Kunstenaar Narges Mohammadi heeft weinig foto’s van vroeger: ze ontvluchtte de oorlog in Afghanistan toen ze een kleuter was. Nu vult ze een kolossale kunstruimte met haar indrukwekkende installaties, geïnspireerd door flarden van haar vroege verleden.
schrijft voor de Volkskrant over hedendaagse beeldende kunst en taal.
Bijna vijf jaar geleden kreeg de Afghaans-Nederlandse kunstenaar Narges Mohammadi (32) in een interview de vraag waar ze van droomde voor over vijf jaar. Haar antwoord? ‘Een auto en een groter atelier.’ Dat is gelukt, vertelt ze lachend als ze de Volkskrant ontvangt in een ateliercomplex in Den Haag. Misschien ook niet zo verrassend, want al bij haar afstuderen aan de kunstacademie van Den Haag, in 2020, sprong haar werk eruit. Ze maakte indruk met een geurige kunstinstallatie van 700 kilo zelfgemaakte halva, een lekkernij die in Afghanistan wordt gegeten na begrafenissen. Sindsdien wordt ze vaker voor exposities uitgenodigd dan ze ‘ja’ kan zeggen en ze won onder meer de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs.
Vorige maand opende haar grootste solo-expositie ooit, in de kolossale kunstruimte Brutus, een voormalige havenloods in Rotterdam. Mohammadi kreeg carte blanche voor de ‘Barbarella’, de kelderruimte van meer dan 500 vierkante meter. In Mohammadi’s woorden: ‘Een klamme, donkere, rauwe plek waar je als kunstenaar de kans krijgt precies te doen wat je wilt.’
In de Barbarella heeft Mohammadi ‘geprobeerd iets te maken wat monumentaal is en intiem, heftig en zacht’, vertelt ze. Ze vulde de ruimte met zandsculpturen, muurreliëfs van leem, schijnbaar alledaagse objecten en een video. Mohammadi: ‘Al die dingen bij elkaar vormen een soort enscenering, flarden eigenlijk, van huiselijke taferelen, geïnspireerd door het huis en de straat waar ik ben opgegroeid. Niet letterlijk mijn huis en straat van vroeger, maar door verbeelding en dromen gefilterde versies, soms ook weer gebaseerd op andermans foto’s en verhalen van familie.’
Veel foto’s van vroeger heeft ze niet. Het gezin Mohammadi ontvluchtte de oorlog in Afghanistan toen zij een kleuter was. Vanaf haar 8ste woonde ze met haar familie vier jaar lang in azc’sin Nederland, ze ging hier ook pas voor het eerst in haar leven naar school. Haar vader kwam twee jaar na hun aankomst te overlijden. Ze was toen 10.
Het was dus geen onbezorgde jeugd, niet in Nederland en niet daarvoor. In Afghanistan werden haar kinderjaren getekend door armoede en honger. Mohammadi: ‘Ik herinner me nog een belangrijk ‘kip-of-ei’-dilemma. We hadden vroeger een kip. De vraag was: blijven we de kip kostbaar graan voeren, voor de eieren, of slachten we de kip voor het vlees?’
Dit interview vindt plaats vlak voor de opening van haar expositie, Mohammadi is nog druk aan het werk om alles op tijd af te krijgen. Energiek trekt ze uit allerlei hoeken en laden van haar atelier maquettes om te laten zien hoe de tentoonstelling eruit komt te zien. Ze tovert ook eieren van albast tevoorschijn, een witte steensoort, die ze heeft uitgehold zodat het licht er mooi doorheen kan schijnen. En is het goed als ze tussendoor even wat bakstenen uit de keramiekoven haalt?
Die bakstenen krijgen net als de eieren een plekje in haar kunstinstallatie. Het zijn grote, platte stenen die doen denken aan brood, met luchtige gaatjes.
‘Ze zijn gemaakt van zand en bloem. In gebieden waar hongersnood is, wordt de bloem waarmee brood wordt gebakken vaak vermengd met zand. Zo heb je minder meel nodig. Heel ongezond natuurlijk, maar zand is gratis en het vult de maag. Alles om de extreme honger minder te hoeven voelen. Heb je daar nog nooit van gehoord? Het is iets wat overal ter wereld gebeurt waar hongersnood is, het gebeurt nu ook in Gaza.’
