Home

Toen ze kanker kreeg, ervoer hoogleraar Giselinde Kuipers wat ze als ‘schoonheidsprofessor’ al wist

Hoogleraar Giselinde Kuipers (54) onderzoekt al zo’n vijftien jaar schoonheid. „Hoe we ons nu bezighouden met ons uiterlijk is destructief”, zegt ze. Dit jaar zouden drie boeken van haar uitkomen, maar ze kreeg borstkanker. Ze ervoer zo zelf „hoe diep onze respons op iemands uiterlijk zit. Hoe hard en snel die reactie is.”

Om maar meteen een misverstand uit de wereld te helpen: dat hoe mooier je bent, hoe meer voordeel je hebt „is echt aantoonbaar niet waar”, zegt Giselinde Kuipers. De hoogleraar cultuursociologie aan de KU Leuven doet nu vijftien jaar onderzoek naar schoonheid.

Nee?

„Absoluut niet. Mijn Finse collega, Outi Sarpila, heeft met haar team alle studies erover op een rij gezet. Daaruit blijkt dat vooral vrouwen ook nádeel kunnen hebben van een mooi uiterlijk. Dan worden alle associaties met vrouwelijkheid direct geactiveerd, waardoor ze kunnen worden gezien als incompetent. Mannen hebben vaker voordeel van een mooi uiterlijk dan vrouwen. En lang niet iedereen is het erover eens wat mooi is. Dat is afhankelijk van de culturele smaak die je in je opvoeding hebt meegekregen, het verschilt per land, per tijd. Als je zegt: hoe mooier, hoe meer voordeel, over wiens mooi heb je het dan?”

Dit najaar zouden drie boeken van Giselinde Kuipers uitkomen over schoonheid. Op een interviewverzoek naar aanleiding daarvan kwam in eerste instantie een automatisch antwoord: „In verband met langdurig ziekteverlof zal ik uw e-mail waarschijnlijk niet kunnen beantwoorden.”

Toch mailde Kuipers een dag later terug. „Het gaat de goede kant op, maar ik ben nog lang niet de oude. Het zou waarschijnlijk wel kunnen als u naar Utrecht kunt komen?” In een volgende mail schrijft ze dat het borstkanker is waarvan ze aan het herstellen is. Ze zegt het maar vast, want „mensen schrikken vaak als ik dat zeg, en het komt bijna onvermijdelijk ter sprake, omdat ik er dus nogal anders uitzie dan op de foto’s die er van mij circuleren.”

Kuipers (54) woont met haar vriend in een bovenwoning uit de zestiende eeuw met uitzicht op de Oudegracht. Op de keukentafel een kruidencake die ze met haar 11-jarige zoon heeft gebakken en een schaal kersen. Koffie komt uit de percolator. „Ik hoop dat je van sterk houdt?”

Soepel neemt Kuipers in kleermakerszit plaats op een eettafelstoel. Praten doet ze in lange woordenstromen, met onverstoorbare blik. In mei had ze de laatste bestraling. In haar grijzende haar draagt ze een haarband. Het is haar eigen haar, maar niet het haar dat ze had voor het uitviel; nu heeft ze krullen. „Je uiterlijk verandert dus ook echt permanent.”

De diagnose kreeg ze in de zomer van 2024, in september begonnen de chemobehandelingen. „Binnen drie weken begint je haar uit te vallen. Na drie maanden had ik geen wimpers en geen wenkbrauwen meer. Mijn huid werd grijzig.” In een jaar tijd is ze op het oog vijf jaar ouder geworden, zegt ze. „Het is natuurlijk prettig dat ik nog ouder kán worden, maar het is nog steeds niet leuk.”

Twee van de drie boeken zijn door haar ziekte vertraagd, maar Handbook of Beauty and Inequality heeft ze deze zomer af kunnen maken, het ligt nu bij uitgever Springer en verschijnt begin 2026. Voor dit academisch handboek nodigden zij en Outi Sarpila uiteenlopende experts – zoals uit de antropologie, genderstudies en economie – uit om de kennis over uiterlijke schoonheid in hun vakgebied uiteen te zetten.

Het boek komt voort uit haar ergernis over „dat iedereen langs elkaar heen praat”, zegt ze. Wetenschappers gebruiken verschillende woorden voor schoonheid: uiterlijk, aantrekkelijkheid, lichaamsbeeld. „Daarnaast zit er veel ruis in het debat omdat schoonheid gepolitiseerd is.”

Schoonheid is politiek?

„Het gaat nu vaak over tradwives, bijvoorbeeld. Zij propageren op sociale media schoonheidsidealen die geassocieerd worden met traditionele genderrollen. Net als mannelijke fitfluencers, die zeggen dat je een betere man wordt als je gespierd bent. Aan de andere kant heb je het queer, androgyne schoonheidsideaal, dat vaak ook een politieke lading heeft.”

De uitgestelde boeken zijn een academisch werk over hoe schoonheidsidealen ongelijkheid in de hand werken, Beauty as Taste and Duty (Oxford University Press), en een populair-wetenschappelijk, meer persoonlijk boek, Lelijke mooie wereld (Das Mag). Van beide stuurde ze alvast een aantal hoofdstukken. Daarin beschrijft ze hoe werken aan je schoonheid tot in de negentiende eeuw was voorbehouden aan een kleine, rijke bovenlaag, maar hoe door de exploderende beeldcultuur, schoonheidsindustrie, diensteneconomie en consumptiesamenleving uiteindelijk iedereen heeft geleerd om met een kennersoog te kijken naar uiterlijk, van zichzelf en van anderen. Kuipers noemt dit het „uitdijend schoonheidsregime”. „Dit heeft geleid tot een wereld met meer schoonheid – maar niet per se tot een mooiere wereld”, schrijft ze in Lelijke mooie wereld. Het schoonheidsregime vergroot ongelijkheden – rijke mensen hebben meer mogelijkheden om hun uiterlijk te verbeteren. Dat boek is ook te lezen als een pamflet, zegt ze: „Hoe we ons nu bezighouden met ons uiterlijk is destructief – voor onszelf én de planeet – en daar moeten we echt wat aan doen.”

In 2022 ontving Kuipers 2,5 miljoen euro subsidie van de European Research Council om met hulp van promovendi schoonheid en ongelijkheid te onderzoeken in Accra, Brussel, Buenos Aires, Hongkong en Teheran. „Mijn onderzoek gaat over waarom uiterlijk wereldwijd zo’n culturele obsessie is geworden, zo’n centrale manier om mensen te beoordelen. Hoe kan het dat we op basis daarvan beslissen of iemand wel of niet een baan krijgt? Of we met iemand willen daten, zelfs of we iemand als vriend willen hebben? Koffie van willen kopen? We zijn uiterlijk zo belangrijk gaan vinden, dat we daar ook verschrikkelijk veel voor over hebben.”

Hoe heeft het schoonheidsregime de datingmarkt veranderd?

„Vroeger moest je het doen met de mensen die je tegenkwam. Door de datingapps wordt schoonheid nog belangrijker, omdat uiterlijk, en hoe je je online weet te presenteren, de eerste selectie bepaalt. Maar er is weinig sociologisch onderzoek gedaan naar schoonheid. Wel naar smaak, maar dan op het gebied van cultuur: literatuur, muziek, en dat soort dingen. Uiterlijke schoonheid is een rare blinde vlek van sociologen. Terwijl: het eerste waarmee je je smaak laat zien is je uiterlijk.”

Wordt uiterlijk misschien te plat gevonden om te onderzoeken?

„Sociologen waren tot voor kort vooral mannen die het zich konden permitteren om daar niet te lang over na te denken. Je moet in zekere zin ergens tegenaan lopen. Het is dus logisch dat vooral vrouwen erover hebben geschreven.”

