Home

Mee met fatbikekoning Armando Muis: ‘Als jongere hoor je er zonder fatbike niet meer bij’

In de wereld van Armando Muis is alles en iedereen potentiële handel. De jonge ondernemer werkte zich binnen mum van tijd op tot de ongekroonde koning van de fatbikes. ‘Ik ben met een ster geboren, ik weet dat ik altijd succesvol zal zijn.’

is verslaggever van Volkskrant Magazine.

Verzonken in de lederen bekleding van zijn Bentley Continental GT laat Armando Muis (34) doorschemeren dat hij een wielenman is, een echte zelfs. En dan heeft hij het niet alleen over zijn liefde voor fatbikes, als fatbikecapo – eigenaar van de alom aanwezige La Souris-keten, marktleider in het dikke-bandensegment – maar over het hele wielenspectrum.

Daarom houdt hij zo van drukke kruispunten en kan hij al observerend minutenlang opsommen wat hij zoal aan ‘kleine mobiliteit’ voorbij ziet komen.
‘Dat is er een van mij, een Ape Ryder.’
‘Hé, een stepje.’
‘Een scootmobiel met vier wielen.’
‘Drie Longtails op één kruispunt.’
‘Weer een fatbike van mij!’

Als het maar rolt voor Muis, net als geld, het liefst zijn richting uit. Want alles en iedereen is potentiële handel. Die blik op de werkelijkheid zit er diep in. ‘Ik ben met een ster geboren’, zegt hij. ‘Ik weet dat ik altijd succesvol zal zijn.’

Naast de nardo grey Bentley, ‘de boodschappenwagen van mijn vriendin’, bestuurt de familie Muis ook een Mercedes Brabus G800 met oranje interieur. Nog maar even geleden kon je in hem in Doetinchem voorbij zien sjezen in een Ferrari 488, maar die heeft hij van de hand gedaan.

‘Ik moet eerst mijn privéwoning verbouwen, daarna kan ik weer een nieuw speeltje aanschaffen’, zegt hij, zijn favoriete zanger André Hazes jr. overstemmend.

Exclusief

Hij weet dat mensen denken: waarom geeft zo’n man al dat geld dat hij verdient met die fatbikes uit aan een wagen? Antwoord: ‘Ik heb het er echt voor over. Alleen als ik deze Bentley drie keer op de weg tegenkom, dan doe ik hem weg. Ik ben zo iemand die exclusief wil zijn.’

Daarbij wil hij in alle eerlijkheid aantekenen dat zijn adagium niet helemaal opgaat voor zijn horloge, een gouden Rolex Sky-Dweller, duidelijk zichtbaar aan zijn linkerpols. ‘Die kom je nou eenmaal vaker tegen.’

Om zijn andere pols draagt hij een Cartier-love-armband, als vergulde liefdesdaad jegens zijn vriendin die er ook eentje heeft. Om de beschrijving van zijn uiterlijke verschijning af te ronden staan we stil bij zijn glimmend grijze T-shirt en ruime donkerblauwe broek (beiden van Christian Dior) en zijn instappers van het merk Loro Piana, een ensemble dat hij in een mall in Dubai heeft gekocht.

Dat hij heel lang behoorde tot de Jehova’s getuigen, waarin een hang naar materialisme sterk werd afgekeurd en geldzucht als de wortel van al het kwaad werd beschouwd, is nu amper voor te stellen.

Ja, dat kan hij zeker beamen.

Zijn ouders waren niet zo gefocust op geld en luxe, vooral vanwege het geloof. Daarom koos hij voor hen al op jonge leeftijd de vakantie en auto uit, al vroeg behept met een financieel bewustzijn.

Helemaal de man

Hij herinnert zich dat er in zijn klas kinderen van meer bemiddelde ouders echte schoolmelk kregen, of een mooiere fiets hadden. Onvergetelijk was voor hem het moment dat hij op een nieuwe mountainbike het schoolplein op fietste. Gekregen van zijn ouders, een goedkoop exemplaar uit een Franse supermarkt, aangeschaft tijdens de vakantie. ‘Je had me moeten zien op die vette mountainbike, met dikke banden, en voor- en achtervering. Ik voelde me helemaal de man.’

