat zeg je dan tegen ze? Want zij groeien daar op.

‘Nu zijn we weer hier, goddank, en worden zij op school gepest door de kinderen van mensen die mij vroeger pestten. (Lacht) Ik ken het hier. Ik ken de mensen. Ik sta hier niet op het schoolplein iedereen te haten. Dat is vast ook voor mijn kinderen gezond.’

Uw spraakmakendste essay in Dood en levend heet ‘Sjibbolet’ en gaat over de vernietigingsoorlog van Israël tegen Gaza. Er ontstond – bij pro-Palestijnse activisten – online een enorme woede over. Waarom, denkt u?

‘Soms vraag ik me af of mensen nog kunnen lezen, en ik vraag me af of dat komt doordat het stuk online stond. In mijn essay heb ik het over Israëls vernietigingsoorlog, maar noem ik ook de ruim elfhonderd slachtoffers die Hamas maakte op 7 oktober. Voor sommige activisten online is het alsof ik daarmee Israëls tienduizenden doden goedpraat. Alsof ik het gelijkschakel. Natuurlijk doe ik dat niet. Hoe kun je dat denken?

‘Mijn broer zei laatst tegen me: je moet het expliciet maken, zo werkt internetlogica, die duldt geen nuance of dubbelzinnigheid. Jij moet zeggen: ‘Elfhonderd Israëlische doden is niet hetzelfde als tienduizenden Gazaanse doden.’

Waar mensen boos om waren, was dat u het woord ‘genocide’ niet wilde gebruiken. ‘Genocide’ is het sjibbolet uit de titel; het woord dat je moet uitspreken om te laten zien dat je erbij hoort.

‘Ik wilde op dat moment het woord niet gebruiken, want ik wil dat Israëliërs en Palestijnen in een staat gelijkwaardig en vrij naast elkaar kunnen leven. Ik ken veel Israëliërs die dat ook willen, die willen dat de oorlog ophoudt – en ik wist dat als je de oorlog een genocide noemt, je de band met die mensen afsnijdt, en die mensen heb je ook nodig.

‘Verder zeg ik in het essay alles wat andere activisten ook zeggen. Ik roep op tot een staakt-het-vuren, ik zeg dat we niet langer de criminele Israëlische oorlogsmachine moeten steunen. Maar zolang ik dat woord niet gebruik, doet men alsof mijn steun niet telt. En dat is gekmakend. Alsof het politieke debat alleen draait om: welk woord gebruik jij, waar sta jij?

‘Inmiddels zijn er internationale onderzoeken geweest, hebben mensenrechtenadvocaten geconcludeerd dat het een genocide is. En dat is de waarheid.’

In uw essay schrijft u dat bepaalde zinsneden niet meer om politiek gaan, maar om esthetiek. Wat bedoelt u daarmee?

‘Een van de grootste ijdelheden van het moment is zeggen dat je aan de goede kant van de geschiedenis staat. Alsof wat jij zegt – op een borrel, in een krantencolumn, op een demonstratie – er iets toe doet. Wat ertoe doet, is dat de politiek – hoe dan ook – mensenlevens kan beschermen, of ze dat nu doet onder de vlag van een bepaald woord of niet.’

Schrikt u na 25 jaar schrijverschap nog van de online woede die een stuk kan losmaken?

‘De afgelopen tien, vijftien jaar jaar heb ik zo veel progressieve schrijvers en journalisten verkeerd begrepen zien worden, uitgespuugd zien worden door online activisten, waardoor ze boos, gekwetst en gefrustreerd opschoven naar rechts, en uiteindelijk de rechtse gekken werden tegen wie ze vroeger vochten. Dat gaat mij niet gebeuren. Ik loop niet in die val. Dat is misschien de gouden regel van het internet: don’t take the bait. Ik weet precies waar ik sta.’

Zadie Smith: Dood en levend. Uit het Engels vertaald door Gerda Baardman, Nicolette Hoekmeijer, Frank Lekens, Kitty Pouwels en Tjadine Stheeman. Prometheus; 320 pagina’s; € 27,50.

CV Zadie Smith

1975 Geboren in Willesden, Noord-Londen, als dochter van een Engelse vader en een Jamaicaanse moeder.
1997 Nog voor het is voltooid, brengt haar agent een manuscript van White Teeth in omloop. Alle grote Britse uitgeverijen bieden erop.
2000 White Teeth verschijnt, wordt meteen een bestseller en wordt bekroond met de oudste literaire prijs van het Verenigd Koninkrijk, de James Tait Black Memorial Prize.
2005 Haar derde roman, On Beauty, komt op de shortlist van de Booker Prize.
2010 Verhuist naar New York en wordt hoogleraar creatief schrijven aan New York University.
2012 Haar experimentele roman NW wordt door de BBC verfilmd.
2023 Publiceert The Fraud (Charlatan, in de Nederlandse editie) haar eerste historische roman, over een victoriaanse rechtszaak rond een erfenis.

Smith is getrouwd met dichter Nick Laird, die ze kent uit Cambridge. Naar eigen zeggen stalkte ze hem net zo lang tot ze een relatie kregen. Ze hebben twee kinderen.

Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next