De luchtig ogende gebakken ‘broden’ zijn ineens objecten om stil van te worden.
Misschien goed om erbij te zeggen dat in de expositie ook een sprookjesachtige video te zien is waarin Mohammadi een poging waagt om met elkaar vermengd geraakt zand en bloem weer van elkaar te scheiden. Een bezwerende, symbolische handeling natuurlijk, en waarschijnlijk volstrekt onmogelijk. En toch: Mohammadi heeft ver gereisd en is van onwaarschijnlijk ver gekomen, van klein meisje in oorlogsgebied tot gevierd kunstenaar in Brutus. Als iemand zand en meel kan scheiden, is zij het.
Misschien ook niet gek dat ze haar opsomming van inspiratiebronnen en favorieten aftrapt met het eerste wat ze doet als ze gasten ontvangt: iets lekkers voor hen op tafel zetten.
De expositie ‘Er kraait geen haan naar’ is tot en met 14 december te zien in kunstruimte Brutus in Rotterdam.
‘Ik serveer mijn gasten altijd wel wat lekkers. Hartje zomer is dat vaak fruit. Watermeloen, aardbeien, bessen. Moerbeien, noten. Wat ik vandaag op tafel heb gezet, walnoten, dadels en cake, is eigenlijk best bescheiden. Ik merk dat Nederlanders als ik veel neerzet soms een beetje schrikken, dan denken ze dat ze geacht worden alles op te eten.
‘Wat ik zelf erg lekker vind zijn nagot, Perzische gebrande kikkererwten. Niet per se zout of zoet, ze zijn vooral heel lekker knapperig.’
‘Ik heb een collectie absurde, felgekleurde vazen. Het zijn eigenlijk glazen bloemsculpturen. De originelen zijn van Murano-glas, uit de jaren zeventig en tachtig.’
Mohammadi laat op haar telefoon foto’s zien van wat ze bedoelt. De vazen lijken qua vorm op de stampers van een bloem, en hebben knallende kleuren die geleidelijk in elkaar overlopen.
‘Kijk nou toch, die bestáán gewoon. Ik heb er ongeveer twintig, je komt ze overal in mijn huis tegen. De meeste heb ik gevonden bij de kringloop. Wat me er zo aan fascineert? Dat ze zó mooi op zichzelf zijn, dat ze geen bloemen meer nodig hebben.’
‘Dit liedje draai ik de laatste tijd vaak in de auto. Ik kan er niet echt de vinger op leggen wat voor stijl dit is. Wat ik er zo cool aan vind, is dat er zoveel in een liedje zit: Indiase melodieën, maar het is ook poppy, met zoukachtige beats.
‘Ik ben groot geworden met Bollywood. Alles wat ik vroeger kende, alle muziek, alle films, alle ritmes: allemaal Bollywood. Hollywood bestond voor ons niet.
‘Er is altijd veel culturele kruisbestuiving geweest tussen India, Iran en Afghanistan, en dat is nog steeds zo. Dat hoor je ook terug in de muziek die ik als dj Fatima Ferrari laat horen, waarin ik Midden-Oosterse melodieën meng met dancehall en baile. Dat heb ik jarenlang veel gedaan op feesten en festivals als Amsterdam Dance Event en het Utrechtse muziekfestival Le Guess Who? Het draaien laat zich lastig combineren met mijn werk als beeldend kunstenaar. Ik doe het nu alleen nog af en toe als er iets heel leuks voorbijkomt.’
‘Ik werk momenteel ook aan een nieuw kunstproject voor het Valkhof Museum in Nijmegen, voor hun heropening in 2026. Ik werd uitgenodigd iets te maken op basis van de museumcollectie, die uit 95.000 kunstobjecten en archeologische artefacten bestaat. Ik wilde weten of ze ook objecten uit Afghanistan in bezit hadden. Nee. Uit Iran dan? Ook niet. Uit het Oosten dan misschien? Dat wel: vijf glazen objecten die in het archief nogal vaag worden omschreven als afkomstig ‘uit het Romeinse Rijk uit het Nabije Oosten’.
‘Ik kwam erachter dat het Kunstmuseum Den Haag als een van de weinige musea in Nederland wél een grote collectie Oosterse en islamitische kunst bezit, inclusief heel veel glaswerk, waaronder prachtige Perzische ‘tear catchers’. Dat zijn een soort siervazen, waarover het verhaal gaat dat vrouwen er hun tranen van verdriet in opvingen als hun mannen moesten vechten in de oorlog.