Op zijn 19de kocht Muis zijn eerste auto, een Maserati, zij het tweedehands, met reeds 150.000 kilometer op de teller. Alle centen, verdiend met de handel in scooters, besteedde hij aan zijn aanwinst. ‘Dat was een stukje uitstraling voor mij. Niet dat ik mijn imago moest oppoetsen, niemand wist toen dat ik in de gevangenis had gezeten. Het duurde even voordat ik daar wat opener over werd. Maar ik was extra gemotiveerd om de wereld te laten zien dat ik succesvol was met een eigen bedrijf. Een dure auto hoorde daarbij.’

Hij valt even stil, stilstaand voor een stoplicht, en zegt dan: ‘Het geluid van die Maserati gaf me een bepaalde emotie.’

Om de bijrijder van zijn audiofiele autoliefde te overtuigen, laat Muis zijn Bentley brullen.

Ik hoor: VROEMMMM.

Levante te koop

‘Hé’, zegt hij opeens, als we langs een garage in Doetinchem rijden.‘Hé, kijk nou eens. Dat is mijn witte Maserati Levante die daar rijdt! Die staat te koop.’ En daar belt hij ook, de man van de garage. ‘Hé Jamin.’

‘Ja, hoi Armando, je zult wel denken, daar gaat mijn Levante. Dat klopt. Ik heb ’m even opgestart. Ik krijg er zo mensen voor.’
‘Oké, ben benieuwd.’
‘Ga je nu naar huis?’
‘Nee, we gaan even naar Brussel, in België dus.’
‘Wat ga je doen?’
‘Ik ga op pandjesjacht, en een journalist zit naast me. Ik wil daar ook marktleider worden. Nou, zet ’m op met de verkoop.’

Onderuitgezakt deel uitmaken van het verkeer werkt op de lachspieren, zeker als je amper hoeft te trappen, zoals op een fatbike. Zoevend op een Don Souris Capo (met mandje) – een van de veertig types die Armando Muis verkoopt, in prijs oplopend van 750 tot 3.200 euro – moet ik de neiging onderdrukken om niet telkens mijn hand op te steken naar soortgelijke weggebruikers, als een fatbike-versie van The Hairy Bikers.

De gangbare mobiliteitsmores schrijft anders voor. Passerende fatbikers hebben zichzelf verstopt onder een hoodie, het gehoor afgedekt met koptelefoon of oortjes, ze zijn niet ingesteld op een olijke oefen-fatbiker die per se een paar dagen proefondervindelijk op zo’n ding wil rondtoeren.

Vooral treffend zijn de blikken van de niet-fatbikers, oplopend van licht verongelijkt tot zeer geërgerde blikken, alsof je een satanische wheelie maakt in een drukke winkelstraat.

Proletensolex

Ja, de fatbike, dit brutalistisch vormgegeven vervoersmiddel, lijkt alles wat lelijk, lawaaiig en irritant is te vertegenwoordigen. In de beeldvorming iets voor permanent vapende pubers die op volle snelheid, swipend en wel, naar overstuurde hardcore luisteren. De ooit in Alaska bedachte fiets met dikke banden ontwikkelde zich tot de wolf onder e-bikes, met koosnaampjes als tokkietanker, sjoemelscooter en proletensolex.

Niet te negeren waren ook de geluiden dat alle commotie over de fatbike overdreven is. Dat we blij mogen zijn dat-ie tenminste geen uitlaatgassen verspreidt. En dat uit onderzoek blijkt dat de meeste ongelukken vooral met normale e-bikes gebeuren, zij het dat de ongevallen met fatbikes heftiger zijn.

Muis ziet zijn dikbandige waar als een eigentijdse variant van de Puch en de Tomos, ooit symbolen van rebellerende jeugd. Hij begon op zijn 17de als scooterhandelaar en sleet zijn goederen via een webshopje. Toen hij zelf een dealer wilde worden van een bepaald merk, lukte dat niet en liet hij ze vervolgens direct uit China overkomen. Sinds de helmplicht voor de scooter ging hij zich richten op fatbikes. Eerst verkocht hij vooral Nederlandse waar, later goedkopere uit China, nadat hij in Amsterdam de Ouxi’s had zien rijden.

Maffia-vocabulaire

Zijn bedrijf noemde hij La Souris, dat vond hij wel grappig – muis in het Frans. Koketterend met maffia-vocabulaire doopte hij zijn fatbike-huismerk ‘Don Souris’, en er is een type dat ‘Capo’ heet. Mede door de inzet van bekende Nederlands als fatbike-influencers – Katja Schuurman, Maxime Meiland en Mo Bicep – kwam de vaart in zijn handel. Inmiddels zijn er 28 winkels en 250 personeelsleden.

