Home

Komisch en nuchter vertelt Thijs Hoekstra hoe het is om jong kanker te krijgen

Thijs Hoekstra debuteert met een lekker pukkelige coming-of-age-roman over een 14-jarige jongen met kanker. Noem Kuren geen kankerboek: het gaat over veel meer.

is redacteur van Zondag en televisierecensent van de Volkskrant.

Zeggen dat Thijs Hoekstra (1998, zelf voormalig patiënt) een kankerboek heeft geschreven, doet zijn debuut wat tekort.

Ja, Kuren draait om het ziekteverloop van de 14-jarige David, gediagnosticeerd met lymfeklierkanker, maar bovenal is dit debuut een lekker pukkelige coming of age, wars van het sentiment dat ziekenhuisliteratuur zo eigen is.

Davids puberlichaam verandert niet alleen, maar is ook nog eens tegen hem: hij is niet de dappere strijder die anderen zo graag in hem hopen te zien, integendeel. Zijn lijf is het ‘braakliggende landschap waar de manschappen elkaar aan het uitmoorden waren’. En dat betekent kotsen, zwelgen, en bovenal moeten dealen met al die tevreden mensen aan je ziekenhuisbed, die het beste met je voorhebben.

Opgroeien tussen deugers

David groeit op in Haarlem, wat in deze roman gelijkstaat aan een irritant zorgeloze kindertijd in een familie die bestaat uit linksige, mislukte kunstenaars. Deugers, zou je ze kunnen noemen, een omgeving die hem verwoed aanspoort de beste versie van zichzelf te worden. Zichzelf: wie dat nou is, weet David niet – vooral niet nu tout Haarlem hem tot object van medelijden heeft gebombardeerd, een heilige haast.

Er worden meditatiecirkels voor hem opgericht, de hele Flying Tiger wordt leeggekocht, onzincadeaus te over. David, op zijn middelbare school toch vooral de sukkel die zijn pauzes doorkwam met Flappy Bird spelen op zijn mobieltje, is nog nooit zo populair geweest.

Waar Tobi Lakmaker met een vergelijkbaar liefdevol cynisme Amsterdam-Zuid te lijf ging, richt Hoekstra zijn pijlen op ‘de stad waar je naartoe verhuist als het tijd is je dromen te laten sterven’.

Kanker, in het veilige Haarlem is het iets ondenkbaars. De voorheen onbereikbare klasgenoot Hélène de Boer (een Pandora Braithwaite-achtig meisje, dat uit de Adrian Mole-reeks van Sue Townsend) ziet in haar zieke klasgenoot vooral een manier om haar eigen goedheid te bewijzen – tot David het waagt op haar epistels te reageren, en hij meer blijkt dan alleen een patiënt.

Goede bedoelingen te over, daar aan dat ziekenhuisbed. Hoekstra laat alle instanties aanrukken – ik dacht elke mogelijke grap wel te hebben gehoord over cliniclows en stichtingen als Doe Een Wens, maar toch deed Hoekstra me glimlachen. De goede fee die zijn wens mag laten uitkomen is permanent in tranen: ‘Ze huilde omdat ik kanker had, ze huilde omdat ze het mooi vond dat ze hier was om mijn wens in vervulling te laten gaan, en ze huilde vervolgens ook omdat ik nog niet wist wat ik wilde wensen.’

Wat David wil, dat weet hij eigenlijk wel: dat iedereen hem eens met rust laat. En een Playstation. Maar dat zit er niet in.

Komisch en ontmaskerend

Thijs Hoekstra maakte met Kuren een komisch, maar toch ook ontmaskerend boek. Over hypocrisie. David is boos, maar niemand laat hem dat zijn. Alleen al het hoofdstuk waarin hij een performancemiddag aan de Maastrichtse toneelschool bezoekt, waaraan zijn broer studeert, maakt dit boek de moeite waard.

Sta je daar, met je sondevoedingrugzak, te kijken naar hoe je getormenteerde broer zijn best doet de nieuwe Marina Abramović te worden. Ondertussen zijn de blikken vooral gericht op David, alsof hij ook een performance is. ‘Een of ander controversieel kunstwerk, waar de meningen enorm over verdeeld waren.’

Lijden, het heeft zoiets mystieks, tot je daadwerkelijk zo’n goorbruine sondevoedingrugzak moet dragen. ‘De grootste terreuraanslag in de mode sinds de afritsbroek’, David kan het weten.

Thijs Hoekstra: Kuren. Das Mag; 207 pagina’s; € 22,50.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next