In het Amerika van Donald Trump is de extreemrechtse informatiebubbel aan de winnende hand. De relatie tussen politiek, media en hun schatrijke eigenaren wordt steeds inniger, maar gaat al decennia terug. Hoe raakte de voorstelling van waarheid en leugens zo verdraaid?
Sean Hannity, presentator op Fox News, heeft een trek van verbeten tevredenheid om zijn mond als hij op 24 juli het nieuws mag brengen. Het is de trek van een man die het altijd al heeft gezegd. ‘Het complot tussen Trump en Rusland was een fantasie, een verzinsel, een totale leugen’, zegt Hannity. ‘Een samenzweringstheorie van de meest corrupte regering in de recente geschiedenis. Dit is een schandaal dat Watergate doet verbleken.’
‘Russia Hoax’, staat er achter hem op het scherm: de door Donald Trump bedachte term waarmee hij het onderzoek naar Russische beïnvloeding van de verkiezingen in 2016 verdacht maakte. Een term die Hannity de afgelopen jaren talloze keren heeft herhaald.
Die avond krijgen Hannity en miljoenen Amerikanen de ultieme bevestiging van hun geclaimde gelijk, vinden ze. Want de regering-Trump heeft een onderzoek aangekondigd naar de mensen die de connecties tussen handlangers van Trump en de Russen boven water brachten. ‘Eindelijk komt de gerechtigheid eraan’, zegt Hannity.
Een paar maanden later, begin oktober, is James Comey, de voormalige FBI-baas die het onderzoek naar de Russische inmenging begon, de eerste die voor de rechter wordt gebracht. Trump, die hiertoe heeft opgeroepen en een voormalig persoonlijk advocaat heeft aangesteld als officier van justitie om dit klusje te klaren, noemt Comey ‘een van de slechtste menselijke schepsels aller tijden’.
Tulsi Gabbard, Trumps hoofd van de inlichtingendiensten, heeft het ministerie van Justitie ook gevraagd om vervolging van haar voorganger James Clapper, voormalig CIA-directeur John Brennan, oud-minister van Buitenlandse Zaken John Kerry en oud-president Barack Obama. Ze zouden met het onderzoek naar Trump en de Russen de basis hebben gelegd voor een ‘jarenlange coup’, aldus Gabbard, die zelf banden met Rusland had. Obama is schuldig aan ‘hoogverraad’, zegt ze.
Nee: schuldig aan de Russia Hoax.
Het is de voltooiing van de omkering. Een leugen is de waarheid geworden, de waarheid een leugen.
Voor de duidelijkheid: het begrip Russia Hoax is onzin. Jaren speurwerk van de FBI leidde in 2019 tot een dik rapport van speciaal onderzoeker Robert Mueller, die concludeerde dat de Russen op verschillende manieren hadden geprobeerd presidentskandidaat Trump te helpen, en dat Trump die hulp gretig had aanvaard. Zo werden bijvoorbeeld e-mails van vooraanstaande Democraten gehackt en gelekt, om Trumps concurrent Hillary Clinton dwars te zitten. Bovendien constateerde Mueller dat Trump zijn onderzoek op tien manieren had gedwarsboomd.
Een commissie van de Amerikaanse Senaat, met daarin politici van beide partijen, trok een jaar later nog hardere conclusies. Hun rapport liet zien dat het campagneteam van Trump met de Russen had samengewerkt, of pogingen daartoe had gedaan. Al die contacten tussen Trump-figuren en schimmige Russen waren echt, en bedoeld om Trump te helpen.
De waarheid is niet moeilijk te achterhalen. Stel op internet de vraag of Rusland de Amerikaanse verkiezingen heeft beïnvloed en je krijgt deze rapporten te zien. Zelfs Grok, het rechtsgeoriënteerde AI-model van Elon Musk, stelt onomwonden dat de Russen Trump hebben geholpen: door te hacken, met desinformatie en beïnvloeding. ‘Beweringen dat het een hoax is, zijn herhaaldelijk weerlegd.’
