Gelauwerd theatermaker en acteur Florian Myjer debuteert als regisseur bij Theater Oostpool met Pride & Prejudice, een variant waarin alle rollen door drie queer acteurs worden gespeeld. ‘Ik denk dat theater mij aan een beter zelfbeeld heeft geholpen. Vrouwelijkheid wordt hier gezien als een kracht die je als man kunt inzetten.’
is verslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft over stand-upcomedy & cabaret en populaire cultuur.
Met nog vijf weken te gaan tot de première van Pride & Prejudice luistert Florian Myjer (33) in een repetitielokaal van Theater Oostpool in Arnhem glimlachend naar drie acteurs die op een bankje jeugdherinneringen met elkaar delen.
Kharim Amier vertelt dat hij als kind op een meisje leek, Eelco Smits dat hij vroeger veel met meisjes speelde. ‘Rosanne en Charlotte uit mijn klas spelen altijd met de jongens. Ik zit aan tafel met hen en andere kinderen, iemand zegt: Rosanne en Charlotte willen later jongens worden, jij wilt toch later een meisje worden? Misschien kunnen jullie ruilen?’
Just van Bommel: ‘Tijdens gym op de middelbare school doe ik nooit mijn best. Als ik niet meedoe, zet ik mezelf ook niet voor schut. Als ik mijn lijf niet zo veel gebruik, kan ik ontkennen dat het bestaat. We moeten speerwerpen, en ik werp de speer in één keer superver. Dat vindt iedereen vet. Ik wil dat niet belangrijk vinden, maar voel toch even hoe het is om op die manier waardering te krijgen.’
Kharim Amier: ‘Ik ben 16 en met een groepje beste vrienden aan het barbecueën. Ik mors ketchup op mijn vingers en op het moment dat ik m’n vingers schoonlik, grap ik dat ik net een ongesteld kutje lekker diep heb gevingerd.’
Het is een fragmentarische, beeldende stroom aan mini-anekdotes, soms grappig, vaak tragisch. Samen schetsen ze subtiel een steeds completer plaatje van hoe het is om als jongen op te groeien in een wereld waarin een jurk aantrekken zowat het ergste is wat je als man kunt doen.
De Florian Myjer-versie van Pride & Prejudice, zijn debuut als regisseur en als maker bij Oostpool, belooft ‘een liefdevolle tirade tegen het patriarchaat’ te worden, met ‘een dankbare buiging naar Jane Austen’. Haar wereldberoemde boek uit 1813 werd twintig jaar geleden verfilmd en leidde tot talloze bewerkingen van toneelstukken en musicals. Het was onder meer een inspiratie voor de Bridget Jones-serie.
Ook deze Pride & Prejudice is allesbehalve een letterlijke adaptatie, en – dat wil Myjer graag benadrukken – zeker geen afrekening met Austens verhaal.
Haar verhaal gaat over het liefdespad van de vijf gezusters Bennet, die door hun moeder worden aangespoord een welgestelde huwelijkskandidaat te vinden, omdat de eigendommen van hun vader alleen door een mannelijke erfgenaam geërfd kunnen worden en daarom naar een neef zullen gaan. Goed trouwen is voor de zussen dan ook de enige weg naar een behoorlijk huishoudinkomen.
Myjer maakt gebruik van die wereld en die tijd, waarin Austen als feminist een steentje probeerde bij te dragen aan het opheffen van sociale ongelijkheid. ‘Dat inspireert mij’, zegt Myjer, ‘omdat ik zelf de behoefte voel om naar de dominante rol van mannen in onze maatschappij te kijken, en het patriarchaat met wortel en al uit de grond te trekken.’
In zijn versie spelen drie queer acteurs alle rollen; dan weer ‘zichzelf’, dan weer zijn ze romanfiguren Elizabeth Bennet en Mr. Darcy, de twee protagonisten die in Austens klassieker tot het inzicht komen dat hun eigen trots en vooroordelen in de weg zitten om elkaars ware aard te zien.
Florian Myjer is het vooral te doen om de weg die mensen afleggen om zichzelf te worden, om de pijnscheuten, de houdingen die we onderweg aannemen en de kramp waarin we schieten, bang om gezien te worden voor wie we werkelijk zijn en niet geaccepteerd te worden. We lijden allemáál onder het patriarchaat, laten zijn personages zien.
