Home

‘Ik geloof niet in eindigheid: Jeannet is er nog, maar ergens anders, waar ze andere dingen te doen heeft’

Na haar diagnose met een zeldzame vorm van kanker, heeft Jeannet het nog vijf jaar volgehouden. Voor haar man Frederic Voorn is haar ziel er nog altijd. ‘Dat je voortleeft in de herinneringen van anderen, heb ik altijd een mager concept gevonden.’

interviewt nabestaanden voor haar rubriek Leven na de dood in Volkskrant Magazine

Frederic Voorn (63, concertpianist en componist): ‘Onze jongste zoon was 16 toen Jeannet in 2018 de diagnose leiomyosarcoom kreeg, een zeldzame, agressieve vorm van kanker. De meeste mensen sterven eraan binnen het jaar, maar Jeannet legde zich niet neer bij die prognose. Ze pakte haar ziekte net zo gedreven aan als ze was. Ze verdiepte zich erin tot op het niveau van haar behandelend artsen, was precies op de hoogte van elke mogelijke behandeling. Ze had haast, want je hebt geen tijd om in lethargie of verdriet te gaan hangen. Dit was nu eenmaal het lot en dat gingen we zo goed mogelijk aan.

‘Onderging ze een zware chemokuur, dan lag ze in week één voornamelijk te slapen, in week twee kreeg ze al praatjes en in week drie stonden we weer samen op de tennisbaan, tot de volgende chemo begon. Jeannet was altijd ontzettend sterk geweest, fysiek en mentaal, ze had op hoog niveau gewaterpolood. Na elke uitputtende behandeling veerde ze terug. Zo heeft ze het uiteindelijk vijf jaar volgehouden. Toen ze overleed, was de jongste 21. Dat is ook te jong om je moeder te verliezen, maar toch anders dan wanneer je 16 bent.

‘Ik leerde haar kennen in 1996, bij de producer waar ik een cd had gemaakt waarvoor zij de promotie deed. ‘Wat heb jij precies gedaan voor die cd?’, vroeg ze. Ik had sonates van Scarlatti opgenomen, maar ik zei: ‘Ik heb de stiltes opgevuld.’ Daar moest ze geloof ik wel om lachen. We gingen uit eten en het was die avond in één keer duidelijk, ik hield meteen van haar. Het was wederzijds; twee dagen later ben ik bij haar ingetrokken.

‘Jeannet was niet alleen ontzettend mooi, ze was, ik vrees dat dit een hagiografie wordt, perfect. Ze wist altijd de harmonie te bewaren. Na haar dood heb ik het de eerste tijd precies zo proberen te doen: rekening houden met ieders gevoelens – alles in haar geest. Je bent min of meer je partner geworden na zoveel jaren samen.

Boulevard Périphérique

‘In het voorjaar van 2022 kreeg Jeannet een chronische hoest door uitzaaiingen in haar longen. In de zomervakantie was ze snel moe en ze zag een beetje geel. Ze kreeg pijn in haar arm, wat niet, zoals we eerst nog hoopten, een spierontsteking bleek te zijn, maar ook door uitzaaiingen kwam. Als ze auto reed, zat ik naast haar om te schakelen, want ze kon die rechterarm niet meer goed gebruiken. Maar op de terugweg zette ze midden op de Boulevard Périphérique rond Parijs de auto aan de kant. Ik moest het stuur overnemen, want het ging niet meer.

‘Na die zomer onderging ze nog een experimentele behandeling, maar die sloeg niet aan. Eigenlijk was ze uitbehandeld, maar ze dacht: als ik het maar lang genoeg volhoud, komt er misschien een medicijn. Of ze las over een Chinese-kooldieet en putte daar dan hoop uit, terwijl ik wist dat ze ging sterven. Maar dat uitspreken was moeilijk, omdat zij tot op het laatst aan het knokken was.

‘We hadden de jongens, de oudste was 19 toen Jeannet de diagnose kreeg, vanaf het begin meegenomen in haar ziekte, maar niet verteld dat het ongeneeslijk was. We wilden dat ze gewoon pubers konden zijn en hun gezonde egoïsme konden behouden – alles ging natuurlijk alleen maar om hen. Maar toen, in het najaar van 2022, stelde de oudste de sinterklaasvraag, net als toen hij 8 was – bestaat Sinterklaas? – en waarop je dan als ouder eerlijk antwoord geeft. Hij wilde het weten: gaat mama dood? De jongste praatte er niet over. Dat baarde mensen om ons heen wel zorgen, maar na Jeannets dood hebben we een paar nachten samen in het grote bed geslapen en alsnog veel gepraat. Dat is heel goed geweest.

Een soort attribuut

‘In januari 2023 zijn we nog een paar dagen met ons vieren naar Texel geweest. Daarna ging Jeannet hard achteruit. Ze kwam in een ziekenhuisbed te liggen, er kwam een po, een stoel voor onder de douche en dat soort dingen. Ik bracht haar elke ochtend ontbijt op bed en ik schreef elke dag een haiku voor haar, maar toch, het intensieve contact dat we altijd hadden, liep op zijn einde. Dat is het ergste van het ziekteproces: je relatie brokkelt af, je raakt elkaar kwijt. Alle energie gaat naar het onvermijdelijke einde. Met bezoek was ze even op haar best, maar ik zag ook de achterkant, de ontluistering. Als partner word je helper, een soort attribuut. Het is logisch dat er voor de partner weinig aandacht is, en je krijgt er ook veel voor terug, want het was ook ongelooflijk bijzonder om van zo dichtbij getuige te zijn van haar laatste weken, maar de afstand tussen ons werd wel groot.

Leven na de dood is een rubriek in Volkskrant Magazine over rouwen en leven. Reacties: e.vanveen@volkskrant.nl
Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

‘Ze is op 29 maart 2023 om 11 over 11 overleden – 11 was haar waterpolonummer en haar geluksgetal. Wij zijn niet erg van de tatoeages, maar de jongens en ik hebben alle drie een XI op onze bovenarm sinds haar dood. Ik zeg dood, maar ik geloof niet in eindigheid: Jeannet is er nog, maar ergens anders nu, waar ze andere dingen te doen heeft dan ze in haar vorige leven heeft gedaan. Ik zie ons mensen als een soort avatars: je begint aan een next level, sterven is in die zin een nieuw avontuur.

‘Dat je voortleeft in de herinneringen van anderen, heb ik altijd een beetje een mager concept gevonden. Op de uitvaart heb ik gezegd: ‘Dag Jeannet, dank voor wie we je was. Dag onsterfelijke ziel, dank voor wie je bént’, want de ziel leeft voort, daarvan ben ik overtuigd. De dag na het afscheid zat ik in de auto en toen is ze als een warme golf van liefde bij me binnengekomen. Dat was een diep-spirituele ervaring. Ik moest het stuur goed vasthouden om de auto op de weg te houden.

Net vakantie

‘De ochtend na Jeannets dood, ze lag in een rieten mand in de kamer, was heel bijzonder. Ik zat met de jongens aan het ontbijt en we zeiden tegen elkaar: ‘Het lijkt wel vakantie.’ We voelden zo’n opluchting. Hoe verschrikkelijk het ook was, de zieke en de aftakeling, we hadden het goed gedaan samen. In mijn uitvaartspeech heb ik het ook gezegd: al heb ik verder niets goed gedaan in mijn leven, dít heb ik goed gedaan. Zuiver. Het was af.

‘Ik had voor mijn gevoel vijf jaar lang in een wachtkamer gezeten. Sinds anderhalf jaar heb ik een nieuwe relatie en dat ervaar ik als een wonder; er is niets zo helend als deze liefde. En Jeannet zal hoe dan ook altijd in mijn leven blijven; het oude en het nieuwe leven kunnen goed samengaan.

‘Elk jaar rond haar sterfdag houd ik een herdenking. De eerste keer, in 2024, heb ik 28 grijpers geleend bij de gemeente en zijn we gewapend met een vuilniszak de straat en het park gaan schoonmaken, zoals Jeannet vaak deed. Toen ze 60 zou zijn geworden, heb ik met de jongens haar as verstrooid in zee, bij een strandpaal 11. Een mooie plek, waar ik nog vaak zal komen. Het leven is veranderd, maar ik ben niet veranderd. Ik heb hier nog veel te leren en dat ga ik doen.’

Van Evelien van Veen verscheen onlangs de bundel Die ene die er niet meer is – verhalen over verlies en veerkracht, met ruim vijftig interviews uit deze rubriek. Uitgeverij Ambo Anthos, 272 pagina’s, € 23,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next