En toch, zo bleek in juli uit een opiniepeiling van Rasmussen, zijn er meer Amerikanen (49 procent) die geloven dat de Russen zich níét met de verkiezingen van 2016 hebben bemoeid, dan Amerikanen die dat wél geloven (42 procent).
Misschien nog schokkender dan die percentages is de manier waarop de New York Post, een conservatieve krant uit de stal van Rupert Murdoch, dat nieuws bracht. De krant vond het ‘verbazingwekkend’ dat er nog steeds mensen zijn die geloven dat de Russen Trump hebben geholpen. Oftewel: dat er nog steeds mensen zijn die de waarheid geloven. Het is een ‘wel heel hardnekkige leugen’, luidde de duizelingwekkende conclusie van het stuk.
Het is deze omdraaiing van leugen en waarheid die nu de basis vormt voor een volgende stap: vervolging van degenen die de waarheid zochten, zoals Comey.
Dat er twee verschillende waarheden rondwaren in de Verenigde Staten is al een tijdje een probleem. Maar nu wordt een van die ‘waarheden’ steeds vaker door de overheid geproduceerd en politiek ingezet. Steden zijn broeinesten van criminaliteit, antifa-activisten zijn terroristen en Venezolaanse vissersbootjes in het Caribisch gebied zitten vol met drugs.
En dit is de volgende stap: de trumpistische ‘waarheid’ krijgt een morele en juridische lading. Zijn verzonnen waarheid is goed. De andere, échte waarheid is fout. En wie die foute waarheid najaagt, is dat zelf ook, en mag worden verketterd en vervolgd.
Het is de voorlopige apotheose van de innige wisselwerking tussen politiek en de steeds partijdigere media, die in de gepolariseerde VS orwelliaanse trekjes is gaan vertonen.
Amerika was niet altijd zo. Een eerdere liegende president, Republikein Richard Nixon, zag zich gedwongen op te stappen omdat de media nog gewoon hun werk deden: het onthullen, beschrijven en verdedigen van de waarheid.
Het gaat daarbij niet alleen om de twee journalisten van The Washington Post die in 1972 ontdekten dat medewerkers van Nixon hadden ingebroken in het Democratische hoofdkwartier in het Watergate-complex. Gedurende de twee jaar die daarop volgden, beschreven zij op basis van gelekte FBI-informatie hoe het spoor tot diep in het Witte Huis leidde.
Even belangrijk is de onpartijdige zorgvuldigheid waarmee ándere media, van de grote landelijke tv-stations tot kleine plaatselijke kranten, dat nieuws verder verspreidden. Er wás geen counter narrative. Er waren geen media die een zelf geconstrueerde ‘andere kant’ van het verhaal vertelden, een verhaal waarin op de een of andere manier de Democraten het hadden gedaan en Nixon het slachtoffer was.
Cruciaal daarbij is de rol van televisie. Er waren toentertijd slechts drie tv-zenders: ABC, CBS en NBC. Die werden geleid door eigenaren met journalistieke idealen, schreef Sage Meredith Goodwin vorige maand in een stuk op het journalistieke blog Nieman Lab, waarin ze het tv-landschap rond Trump en Nixon vergeleek. Een andere factor is dat er nog geen versnippering was, schrijft ze. ‘De zenders hadden de aandacht en het vertrouwen van een enorm publiek, waardoor ze minder kwetsbaar waren voor politieke druk.’
Want hoewel de VS met hun tweepartijenstelsel altijd een gepolariseerde samenleving hebben gehad, voelden Amerikaanse burgers zich verenigd onder dezelfde vlag en maakten zij gebruik van een gedeeld informatie-ecosysteem.
En er was een vangrail: de zogeheten fairness doctrine, een regel uit 1949 die, vanwege de schaarste aan etherfrequenties, voorschreef dat tv- en radiozenders die schaarse ruimte eerlijk moesten gebruiken. Dat betekende dat de stations tijd dienden te besteden aan ‘controversiële onderwerpen van publiek belang’ en daarbij aan verschillende meningen ruimte moesten bieden. Verschillende méningen, niet verschillende waarheden.
Toch, of juist daarom, beschuldigden conservatieven als Nixon de zenders van progressieve vooroordelen. Toen de fairness doctrine in 1987 onder de Republikeinse president Ronald Reagan werd afgeschaft, ontstond ruimte voor veel partijdiger zenders, eerst met name op de radio. De hardrechtse praatprogramma’s van Rush Limbaugh en Glenn Beck volgden de polariserende politiek, waar kwesties als abortus en het recht om wapens te dragen tot splijtzwammen werden gemaakt. De programma’s werden gevoed door nieuwe Republikeinse politici als Newt Gingrich, die school maakte met de strategie dat de Democraten geen tegenstanders waren, maar vijanden.
Zo werd de weg bereid voor Fox News, dat vanaf 1996 de vaandeldrager van conservatief Amerika op tv zou worden. Als kabelzender zou het station nooit onder de fairness doctrine zijn gevallen (want die gold alleen voor zenders met etherfrequenties), maar Fox News is ondenkbaar zonder de afschaffing van die regel: pas toen het verdienmodel van de conservatieve praatprogramma’s lucratief bleek, volgde de tv-variant. Ook een nog vrij onbekende talkradiopresentator, Sean Hannity, stapte in.
Margaret Sullivan, hoofd van het instituut voor journalistieke ethiek aan de Columbia-universiteit in New York, ziet een duidelijk onderscheid tussen de traditionele ‘reality-based’ pers enerzijds en ‘hyperpartijdige’ media als Fox News. ‘Kabelnieuwszenders als Fox leven van verontwaardiging en het opstoken van ressentiment’, zegt Sullivan. ‘Ze opereren buiten de journalistieke mores, in hun eigen wereld.’ Aan progressieve zijde is MSNBC partijdig te noemen, maar die zender kleurt nog wel binnen de lijntjes van de waarheid.
Online geldt dat nog sterker. Onderzoek van waakhond Media Matters toont aan dat negen van de tien grootste onlinezenders, zoals de podcasts van Joe Rogan, Jordan Peterson en wijlen Charlie Kirk, als rechts te kwalificeren zijn. Dat geluid sijpelt door in sportprogramma’s, komedie en andere zogenaamd apolitieke ruimten – in Nederland is overigens een vergelijkbare ontwikkeling gaande.
‘Ophef werd het verdienmodel’, zegt Jeff Berry, een politicoloog die in 2014 het boek The Outrage Industry schreef. ‘En ik bedoel dat niet als metafoor. Het is echt een industrie. Ze fabriceren de ophef. In ons boek onderscheiden we verschillende vormen, zoals angst en haat zaaien, spot, het tonen van emoties, leugens en samenzweringstheorieën. Al voor de opkomst van sociale media waren dit tactieken om de aandacht te vangen. Maar ze zijn daarna alleen maar groter geworden.’
Wat sociale media hebben gedaan, is de drempel verlagen voor de ophefmakers. Iedereen kan instappen, zonder veel te investeren, zegt Berry. ‘De algoritmen doen de rest.’ Bovendien, zegt hij, zijn sociale media veel minder gereguleerd dan de klassieke media, waar de dreiging van weglopende adverteerders nog altijd een grens aan de mogelijke ophef stelt.
Ook in een tweede opzicht hebben sociale media geperfectioneerd wat met de partijdige radio- en tv-stations is begonnen: de verkokering van de werkelijkheid. Personen of gebeurtenissen worden zo door verschillende kampen op totaal verschillende manieren gezien.
‘Eén ding dat zeer duidelijk is geworden, is dat we in minstens twee verschillende werkelijkheden leven’, schrijft Shelly Hart-Remmel op Facebook, de dag na de moord op Charlie Kirk. De Amerikaanse zestiger uit Indiana begrijpt niet waarom de moord op een extreem figuur als Kirk, die zulke racistische uitspraken deed, bij andere mensen reden is voor zulke diepe rouw. Tot ze een vriendin spreekt, die Kirk alleen kende als een inspirerende, christelijke figuur. ‘Dat was het enige van hem wat ooit op haar feed voorbij was gekomen’, schrijft Hart-Remmel.
Hart-Remmel ziet het resultaat van de gepolariseerde samenleving. Een gespleten maatschappij, waarin beide zijden hun eigen feiten hanteren, een eigen narratief dat wordt geproduceerd door politici, media en de culturele instituties die daarbij horen. Samen bepalen zij niet alleen wat waar en niet waar is, maar ook wat goed en fout is. Voor de ene helft van Amerika is Kirk een heilige, voor de andere helft een duivel.
Toch hebben die twee noties niet evenveel gewicht. Het beeld van Kirk als heilige wordt gecultiveerd en aangehangen door de machtigste mensen van het land, zowel politiek als economisch. Dat maakt nogal verschil, zo is de afgelopen weken gebleken. Kirk-fans worden uitgelachen of uitgescholden. Kirk-critici worden bedreigd, ontslagen, het land uitgezet.
‘We hebben een informatiesysteem en machthebbers die haat, geweld en vergelding normaliseren’, zegt hoogleraar Peter Coleman, die al jaren onderzoek doet naar polarisatie en pogingen om tegenstanders met elkaar te verzoenen. Coleman, auteur van het boek The Way Out, vindt dat het tijd is ‘om heel bang te zijn’. Het is goed mogelijk, zegt hij, dat de Amerikaanse verkiezingen van volgend jaar en 2028 zo worden gemanipuleerd dat Trump en het trumpisme ‘niet via de politieke weg’ kunnen worden gestopt. ‘Verzoening wordt steeds lastiger.’
Behalve politici en de media is geld een belangrijke factor die bijdraagt aan de steeds partijdigere en onwaarachtigere ‘verslaggeving’.
Dat begint met de Telecommunicatiewet uit 1996, getekend door de Democratische president Bill Clinton, die het tv-landschap dereguleert. De wet maakt het onder meer mogelijk om de kleine tv-stationnetjes verspreid over het land op te kopen, waardoor die grotendeels in handen komen van twee grote spelers: de Sinclair Group en Nexstar. Hun deels gecentraliseerde programmering brengt overal in het land dezelfde conservatieve boodschap naar tientallen miljoenen Amerikanen. Ook bij hen heet de Russische inmenging de Russia Collusion Hoax.
Het verdwijnen van onafhankelijke lokale nieuwsmedia heeft ook het vertrouwen in de samenleving als geheel geërodeerd, stelt directeur ethiek Sullivan, zelf jarenlang hoofdredacteur van The Buffalo News. Naarmate regionale tv-stations en kranten verdwenen, namen ook het gevoel van burgerschap, politieke betrokkenheid en de stembereidheid af, zegt zij.
‘Voorheen lazen Amerikanen de krant uit hun eigen regio. Dat was niet zaligmakend, maar het vertrouwen was hoog en mensen deelden zo een gemeenschappelijke realiteit. Het was veel moeilijker om je te verschuilen in je eigen tribale hoekje van Facebook.’
Inmiddels hebben de rijkste Amerikanen een groot deel van de media in handen. Musk heeft X, Jeff Bezos heeft The Washington Post en Amazon Prime, Mark Zuckerberg heeft Facebook, Instagram en WhatsApp, en Oracle-oprichter Larry Ellison heeft samen met zijn zoon de filmstudio’s van Paramount en Skydance in handen.
De nieuwe steenrijke eigenaren van de oude kranten, veelal bondgenoten van Trump, bemoeien zich in toenemende mate met de redactionele inhoud. Zo beloofde Amazon-miljardair Bezos in 2013, toen hij The Washington Post kocht, de redactionele onafhankelijkheid te respecteren. Maar na diverse ideologische benoemingen en ingrepen is een flink deel van de redactie opgestapt en hebben honderdduizenden abonnees opgezegd.