Het project sluit aan op wat zijn specialiteit is geworden, al komt hij er zelf dit keer als acteur niet aan te pas: zijn voorstellingen zijn bijna zonder uitzondering buitengewoon persoonlijk en vaak verbonden aan de missie of betekenis van een grote, oude roman.
Twee jaar na zijn afstuderen aan de Toneelacademie Maastricht in 2017 heeft de Volkskrant het al over ‘een theaterfenomeen’, vol bewondering voor zijn slimmigheid, humor en emotionele nietsontziendheid. Als vaste maker bij Frascati Producties krijgt hij lof voor Oorlog en Vrede, Regina Rex en zijn solo Yves Saint Laurent.
In 2020 voegt hij zich bij theatergroep De Warme Winkel, waar hij drie jaar lang een van de artistiek leiders is. Samen met Lisa Verbelen en Marieke de Zwaan maakt hij Lady Chatterley’s Lover, waarin de pikante schandaalroman van D.H. Lawrence uit 1928 over de seksuele bevrijding van de vrouwelijke hoofdpersoon in victoriaans Engeland dient als uitgangspunt voor persoonlijke bespiegelingen over liefde, seksuele identiteit en (een gebrek aan) rolmodellen.
In die voorstelling houdt Myjer een ontroerend betoog over de eenzaamheid van de homoseksuele man in een heteroseksuele wereld. Het wordt een hit, ‘een razend intelligente aanklacht tegen de heteroseksuele norm, die uiteindelijk uitmondt in een ode aan liefde en seks die zich niet door maatschappelijke normen laat beperken’ (NRC), een ‘ontluisterende, leerzame en tenslotte hartveroverende vorm van zelfonderzoek’ (de Volkskrant).
Met Brideshead Revisited kruipt hij twee jaar later nog wat dichter op dezelfde pijn, dit keer naast Abke Haring. In de roman uit 1945 van Evelyn Waugh – zijn lievelingsboek, vol stiekeme homo-erotische lagen – wordt een jonge student verliefd op zowel de zoon als de dochter van de aristocratische familie waar hij in de zomer logeert.
In Myjers Brideshead gaat het in een hartverscheurende monoloog over zijn zelfbeeld, de schaamte die hij op zijn 31ste nog voelt voor zijn homoseksualiteit, en wat hij zichzelf daardoor op liefdes- en seksgebied als twintiger allemaal heeft ontzegd.
‘Een voorstelling van Florian is altijd een emotionele ervaring’, zegt Daria Bukvić, artistiek directeur van Oostpool, die hem vorig jaar naar haar gezelschap haalde. Ze voelt zich aangetrokken tot de manier waarop hij vanuit oude, intellectuele bronnen vertrekt naar toegankelijk theater over wat in deze tijd en voor hém relevant is, altijd in klare taal. ‘Het is helend om te kijken naar een theaterstuk waarin iemand op nietsontziende wijze eindelijk iets durft bloot te leggen van zichzelf, iets wat veel anderen niet hardop durven zeggen.’
De première van Pride & Prejudice is 8 november in Arnhem, de thuisstad van Oostpool. Daarna vliegt de voorstelling uit naar theaters in het land.
Iets na vijven, als het erop zit voor vandaag en de acteurs een voor een het pand verlaten, zegt Myjer dat hij blij is met hoe deze repetitie ging. ‘Ik voel me geraakt door de coming of age-verhalen van de spelers, die zo goed invoelbaar kunnen maken wat volwassen worden in deze wereld betekent. De schoonheid ervan, maar ook de moeilijkheden.’
De prikkel om iets te doen met Austens roman, die hij leerde kennen via schooltoneel, was een interview in de Volkskrant met de Britse schrijver en psychotherapeut Philippa Perry. Zij noemde Lydia Bennet als haar lievelingspersonage in Pride and Prejudice, de jongste zus die in het boek de stempel roekeloze flirt krijgt. Ze is niet kuis en bescheiden, zoals het vrouwen uit haar tijd betaamt, maar handelt juist impulsief, zonder rekening te houden met haar reputatie, en bewandelt zo de ‘foute’ route naar een huwelijk.
‘Elizabeth en Jane Bennet worden altijd gezien als de verstandige twee, maar Perry neemt het op voor Lydia: zij is juist degene die het begrepen heeft en een voorbeeld stelt, door als 15-jarige te erkennen dat ze verlangens heeft, en gewoon besluit die verlangens te volgen.’
