Home

‘Als ik geen patholoog was geworden, had ik nu geheid in de gevangenis gezeten’

Doodsoorzaken Forensisch patholoog Frank van de Goot onderzoekt of er opzet in het spel kan zijn geweest als iemand is doodgegaan. „Weet je waar ik een extreem probleem mee heb? Met het motief. Wat je nooit als argument hoort: omdat het kon.”

Frank van de Goot

Frank van de Goot (58) mag graag vertellen hoe hij besloot patholoog te worden. Hij zat in de derde klas van de lts in Amersfoort, afdeling elektrotechniek, en hoorde een klasgenoot opscheppen over zijn bijbaantje bij een begrafenisonderneming – er was eens één lichaam in twee plastic zakken bezorgd. Treinongeval. De jongen was over z’n nek gegaan, Frank van de Goot dacht: ‘interessant’. Hij ging naar de laboratoriumschool – de middelbare en hogere. Studeerde medicijnen, deed een specialisatie klinische en forensische pathologie aan de Goethe-universiteit in Frankfurt, promoveerde en na 22 jaar was hij wat hij nu nog is: forensisch patholoog. Daar zijn er hooguit vijf van in Nederland en hij is de bekendste met een eigen televisieprogramma Doden liegen niet (WNL, 2016-2018) en er is nu ook een boek over hem en zijn werk, Post mortem.

Een forensisch patholoog onderzoekt de doden en doet dat (meestal) in opdracht van justitie als er een vermoeden is dat iemand niet vanzelf is overleden. De patholoog bekijkt het lichaam van buiten en van binnen. Blauwe plekken, schrammen, kneuzingen, breuken, gifstoffen. Moord of doodslag hoeft hij niet te bewijzen – dat moet het Openbaar Ministerie doen. Hij stelt alleen vast of het opzet zou kúnnen zijn.

Zo concludeerde hij dat Ivanka Smit (18), een Nederlands model mogelijk al lijkstijf was vóór haar val in 2017 en dus onmogelijk zelf van het balkon in Kuala Lumpur kon zijn gesprongen. Met een valreconstructie toonde hij aan dat de achtjarige Sharleyne Remouchamps uit Hoogeveen in 2015 te klein was om zelf van het balkon te kukelen, wat de verdenking tegen haar moeder verzwaarde. Hij hielp bij de zoektocht naar de vermiste geneeskundestudent Sophia Koetsier in Oeganda en onderzocht de zaak van Kris Kremers en Lisanne Froon maanden na hun verdwijning in de jungle van Panama. Als specialist letselinterpretatie en doodsoorzaken beantwoordt hij de vraag hoe of waaraan iemand overleed. Als dat al kan. Verdrinking, verstikking, oververhitting, onderkoeling, uitdroging, smoren – kort na de dood lastig vast te stellen en langer erna onmogelijk.

Zijn haar is grijs met geblondeerde en zwarte lokken, op zijn wangen stoppels van één dag, grote handen met om een middelvinger een gouden zegelring. Hij draagt een barok, purperkleurig jasje over een verwassen T-shirt en een zwarte spijkerbroek, bergschoenen aan zijn voeten. De eerste blik in zijn hoofd is rommelig, zo snel als hij halverwege het ene onderwerp over het volgende begint. Sowieso wil hij niet binnen zitten in café-restaurant De Generaal in Baarn. „Ik kan niet tegen warmte.” Dus zitten we buiten aan een tuintafel bezaaid met dode blaadjes. „Beuk”, stelt hij vast. Eerst koffie, daarna een Duvel.

Boek Frank van de Goot, Marja West: Post mortem. Cases en verhalen uit de praktijk van de bekendste patholoog van Nederland

€21,99, 288 blz., uitgeverij Luitingh-Sijthoff

Waarom een boek?

Diepe zucht. „Wie wilde dit? Ik was een keer te gast bij Humberto Tan, jaren geleden, en toen was ik een bekende Nederlander in Hilversum. Daarna werd ik benaderd door een producent en zo is Doden liegen niet er gekomen. En nu een uitgever. Ik word zogezegd gemarket.”

Omdat u met de doden werkt, of stukjes daarvan?

Hij veert op. „Hier kaart je een heel leuk onderwerp aan. O, dit vind ik leuk. Nu heb je je eigen graf gegraven. Wanneer noem je iets een lijk? Als je een vinger vindt, een halve romp, een hoofd? Dat is een omissie in de wet op de lijkbezorging, die verplicht een lijk te begraven of te cremeren. Ik heb momenteel het complete onderbeen van Leo Bonten in mijn kantoor staan.” Leo Bonten uit Vlaardingen stond erop dat hij zijn onderbeen na amputatie mee naar huis mocht nemen om er een lamp van te maken. Het Erasmus MC in Rotterdam was van mening dat het been medisch afval was en vernietigd moest worden. Van de Goot: „Is een been weefsel of is het een stukje mens?”