Maar ook al voordat kranten werden opgekocht, liet de journalistiek de oren hangen naar de macht. Sullivan waarschuwt voor het normaliseren van waarheidserosie, door de ‘false balance’ die vaak wordt toegepast in verslaggeving. ‘Te veel journalisten leken hun cruciale rol in de Amerikaanse democratie niet te begrijpen’, schrijft ze in haar boek Newsroom Confidential (2022). ‘Op een bijna pathologische manier werd het abnormale genormaliseerd en het alledaagse gesensationaliseerd.’ De oud-ombudsvrouw van The New York Times spreekt van een ‘ongekende capitulatie van media’ in Trumps tweede termijn.
In het tv-landschap laat de president zijn invloed directer gelden. Zo vond Trump dat tv-zender CBS tijdens de verkiezingscampagne in 2024 een te soepel interview had gehouden met zijn tegenstrever Kamala Harris, en liet dat onderzoeken door toezichthouder FCC. Daags nadat CBS voor 16 miljoen dollar had geschikt met Trump, trok de FCC zijn bezwaren in. Vervolgens kreeg de eigenaar van CBS, filmstudio Paramount van Larry Ellison, van de FCC toestemming om te fuseren met Skydance. Toen CBS’ tv-komiek Stephen Colbert dat omkoping noemde, werd het einde van zijn programma aangekondigd.
‘President Trump is het medialandschap fundamenteel aan het hervormen’, jubelde FCC-voorzitter Brendan Carr op Fox. ‘Jarenlang hebben regeringsleiders toegestaan dat leidinggevenden in Hollywood of New York het politieke narratief konden dicteren. Hij heeft het spel veranderd. En je ziet de consequenties daarvan door het hele medialandschap jagen.’
Dat spel is nog lang niet afgelopen. Als Trump zijn zin krijgt, mag zijn vriend Ellison binnenkort ook mediareus Warner Bros. Discovery kopen, eigenaar van onder meer CNN en HBO. Toezichthouder FCC heeft daarover het laatste woord, en dat lijkt dus het woord van Trump. Ook TikTok zou door Ellison en andere Trump-vriendelijke miljardairs worden gekocht. Daarmee zouden de meer dan 200 miljoen abonnees van streamingdiensten en de 150 miljoen Amerikaanse TikTok-gebruikers – dus het leeuwendeel van de 340 miljoen Amerikanen – binnen het bereik van Trump-gezinde mediamiljardairs vallen.
In The New York Times beschreef Tressie McMillan Cottom, socioloog en hoogleraar aan de Chapel Hill-universiteit in North Carolina, de dreigende overnamen van Ellison als een ongekende versterking van Trumps macht. ‘Deze consolidatiegolf gaat verder dan alleen maar het vergaren van rijkdom; ze is onderdeel van een politiek project om alle informatie partijdig te maken.’
Partijdige informatie is niet nieuw. Iedere politicus probeert de zaken weleens mooier voor te stellen, en elke campagne draait deels om propaganda. Maar je zou denken dat, mettertijd, de leugens en verzinsels worden gelogenstraft. Dat de feiten uiteindelijk convergeren naar een gedeelde werkelijkheid die de geschiedenis ingaat. Als waarheid.
Maar het tegengestelde gebeurt. Toen Trump begon met de ‘alternatieve feiten’ over het aantal toeschouwers bij zijn inauguratie, werd daar nog lacherig over gedaan. Inmiddels vormen zijn verzinsels een complete alternatieve geschiedschrijving, en de basis om tegenstanders zwart te maken en te vervolgen.
In het boek Interference beschrijft Aaron Zebley, een van de onderzoekers van Robert Mueller, de moeite die ze destijds deden om ‘nuchter en onweerlegbaar’ de waarheid boven tafel te krijgen. Hij vindt nog steeds dat dit is gelukt, zei hij tegen radiostation NPR.
‘Tot de dag van vandaag is er geen serieuze twijfel aan de feiten die we hebben gevonden. Het was geen hoax. Die is er bewust van gemaakt.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant