Filosofie Agnes Callard woont samen met haar man én haar ex-man, ze heeft een „filosofische relatie” met beiden. „Het is een heel gewoon huishouden. Niemand is naakt, we gebruiken geen drugs, we drinken niet eens alcohol.”
Filosoof Agnes Callard.
Juist in het weekend dat filosoof Agnes Callard in Nederland was, gingen in haar land miljoenen mensen de straat op om te protesteren tegen de autocratische maatregelen van president Trump. Een kwart miljoen demonstranten liep door haar woonplaats Chicago, waar ze op de universiteit de klassieke dialogen van Socrates doceert. Vond ze het niet jammer dat ze thuis haar stem niet kon laten horen, en in plaats daarvan in Amsterdam in het filosofisch café van het Brainwash-festival zat?
„Nee hoor”, zegt ze de volgende dag. „Je zult mij niet zo gauw bij een demonstratie zien. Daar valt niet zoveel te leren. Iedereen is toch al zeker van zijn overtuiging.”
Callard (49) beweegt zich als filosoof soepel in de publieke arena. Niet alleen door haar boeken of haar prikkelende columns en essays (‘Moeten we Aristoteles cancelen?’) voor kranten en tijdschriften. Ze gebruikt haar persoonlijke leven – ze woont samen met haar man én haar ex-man, beiden filosoof – als aanleiding om publiekelijk te filosoferen. Haar meest recente boek, Open Socrates, in het Nederlands vertaald bij uitgeverij Atheneum-Polak & Van Gennep, leest als een handleiding voor ‘een filosofisch leven’, zoals de ondertitel luidt.
In de lobby van haar grachtenhotel is Callard beslist meer ontspannen dan de dag ervoor in het filosofisch café. Toen vuurde ze in hoog tempo haar antwoorden af op het Amsterdamse publiek, gekleed in haar zelfgemaakte Socrates-broek met teksten als ‘Alleen filosofie kan je voorbereiden op het leven’ en tekeningen van horzels – waarmee de irritante doorvrager in Athene werd vergeleken.
Nu komt ze, in een kakelbont pak, terug op een van de antwoorden die ze gaf bij Brainwash. „Liefde”, zei ze daar op de vraag naar de aard ervan, „is een gelegenheid”.
„Tot filosofie. Het is alsof God ons glimlachend iemand voor de voeten werpt om mee te filosoferen. Kan een vriend zijn, een klasgenoot, je vader of moeder, je kind. Maar dan is het ineens iemand met wie je de zaken echt helemaal kunt doorakkeren. Liefde is zoiets, maar dan duizendmaal dat. Iemand die intens in jou is geïnteresseerd, die lange tijd met je wil doorbrengen en die dat niet doet vanuit enig ander motief.”
„Ik beschouw het hele leven als voornamelijk een intellectuele onderneming, en dat werkt door in alles wat je maar kunt bedenken. Dus, ja, ik denk dat de grootste kwaliteit van liefde is dat iemand ons de gelegenheid geeft om te leren.”
„Het was een eerlijke uitspraak. Hij was student op de universiteit waar ik lesgaf. Het was alsof ik iemand tegenkwam met een superheldenkracht. Ik dacht: hoe dóé je dat? Heel aantrekkelijk.
„Ik vraag mezelf altijd af: waar dienen mensen voor? Wat kan de ander mij geven? Misschien is dat instrumenteel, maar ik denk dat iedereen een reden heeft waarom je voorgoed samen zou willen zijn. Voor sommige mensen gaat het om comfort of kameraadschap. Ik heb gewoon een andere opvatting over waar mensen voor zijn: om te leren.
„Denk even aan andere redenen waarom mensen voor iemand vallen. Een leuke lach. Gevoel voor humor. Hoe kun je zulke redenen nou vergelijken met een intuïtieve verbinding met de hoogstwaarschijnlijk grootste denker ooit? Dat is toch een miljard keer meer waard dan een leuke lach?”
„Ja, dat heeft-ie. En hij begrijpt niet alleen Aristoteles heel goed, maar ook andere mensen.”
„Ook met Ben, mijn eerste echtgenoot, had ik een zeer filosofische relatie. Hij is de beste vertolker van de Socratische methode die ik ken. Hij begin nooit met aannames of vooronderstellingen aan een gesprek. Hij is tot op de dag van vandaag een van mijn beste gesprekspartners. Doordat ik verliefd werd op Arnold werd onze relatie op de proef gesteld op een manier die goed paste bij de manier waarop we met elkaar omgingen. Wij konden álles door praten oplossen. Dit was de ultieme test van de Socratische methode. En die hebben we doorstaan: ook onze scheiding hebben we door te praten, door naar de kern te gaan, tot een goed einde gebracht.”
„We merkten gewoon dat we allemaal veel tijd met elkaar doorbrachten, ook toen we niet samenwoonden. We hadden een schema voor wie wanneer met de kinderen at. Maar als ze bij Arnold en mij waren, kwam Ben ook vaak bij ons eten.
„De belangrijkste reden om samen te leven was dat ik zwanger werd van mijn jongste zoon, het enige kind van Arnold en mij. We wilden heel graag dat hij zou opgroeien met broers, dat hij niet alleen zou zijn.”
„Ja, precies dat. Soms gaan de jongens bij vriendjes thuis eten en dan komen ze verbaasd terug: daar aten ze zonder gespreksonderwerp. Dat hadden ze gevraagd: wat is het gespreksonderwerp aan tafel? Hadden die ouders gezegd: er is geen gespreksonderwerp, we zitten gewoon te eten.
„Toen mijn jongste geboren werd zeiden we: laten we het een jaar proberen, dat samenwonen. Dat is nu veertien jaar geleden. Ben en Arnold kunnen heel goed met elkaar opschieten. Wat zeg ik, ze kunnen beter met elkaar opschieten dan ieder van hen met mij. Ze gaan binnenkort kamperen in Alaska en ik ben echt geen kampeermens.”
„O nee, het is een heel gewoon huishouden. We maken eten en we zeggen tegen de jongens dat ze hun winterjas moeten aantrekken als het koud is. Niemand is naakt, we gebruiken geen drugs, we drinken niet eens alcohol. We zijn echt in veel opzichten supersaai.”
Agnes Callard was in Amsterdam spreker op het Brainwash-festival.
Callard leeft als het ware binnenstebuiten. In filmpjes en podcasts etaleert ze haar persoonlijk leven, nu eens alleen, dan weer samen met haar man Arnold. Het gaat vrijelijk over hun relatie, over hun kinderen. Het roept de vraag op: is een publiek leven voorwaarde voor een Socratisch filosoof? Zoals hijzelf altijd op de agora rondhing om mensen aan te klampen met vragen?
„Niet een voorwaarde, nee. Socrates was misschien wel een publieke figuur, maar publiek in een geografisch beperkte ruimte, niet wereldberoemd. Zijn dood, de uitkomst van een rechtszaak die nota bene draaide om zijn eeuwige doorvragen, heeft ervoor gezorgd dat de filosofen die na hem kwamen, de openbare ruimte juist meden. Zij trokken zich terug en discussieerden met geestverwanten. Ik denk dat de tijd gekomen is om dat te veranderen. Er zijn nu genoeg mensen die kunnen lezen en schrijven, genoeg mensen met een goeie opleiding. Die zijn nieuwsgierig naar filosofie, er is een filosofie-honger. Ik denk zelf dat we nu, voor het eerst, hoop kunnen hebben op een meer filosofische wereld.”
„Niet zo heel gek hoor. Ik leef eigenlijk half in het Athene van de vijfde eeuw voor Christus en ik heb het idee dat Socrates daar de hele tijd met mensen als Trump sprak. Zoals Alkibiades, die als jongeling idolaat is van Socrates, maar die uiteindelijk niet blij kan zijn voordat hij de baas is van alles. Hij eindigt als een verrader, die zowel tegen de Atheners als tegen de Spartanen en de Perzen liegt. Hij en de andere gesprekspartners van Socrates waren beslist intellectueler dan Trump. In hun gesprekken zijn ze in staat tot het formuleren van ideeën en iets wat op een intellectuele structuur lijkt. Het is lastiger om zoiets bij Trump te zien. Die komt me meer voor als een emotioneel en instinctief wezen dan zij.”
,,Dat heeft te maken met hoe de meeste mensen willen worden bekeken. Ze willen dat hun ideeën ertoe doen. Dat ze een bijdrage leveren. Dat ze worden opgemerkt, en opgemerkt om hun gedachten. Dat iemand zegt: wow, zo had ik het nog niet bekeken. Dat is de kern van de Socratische methode, samen verkennen wat je ideeën zijn. Ook al weet je niet waar je ten slotte uitkomt, je weet wel dat je er allebei op dezelfde manier naar zult kijken.”
„Niet altijd, in Plato’s Euthydemus legt hij het af tegen twee sofisten. Maar ja, meestal wel. Toch denk ik dat de grote bereidheid van Socrates om zich te laten tegenspreken, heel goed samengaat met het feit dat hij zelden onderuit wordt gehaald. De mensen die een hekel aan tegenspraak hebben, haal je gemakkelijker onderuit.
„Voor de Socratische methode heb je iemand anders nodig die je weerspreekt om tot de kern van de zaak te komen. Als we in staat zouden zijn onze vaste overtuigingen los te laten voordat we aan onze zoektocht begonnen, dan zouden we er in ons eentje ook wel geraken.”
„Oef, dat vind ik een lastige vraag. Ik ben Joods, en enigermate praktiserend. Maar ik denk dat praktiserende Joden zouden zeggen dat ik niet-praktiserend ben, en niet-praktiserende Joden dat ik wel praktiserend ben. Mijn ouders hebben mij naar een religieuze school gestuurd en ik denk dat mijn docenten teleurgesteld in mij zouden zijn.
„Het Joodse geloof is in dit opzicht heel interessant. Je bent Joods, domweg doordat je moeder Joods was. Dat betekent dat je Joods bent los van waarin je gelooft. Dat laat heel veel ruimte voor denken en twijfelen.
„Toen mijn middelste zoon zich op zijn bar mitswa voorbereidde, zei hij tegen de rabbijn: ‘Ik weet niet zo zeker of ik wel in God geloof.’ En de rabbijn zei: ‘Laten we erover praten.’ Hij zei niet: hoepel dan maar op. Dat is dus een onderwerp dat geoorloofd is, zelfs in de voorbereiding op een duidelijk religieuze handeling.”
„Dat zou best eens kunnen. Net als veel, zij het niet álle mensen met autisme neem ik zaken vrij letterlijk. Dat maakt je bijna vanzelf goed in het volgen van een redenering. Je loopt gewoon na wat wordt gezegd, je probeert niet de sfeer van de conversatie te proeven. Ik word magnetisch aangetrokken tot de inhoud van het gesprek zelf. Zo word ik naar een filosofische conversatie gedirigeerd.”
„Dat heb ik me ook wel eens afgevraagd. Maar ik vind met terugwerkende kracht een diagnose op iemand plakken problematisch. Zeker iemand die bijna 2.500 jaar geleden leefde. Maar ik voel wel een verwantschap. Zoals Socrates zegt: als je mijn argumenten verwerpt, doe je me een groot plezier, want dan heb ik iets geleerd. Als ik jouw argumenten verwerp, heb ik niks geleerd, want dan denk ik nog precies hetzelfde als voordat we onze dialoog begonnen. Zo denk ik er ook over. Daarom zeg ik steevast tegen mijn man: je mag blij zijn dat ik je altijd tegenspreek.”
Agnes Callard (Boedapest, 1976) is een Amerikaanse filosoof. Opgeleid in de klassieke talen en filosofie is ze sinds 2008 docent aan de Universiteit van Chicago, waar ze in 2017 hoogleraar werd.
Haar werk vindt zijn voornaamste inspiratie in de filosofen van de klassieke oudheid. In 2018 schreef ze Aspiration, over de kracht die zelfverwezenlijking mogelijk maakt. Dit jaar publiceerde ze Open Socrates, volgens de NRC-recensie een ‘uitdagend’ boek.
Callard trouwde in 2003 met mede-filosoof Ben Callard, scheidde in 2011 en hertrouwde met filosoof Arnold Brooks. Ze wonen met z’n drieën, en met drie zoons samen in Chicago.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet
Source: NRC