‘Hoe en wanneer en waarvandaan zijn al die glazen objecten precies in Europa gekomen? En waarom belandden ze wel in Den Haag en niet in Nijmegen? Daar ben ik nu onderzoek naar aan het doen, dat gaat uitmonden in mijn eerste eigen kunstwerk van glas.’
‘Kunststof is mijn lievelingsprogramma. Het biedt mooie diepte-interviews met mensen uit de wereld van kunst en cultuur, waarbij je voor even in de gedachtenwereld van een ander kunt kruipen. Een heel interessante aflevering was vorig jaar met Ana van Es (Volkskrant-journalist en voormalig Midden-Oostencorrespondent, red.), waarin ze vertelde over haar boek De Bagdad-Berlijnexpress. Ze volgt daarin het oude door kolonisten aangelegde treintracé dat Europa met het Midden-Oosten verbindt. Ze reist langs de route en vindt overal verhalen.
‘Interessant voor mijn glasproject is dat Europese kunsthandels ongeveer tien jaar nadat die express rond 1910 voor het eerst begon te rijden vrij plotseling heel veel islamitisch glaswerk gingen importeren. Dat heeft ongeveer twintig jaar geduurd, en toen was het over zijn hoogtepunt heen. Zou het met elkaar te maken hebben? Ik ben nieuwsgierig wat daar allemaal achter zit en hoop er nog veel meer over te ontdekken.’
‘Toen ik nog op de kunstacademie zat, hoorde ik dat iemand op de Gerrit Rietveld Academie was afgestudeerd door het werk van al haar klasgenoten na te maken. Ik vond dat zo fascinerend en absurd. Moet je je voorstellen, de toewijding die dat vergt! Het vooruitkijken, het plannen, ál die materialen en werkwijzen onder de knie krijgen! En de impact die zoiets heeft op al die anderen.
‘Afstuderen is best een enge tijd, een tijd ook van ieder-voor-zich. Dat je dan juist gaat namaken waar alle anderen mee bezig zijn, dat kán eigenlijk gewoon niet. Iedereen denkt juist: dit is míjn materiaal, dit is míjn idee, dit is míjn manier van werken, dit is míjn kunstwerk. Dat heeft zij expres of onbewust he-le-maal opengegooid. Want ja, al die materialen, werkwijzen, kleuren en misschien zelfs ideeën behoren eigenlijk niemand exclusief toe.
‘Ik heb altijd willen weten wie die kunstenaar was. Vorig jaar nodigde Aukje Dekker, kunstenaar en mede-oprichter van het eigenzinnige Amsterdamse kunstclubhuis Sexyland, mij uit voor het door haar bedachte tv-programma Moonriders. Daarin maken een kind en een kunstenaar samen een kunstwerk voor de publieke ruimte, dat ze daar stiekem neerzetten.
‘Ik vond de manier waarop Aukje denkt echt ongelofelijk en heel inspirerend. Ze doet alles anders dan hoe je het zou verwachten. Pas een tijd na de opnames vertelde ze toevallig een keer over haar afstuderen... Zij was het dus!’
‘Ik werk met veel materialen, maar er is één materiaal waar ik echt een hekel aan heb: klei. Een anti-favoriet dus. Klei lijkt makkelijk, maar is heel moeilijk. Er is zoveel vakmanschap voor nodig. Om klei te omzeilen, ga ik vaak met andere materialen en werkwijzen aan de slag. Soms is dat een blessing in disguise.
‘Momenteel werk ik met vier vrouwen van diverse achtergronden en leeftijden uit Amsterdam-West aan een kunstwerk voor West. We maken een marmeren beeld van een moslima met hoofddoek die zichzelf uit steen aan het uithakken is.
‘Normaal gesproken zou je eerst een klein model van klei maken. Vervolgens maak je daarvan een siliconenmal, en daarmee giet je een model van gips. Daarmee ga je dan verder experimenteren.