Wanneer begon u na te denken over schoonheid?

„Ik denk dat er geen vrouw is die niet voor haar twaalfde al is gaan nadenken over uiterlijk. Nog voordat ze kunnen praten zegt iedereen bij meisjes dat ze zo mooi zijn – of niet mooi. En als je er, op je elfde of twaalfde, vrouwelijk uit begint te zien, komt daar commentaar op.”

Begon u daarom ook schoonheid te onderzoeken?

„Dat begon in 2009, toen deed ik een aanvraag bij de European Research Council voor een onderzoek naar hoe de modellenwereld schoonheidsidealen beïnvloedt in zes Europese landen. Dat kwam niet eens voort uit mijn belangstelling voor schoonheid, maar eerder voor dingen waarvan mensen denken dat ze ermee zijn geboren, maar die eigenlijk zijn aangeleerd, zoals ook bij humor.”

Humor was het eerste expertisegebied van Kuipers. In haar proefschrift Goede humor, slechte smaak (2001) beschreef ze hoe humor afhangt van sociale achtergrond. „Mensen hebben de neiging om humor te zien als iets vanzelfsprekends en natuurlijks, iets dat heel dicht bij henzelf ligt. Wat je grappig vindt, dat ben je. Zo denken mensen ook over schoonheid: wat je mooi vindt, dat ben je. Terwijl, wat je mooi vindt, varieert. Wat de samenleving mooi vindt, varieert. Door de tijd, tussen landen, tussen sociale klassen. Schoonheid is overduidelijk sociaal geleerd. En geld krijgen voor onderzoek naar humor is gewoon heel moeilijk.”

Hoe definieert u schoonheid?

„Als de esthetische oordelen die je hebt over het uiterlijk van jezelf en andere mensen. Dus ik leg de kern van de definitie bij de ervaring. Daar is niet iedereen het met me over eens, maar ik denk niet dat je ver komt met schoonheid definiëren vanuit het object. Het wordt steeds duidelijker dat er nauwelijks universele kenmerken van schoonheid bestaan. Dat dringt alleen verschrikkelijk langzaam bij het grote publiek door.”

Magazine #43 Schoonheid Met o.a.: ‘schoonheids-professor’ Giselinde Kuipers, modellenscout Michiel van Maaren en de tijdloze keramiek van Jan van der Vaart

Lees alle stukken

Zoals de gulden snede?

„Ja, nou, sorry, maar de gulden snede is echt gewoon onzin. Pure symmetrie vinden we zelfs lelijk. Dan krijg je wat we de uncanny valley noemen: het vervreemdende gevoel dat je ook hebt bij het zien van AI-gezichten.”

Zijn er nog meer mythes?

„Dat mensen houden van klassiek mannelijke of vrouwelijke trekken. Een aantal evolutionair psychologen heeft dat geprobeerd aan te tonen in Nicaragua, op een plek waarvoor je een dag in een boot moet zitten om er te komen. Ze zagen wel dat de mensen klassieke kenmerken van vrouwelijkheid mooier vinden, bijvoorbeeld sterk aangezette wimpers en lippen. Voor mannelijkheid, zoals vierkante kaken en brede schouders, kwam er helemaal niks uit. Ook het idee dat er een ideale heup-middel-ratio is voor vrouwen, 0,7 of zo, is onzin. Buiten de westerse wereld beginnen veel van onze ideeën over wat schoonheid is al snel te wankelen.”

Maar die kunnen wel in een westerse samenleving waar zijn?

„Jazeker. In onze samenleving hebben we allemaal geleerd dat dunne mensen mooier zijn dan dikke mensen. Dat zit heel diep in ons: mensen schamen zich er niet eens voor om te zeggen dat ze dik lelijk vinden. Maar het is bij uitstek een voorbeeld waarvan je goed kunt aantonen dat het geen universeel idee is. Mijn Ghanese promovendus Emmanuel Narh heeft veldwerk gedaan bij het tv-programma Ghana’s Most Beautiful. De vrouwen die daar als mooiste uit de bus komen, vinden wij in het Westen allemaal dik.”

Zijn er dan geen knappe en lelijke mensen?

„Grote ogen voor vrouwen, brede kaken voor mannen, symmetrie, het houdt allemaal geen stand. Of ze veranderen snel, ook binnen één samenleving. De laatste Nederlandse data, van mijn eigen onderzoek, zijn uit 2015. De foto’s van mensen die toen het knapst werden gevonden, vinden we nu al een beetje ouderwets: bijvoorbeeld van een model met een ingevallen gezicht, hoge jukbeenderen.

„Wat je mooi vindt, heeft ook te maken met je afkomst. Mensen uit de lagere sociaal-economische klasse doen het vaak ‘fout’ – te veel make-up, zichtbare cosmetische chirurgie – in de ogen van degenen die de beslissingen nemen. Toen ik nog aan de UvA werkte, deden collega’s onderzoek naar hoe de sociale dienst werklozen coachte in hoe ze zich moesten presenteren bij sollicitaties. Wat ze aan moesten trekken, hoeveel make-up ze op moesten doen. Tatoeages moesten ze afdekken. Het is ook afhankelijk van wáár je solliciteert. In de academische wereld is het wel belangrijk om er goed uit te zien, maar niet ‘zoals iedereen’, het moet authentiek zijn, interessant, niet voor de hand liggend, niet te plastic, niet te plat. Dat zijn moeilijke codes. Op de Zuidas kunnen mensen juist vrij precies uitleggen wat je moet doen om er goed uit te zien: je moet dít met je haar doen, naar díé winkel.”

Het schoonheidsregime is een zelfversterkend proces, schrijft u in Beauty as Taste and Duty.

„Het mechanisme dat het schoonheidsregime laat uitdijen is te vergelijken met een ratrace: je moet steeds nét een beetje beter zijn dan anderen. Botox is een goed voorbeeld, dat werd in 2002 geïntroduceerd voor cosmetisch gebruik. Ouderdom is erg gestigmatiseerd, zeker bij vrouwen, en al helemaal als het mogelijk wordt om geen rimpels te hebben. Of kijk naar tanden. Ik heb scheve tanden, dat is in mijn generatie nog gewoon. Ze zijn er allemaal nog, en ze zijn wit, maar wel scheef.”

En nu krijgt iedereen een beugel.

„Wat dertig jaar geleden gewoon niet zo mooi was, is nu heel erg.”

In hoeverre is dat een probleem? Het is ook makkelijker geworden om je uiterlijk te verbeteren.

„Het is een zelfversterkend proces waar niemand wijzer van wordt. Ik kan mijn zoon nu een beugel geven, maar dan zijn we dertig jaar verder en God weet wat je dan weer moet doen. We kunnen dat kapitaal ook aan andere dingen besteden. Er zitten heel wat gepromoveerde biologen en chemici anti-rimpelcrèmes te ontwikkelen.”

Is schoonheid soms niet ook goed voor de gezondheid? Het is makkelijker om je gebit schoon te houden als je rechte tanden hebt.

„Ja, een beetje wel. Maar voor een groot deel blijft het puur cosmetisch. En botox, om iets anders te noemen, is gewoon vergif, laten we wel wezen. Voor een cosmetische ingreep moet je soms onder narcose, dat is niet per se gezond. Belangrijker nog: ingrepen leiden tot een relatie met je uiterlijk waarvan je je kunt afvragen of die gezond is. Als je je lichaam steeds meer ziet als een project, als een object dat verbeterd moet worden, dan raak je ervan vervreemd. En het is nooit: je bent er, het is goed zo, gefeliciteerd, klaar. Nee, als je er vandaag goed uitziet, dan morgen weer, en liefst nog iets beter. Maar hoe hard je ook werkt, het wordt altijd minder in de loop van je leven. Een van de weinige ideeën over schoonheid die wereldwijd gelden is dat jonge mensen mooier zijn dan oude. Dus je verliest altijd.”

Kunnen we het tij ooit keren?

„Het begint bij bewustwording. Dat je begrijpt wat er aan de hand is, hoe het werkt, en dat het niet om een individuele ervaring gaat, maar om een collectief probleem. Het hele idee van meer, meer, meer is in zichzelf destructief.”

Hoe beoordeelt u uw eigen uiterlijk?

„In de puberteit wist ik een tijdje niet wat ik met mezelf aanmoest. Het is niet dat ik qua uiterlijk ver buiten de norm zat: ik had lang, blond, sluik haar. Ik was wel heel mager. Maar het zat eerder in de manier waarop ik me presenteerde. Schoonheid is een combinatie van hoe je lichaam is, en hoe je je erin voelt, hoe je beweegt. Of je je wel of niet thuisvoelt in je lichaam. Ik wist niet hoe ik mijn lichaam moest aansturen, hoe je er goed uit moest zien. Subculturen bieden dan een uitweg. Daarbinnen heb je heel goed leesbare codes.”

Welke subcultuur was uw uitweg?

„Alto heette dat toen. Ik verfde mijn haar paars-oranje met henna en had veel zwarte kleren. De logica is: ik zie er misschien niet zo uit als iedereen, maar dan doe ik het wel op mijn voorwaarden. In zekere zin voelt dat als een soort controle die ik had over de manier waarop andere mensen mij zagen. Het roept sterke reacties op, maar ik heb er tenminste wel zelf voor gekozen. Maar ik voelde me niet alleen niet thuis in mijn lichaam, ik voelde me ook niet zo thuis in de wereld. Dat komt denk ik ook doordat ik uit een nogal ongewoon gezin kwam.”

Allebei uw ouders waren dominee.

„Dat is niet het ongewone gedeelte. Dat was toen nog niet zo raar. Ik zeg altijd dat ik een beetje een jarenzeventigjeugd heb gehad. Heel chaotisch, want alles kwam op losse schroeven te staan en de vrijheid van mijn ouders ging vaak ten koste van ons kinderen. Op mijn elfde scheidden ze, en daarna woonden mijn zusje en ik bij mijn vader en zijn vriend. Dat was begin jaren tachtig zeer ongewoon.

„Ik haalde ook heel hoge cijfers, wat onhandig is voor meisjes, zeker toen. En ik paste in zekere zin ook niet bij de mode, want in de jaren tachtig was dat veel haar en blozende wangen. Tien jaar later paste ik daar wél bij, toen had iedereen sluik haar en was iedereen bleek. Met mode moet je ook geluk hebben.”

Ik ben me ervan bewust dat ik als man vragen stel aan een vrouw over…

„Ik vind het prima hoor.”

…haar uiterlijk. Dat is normaliter…

„Heel ongepast.”

…ongepast, ja.

„Ik kan het wel aan.”

Goed. Dat gezegd hebbende: in Lelijke mooie wereld schrijft u dat u lang hebt kunnen doen alsof u uiterlijk nooit zo belangrijk vond.

„Ik zat lang in een positie waarin ik het me kon permitteren om te doen alsof het er niet toe deed. Ten eerste omdat ik status en erkenning kreeg door mijn werk. Dat is voor vrouwen nog steeds minder gebruikelijk dan we ons realiseren. Daarnaast kostte het me nooit zo veel moeite om binnen de marges van het normale te blijven. We weten dat door een hoog opleidingsniveau je eerder dun blijft: je leert jezelf te beheersen, gezond te eten. Ik heb nooit op dieet gehoeven. Op dezelfde manier kreeg ik mee wat je moet doen met kleding en je haar om er acceptabel uit te zien in bepaalde kringen.”

Was er een moment in uw carrière dat u besefte dat uw ‘normale’ uiterlijk een privilege was?

„Laten we vooropstellen dat vrouw zijn in de academische wereld nóóit een privilege is. Al verandert dat wel snel.”

Ik bedoel eigenlijk vergeleken met andere vrouwen.

„Op een gegeven moment vraag je je af: hoe komt het dat al die andere vrouwen verdwijnen, en ik niet? Die vraag stellen alle vrouwelijke hoogleraren zich op een gegeven moment. Tijdens je studie ben je nog met meer vrouwen dan mannen, bij het promoveren is dat fifty-fifty en vijf jaar later kijk je achterom en zijn alle vrouwen weg. Ik was de eerste vrouwelijke gewoon – niet bijzonder – hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam, en dat is een links bolwerk. Ik kan nu best goed voorspellen welke vrouwen succes hebben in de academische wereld. Het helpt als je grappig bent, een beetje one-of-the-boys. Niet te vrouwelijk, maar ook niet te ónvrouwelijk.”

Begon u schoonheid te onderzoeken op een moment dat u werd geconfronteerd met uw eigen uiterlijk omdat u ouder werd?

„Ik denk juist dat ik over schoonheid begon te schrijven op een moment dat ik me juist zekerder voelde over mijn uiterlijk. Want het is ongemakkelijk om erover te praten.”

Vond u ouder worden dan ook helemaal geen probleem?

„Nou, helemaal geen probleem… Toen ik grijs werd en rimpels kreeg dacht ik, als ik in de spiegel keek: dit is niet het beeld dat ik in m’n hoofd had van mezelf. Dat was wel een rare ervaring. In een samenleving waarin het belangrijk is om jong te zijn, heb je toch een geïdealiseerd beeld van jezelf als 25-jarige. En daar lijk je natuurlijk steeds minder op.”

Als je ouder wordt sta je dus steeds meer op achterstand. Hoe was dat voor u?

„Alle oudere vrouwen ontdekken op een gegeven moment dat ze niet meer worden gezien. Dus je komt ergens binnen en mensen kijken níét. Je probeert in een winkel aan de beurt te komen en dat gebeurt dus níét. Je probeert te bestellen aan een bar en dat lukt níét. Andersom betekent het dat je als jonge vrouw altijd gezien wordt. Die permanente zichtbaarheid, waarbij je continu langs een meetlat wordt gelegd, zit zo diep in de ervaring van een vrouw, dat het ook raar is als dat niet meer zo is. Die blik verdwijnt, net als die meetlat waaraan je kon aflezen of je het goed deed.

„Maar het is ook leuk om aandacht te krijgen en het geeft een soort controle. Precies aanvoelen wat je met je uiterlijk moet doen in welke situatie, is een van de weinige vaardigheden waar vrouwen niet voor worden afgestraft als ze er goed in zijn. Als je er goed uitziet, dan doe je het goed als vrouw. Dat is in lijn met de maatschappelijke verwachting. Een vriendin van mij, Ashley Mears, ook hoogleraar sociologie, heeft met haar onderzoek mooi laten zien dat juist vrouwen van een hogere status heel erg hun best blijven doen om er goed uit te zien. Ik ging op een gegeven moment ook met mijn kapper overleggen: wat gaan we doen? Ik grapte toen: ergens tussen Hillary Clinton en Sigrid Kaag. Veel haar, smaakvol gehighlight. Een beetje grijs, een beetje blond. Mijn uitgaven aan crèmepjes en zalfjes gingen ook stevig omhoog, zonder dat ik daar diep over had nagedacht. Huid is héél belangrijk als het gaat om veroudering.”

En toen werd u ziek.

„Het uitvallen van mijn haar vond ik heel heftig. Haar is verschrikkelijk belangrijk voor mensen. Ik had ineens allemaal gesprekken met mannen die vertelden dat ze droomden dat ze hun haar weer terug hadden.”

Maar hun haaruitval heeft een heel andere oorzaak.

„Het laat zien hoe dicht haar bij jezelf zit. Mensen reageerden er ook heel heftig op bij mij. Het is een heel zichtbare vorm van verval. Je lichaam is een soort interface met de wereld, het is het eerste wat mensen van jou zien, en ik was de controle erover kwijt. Op een gegeven moment kwam mijn haar er met handen tegelijk uit. Ik zag eruit als een soort axolotl [een witte salamander met uitstekende kieuwen]. Er waren een paar sprieten haar overgebleven, m’n ogen waren roze. Heel griezelig. Aan de reactie van anderen, maar ook van mezelf, zag ik dat het helemaal mis was. Mensen schrokken, en schrokken nog een keer.”

Droeg u een pruik of een hoofddoek?

„Ik had een hoofddoekje. En ik deed iets meer met make-up.”

Wat leerde u in deze periode over schoonheid?

„Wenkbrauwen zijn heel belangrijk. Dat wist ik helemaal niet. Er is niets zo griezelig als een gezicht zonder wenkbrauwen. En het was nieuw voor mij om een gestigmatiseerd uiterlijk te hebben. Ik weet natuurlijk dat er veel mensen zijn die dat hun hele leven hebben, mensen die een handicap hebben of zwaar obees zijn. Nu leerde ik vanuit de eerste persoon wat ik vanuit de derde persoon wel wist. Hoe diep die respons op iemands uiterlijk zit. Hoe hard en snel die reactie is. Dat weten mensen vaak niet van zichzelf. En hoe vanzelfsprekend dat heen-en-weer tussen jou en de wereld is als je binnen de norm valt. Als mensen mij zagen kwam er grosse modo altijd wel een soort van vage positieve respons. Die constante positieve feedback, dat is bijna de definitie van privilege.”

Heeft u een borstamputatie gehad?

„Nee, wel een kleine, borstbesparende operatie. Daarna kwam ik bij een cosmetisch chirurg terecht, die het een beetje mooier moest maken. Zij zei: waarom heb je eigenlijk niet gekozen voor een borstamputatie? Met zo’n ondertoon van: dan had ik iets veel mooiers kunnen maken dan de natuur je gegeven heeft. Ik heb in die tijd ontzettend veel artsen gezien, maar dit was de enige arts die mij het gevoel gaf dat er iets mis was met mij. Daarvóór was het de arts en jij samen tegen de ziekte. Die esthetische blik is heel anders dan de medische blik.”

Wat deed dat met u?

„Het heeft me nog achterdochtiger gemaakt over cosmetische chirurgie dan ik al was vanuit mijn onderzoek. Die belooft je niet zozeer mooier te maken, maar te repareren wat mis aan je is. Het is niet voor niets dat veel mensen voor iets anders terugkomen. Dat zie je vaak het best door naar een andere samenleving te kijken. Iran is waarschijnlijk het land met de meeste neuscorrecties ter wereld. Hoe kan het dat in een land waar echt veel aan de hand is, de mensen zich zo druk maken om hun neus? Als elke natuurlijke neus niet goed is, heb je een heel moeilijke visie ontwikkeld als samenleving over wat normaal is.”

Heeft u zin verder te werken aan uw boeken?

„Het kost me mentaal veel moeite om weer aan het werk te gaan. Het Nederlandstalige boek gaat me redelijk makkelijk af. Dat is deels persoonlijk, dus daar kan ik dat verhaal over kanker in fietsen. Met dat grote academische boek is het even zoeken. De zakelijke toon en academische manier van denken voelt nu nog ver weg. Af en toe ga ik weer naar de KU Leuven, maar het is vervreemdend. Het is alsof ik moet invoegen op een snelweg waarop iedereen heel hard rijdt.”

CVGiselinde Kuipers

Haar en make-up Vannessa Chan

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Slim Leven

Stukken die je helpen om je leven fijner en je carrière beter te maken

Source: NRC

Previous

Next