Terug naar het boek. Hij zegt dat hij wilde dat het niet geschreven was (Marja West is de auteur). „Ik heb er geen controle over, ik weet niet hoe het landt, en die onzekerheid is onverdraaglijk.” Hij citeert Micha 6:8. „Losjes geformuleerd: mens, je weet dondersgoed het verschil tussen goed en kwaad, doe gewoon een beetje je best op aarde en wees ootmoedig.” 287 bladzijden gewijd aan hem, dat is lastig bescheiden te noemen. Om iets later te zeggen: „Ik kende een celkundige, de beste van Nederland. Op z’n 55ste: dood. Alle kennis weg. Als ik straks word aangereden gaat er dertig jaar ervaring mee het graf in.” In Post mortem staat, naast tientallen casussen, ook beschreven hoe hij een Y-snede (van schouder tot schouder, via de navel tot het schaambeen) zo maakt dat het lichaam na sectie toonbaar blijft voor de nabestaanden.

Vanaf hier trekt het gesprek iets vlot. Eerst nog een onverhoedse aanval: „Jullie zijn deel van het probleem.” Sorry? „Jullie journalisten. Jullie schrijven dat hartfalen doodsoorzaak nummer één is, dat het aantal suïcides schrikbarend toeneemt en het aantal verkeersdoden afneemt. Hoe wéten jullie dat?”

U bedoelt: je weet pas hoe iemand is overleden als je het lichaam onderzoekt?

„Hoeveel mensen gaan er dood in Nederland?” Rond de 170.000 per jaar. „Pakweg drieduizend gaan op voor obductie [uitgebreid uit- en inwendig onderzoek] zonder dat er een misdrijf wordt vermoed. Dan heb je het NFI [Nederlands Forensisch Instituut] dat er driehonderd onderzoekt, ik neem er bij het NFO [Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau] nog eens honderd per jaar voor mijn rekening. Hoeveel niet-natuurlijke overlijdens denk je dat er tussendoor glippen? Veel, zeg ik je. Met enige regelmaat tref ik bij toeval tuberculose aan in een lichaam. Dat is een categorie-A ziekte die ik ogenblikkelijk bij de landelijke GGD had moeten melden als ik het vooraf geweten had. Ik krijg mensen op tafel die ten onrechte de diagnose zelfdoding kregen omdat ze toevallig depressief waren en thuis dood werden gevonden.” Hij steekt één vinger in zijn mond en daarna in de lucht. „Giswerk.”

Dit brengt hem bij de volgende twee stokpaarden. Hij vindt dat de zorgverzekering niet moet stoppen bij overlijden, maar moet doorlopen tot de uitvaart. „Bied álle nabestaanden standaard de mogelijkheid van obductie aan.” En zo komt hij op het tweede: zijn irritatie over de „hegemonie van justitie”. Waarmee hij bedoelt dat de doodsoorzaak blijkbaar alleen maar belangrijk is als er een misdrijf wordt vermoed. „Wat interesseert mij het of iemand vermoord is of niet. Het zou een land moeten interesseren waar de bevolking aan dood gaat. Van de doden valt te leren.” Met twee handen slaat hij nu op tafel. „In mijn hoofd moeten de dingen kloppen.”

Dion Graus, parlementariër voor de PVV, is een goede vriend van hem, zegt hij. „Na de verkiezingen mag ik in de Tweede Kamer een presentatie geven over het onderwerp doodsoorzaak. Als je dingen wil veranderen, moet je mensen vinden die het voor het zeggen hebben.”

Waar bent u nu mee bezig?

„In mijn beroep is het afwachten, ik heb al drie dagen niks te doen. Maar ik ben me vast aan het verdiepen in dat gigantische Griekse treinongeluk.” In 2023 botste bij Tempi een passagierstrein op een tegemoetkomende goederentrein op hetzelfde spoor. Enorme vuurbal, 57 doden. Volgens de officiële lezing was de oorzaak van het ongeluk menselijk falen en verouderde infrastructuur. De advocaten van de nabestaanden vermoeden dat in één van de goederenwagons benzeen en tolueen werden vervoerd – wat verboden is. Alleen zo zou die extreme brand zijn te verklaren. En Frank van de Goot is nu gevraagd naar Griekenland te komen om zes doden op te graven en te onderzoeken op sporen van brandbare stoffen.

Onderzoekt u de lichamen ter plekke?

„Dat willen de nabestaanden niet, ze vertrouwen de Griekse laboratoria niet meer. Dus ik neem monsters en laat die door mijn vaste koerier met een koelinstallatie in de kofferbak naar Nederland brengen. Ik ben een spook, ik werk overal waar ze me nodig hebben. Bij het NFO in Breda staan twee sectietafels en een röntgenapparaat, ik ben kind aan huis op Schiphol.”

De tuin van zijn moeder was ook werkterrein, staat in zijn boek. In haar schuur onderzocht hij met zijn studenten achthonderd verdronken bisamratten op verdrinkingssporen. Hij begroef er varkenspootjes in vijftig bakken met diverse grondsoorten om te analyseren hoe die ontbonden. En toen zijn moeder op haar 91ste overleed, deed hij op haar verzoek sectie, in het bijzijn van zijn oudere broer Harald. Na het onderzoek heeft hij in een stenen oventje een stukje van haar hart tot as verwerkt en daarmee een tatoeage laten zetten op zijn linkerschouderblad.

Frank van de Goot in het bos in Baarn, bij het monument van verzetsstrijder Ernst van Kempen.

Hij is nog een zaak aan het uitzoeken, zegt hij. Sanda Dia, de 20-jarige Belgisch-Senegalese student die overleed tijdens de ontgroening bij de Leuvense studentenvereniging Reuzegom. „Ze hebben die jongen de dood ingejaagd.” Hij verbleef uren in een kuil vol water, werd ondergeplast door ouderejaars, kreeg gin toegediend, hele goudvissen, een vermalen muis en, naar achteraf bleek, een fatale hoeveelheid zeer zoute visolie. „Briljante zet van de advocaten: op de fles visolie stond nergens dat een overdosis dodelijk kon zijn en dus hadden die studenten niet kunnen vermoeden dat het verkeerd zou aflopen. Nee, iemand in z’n blote reet uren in de ijskou laten zuipen, hadden ze daar wel een vermoeden van? Die jongen is doodgemarteld. Niks meer, niks minder.”

Achttien leden van de studentenvereniging zijn door het Belgische Hof van beroep veroordeeld wegens ‘onopzettelijke doding’ en ‘gebrek aan voorzichtigheid’.

De daders zijn gestraft.

„Tweehonderd tot driehonderd uur taakstraf, vierhonderd euro boete. Noem je dat terecht?”

U zegt in uw boek dat een forensisch patholoog zo min mogelijk moet weten van de toedracht om zo objectief mogelijk onderzoek te kunnen doen. Over deze zaak weet u veel en u heeft er ook al een mening over. Hoe kan dat kloppen?

„Kijk, het is echt heel simpel. Forensisch onderzoek naar doodsoorzaken heeft niks te maken met hoe iemand overleed, maar met strafrechtelijke vervolgbaarheid…”

De doodsoorzaak is gevonden – zoutvergiftiging door visolie. Er is geen opzet aangetoond, voor moord of doodslag was onvoldoende bewijs.

„Het ne bis in idem-beginsel stelt dat je niet tweemaal voor hetzelfde delict kan worden gestraft. De kans dat deze zaak wordt heropend is nul.”

Waarom wilt u de zaak dan toch weer onderzoeken?

„Twee redenen. De vader van die jongen heeft gelijk: zijn zoon is afgeslacht. En reden twee, wat is het doel van straf? Vergelding. Preventie. Bescherming van de samenleving. De daders mogen weten dat ik naar ze op jacht ben. Ik vind dat heerlijk. De zaak mag gesloten zijn, maar ik blijf rondspoken in hun geweten.”

Gaat u daarmee niet ver buiten uw boekje, of heeft u geen boekje?

„Ik doe aan waarheidsvinding. Ik rapporteer naar eer en geweten. Het komt weleens voor, ik heb laatst ook zo’n kwestie gehad, een kind, totaal in elkaar gemept. Maar uit de CT-scan waren de bevindingen niet conclusief, of ik die CT nog eens wilde bekijken. Per ongeluk stuurden ze ook een babygram mee, zo’n voor-achter röntgenfoto. En die was wél conclusief. Ik zie cornerfractures, gekke botbreuken, afgescheurde groeischijven. Absoluut kindermishandeling.”

Maar kindermishandeling is een oordeel. En u trok toch juist geen conclusies?

„Er is een verschil tussen wat ik rapporteer en hoe de dingen op mij overkomen. En soms komt het op mij over dat zaken niet kloppen. En dan zoek ik door. Weet je waar ik een extreem probleem mee heb?”

Nou?

„Met het motief. Om tot een veroordeling te komen, moet precies worden onderbouwd waarom iemand iets heeft gedaan. Maar wat je nooit als argument hoort: omdat het kon. Waarom bonden die twee Britse jongetjes een peuter op de rails?” James Bulger, 1993, de daders waren tien jaar oud. „Omdat ze zich verveelden? Omdat het kon? Waarom houden we het niet op de inerte slechtheid van de mens.”

Die slechtheid herkent u?

„Absoluut. Als ik geen patholoog was geworden, had ik nu geheid in de gevangenis gezeten. Of ik was doodgeschoten.”

Want?

„Dat heeft te maken met autisme.”

U noemt uzelf een hoogfuntionerend autist. Is dat zelfdiagnose of …. ?

„Ik zal een keihard statement maken: ik heb geen mening nodig van een neurotypische psychiater die zegt wat ik ben.”

En wat heeft uw autisme met criminaliteit te maken? Bedoelt u dat u geen of minder emoties…

„Dat is zo’n stereotiep beeld. Ik bedoel dat bij neurotypische mensen de cognitieve en emotionele functies onlosmakelijk verbonden zijn.”

Geen empathie dan?

„Dát is inderdaad moeilijk bij mij. Het is niet dat ik niks voel, ik voel iets anders. Een skelet opgraven heb ik al vijftig keer gedaan. Een lijk zonder armen en benen, ik voel er niks bij. Iemand is bewerkt met een gasbrander, boeit me niet. Maar is er met die gasbrander een hoofdletter op de rug gebrand…”

Dan gaat u aan?

„Dan denk ik: leuk. Iets nieuws. Hoe zou dit gegaan kunnen zijn?”

En dat vinden mensen morbide?

„Er wordt verwacht dat je het erg of naar vindt als iemand is vermoord. Wat ik voel is sociaal niet geaccepteerd. Ik heb geleerd dat ik maar beter niks kan zeggen. Ik vermijd de sociale context, ik ga niet veel naar buiten. Het enige waar ik heenga zijn kolossale festivals. Altijd gothic: M’era Luna, Amphi. Nergens kun je zo goed alleen zijn als in een grote groep mensen.”

Wat voor crimineel was u geworden?

CV

Franklin Ragnar Willem van de Goot (Meppel, 1967) deed na lts, mbo en hbo laboratoriumonderzoek, geneeskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam en promoveerde daar in 2015. Hij is gespecialiseerd in de neuro-oncologische pathologie en behaalde ook een graad in Egyptologie en Assyriologie.

In 2004 begon hij als forensisch patholoog bij het Nederlands Forensisch instituut, en vertrok in 2010 na ‘onmin’. Hij werkte o.a. als klinisch patholoog (gespecialiseerd in neuro-oncologie) bij het toenmalig VUMC en Noordwest Ziekenhuis in Alkmaar. Zijn bedrijf in autopsie en pathologie is sinds 2024 opgegaan in het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau.

Van de Goot is geregistreerd in het Nederland Register Gerechtelijk Deskundigen. Hij woont in Baarn en heeft een relatie met Rebecca Tofani.

„Ik had nog nooit een voldoende voor scheikunde, maar ik wist wel hoe ik explosieven kon maken en die verkocht ik. Als de halve berm bij het spoor in de fik stond, stond de politie voor mijn deur. Ik zou ideaal geweest zijn voor de drugshandel. Niet dat ik het gebruik, maar de logistiek erachter, de planning, dat kan ik. Een grote vis was ik nooit geworden, maar je komt natuurlijk een keer in aanraking met die jongens. En vaak eindig je dan met een gewicht om je nek en betonnen schoenen in het Amsterdam Rijnkanaal.”

Was u een goede moordenaar geweest?

„Ik heb me serieus afgevraagd of ik die brandstapel zou kunnen aansteken. Kan ik iemand onthoofden? Ik kan het verzinnen, maar ik doe het niet. Het druist in tegen mijn autistische persoonlijkheid. Je moet zoiets aan jezelf kunnen verantwoorden.”

En als het een gewetenloze rotzak is?

„Nee, nee. Heb God lief boven allen en uw naasten als uzelve, gij zult niet doden. Dat zit er bij mij ingeramd.”

U bent streng gelovig opgevoed.

„Mijn vader was van artikel-31 en nam elke letter en punt uit de bijbel voor waar aan. Voor mijn moeder heeft hij water bij de wijn gedaan, zij was Nederlands hervormd. Ik heb nog steeds een abonnement op het Reformatorisch Dagblad. Wat ze schrijven is tenminste waar.”

Hangt ervan af welke waarheid je gelooft

„Onze Lieve Heer gaat over het eindoordeel en dat neem ik serieus.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next