‘Wij hebben ook wel kleimodellen gemaakt, maar dat pakte verschrikkelijk uit. Uiteindelijk hebben we 3D-scans van onszelf gemaakt en ge-3D-print. Dat levert heel andere, fotorealistische modellen op, waarin nog helemaal geen ‘hand van de maker’ te zien is, zoals bij klei. Maar dat paste eigenlijk perfect: bij ons ontstaat die ‘hand’, die eigen signatuur, pas tijdens het maken, tijdens het beitelen van de steen. En dan niet de hand van één maker, maar van vijf vrouwen die op voet van gelijkheid samen een beeld maken.’
‘De documentaire Writing Hawa van Najiba Noori, een journalist van Afghaanse komaf, nu in de bioscoop, heeft veel indruk op me gemaakt. De film speelt zich af rond de machtsovername van de Taliban in 2021. Noori volgt haar moeder, die analfabeet is, als die besluit te leren schrijven. Er zit veel plezier in de film, haar moeder is heel eigen en tegendraads. Ze vindt de kracht om onder moeilijke omstandigheden iets te doen wat er eerder in haar leven – door kinderen, man en huishouden – nooit van was gekomen.
‘Ik kan me voorstellen dat er ook best veel schaamte bij komt kijken als je je eigen taal niet kunt schrijven. Ik voel die schaamte althans zelf, ook ik kan namelijk geen Dari schrijven (de Afghaanse variant van het Perzisch, red.). Het is een taal die ik alleen kan spreken.
‘Nadat we uit Afghanistan waren gevlucht, ging ik voor het eerst naar school toen ik 8 was. Mijn vader stierf toen ik 10 was. Er waren thuis dus wel andere zorgen dan ons Dari bij te brengen. Het was voor mijn moeder, met vier kleine kinderen, belangrijker dat zijzelf en wij snel Nederlands leerden.
‘Net als de moeder uit de film zit mijn eigen moeder trouwens ook niet stil, ook zij neemt haar lot in eigen handen. Ze doet nu, op haar 52ste, een opleiding tot verpleegkundige. Misschien is het voor mij dan ook niet te laat om Dari te leren schrijven.’
‘Een restaurant dat ik graag aanraad is Madre in Amsterdam. Het is een van de weinige plekken waar ik als gluten-intolerant persoon met een gerust hart kan eten.
‘Ze hebben een open keuken en maken superlekker eten met veel groenten. Ook de vormgeving van dit restaurant is heel goed. De muziek komt niet uit vier speakers, maar uit een heleboel zorgvuldig weggewerkte kleinere speakers. Vaak zijn restaurants heel lawaaierig, hier hebben ze op een subtiele manier een heel goede akoestiek gecreëerd.
‘Waar je ook écht moet eten, is bij Helai, een superlekker Afghaans restaurant in Rotterdam. Een prachtige plek, die heel erg over de top is ingericht, echte Perzische kitsch. Ze serveren het meest smaakvolle Afghaanse eten dat ik ooit heb gegeten – na het eten van mijn moeder dan.’
1993 Geboren tussen Kabul en Teheran.
1996-1997 Het gezin ontvlucht noodgedwongen Afghanistan.
1999 Aankomst in Nederland.
2013-2014 Studie psychologie, Universiteit Utrecht.
2014-2018 Moderne en hedendaagse kunstgeschiedenis, Universiteit Utrecht.
2015-2017 Beeldende kunst aan de Hogeschool der Kunsten Utrecht.
2017-2020 Beeldende kunst, richting sculptuur, Koninklijke Academie van Beeldende Kunst, Den Haag. Wint met haar afstudeerproject de Ron Mandos Young Blood Award en de Stroom Aanmoedigingsprijs.
2018-2019 Cureert diverse tentoonstellingen in Den Haag, Amsterdam en Rotterdam.
2020-2021 Diverse exposities. Wint de Piket Kunstprijs 2021, categorie schilderkunst.
2023 Draagt bij aan elf groepsexposities, onder meer in Londen, en heeft solo-exposities in Beelden aan Zee in Scheveningen en in Hotel Mariakapel in Hoorn. Wint de Charlotte van Pallandt Prijs en het Stokroos Stipendium.
2024 Exposities in Stedelijk Museum Schiedam en Het Noordbrabants Museum in Den Bosch. Wint de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs.
2025 Solo-expositie Er kraait geen haan naar, Brutus, Rotterdam.
2026 Nieuwe kunstwerken voor Museum Valkhof in Nijmegen en Vrouwen van West in Amsterdam.
Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant