Home

Rapper en zanger Typhoon: ‘Ik zong over liefde, maar begreep het nog niet’

Het Uur Typhoon is rapper, zanger en tegenwoordig ook schrijver, van het boek Liefde is de baas. In de podcast Het Uur vertelt hij aan Pieter van der Wielen over het herdefiniëren en hervinden van liefde.

Rapper en zanger Typhoon staat bekend om zijn nummers waarin hij de liefde predikt. Vanuit het binnenland van Suriname kreeg hij ooit het motto ‘Lobi da Basi’ mee, met de opdracht het verder te verspreiden. Inmiddels heeft hij ingezien dat hij over de liefde zong, maar nog niet volledig begreep wat het inhoudt. In zijn boek Liefde is de baas besluit hij daarom de liefde te herdefiniëren het concreet te maken, haalbaar.

In de podcast Het Uur gaat presentator Pieter van der Wielen met Typhoon in gesprek over de opstapeling van blauwe brieven, de medicijnen die hij nodig had om op te treden en te slapen, zijn flaters in de liefde en de vraag ‘mag ik er wel zijn?’. Het verhaal van Typhoon staat in groot contrast met de positieve artiest die hij op het podium is.

Over dit artikel

Dit is een, voor de leesbaarheid geredigeerde versie van het gesprek dat Pieter van der Wielen voerde met Typhoon voor Het Uur, de wekelijkse interviewpodcast van NRC. Luister en volg Het Uur via nrc.nl, de NRC Audio-app of een ander podcastplatform. Het Uur is ook te bekijken op YouTube.

Ik heb je vaak zien optreden. Typhoon is een goede naam, een soort wervelwind. De energie gaat van de band naar het publiek en weer terug. Op een gegeven moment gaat zo’n hele tent met duizenden mensen op en neer. Echt een bijzondere ervaring. Dus ik stond ook een beetje versteld om de andere kant van jou te lezen. Is er een moment geweest dat je dacht: nu moet ik dat laten zien?

„Ik zat in 2023 twintig jaar in het vak en dat was voor het eerst dat ik me afvroeg: doe ik zomaar wat of zit er een idee achter? En wat is er eigenlijk allemaal gebeurd?”

Vond je het eng om dit op te schrijven of om het te laten lezen?

„De titel Liefde is de baas en dat komt van Lobi da Basi, dat ik heb gevonden in het binnenland van Suriname. Ik mocht het meenemen van het dorpshoofd. ‘Neem het mee en verspreid het onder je eigen mensen’, was de opdracht. Ik heb er muziek van gemaakt, maar tegelijkertijd bleef het een zoektocht wat het nou voor mij als Glenn de Randamie betekende. Pas nadat ik uit die gigantische wervelstorm kwam en een sabbatical nam, werd die vraag duidelijker. ‘Maar wat betekent die liefde dan?’ Liefde kan een containerbegrip zijn, dus ik wilde als een chirurg liefde uit elkaar halen, om het behapbaarder voor mezelf te maken. En ik kwam erachter dat liefde uiteindelijk te maken heeft met moedig leven. Elk moment de herinnering dat je een keuze hebt.”

Zeg je daarmee dat je eigenlijk op al die podia voor al die duizenden mensen iets hebt gepredikt – liefde is de baas – zonder dat je daar zelf naar kon leven?

„Weet je, je schrijft vooruit. Soms schrijf je dingen die je zelf nog niet eens hebt begrepen. Maar het zit er wel en dan leef je er naartoe. Soms leef ik dus ook vooruit en ik denk dat de woorden zo resoneerden in mij dat ik er muziek van kon maken. Maar ik begreep het nog niet helemaal. Dat betekent niet dat het traject daarvoor nep was.”

Het gaat ook over een man die onthecht is, ontworteld. En dan kan je ook niet gegrond zijn in een ander, of in een relatie, of in je vak of in je leven. Dat klinkt heel onrustig voor mij.

„Dat is gigantisch onrustig en ik denk dat ik voor een deel van de onrust mijn thuis heb gemaakt. Ik was echt thuis in de onrust. Als dat is wat je kent of dat is wat zich aanbiedt, dan neem je dat voor waar aan. Die onrust heb ik altijd al een beetje gevoeld, deels omdat ik hoogsensitief ben. Onder mijn hoogslaper kon ik volledig mezelf zijn.”

Maar dan ben je dus alleen.

„Ja, ik denk dat stilte altijd mijn grootste vriend is geweest.”

Dat is opmerkelijk voor iemand die muziek maakt.

„Deels ook omdat er al een heleboel binnenkomt bij mij en omdat er altijd muziek in mij leeft. Ik heb altijd een melodie in mijn hoofd en voor mij is dat is zo’n heerlijke wereld waarin ik me kan begeven dat ik af en toe vergeet om in de echte wereld te leven. Daardoor ben ik onder andere blauwe brieven vergeten te openen en noem maar op.”

Oh, daar houden ze bij die blauwebrievendienst niet van. Ik zou nog liever tussen witte haaien zwemmen dan die blauwe brieven niet openen. Dat is een van de achtergronden van jouw grote succesvolle album, dat je torenhoge schulden had.

„Wat ik heel erg besef is: ik was superjong. Ik wilde gewoon muziek maken. En ik ging naar de Kamer van Koophandel toe, zonder te weten wat zelfstandig ondernemerschap betekent. O ja, ik moest iets met mijn bonnetjes doen, toch? Ik had die stapels op mijn tafeltje en dacht: het komt wel.”

Dan stond je wel met je rug tegen de muur toen je het album ging maken.

„Ik ben altijd zo’n persoon geweest die onder hoge druk juist enorm presteert. Zo’n beetje het beeld tijdens onweer dat de meeste vogels lager gaan vliegen of onderdak zoeken en dat de adelaar dat juist gebruikt om hoger te vliegen.”

Ben je een pleaser?

„Gigantisch. Eigenlijk pas als alles om mij heen rustig is, dan kan ik aan mezelf denken. Maar ja, dat werkt niet zo. Dus ik denk dat ik daardoor ook een paar keer flink nat ben gegaan. Hence de burn outs, de somberheid, de depressie.”

Je hebt geschreven over dat liefde de baas is. Maar tegelijk beschrijf je dat je er lange tijd niet er echt in slaagde om een goede relatie op te bouwen met iemand. Dat je best wel veel verdriet hebt gezaaid in de liefde. Dat je best wel een spoor van vernieling achter je aan hebt getrokken in de liefde. Hoe kijk je daar op terug?

„Het hoofdstuk van liefde is de baas heeft het langst geduurd om te schrijven, omdat ik het spannend vond om ook die kant van mezelf te laten zien. Ik heb zeker spijt, maar er was ook heel veel liefde, heel veel vreugde, heel veel avontuur. Maar helaas ook gebroken harten, dat is iets wat ik zeker anders had gedaan nu. Soms was het gewoon echt rommelig, echt een potje.”

Want er werden verwachtingen gecreëerd die je niet kon waarmaken. Iemand dacht de enige te zijn en ja, dan bleken er meer vrouwen rond te lopen. Op een dag komt dat uit en en dan wordt het toch lelijk.

„Ja, ik vond het heel belangrijk om dat wel te vertellen, want ik denk dat ik me op mijn lelijkst heb gevoeld toen ik eenmaal doorhad wat mijn gedrag in die tijd was. Wat voor effect dat had op anderen, zag ik helemaal niet. Ja, dat heeft wel wat beweging gebracht en uiteindelijk heb ik daardoor ook kunnen veranderen. Maar dat kon niet gelijk. Ik was zo hard voor mezelf, ik moest door: nog een tour, nog een keer. Ik kon niet echt zeggen: stop. Ik ben gaan vluchten in relaties, kicks en bevestiging.

„En weet je wat het erge is, ik heb zoveel films gezien over artiesten die de verkeerde kant op gaan. Je zou zeggen een gewaarschuwd mens telt voor twee en toch is het die kant op gegaan met mij. Nadat ik een show had gehad in het Concertgebouw, had ik zowel medicijnen nodig om op het podium te stappen als medicijnen om in slaap te komen.”

Je was over alle grenzen bij jezelf heen.

„Ik dacht dat ik op een gegeven moment weer oké was. Maar het lastige van een burn-out is dat je heel graag weer de oude wil worden. Want je voelt dat je faalt, dat je tekortschiet, dat je mensen teleurstelt. En dat geeft weer meer druk. Dus ik dacht dat het weer goed met me ging, ik ben met vrienden meegegaan naar Zwitserland. We zouden een weekje hiken maar na de eerste dag kom ik erachter dat ik die energie helemaal niet heb. Nadat ik ze weg had gebracht naar een hike-locatie denk ik op de terugweg: weet je, misschien is het mooi geweest. Ik zag een klif en ik dacht van: wat als ik nou …”

Wat als ik hier vanaf …

„Wat als ik hiervan af ga? Ja.”

Zo heftig was het? Dat is een onvoorstelbaar groot contrast met de man op het podium die de levenslust zelve is, de positiviteit zelve.

„Zonder donker kan het licht zichzelf niet kennen. Kennelijk is dat voor mij ook zo.”

Als je zo’n klif ziet en denkt: waarom eigenlijk niet, Hoe kom je daar weer vandaan? Hoe kom je bij dat licht?

„In mijn geval was het de hulpvraag. Ik was niet goed in hulpvragen, maar deze was zo puur omdat ik dacht: ik ben op een plek geweest, waar het mentaal zo koud en zo ijzig was dat ik wist dat ik daar niet hoorde. Dus het enige wat ik op kon schrijven was: ‘God SOS’.”

Het Opperwezen.

„Het was de meest stabiele factor die ik kende uit mijn jeugd, naast mijn moeder.”

Maar die was heel lang afwezig geweest. Je bent opgevoed met de kerk, maar volgens mij ben je heel lang niet enorm religieus geweest.

„Ik denk dat ik de aanwezigheid van God altijd wel heb gevoeld. Alleen de vorm stond me niet aan. De kerk.”

Nu heb je het geloof hervonden. God, wat is dat? Wie is dat? Hoe zie je dat voor je?

„Mooie vraag. Het is het alomvattende en voorbij. God is liefde voor mij.”

Je komt weer bij liefde uit.

„Ja, dat is voor mij echt de bron. Ik ben vroeger niet opgevoed met de zin: God is liefde. Terwijl ik altijd liefde, zelfs soms een verliefdheid heb gevoeld naar God toe. Ik leerde later: God gaat bij vele namen, maar je moet het wel aanroepen. En toen dacht ik: oké, als hij bij vele namen gaat, kan ik ook een naam verzinnen. Dus ik noem hem ‘Lieve, Lieve’. En op die manier heb ik mijn relatie weer een beetje hersteld met met God.

„We zijn sociale wezens en ik geloof zo erg dat we allemaal onderdeel zijn van hetzelfde bewustzijn. We hebben andere eigenschappen, maar in de kern maken we allemaal onderdeel uit van hetzelfde energieveld en ik noem dat energieveld een God of liefde, de ander noemt het het universum. Voor mij is het zo fijn dat ik erachter kwam: ik hoef het allemaal niet zelf te doen.”

Je bent niet alleen, je staat er niet alleen voor.

„Ik hoef het niet zelf te dragen, mijn geloof heeft me een nieuw perspectief gegeven. Mijn geloof is eigenlijk een herinnering aan de liefde die ik zelf ben. En ook aan de verantwoordelijkheid die ik daarvoor kan dragen. Liefde is de basis, de dagelijkse herinnering dat je een keuze hebt.”

Dus je tilt jezelf uit die klaagmodus en je dwingt jezelf tot dankbaarheid, tot reflectie. Je ging met je vrouw ook op date naar de kerk. Dat vond ik zo mooi.

„Ouderwets, hè?”

Je moet ergens naar op date. Je kan ook gaan bowlen. Waarom zou je niet naar de kerk gaan?

„Toen ik haar ontmoette op een feestje, hadden we zulke vette gesprekken over thuiskomen in een geloof dat niet veroordeelde maar juist uitnodigde. Toen we wat later contact hadden, zei ze: ik ben op zoek naar een kerk waren waar het wat losser is. En ik zeg van: als je iets hebt gevonden, laat me weten, dan ga ik met je mee. Zo simpel was het.”

Het schept meteen een hele diepe band, want je bent het meteen eens over hele fundamentele, grote dingen.

„Daar kwam ik wel achter: als je de liefde, en in ons geval Gods liefde, als hoogste orgaan en hoogste rechter hebt, dan kan het ook ruzies beslechten die normaliter wat langer door zouden kunnen gaan. Toen we in het begin ruzie hadden, kwam Marie naar me toe en ik was klaar om dat gevecht aan te gaan. Ze komt binnen en ze zegt: kom we gaan eerst bidden. En ik krijg complete kortsluiting. Maar bidden ontwapent en het herinnert mij eraan wie ik in essentie ben. Het gesprek daarna was geen ruzie meer, het was vanuit verbinding.”

Wat ik ook zo mooi vond is dat je op een zeker ogenblik met de band naar Suriname gaat. En dat die muziek daar op een hele andere manier wordt omarmd en het lijkt alsof dingen bij elkaar komen. Een een soort vaderland waar je nooit echt geleefd hebt, maar dat wel jouw kunst omarmt.

„De eerste keer dat ik naar Suriname ging, wilde ik te graag geaccepteerd worden. De tweede keer dat ik daar alleen was, had ik voor mezelf geaccepteerd: of ik de taal nou goed spreek of niet, dit is ook mijn land. En die berusting, die acceptatie van mezelf in die situatie, bracht ook dat mijn omgeving daar anders op reageerde.”

Als je nu op dat podium staat en het gebeurt, die magie waar ik mee begon, de energie van de band naar de zaal en van de zaal weer terug en dat op een gegeven moment alles wordt opgetild … Voel je dat nog? Is dat nog bijzonder of is het een baan als het ware?

„We stonden aan het begin van de tour in Tivoli en ik besefte het. Dan spreek ik het ook uit naar het publiek: ‘Laat dit nooit normaal worden.’ Dit, deze interactie, de muzikaliteit, de openheid van mijn publiek. Ik heb echt het liefste publiek ter wereld. Mensen reizen mee naar de hoogtes, de dieptes, er is verbinding. Elke keer sta ik er weer versteld van dat dit überhaupt mogelijk is. Soms went het, maar het is nooit vanzelfsprekend.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next