‘Ouders vonden lange tijd dat fatbikes vooral aso-krengen waren’, meent Muis. ‘Die zeiden: mijn kind krijgt er absoluut geen. Maar als dat kind hele dagen aan hun kop zit te zeuren, gaan ze vanzelf overstag. Als je nu een gemiddeld schoolplein op komt zonder fatbike, dan hoor je er niet meer bij als jongere.’

Vandaar ook dat hij de verheerlijkende hoempa-hoempa-lyriek van de Gebroeders Ko heeft omarmd: Knallen op mijn fatbike. Met deze ex-bouwvakkers, Ton en Gerard Koopmans, organiseerde Muis ‘de Fatbike Polonaise’. Zo kon het gebeuren dat er in het jaar des heren 2025 52 verklede fatbike-rijders door Doetinchem reden, ‘een wereldrecord’.

Knallen op mijn fatbike

In Knallen op mijn fatbike, inmiddels bijna 800.000 keer gestreamd op Spotify, wordt de fatbiker als een moderne Robin Hood gepositioneerd, een verlichte crimineel op de vlucht voor de autoriteiten. Het past helemaal bij de fatbikes, als de hoegenaamd meest verachte objecten van het land. Ze rijden te hard, maken ongelukken, verpesten de jeugd, stimuleren obesitas, vormen samen bendes en zijn verantwoordelijk voor terreur. Leden van de Tweede Kamer en wethouders roepen in koor om keiharde aanpak, om helmplicht en leeftijdsgrenzen.

Ondertussen verkoopt Muis meer fatbikes dan ooit, ‘want negatieve reclame is ook reclame’, en knallen de Gebroeders Ko erop los in de woonwijk, ‘dikke banden, dikke pret’.

Als ik achterom kijk
Zie ik de politie
Ze kunnen me niet pakken
O ik zet ze weer te kakken

Overal de schuld van

Voor mij is het vooral handel, zegt Muis. ‘Ik reageer op wat mensen graag willen hebben. Soms doen ze alsof het aan de fatbike ligt, al die ongelukken. Alsof ik een soort wapen aan het verkopen ben. Je leest heel vaak dat er iets gebeurt, een vechtpartij of een diefstal, en dan wordt erbij verteld dat er een fatbike in het spel is. We kunnen nu met zijn allen de fatbike overal de schuld van geven, maar dat die fiets dikke banden heeft, daar kan-ie ook niks aan doen.’

Ze gaan te hard, die fatbikers, op veel te jonge leeftijd, ziet hij, en ‘rijden als malloten’. Maar Muis vindt dat hij daar als handelaar geen verantwoordelijkheid voor draagt. ‘Je moet er regels voor bedenken’, vindt hij. ‘Waarom mag iemand van 5 jaar al op een fatbike? Waarom mag een e-bike harder dan een normale fiets? De berijders kunnen door de snelheid niet goed op het verkeer anticiperen, daardoor gebeuren ongelukken. Echt, het ligt niet aan het product, maar aan de bestuurder.’

Met één hand aan het stuur gaat hij voorwaarts, richting de zuiderburen. Armando Muis is gebrand op de verdere uitbouw van zijn fatbike-imperium, hij wil nou eenmaal de grootste van Europa worden. ‘Dominantie’ is een woord dat bij hem voor in de mond ligt. In Gent, Brugge, Leuven en Antwerpen sloeg hij al toe, net als in Hasselt. Nu heeft hij zijn zinnen gezet op Brussel, en dan zou zijn veroveringsdrang weleens richting Frankrijk kunnen gaan, of Duitsland, Italië en Spanje.

‘Ik moet gewoon elk jaar groeien’, zegt hij. ‘Liefst zo’n 40 procent per jaar. Je moet je concurrenten niet de ruimte geven om groter te worden. Zo blijf ik dominant. Ik zit nu op 70 miljoen omzet per jaar, als het zo doorgaat moet ik over zes jaar, op mijn 40ste dus, op 400 miljoen per jaar zitten. Je moet doelen stellen, anders kom je er niet. Zo werkt het in mijn hoofd. Ik moet iets hebben om na te streven. Dat geeft me rust.’

Een moeilijke tijd

Wat zijn buitenlandse missie een zekere gelaagdheid geeft, is dat Armando Muis de keuze voor Brussel ook spiritueel gezien kan onderbouwen. In deze expansiedrift voelt hij zich gesterkt na herhaaldelijk bezoek aan een waarzegger.

‘Een moeilijke tijd’ zegt hij achter de rug te hebben, met veel stress in zijn lijf. Vanwege strafrechtelijk onderzoek van het Openbaar Ministerie (OM) naar zijn handel en wandel. Dat begon in augustus 2024 met een inval, en de beslaglegging op 1.100 fatbikes in het hoofdkantoor in Doetinchem. La Souris zou volgens het OM naar schatting tienduizenden illegale fatbikes met een te zware motor hebben verkocht aan consumenten.

Doodsbang was Muis dat hij in de gevangenis zou komen. Hij kan veel hebben, vindt hij zelf, maar omgaan met ‘het onverwachte’, zoals zo’n onderzoek naar zijn reilen en zeilen, daar heeft hij het niet op.

Flink omzetverlies

Uiteindelijk werd zijn zaak in mei dit jaar geseponeerd, en ging het beslag van de fatbikes af, veelal van de goedkope Chinese merken Ouxi en QM Wheel. Volgens het OM heeft Muis de garantie gegeven dat er geen fatbikes worden verkocht met meer vermogen dan 250 watt, en ook dat ze niet kunnen worden opgevoerd.

Wat bleef, was het gevoel al veroordeeld te zijn. ‘Ik zag de mensen wel kijken hoor, als ik mijn kinderen naar school bracht. Eén krantenkop over een strafrechtelijk onderzoek en je bent al een crimineel. Dan zie je ze denken: ‘Daar heb je die praatjesmaker met zijn dikke auto, die gast van die verschrikkelijke fatbikes.’ Nee, ik stond er niet goed op bij de mensen.’

Als gevolg van het onderzoek kampte hij met flink omzetverlies. Hij kwam in het volle licht van de media, met voorop Boos-presentator Tim Hofman die twee uitzendingen aan misstanden bij La Souris besteedde. Muis had medewerkers van de Inspectie Leefomgeving en Transport over de vloer, net als de Arbeidsinspectie, gemeentelijke instanties en milieudiensten. Er was strijd met andere fatbikefirma’s die meenden dat het onmogelijk was om zulke goedkope fatbikes te verkopen, en hem betichtten van een intimiderende bedrijfsvoering.

Fatbikeproblematiek

Lang had Armando Muis het gevoel dat ‘iedereen mij moest hebben’. Alsof hij de personificatie was van de fatbikeproblematiek, en werd afgerekend op zijn zichtbaarheid, als marktleider.

Hij wilde daarna met iemand praten over de stress, en hoe hij daarmee moest omgaan. Zo kwam hij dus bij een waarzegger terecht. ‘Ik was in het begin argwanend. Maar toen ze begon te praten en tal van persoonlijke dingen uit mijn verleden wist, die echt niemand kon weten, dacht ik: oké, ik zit goed. Ze kent de feiten. En zoals je weet, ben ik een man van de feiten.’

De vraag die hij bij haar op tafel legde had vooral betrekking op de toekomst. Hoe zag die eruit, voor zijn bedrijf en voor zijn gezin. ‘Ze kwam met goeie vooruitzichten. Door die waarzegger werd ik zekerder van mijn zaak. Als zij had gezegd: je moet niet naar België gaan, dan had ik het niet gedaan. Ze stimuleerde me juist dat pad te volgen.’

Maar er was meer, voor Muis. ‘De waarzegger heeft er ook voor gezorgd dat ik meer tijd neem voor mijn gezin. Ze wees me op de stress voor mijn vriendin en kinderen, als gevolg van dat strafrechtelijk onderzoek. Ik had daar amper over nagedacht. Bij mij draaide het altijd om mijn bedrijf, en dat staat ook nog steeds op de eerste plaats. Ik ben wel gestopt als shirtsponsor van De Graafschap, en ik ben minder gaan drinken.’

‘Ik heb altijd de neiging gehad de grenzen te zoeken, ook als ondernemer. Cowboygedrag is me niet vreemd. Soms ging ik eroverheen, omdat ik altijd de beste wil zijn, dan dacht ik: daar kom ik wel mee weg. Zo verkoop ik nu echt geen fatbikes meer van 550 of 750 watt. Dat kan ik wel zeggen, ik verkoop het alleen als offroad-product, want wettelijk gezien mag dat wel. Ik ga de strijd niet meer aan. Mijn voet is van het gas af, bedrijfsmatig en privé.’

Geen boemeltje

Je kunt van Armando Muis zeggen dat hij van snelheid houdt, op tal van terreinen, ook in verbale zin is-ie geen boemeltje. Zelfs mijn smartphone, die tijdens de autorit de conversatie opneemt, kan het maar net bijbenen. Wat wil je ook, als je van jongs af aan wordt geleerd om Gods woord te verspreiden, als lid van de Jehova’s getuigen. Snel praten, voordat de deur dichtslaat.

Op de stoep, door niemand gewenst, werd de basis gelegd voor zijn vocale lenigheid, een salestraining avant la lettre.

Zijn opa’s en oma’s zaten bij het Wachttorengenootschap, net als zijn vader en moeder. Op zaterdagochtend ging hij al op jonge leeftijd langs de deuren. ‘Mensen gooiden negen van de tien keer de deur dicht. Maar als ik daar als kleintje voor hun neus stond en zei ‘Wilt u dit boekje van mij lezen?’, dan hielden ze de deur open.’

Drie keer per week werd hij gedrild in communicatievaardigheden, zoals met je handen praten, gelaatsuitdrukkingen, klemtonen leggen. En de allerbelangrijkste les in zijn leven: niet opgeven. Er is geen keuze om niet door te gaan. ‘Je moet laten zien wat je in huis hebt, en toch de interesse wekken. Dat gedeelte, daar was ik heel vroeg bedreven in. Ik wilde steeds hogerop komen. Na lezingen waarin ik korte Bijbelteksten uitlegde, kreeg ik altijd veel complimenten. Toen ik 15 was, werd er gezegd: ‘Die Armando Muis, wat is dat een goede jongen.’ Best raar, want juist toen ging het mis met me. Ik moest zo nodig de grenzen opzoeken.’

Duivels plan

Ja, de brave borst binnen de gemeenschap verkeerde erbuiten in fout gezelschap, zegt hij. Boefjes, uit asociale gezinnen. Jatten in supermarkten, dronken in de klas zitten. Kattenkwaad. Baldadigheid. Geurtjes jatten en verhandelen in de klas. Het ontaardde in een duivels plan om een gewapende overval te plegen op een hengelsportzaak, samen met een maat.

Alles was geregeld, luchtdrukpistool, bivakmuts, handschoenen. ‘En toen krabbelde die maat terug. Ja, daar had je Armando weer, de stoere bink die per se moest laten zien dat hij wel durfde. Ik ben alleen naar binnen gegaan, en liep met 500 euro naar buiten. Zes weken later stond er een politieauto voor de deur. Die andere gast was gepakt voor een ander delict, en heeft me verlinkt.’

Muis werd veroordeeld, en omdat er nog ‘oude zaakjes’ boven water kwamen, zat hij uiteindelijk achtenhalve maand vast. Een zware, eenzame tijd, hij werd flink mishandeld, hetgeen nog steeds zichtbaar is aan de bovenkant van zijn neus.

‘Ik had mijn ouders zwaar teleurgesteld. Daarom stortte ik me in de gevangenis volledig op het geloof, en heb ik de Bijbel van voor naar achteren gelezen en weer opnieuw. Dat schuldgevoel had ik niet alleen naar mijn ouders, maar naar mijn hele omgeving, al mijn familie en de mensen binnen de gemeenschap. Toen ik vrijkwam ben ik nog harder mijn best gaan doen voor het geloof. Ik heb me snel laten dopen. Ik dacht dat dat de oplossing was, maar het was de grootste fout van m’n leven. Ja ja, als ik dat niet had gedaan, dan was ik ook nooit uitgesloten. Ze kunnen je pas uitsluiten als je je verbonden hebt aan God.’

Een beetje schorem

We rijden Brussel binnen en na een moment zijn smartphone te hebben gecheckt, verschijnt een glimlach op zijn gezicht: de verkoop van fatbikes gaat lekker vandaag, de vierhonderd exemplaren worden aangetikt.

‘Brussel is een goeie plek voor fatbikes’, zegt hij na een korte wandeling naar het beoogde pand, aan de rand van de stad. ‘Veel allochtonen. Veel arbeiders. Helemaal onze doelgroep.’ En met een knipoog: ‘Een beetje schorem.’

Voor een groot gebouw op de hoek, op een doorgaande weg naar het Navo-hoofdkwartier, spreekt hij een tekstbericht in, alsof-ie een vriend iets persoonlijks toevertrouwt. ...grote gevel... veel verkeer... Decathlon in de buurt... druk kruispunt... zichtbaar... hoge heg... parkeren... toekomst... kansen...

Muis wil nog één plek zien in Brussel, zeg maar aan de binnenste ring van de stad, en zijn humeur is nog steeds opperbest. ‘De connectie’, de waarzegger dus, had het goed ingeschat met de vooruitzichten van Muis. Hij ziet kansen en mogelijkheden in Brussel. ‘Misschien ben ik iemand die altijd een soort van connectie nodig heeft. Daar haal ik kracht uit. Vroeger had ik dat met de Bijbel en ouderlingen die me onderwijs gaven. Ik geloof nog steeds dat er meer is op deze aardbol. Sterker nog: ik heb het gevoel dat er altijd iemand naast me staat. Ook al zit ik in een benarde situatie, er is telkens iemand die me helpt.’

Breuk met familie

Het moment dat hij uit de Jehova’s getuigen stapte, was zo’n tien jaar geleden. Muis ging veel uit en kreeg uiteindelijk, geheel tegen de voorschriften in, een vriendin van buiten de sekte. ‘Ik hou niet van hypocriet gedrag. Dus toen dacht ik: ik kan maar beter afstand nemen. Ik ga niet schijnheilig in die zaal zitten als ik er niet naar leef. Ik doe het niet meer. Dan maar geen eeuwig leven, maar een leven waarvoor ik kies.’

Het leidde uiteindelijk tot een breuk met zijn familie. ‘Eigenlijk met alles en iedereen. Ik ben opgegroeid in een coconnetje. Ik werd voortdurend weggehouden van het andere, want dat was werelds. Ik kon heel goed met mijn ouders, maar door die situatie kunnen ze niet meer met me omgaan. Ik heb daar veel last van gehad. Het voelde alsof een been was geamputeerd.’

‘Mijn vriendin vindt het heel erg, zij had het liefst gehad dat onze twee kinderen ook hun andere opa en oma kennen en zien. Waarom kunnen ze niet gewoon oppassen op de kinderen? Maar ja, ze hebben geen keuze, want als ze onze kant kiezen, dan worden zij er ook uitgezet. Zo erg is die manipulatie bij de Jehova’s.’

Hij noemt zijn vertrek nu de beste keuze die hij heeft gemaakt. ‘Ik ben blij dat ik mijn kinderen niet zo hoef op te voeden. Vaak in mijn leven heb ik gedacht: joh, waarom gebeurt mij dit nou weer? Altijd heeft Armando Muis van die achterlijke dingen. Door dit alles heeft mijn vertrouwen in mensen een knauw gekregen. Als je je ouders of je broer en zus niet kan vertrouwen omdat ze uiteindelijk loyaler zijn aan hun geloof... Ik geef me niet zomaar meer. Ik leef erg voor mezelf.’

Knallen

Na een korte zoektocht parkeert Muis zijn wagen voor de deur van een uitgestorven autoshowroom aan de Keizer Karellaan in Brussel en kan hij zijn enthousiasme amper beteugelen. Een ideale plek voor La Souris: veel grote ramen, aan een drukke weg, parkeren voor de deur. Hij dartelt met lichte swing voor het pand, 650 vierkante meter groot, voorzien van een mooie prijs.

Terug in de Bentley belt hij de vastgoedspecialist van zijn bedrijf. ‘Dit pand is goed. En het is tweetalig hier. De onderkant is netjes. Met een bak licht aan de voorkant. Paar vlaggen erbij. Nieuw vloertje erin en klaar. De verovering van Brussel kan gaan beginnen. We gaan hier knallen.’

Hij drukt het gaspedaal diep in, als een uiting van blijdschap.

Ik hoor: VROEMMM VROEMMM.

‘Lekker geluidje, hè?’

Meer magazine

Dit is een artikel uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next