Hij was toe aan meer afstand, vertelt Myjer even later over zijn nieuwe rol als regisseur, tussendoor een bord curry naar binnen lepelend. Niet dat hij stopt met acteren; in zijn volgende project staat hij weer gewoon op het toneel.
‘Ik was geïnspireerd door Babygirl, de eerste speelfilm van Halina Reijn. Ik ken haar niet persoonlijk, maar uit interviews maakte ik op dat ze haar hele rugzakje als het ware heeft leeggekieperd in haar personages, en dan met name in Nicole Kidman. Dat was een eye-opener: oja, zo kan het ook. Bij Brideshead heb ik ervaren dat er een plafond is aan hoe persoonlijk ik als speler kan en wil zijn, in ieder geval op dit moment.’
Waaraan merkte je dat?
‘In Brideshead was ik meer dan ooit mezelf op het podium. Ik voelde de behoefte om radicaal eerlijk te zijn over de schaamte die ik voel over mezelf, omdat ik dacht: ik zou het heel troostend vinden om nu zelf naar het theater te gaan en iemand te horen praten over iets waarvan ik vaak denk dat ik de enige ben die ermee worstelt.
‘Ik kon die voorstelling alleen maar maken omdat het in die periode juist een stuk beter met me ging. Dus was het gek om een bericht te krijgen van een theatermaker die zich zorgen over me maakte na het zien van de voorstelling. Dat gebeurde vaker, en het zette me wel aan het denken. Het voelde gezond om mezelf zo bloot te geven in dit stuk, maar het zou ongezond voelen om ermee door te gaan, en ook bijna een gimmick worden.
‘Ik ervaar eenzelfde grote noodzaak om dit Pride & Prejudice-verhaal te vertellen, wat betekent dat mijn hart erin zit. Maar fictie maken van ervaringen, van mezelf en de spelers, biedt de mogelijkheid om misschien nóg eerlijker te kunnen zijn.’
Lady Chatterley’s Lover, Brideshead Revisited en Pride and Prejudice zijn allemaal Britse klassiekers. Wat heb jij met het oude Engeland?
Begint te lachen. ‘Daar heb ik nog steeds geen bevredigend antwoord op. Er is een esthetische component die me bevalt, een soort noordelijke barok die me aan Italië doet denken, maar dan in een koud klimaat. Ik geniet van het pastel en de bloemetjes, de tuttigheid die een bepaalde gezelligheid en lichtheid met zich meebrengt.
‘Er is het volksaardcliché over beleefdheid, onderdrukte emotie en zelfspot als nationaal copingmechanisme, allemaal elementen die ik aantrekkelijk vind en waardoor ik me thuisvoel in Engeland. Ergens voel ik me verwant aan dat bedekte uit de roman van Jane Austen. Onderhuids broeit er van alles, maar er is een grote neiging om emoties vorm te geven in plaats van ze in alle openheid te bespreken.
‘Dat herken ik van vroeger, van toen ik nog in de kast zat, maar het kat uit de boom-kijkerige zit nog steeds in mij. Ik kan ineens verlegen worden en compleet stilvallen, zeker in grote groepen. Er zit één zin in de voorstelling, die Eelco nu uitspreekt: ‘Ben ik stil, of ben ik stil gemaakt?’ Dat vraag ik mezelf soms af.’
Wat bedoel je met ‘stil gemaakt’?
‘Nou, als je het hebt over het patriarchaat: dat gaat over opgroeien in een systeem waarin je kunt worden gestraft voor wie je bent. Voor jezelf zijn, als jongetje dat we bij gebrek aan een beter woord misschien ‘flamboyant’ zouden noemen.
‘Ik was een meisjesachtige jongen. Dat zat ook in hoe ik mezelf bewoog en hoe ik sprak. Ter compensatie probeerde ik het braafste jongetje van de klas te zijn. Niks fout doen, niet te veel zeggen om niet op te vallen. Ik speelde veel met meisjes en trok jurken aan bij het verkleden. Ik werd al jong uitgescholden voor meisje, en dat ging later over in ‘je bent een homo’.
‘Die afkeuring ging onbewust in mijn lijf zitten. En op een gegeven moment ‘klikt’ het dan: oké, dus wie ik ben is niet oké, ik ga me aanpassen en veranderen, anders praten, anders bewegen. Om dát maar niet te zijn.’
Over die vormende jaren gaat het uitgebreid in een openhartige, zesdelige briefwisseling die hij in 2023 onderhoudt met theatercriticus Hein Janssen. Die is na het zien van Brideshead Revisited geraakt door de schaamte die Myjer zo onomwonden met zijn publiek deelt, maar ergens ook verbaasd over de worsteling van deze man, die toch een fijne jeugd achter de rug heeft, gezegend is met een groot talent en opgroeide in een progressief gezin in Amsterdam.
Janssen vraagt zich af: ‘Hoe kan het dat jonge mannen uit een vrijzinnig, bevoorrecht milieu, in een verlicht en vrij land, zo’n moeite hebben zichzelf te zijn?’
Myjer groeit inderdaad op in een vooruitstrevende familie. Lieve ouders, een zus. Cabaretier Jochem Myjer is zijn neef. Zijn moeder is antropoloog en historicus, zijn vader bijzonder hoogleraar conflict- en veiligheidsrecht. Ze nemen hem als kind mee naar musea, concerten en theatervoorstellingen. Hij gaat naar school in de wijk Oud-Zuid, zit er op hockey.
Daar ervaart hij dat het Oud-Zuid-milieu ‘extreem normatief’ kan zijn, legt hij in zijn eerste antwoord aan Janssen uit.
‘Vanaf mijn 9de werd op school en op hockey tegen mij gezegd dat ik later een homo zou worden, vaak op een nare manier. Homo was een scheldwoord. Zo leerde ik: het ergste dat je later kan worden is een homo. En dat moet je dus voorkomen.
Ik ging iedere stap van mijn seksuele ontwikkeling bijhouden. Als ik iets voelde voor een jongen, maakte ik mezelf wijs dat dat niets met lust of liefde te maken had. Ik nam afscheid van mijn ‘meisjesachtige’ hobby’s: musical, het koningshuis, mode. Ik ging meer met jongens spelen. Omdat homo worden gelijk stond aan een mislukt leven leiden. Een paria worden. Zo kwam het dat die 16-jarige Florian een fractie van zichzelf werd.’
In de brieven hadden jullie het over de rol die kunst kan spelen in het leven van iemand die zich eenzaam voelt. Jij schreef: ‘Als je echt worstelt, is er altijd een film of een voorstelling die zegt: je bent niet alleen, kijk maar, hier ben je ook. Misschien zijn veel grote kunstwerken eigenlijk verkapte zelfhulpboeken.’ Zie je je eigen werk ook zo?
‘Ja, toch wel. Ik heb me lang een soort koekoeksjong in een duivennest gevoeld. Als queer persoon, en dat geldt ook voor trans personen, ben je een van de weinige minderheden die over het algemeen niet binnen diens eigen minderheid opgroeit. Je moet het dus zelf een beetje uitvogelen.
‘Het maken van voorstellingen is evengoed een poging om eenzaamheid bij mezelf weg te nemen en aansluiting te zoeken. Tot op zekere hoogte natuurlijk. Het moet niet zo zijn dat mensen een kaartje kopen voor iets waarvan ze na afloop denken: dit moet je gewoon op de bank bij de psychotherapeut uitzoeken.
‘Mijn solo Yves Saint Laurent was zes jaar geleden in dat opzicht misschien iets te prematuur. De thematiek was een beetje dezelfde als later in Brideshead, de pijn en eenzaamheid van queer zijn. Toen voelde ik wel dat het nog te vers was: ik ben nu in een wond aan het poeren die duidelijk nog niet is geheeld.
‘Maar het maakte wel wat los. Eigenlijk kwam ik er door die voorstelling achter dat die pijn wel groot was. Tot die tijd probeerde ik het te relativeren: het is wel verdrietig, maar ik ben niet beschadigd of zo.’
Je noemde een voorstelling maken een zetje in de goede richting. ‘Maar het echte leven laat zich niet door kunst oplossen. Het moet geleefd worden.’ Hoe heb jij dat aangepakt?
‘Dat was een proces. Ik las heel veel zelfhulpboeken. Op een gegeven moment ben ik in therapie gegaan.
‘Dat het leven nog geleefd moest worden, dat voelde ik tijdens die tour van Lady Chatterley’s Lover heel duidelijk. Ik stond avond aan avond een pleidooi te houden voor seksuele bevrijding, maar ik had zelf als twintiger weinig van mijn liefdes- en seksleven gemaakt. Rond mijn 30ste realiseerde ik me ineens hoe zonde ik dat vond. Ja, ik was gelukkig in mijn werk, maar there’s more to life. Met dat verdriet kwam ik bij de therapeut binnen. En met de vraag: hoe gaan we dit oplossen?
Kreeg je bruikbare adviezen?
‘De therapeut zei na de eerste sessie: ‘Er zitten twee weekends tussen deze afspraak en de volgende, en in die twee weekends ga jij drie keer naar een gay club. Ik wil geen excuses. Je hoeft niet met iemand te zoenen, niet met iemand mee naar huis. Je gaat gewoon een beetje dansen en om je heen kijken.’
‘Ik moest de hulptroepen bellen, mijn vriendinnen vragen. Die stonden gelijk in de startblokken. De aansporing van mijn therapeut heeft een essentiële rol gespeeld.’
Want vanaf dat moment ging je daten?
‘Ja! Eigenlijk keek ik naar mijn eigen seksualiteit met dezelfde afkeuring als waarmee er naar de seksualiteit van Lydia werd gekeken. Mijn seksualiteit was ‘verkeerd’, dus die mocht ik van mezelf niet praktiseren. Het hielp dat de therapeut zei: nee, er is niks vies of fouts aan, het is wél goed en mooi, doen!’
Maar dat hoorde je toch niet voor het eerst?
‘Nee, dat is ook zo. Ik bedoel: ik zat niet in de Biblebelt in de kast, ik kende genoeg gays, ik maakte al jaren werk over deze thema’s. Maar de stap naar het praktiseren van mijn eigen homoseksualiteit, dat was voor mij blijkbaar iets anders. Het was allemaal erg geïnternaliseerd.
‘Er kwam ook veel angst bij kijken, überhaupt voor het hele liefdesspel. In die zin is het misschien net als met autorijden: hoe ouder je wordt en hoe langer je niet hebt gereden, hoe spannender het wordt om de snelweg op te gaan. Ik was onzeker over mijn gebrek aan ervaring. Ik dacht: dan ga ik met iemand naar bed en dan merkt die meteen dat ik dit weinig heb gedaan. Er gebeurde weleens wat, maar...’ Begint te lachen.
Spaarzaam?
‘Ja, goed woord. Spaarzaam.’
Sinds twee jaar heeft Florian Myjer een relatie met theatermaker en scenograaf Hendrik Kegels, die een jaar onder hem zat op de Toneelschool en met wie hij sinds die tijd een vriendengroep deelt. Afgelopen zomer waren ze samen op vakantie in Engeland.
Hij is nu ook helemaal bezeten van Engeland, vertelde hij aan de telefoon.
‘Heeft hij ook verteld dat we lid zijn geworden van de National Trust? We hebben allemaal landgoederen van rijke mensen bezocht.’
Is Hendrik je eerste vriend?
‘Ja, dit is mijn eerste relatie. In de toneelschooltijd hebben we een soort vakantieromance gehad – dat was één van die spaarzame momenten. Daarna werden we vrienden, maar er bleef altijd een soort spanning tussen ons. Ik kon jaloers zijn als hij over daten sprak.
‘Het is iets geworden tussen ons in de zomer van 2023, net na Brideshead, toen ik die briefwisseling had met Hein Janssen en in opdracht van de therapeut aan het daten was.
‘Ineens besefte ik: wat ik voor jou voel is zóiets anders dan wat ik voel bij al die dates. Dit klinkt super corny, maar er is een moment waarop ik dat specifiek bij mezelf opmerkte. We waren op vakantie, met een vriendin erbij, en zaten een film te kijken. Ik keek naar hem en naar hoe hij van die film aan het genieten was, en ineens viel het me in: met jou wil ik mijn leven delen. Ik zie een toekomst voor me en dat lijkt me een héle leuke toekomst.’
Heb je er meteen werk van gemaakt?
‘Nee! Ik was bang dat ik iets in de vriendengroep zou verpesten. Maar na de vakantie gingen we samen eten, en toen hij kwam aanlopen wist ik: oké, we zijn op date.’
Wat zie jij zelf als het thema dat alle voorstellingen die je tot nu toe maakte bij elkaar houdt?
‘Ik kom steeds weer uit op een pleidooi voor kwetsbaarheid. Dat kun je denk ik terugleiden op wat ik als jongetje leerde: om vooral niet kwetsbaar te zijn.’
‘Kwetsbaarheid is de weg’, laat jij Mr. Darcy zeggen, waarna Elizabeth hem wijst op de luxepositie van kwetsbaarheid.
‘Ik hoop dat ook de cis heteroman zich in mijn voorstelling gezien voelt. In veel opzichten hebben mannen het makkelijker dan vrouwen, maar het patriarchale systeem leert ons ook hoeveel dingen je als man niet mag zijn: niet vrouwelijk zijn, niet emotioneel zijn, niet zwak. Ik zou willen dat we met z’n allen de verantwoordelijkheid voelen om daar iets aan te doen.
‘Als queer man ben ik ook een patriarch. Ik kan me er erg op laten voorstaan dat ik mentaal sterk ben, omdat ik me daardoor mannelijker voel. Daarmee houd ik ook iets in stand.’
Zou het kunnen dat je extra blij bent om jezelf een ‘mannelijke’ eigenschap te kunnen toedichten als je zoveel negatieve ervaringen hebt gehad met meisjesachtigheid?
‘Dat denk ik wel, ja. Er schuilt iets aantrekkelijks in door anderen als mannelijk gezien worden. Maar ondertussen zit ik gewoon als één brok onzekerheid in een vergadering, en vind ik dat ik die onzekerheid niet mag tonen.
‘Het gaat ook over mijn fysieke voorkomen. Ik kan blij zijn als ik in de spiegel kijk en constateer dat ik er mannelijk uitzie. In een gesprek met de stylist over de fotografie bij dit interview ging het over een jurk. Mijn eerste reactie was: cool! En meteen daarna dacht ik: moet ik dat wel doen? Want dat ben ik niet helemaal, ik draag nooit een jurk.
‘Maar stel nou dat het voorstel was om mij aan te kleden als een boswachter. Dat ben ik ook niet, maar het is stoerder, mannelijker. Daar zou ik veel minder onzeker over zijn.’
Met Pride & Prejudice lijk je ook voort te borduren op iets wat je tegenspeler Lisa tegen jou zegt in Lady Chatterley's Lover: dat het enige wat in de homo wordt gehaat, de vrouw is. Dus dat homofobie eigenlijk een vorm van vrouwenhaat is.
‘Dat had ik van tevoren niet bedacht, maar toen ik me in het patriarchaat verdiepte kwam ik daar wel op uit. De hoofdpersonen in het boek Pride and Prejudice zijn natuurlijk niet queer, maar ik zie een link met hoe er met vrouwen werd omgegaan. Het is hetzelfde systeem, dezelfde onderdrukking.
‘Nu ik er weer zo intensief mee bezig ben, is het iets wat ik overal tegenkom: hoe vaak vrouwelijke eigenschappen minder worden gewaardeerd dan mannelijke eigenschappen, en hoe dat op de meest banale manieren tot uiting komt.
‘Als wij nu in een café zouden zitten, en jij bestelt zwarte koffie en ik gemberthee, dan is de kans groot dat die gemberthee bij jou wordt neergezet en de zwarte koffie bij mij. Omdat zwarte koffie sterker is.
‘Tijdens een inspiratiemiddag met het hele gezelschap kwam Jens van Tricht bij Oostpool langs. Hij is oprichter van De Emancipator, een stichting voor mannen en emancipatie, en legde uit dat er nu een soort patriarchaal waterhoofd ontstaat. Een tegenbeweging van een groep mannen door wie emancipatie ervaren wordt als een inperking op hun ‘mannelijkheid’, mede door de populariteit van Andrew Tate en wat Trump allemaal roept in Amerika over trans personen.’
Wat doet dat met jou?
‘Nou, ik vind het wel eng. Who knows, misschien is dit wel zoals het in 1938 was en wordt het alleen maar erger. Aan de andere kant geloof ik dat wat we allemaal hebben verworven niet zomaar ongedaan gemaakt kan worden. En dat is volgens mij precies waar conservatieve mensen bang voor zijn: dat bepaalde vooruitgang niet meer terug kan worden gedraaid.’
