Home

Jan Wolkers toont zich in zijn ‘Dagboek 1973’ jaloersmakend onbezorgd

Uit welk pervers genoegen lezen we dagboeken uit 1973? Om gretig te lezen over hoe fout vorige generaties waren en jaloers te zijn op hun vrijheid van enig schuldgevoel.

is schrijver en chef van Zondag, het essay- en boekenkatern van de Volkskrant.

Ooit, diep in de vorige eeuw, liep de Britse museumdirecteur Kenneth Clark met kunstenaar Lucian Freud over straat. Freud was het wonderkind, vernieuwend schilder, maar even ongrijpbaar en onverantwoordelijk als een wild dier. Hij verwekte kind na kind bij vrouw na vrouw. Raapte nooit de scherven op.

De avond viel. Clark en Freud liepen langs een galerij appartementen waar ze naar binnen konden kijken. Mensen stonden te koken. ‘Ah’, zei Freud verbaasd. ‘Wat een vreemde levens.’

Jan Wolkers zal niet zo onthecht zijn geweest. Wie zijn dagboeken leest – die van het jaar 1973 zijn nu verschenen, op zijn honderdste verjaardag – leest hoe hij hachee maakt, en puree en kreeftensoep uit blik. Hij koopt een ons weespermoppen en twee mergpijpjes bij de bakker. Hij kijkt naar Ajax, en naar de Barend Servet Show. Het is zo ontzettend Nederlands.

Harige aap

Hij belt zijn jarige moeder. Hij leest de recensies van de verfilming van Turks Fruit. Hij gaat naar de Wallen en treft een droef zwart meisje dat hem voor een ‘hairy ape’ uitmaakt. Hij maakt kunst, schrijft, woont, praat, vrijt en lacht met Karina. Hij is ingebed.

De Jan Wolkers van het Dagboek 1973 is eind 40, en een van de bekendste schrijvers en kunstenaars van het land. Het jaar begint er op 2 januari mee dat hij 35 duizend gulden ophaalt bij uitgeverij Meulenhoff. ‘Moet het zelf van de bank halen want ze hebben geen garantie om zo’n groot bedrag te vervoeren. Kijk goed uit bij de bank.’

35 duizend gulden is, volgens een rekentool van het CBS, nu omgerekend ongeveer 80 duizend euro.

22 januari: ‘’s Avonds in bed proberen Karina en ik steeds Ungeduld van Schubert te zingen. Het gaat niet helemaal goed. We gaan uit bed en draaien de plaat nog vijf of zes keer. Dan gaan we weer slapen.

‘Toen ik het vanmiddag voor de eerste keer draaide stroomden de tranen over mijn gezicht. Ik ging naar de muur staan dat Karina het niet zou zien.’

8 april: ‘’s Middags komt Karina ineens naar beneden terwijl ik aan het werk ben en zegt: ‘Sla maar een kruis want Picasso is dood.’’

13 mei 1973, als Wolkers met vriend Jan met Karina bezig is: ‘Hij gaat Karina haar tepels bezuigen en met zijn tanden kneden, terwijl ik haar neuk. Ineens zegt hij: ‘Wat heb jij een haar.’ Dan wijst hij op zichzelf en zegt: ‘La cantatrice chauve’. We beginnen alle drie onbedaarlijk te lachen en je moet oppassen dat je je erectie er niet bij kwijtraakt.’

‘La cantatrice chauve’, vrij vertaald: de kale sopraan.

7 oktober: ‘Weer oorlog in het Midden-Oosten om de door Israël bezette gebieden. Is op Grote Verzoendag begonnen. Na ochtendgymnastiek maak ik de kipsatees.’

9 november, op een huisfeest: ‘Als Van Oorschot komt negeer ik hem volkomen. Renate Rubinstein eng mager handje. Dat stel gaat meteen met Karel van het Reve in de keuken om de tafel zitten lullen over politiek en literatuur.’

25 november: ‘Doodstil ontwaken op de autoloze zondag. Je hoort zowaar kerkklokken in de verte.’

Diepere laag van fascinatie

De vraag is natuurlijk: waarom lees je in 2025 dagboeken uit 1973? Ja, als je bovenmatig in werk en wandel van Jan Wolkers geïnteresseerd bent, is het niet te missen. Of als je een gevoel wil krijgen voor de jaren 70, hoe het leven zich voltrok, wat mensen aten, welke cultuur ze zagen.

Maar er is vast een diepere laag van fascinatie. De Amerikaanse essayist Katie Roiphe sprak ooit van de ‘perverse allure van slordige levens’: terwijl we in onze moderne levens zelf richting gym en biologisch voedsel en algehele verantwoordelijkheid worden gedreven, en daar trots op zijn (zo volwassen van ons!), kunnen we niet anders dan met een oog naar achter kijken, naar die rommelige levens zoals die in tv-series en romans uit (en over) de jaren 60 en 70 werden opgevoerd.

Als je een overlap zoekt met Lucian Freud, zit die daarin; als je Wolkers’ dagboeken leest, lees je actie. Natuurlijk is een dagboek iets anders dan een therapeutische dwarsdoorsnede van de ziel, maar in toenemende mate krijg je het gevoel dat Wolkers te druk was met zijn leven leven om over zijn leven na te denken. Hij schildert, hij eet, hij neukt. Hij heeft gevoelens, zeker, maar lijkt nooit bij ze stil te willen staan. Is hij gelukkig, is hij depressief? Geen idee. Streeft hij ernaar een goede burger te zijn, een goede echtgenoot? Het lijkt hem geen zorg te zijn.

Dat is de paradox van Roiphe: we willen het beter doen dan de generaties voor ons – betere ouders zijn, veiligere collega’s, met gezondere lichamen – en daarom voelen we ons schuldig, want het is nooit goed genoeg. Maar precies daarom lezen we zo graag over, en kijken we zo gretig naar, die foute, slechte oudere generaties, zien hun onbezorgde fouten, en zijn jaloers. Op hun vrijheid van dat schuldgevoel.

Jan Wolkers: Dagboek 1973. De Bezige Bij; 118 pagina’s; € 24,99.

Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next