Just las tijdens de repetitie een tekst voor van de Spaanse filosoof en trans activist Paul B. Preciado, over homoseksualiteit als een kogel die willekeurig doel treft en in de borsten van kinderen brandt. Wat zei jij daarna ook alweer over Pride en de trotse jas die verdriet soms aangemeten aankrijgt?
‘Dat ik zelf niet zo veel voel bij trots als ultieme overwinning, trots zijn om homo te zijn en onderdeel uit te maken van de queergemeenschap. Het zit bij mij eerder in de richting van dankbaarheid. Trots heeft iets verhevens, in dankbaarheid zit nederigheid.
‘Je hart is ook opener door die kogel, dat realiseerde ik me toen Just die tekst voorlas. Als je uit de kast bent gekomen, heb je op jonge leeftijd om bevestiging moeten vragen bij je ouders: dit is wie ik ben in de kern, houden jullie nog van me?
‘Er zijn helaas veel gevallen waarin die vraag niet op een liefdevolle manier wordt beantwoord. Maar als dat wel gebeurt... Ik ben dankbaar voor die ervaring, en voor het feit dat ik misschien een grotere empathie heb, omdat ik me mijn hele leven al inleef in anderen en in films en verhalen die niet over mij gaan.’
Theater is ook een vorm waarin je kwetsbaarheid kunt gieten. De artistiek directeur van Oostpool zegt dat het bijna is alsof jij meer jezelf kunt zijn in je werk dan erbuiten.
‘Ik denk dat theater mij aan een beter zelfbeeld heeft geholpen. Vrouwelijkheid wordt hier gezien als een kracht die je als man kunt inzetten.
‘Maar ik blijf me afvragen waarom ik op sommige momenten zo onzeker kan zijn. In de voorbereiding op dit stuk hebben we met elkaar de film All of Us Strangers gekeken. Het personage van Paul Mescal vertelt daarin aan een man met wie hij geslapen heeft, hoe het voor hem was om uit de kast te komen, dat dat heel naar was, ‘maar dat alles nu oké is hoor!’ Dat raakte me.
‘Er hoeft eigenlijk maar dát te gebeuren of ik ben weer die jongen van 9 die wordt uitgelachen om wat ik mooi vind om aan te trekken. Die pijn blijft bestaan, maar ik vind het minder eng om die pijn te voelen. Dat komt denk ik doordat de kanten van mezelf die ik vroeger wilde wegstoppen, nu juist worden gewaardeerd. Niet alleen in het theater, maar ook in mijn relatie.’
Voel je inmiddels ook buiten je werk minder schaamte over wie je bent?
Denkt even na. ‘Ik leef het leven meer. Ik heb aan den lijve ondervonden dat ik het alternatief sowieso niet zaligmakend vind, namelijk mezelf verstoppen, mezelf aanpassen, mezelf mannelijker voordoen dan ik ben, anders lopen, niet mijn verlangens volgen, proberen geen homo te zijn.
‘Toen ik eenmaal had geproefd van die kwetsbaarheid voelde ik dat dit de weg is: mijn leven is er rijker van geworden. Jezelf kwetsbaar opstellen betekent dat er iets op het spel staat. In de kunst, maar vooral ook in het leven levert dat de mooiste dingen op.’
21 februari 1992 Geboren in Amsterdam.
2013 Bachelor algemene cultuurwetenschappen, Universiteit van Amsterdam.
2017 Toneelacademie Maastricht (performance).
2017-2021 Vaste maker bij Frascati Producties, onder meer Regina Rex, de solo’s Oliver en Yves Saint Laurent en met Kim Karssen Bloomsbury, Oorlog en vrede en Mephisto’s Park.
2020 Treedt toe tot theatergroep De Warme Winkel.
2021-2024 Artistieke leiding van De Warme Winkel, met Vincent Rietveld en Ward Weemhoff.
2021 Lady Chatterley’s Lover – een oprechte ode aan de ironie.
2022 Mann, Mann, Mann.
2023 Brideshead revisited. Gouden Kalf voor Beste bijrol, voor zijn eerste filmrol in Sweet Dreams.
2024 Vertrekt bij De Warme Winkel, wordt onderdeel van het artistieke team van Theater Oostpool.
2025 Regiedebuut Pride & Prejudice.
Florian Myjer woont in Amsterdam. Hij heeft een relatie met theatermaker en scenograaf Hendrik Kegels.
Dit is een interview uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant